Jaap Schot, 1984
Ons werd op school geleerd de gewoonte om onze aandacht over onze kenbare, actuele, gegeven situatie heen te laten richten op datgene waarop onze onderwijzers ons wezen en/of waarover zij tot ons spraken. Velen leerden die gewoonte ook al thuis, voor hun school(ings)tijd. Het initiatief om de eigen aandacht te richten en wel op de eigen actuele situatie werd ons ontnomen. Als klein kind hadden we dat initiatief, van nature : de mogelijkheid onze aandacht ergens bij te hebben is een godsgeschenk, dat ons ieder individueel geschonken wordt, in elk ogenblik. Wie onze aandacht richt berooft ons van iets wat ons als individu geschonken is, niet door een ander mens, een derde, maar door de natuur of door God of hoe dan ook; ook als we de uitdrukking " het is ons geschonken" niet gebruiken, dan nog moeten we stellen : onze mogelijkheden zijn van ons. Ze zijn ons onvervreemdbaar (maar wel steelbaar) eigendom, als we dan van eigendom moeten spreken. Moeten we dat, van eigendom spreken hier ? Antwoord: ja, diegenen die ons het richt-initiatief ten aanzien van onze aandacht ontnemen doen ons onrecht aan, zij schenden een natuurrecht. Natuur recht is ook al zo'n woord dat onverbindbare begrippen verbindt : de natuur kent geen rechten en plichten, die begrippen zijn van de cultuur en in afleiding daarvan : van de civilisatie. Degenen die ons onderwijs aandoen, ongevraagd en voor ons als alternatief voor 'vrij hebben', doen dat binnen de civilisatie, niet met aanwijsbaar bruut geweld. Met andere woorden : scholing vindt plaats binnen het kader van de civilisatie. Zodra, zolang en in zoverre dat zo is, moeten wij wel met woorden als natuurrecht en bezit en ontvreemding (roof) bespreken wat ze ons aandoen. Wanneer er geen school was, zouden de kinderen rondzwerven door de wereld der mensen om hen heen en overal aanzitten, overal kijken, overal vragen stellen, allerhand imiteren, zich overal mee bemoeien. Net zoals kleine kinderen dat thuis kunnen doen. Om dat te voorkomen, dat op eigen initiatief de concrete wereld van de arbeidende volwassenen binnengroeien, worden de kinderen in scholen opgesloten en door middel van bordjes "verboden toegang" en hekken en schuttingen buitengesloten in die gevallen en op die tijden dat de school niet werkt (als part-time gevangenis). In vakanties en na schooltijd dient er van alles voor het bezighouden der kinderen (buiten de arbeidswereld der volwassenen) gedaan te worden.
Dit alles is voor iedereen openbaar, het is waarneembaar. Het is geen aangenaam gegeven. Een volk dat tegenover zijn eigen kinderen geheimen heeft is een vreemd volk. Een volk, is dat de hier handelende eenheid? Antwoord: nee, het woord volk hoort bij een cultuur, niet bij een civilisatie. In een civilisatie zijn de tijdgenoten/plaatsgenoten geen ongelaagde eenheid. De kinderen zijn niet hun kinderen, er kan met het bezittelijk voornaamwoord 'hun' niet gesproken worden, want het fundamentele kenmerk van een civilisatie is nu juist dat SAMENHEBBEN niet voorkomt. Ieder een in een civilisatie heeft alleen wat van hem is. Alleen in de propaganda hebben we af en toe iets gezamenlijk, een vijand bij voorbeeld, of een schuld tegenover een ex-kolonie of tegenover gastarbeiders die WIJ hier heen gehaald hebben. Kinderen echter, ieder moet voor zijn eigen kinderen zorgen.Nu ja, zodra die kinderen naar school moeten, dan verandert dat even. Naar school om werkgelegenheid voor onderwijsgevenden te vormen en taakvergemakkelijking voor de handhavers van de openbare (opsluitende en buitensluitende) orde.
Wanneer de kinderen eenmaal opgesloten en buitengesloten zijn en beziggehouden worden met andere zaken dan het concrete gebeuren in de arbeidswereld der volwassenen, zijn de GEHEIMEN die daar zijn veilig. Kennis van zaken is evenzeer een bezit als alle stoffelijks een bezit is. Alle stoffelijks, op de vrije goederen na, zoals de zuurstof in de vervuilde lucht. De opsomming van vrije goederen, dat is zo ongeveer de kortste lijst die men van economen kan vragen.
GEHEIMHOUDEN is dus herleidbaar tot in bezit houden. Maar er is aan het houden van geheimen nog een andere kant.
