Jaap Schot, 27 maart 2002
Geluk dat je hebt, is per definitie altijd toeval. Het hebben van geluk is geen prestatie. Het hebben van geluk kan als veroorzaakt worden beschreven, en het kan ook als gedaan opgevat worden. Wie andermans geluk doet, is een zegen voor die ander. Een zegen voor mij is wat een ander doet en waar ik geluk bij heb, dat het gedaan wordt (resp. dat het gebeurt, want voor mij maakt het niets uit of er een dader is of niet).
=========
‘Iemand geluk doen hebben’ is ongelijk aan ‘iemand gelukkig maken’.
========
Voor een strever (resp. gedrevene, iemand met een ingebouwde slavendrijver) is ‘geluk hebben’ ‘een kans krijgen, gelegenheid vinden, om te benutten, om aan te grijpen. Wij, die in een civilisatie gevangen zitten kunnen niet voortbestaan zonder enig streven te tonen (minstens te suggereren) aan onze omlevenden / tijdgenoten. Enige kansen dienen we op te merken en te grijpen. Dát is op zich nog geen onvrijheid: in het wild moeten we ook reiken om een banaan te plukken. En we moeten oppassen voor roofdieren, voor giftige en verwondende planten en voor ziektekiemen. De natuur is ook geen couveuse voor ons. Dat maakt ons niet onvrij.
Die tamelijk vijandige natuur voorkomt wel verveling, maar niet vreugde, lust en weldadige verzadiging.
===========
Iemand anders z’n gelukkig zijn veroorzaken, dat kan niet, iemand anders ongelukkig maken is in gevangenschap (dus in de civilisatie in ieder geval) mogelijk.
========
Wie naar de markt gaat om appels te kopen is niet erg benadeeld door het feit dat de voorgesneden soepgroenten zijn uitverkocht.
Analoog hieraan: Wie ‘gelukkig zijn’ praktiseert heeft geen vraag naar rang en is dan ook niet geschaad door het feit dat er teveel tot gebruiksvee gemaakte mensen op aarde (nu ja: in de wereld) zijn, teveel
1. ten opzichte van ‘de natuur’ die zij onherstelbaar schaden en
2. ten opzichte van de hoeveelheid gebruik die men (de gebruikers, de klanten, de kopers) voor dit vee heeft weten te verzinnen.
=
Rangschikken doet men zich door anderen te gebruiken en door zich door anderen op status gevende wijze te laten gebruiken. Wie niet alleen geen meerderen nodig heeft om die te bewonderen (te achten), zich aan hun aandacht en nabijheid te laven, ‘op te laden’ en om na te apen, maar ook geen minderen om als gebruiker, als meerdere, als hogere, als overtreffer, aan de beurt en/of aan zijn trekken, te komen,
die is vrij van alle rangschikken.
========
Veel kansen zullen zich voor deze, van rangschikken vrije mens, onthullen als valstrikken. Sommige kansen zijn dat niet. Sommige mensen hebben geen benadelen voor als ze iemand een kans geven of laten en sommige kansen komen niet via mensen tot stand, maar langs hen heen, buiten het maatschappelijk spel der mensen. Wat buiten dat spel is, speelt niet mee.
Maar let op: er bestaan in de natuur ook vallen: schoolvoorbeeld: er zijn van die bronnen van vloeibaar ‘asfalt’ of zo, waar dieren dan in wegzakken en er is dichter bij huis wel eens ergens drijfzand.
=======
Anderen ongelukkig (unhappy) maken, , dat kan. Het is een van de vele technieken waarmee de rangschikkers hun doel nastreven. Als de Engelsen hun koningin toezingen dat God haar onder andere happy moge maken, dan blijkt dat gelukkig zijn een voorrecht, een deel van de glans (de luister, het ‘licht zijn’) van de ranghogere is. Het aangepaste, meedoende lagere volk, het gebruiksvee, weet dat dan. Het zal zich niet met de gelukkige (the happy one) naast zich verheugen om diens geluk. Zelfs elk teken van de afwezigheid van ongelukkigheidsgevoelens bij ‘lageren’ wordt deze zeer kwalijk genomen. Schoolvoorbeelden hiervan vindt men in de reacties van ‘werkenden’ op tevreden (niet uitdrukkelijk lijdende) werklozen.
======
OVER ONZE OPLEIDINGEN.
Er zijn mieren die honing bewaren en wel door sommigen van hen met een achterlijf overvuld met honing als een voorraadpotje aan de zolder van hun nest te hangen. Die mieren die daar hangen zíjn honingpot of ze willen of niet. Lopen en zo kunnen ze niet meer. Ze zijn pot. Punt uit. Met welk zelfbewustzijn kunnen deze beestjes gelukkig zijn? Als ze zich nog steeds wensen een bewegende, ongebruikte mier te zijn, zijn ze behoorlijk waarschijnlijk óngelukkig.