Wij hebben geleerd om over de voor ons waarneembare en ervaarbare situatie heen te schieten met onze aandacht : in school was de schoolsituatie geen onderwerp van gesprek. Thuis was en is de thuissituatie geen onderwerp van gesprek. In de civilisatie is de civilisatie geen onderwerp van gesprek. Dat er toch gesproken wordt, is een feit. Uit dat feit volgt dat er dus schijnonderwer pen nodig zijn, voor de schijnreflexie op de eigen situatie. Bij de civilisaties is het al heel gemakkelijk om de schijnonderwerpen te zien: de '-cratie' die er is, hier en elders, wordt tot onderwerp gemaakt. Niet dat er een -cratie is, dat is: dat er een civilisatie is, maar welke van de denkbare -cratieën er is.
Daarover praten zij en dan denken ze dat ze het over de maatschappij, de samenleving, de politiek hebben. In werkelijkheid wordt dat echte onderwerp volmaakt vermeden.
Geheim gehouden worden die fundamentele overwegingen die niet verschillen binnen de verschillende -cratieën. Geheimen zijn dus een bezit, maar geheimhouden is ook een gevechtshandeling, men voorkomt er bespreking van de eigen belangenbehartiging mee. Bespreken is aanvechten. Elk spreken is discussie, en zodra het ter besluitvoorbereiding gebeurt is het debat en werving/verkoop praatje. Wanneer men mensen zover kan krijgen dat ze hun doen en laten (hun koopkrachtuitoefening en het uitbrengen van hun stem) laten leiden en kiezen op grond van hun bewuste overwegingen, dan is het beïnvloeden van hun bewustzijn een gevechtshandeling die wellicht succes kan hebben. Hoe doe je dat beïnvloeden ? Antwoord: je probeert eerst het onderscheiden af te leren tussen 'zelf ervaren/waargenomen' en 'van horen zeggen'.De school is weer het instituut bij uitstek waar men dat afleren probeert te veroorzaken. Men doet dat door het reeds genoemde systematisch onbesproken en zo mogelijk onbewust laten van de eigen ervaring en eigen waarnemening van en in de eigen omgeving . Voor het bespreken van de eigen waarnemingen en ervaringen krijgt de leerling geen taal aangeboden. De leerling krijgt taalonderwijs dat het hem gemakkelijk maakt INFORMATIE door te geven. De hoogste status heeft de wiskunde, omdat die nergens over gaat, niet bruikbaar is om eigen waarnemingen en ervaringen te ordenen en zelfs niet om de eventuele onzin in te zien van informatie waar de aandacht op gericht wordt.
Gaat het er om datgene te beïnvloeden wat aan de ex-leerling bewust wordt in de vorm van tekst, volzinnen, taal, evenzeer gaat het er om dat de ex-leerling zichzelf opvat als dat wat ze van hem gemaakt hebben en het gaat er om dat hij met wat dan misschien WILSKRACHT heet handelt vanuit wat er van hem gemaakt is (zijn PERSOON geheten) ook tegen HET IN HEM (Es, bij Freud) in. Wat er gebeurt is dus te zien als het tot stand brengen van een samenhangende verzameling verschijnselen : de aandacht van de mens, het kind, de opvoedeling, de leerling wordt afgeleid en afgehouden van zijn concrete voor hem zelf ervaarbare en waar neembare eigen omgeving, omstandigheden, situatie. Zijn aandacht wordt gericht op het voor hem als enkeling niet of slechts via anderen beïnvloedbare: het verleden, de politiek, het actieve bestaan van de IETSen. De individuele mens is nu enkeling geworden : hij is wel los gedefinieerd van alle andere mensen, maar is niet een individu, wat onder andere blijkt uit het feit dat hij niet geleerd heeft zijn leven van conceptie tot dood op te vatten als zijn eigen zelfverantwoordelijk eenzaam avontuur, dat hem mogelijk wordt gemaakt door wat hem ter beschikking gesteld wordt anders dan vanwege zijn tijdgenoten/soortgenoten: tijd, aandacht, energie en leervermogen. Die tijdgenoten voorkomen dat hij op onverwachte ideeën komt om aan de kost te komen, door hem te scholen. De in een per definitie hiërarchisch opgebouwde civilisatie levende mensen herkennen in de creativiteit der nieuwkomers een bedreiging van hun gevestigde posities. Ze hebben maar één zekerheid: uiteindelijk worden de posities overgenomen door jongeren. Zolang mogelijk zullen ze de jongeren onder zich houden. Scholen is niet bedoeld om de jongeren kansen te geven in de maatschappij posities te gaan bekleden op eigen initiatief. Scholen zijn bedoeld om jongeren te laten uitzoeken die geschikt zijn om gebruikt te worden : als nooit-positiebekleder of als opvolger van een positiebekleder, maar dan een opvolger die het systeem doorheeft en doorgeeft van het IEDER OP ZIJN BEURT. Dat wees ik al eerder als een centraal regelmechanisme in de civilisatie aan : het aan de beurt komen, dat wil zeggen het altijd wie later begonnen achter zich hebben. Dit bovenstaande betreft de civilisatie, onafhankelijk van elke -cratie.
0 Reacties