Zo, en nog veel erger, is het ook met geciviliseerde mensen. Ik hoorde zojuist tijdens het koffiezetten, voor de radio zo’n menselijke hangpotmier: deze (dit brein) was gevuld met iets totaal onbruikbaars en onnodigs: kleding die niet eens bedoeld was om gedragen te worden en dus, het moet wát zijn, ‘kunst’ is. Zo’n gebruikte zou misschien wel helemaal ophouden haar pot met onzin vast te houden, als ze zich als pot herkende en erkende.
=
Bewust maken en gelukkig maken vallen niet samen, als ‘gelukkig’ zo wordt opgevat dat ook zo’n als informatiepot gebruikte het kan zijn.
=
‘Happiness refers to the feeling’, zo leerde mij het leerboek Engels. Voelen echter is een uiterste vorm van ZELFbedrog. Het is DE manier van het zelf (de apperceptieve massa) om zichzelf voor te doen als ZELF. Ik bén een hangpot. Dat voelen ze.
Ze voelen / denken / zeggen niet: IK ben gereduceerd (in dit geval: tot een voorraadbus). Van mijn natuurlijke IK hebben ze een kunstmatig ik-ding gemaakt.
=
Voor zover ik weet in tegenstelling tot de andere heilige boeken is de Bijbel de grote bron van ontevredenheid met wat er van je gemaakt werd door wie jou gebruik(t)en. De Joden vertellen elkaar niet alleen maar en met instemming hoe je je aan moet passen om in de civilisatie te overleven.
De Joden zijn de dragers van de opstand tegen de civilisatie. Ze vluchtten uit Egypte. Ze bleven zich in ballingschap voelen onder de Oosterse potentaten. Ze raakten verstrooid door zich te verzetten tegen de Romeinen. De orthodoxe joden WETEN meestal niet meer voor welk probleem ze een oplossing bewaren. Maar voor dat niet WETEN compenseren ze met eerbied: voor de oorspronkelijke teksten en voor de commentaren van de uitzonderlijken die wel WISTEN en WETEN. De Joden achten niet iedere hangpot gelijk aan de mierenkoningin en de vrij vliegende mannetjesmieren.
=
Als dat onderscheiden tussen ‘natuur’ enerzijds en ‘culturen en civilisaties’ anderzijds de oorzaak van jodenhaat is, dan toch onbewust, zo diep denken hangpotten echt niet béwust.
==27-3-02 12:27\\==||27-3-02 12:37:
Tijdens dat vraaggesprek vanmiddag, met die hangpot met mode, stelde de interviewer een vraag die de hangpot tot ‘van buiten af naar haar eigen situatie en vulling kijken’ aanzette. Dat weigerde die “levende” hangpot natuurlijk. Ik voelde toen de neiging die vraag te herhalen, haar níet te laten ontsnappen aan dat bewustzijn, die ontmaskering. Maar is dat nou wel zo verdedigbaar?
=
De Joden doen niet aan zending. Waarheid heeft geen verdediging en verkondiging nodig, ze is ononderbroken aan iedereen gegeven, van nature, zo men wil ‘van Godswege’, God is de gever (schepper van de zintuigen en van de hersenen en de gelegenheden waarbinnen die zich ontwikkelden, per soort en per individu).
=
Zij die onderscheiden tussen schepping en maaksel, tussen aarde en wereld, tussen echt en spel, tussen gelden en ‘waar zijn’, tussen KENNEN en geloven, blijven (of geraken weer) buiten de civilisatie. Wie buiten de civilisatie bleef of gaat, zal die onderscheidingen, de genoemde en de eraan vast zittende, KENNEN, onvermijdelijk, zoals wie niet blind is het licht en het donker KENT.
=
Wie dat wil, kan tot voorbeeld nemen wie buiten de civilisatie is, leeft, er niet aan deelneemt maar er slechts een deel van neemt [zoals een eekhoorn een deel neemt (om te leven) van de vruchten van het bos waarin hij woont] en in ruil er aan bijdraagt, niet vrijwillig, maar, hoewel gedwongen zonder tegenzin.
=
Wie dat (een voorbeeld daaraan nemen) niet wil, kan het nalaten.
=
Met recht zich beklagen kunnen diegenen die nooit zo’n voorbeeld zagen en te weinig inventief zijn om zelf op dat idee van ‘er uit gaan’ te komen.
=
In levensgevaar is wie de Bijbel opnieuw duidelijk aanwijst als het boek met de onderscheidingen [tussen wat de propagandisten voor de civilisatie onder een noemer gebracht willen houden]. Het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth leert ons dat het volk, de massa der gebruikten, het niet waard is. Velen zijn geroepen, weinigen uitverkoren, de massa hoort zelfs de oproep niet, die kijkt op het een of andere andere net.
=
Wie een licht ís, hoeft zich niet te verbergen, maar anderen in de ogen schijnen of hun rommel ál te zeer in je licht zetten, dat is geen taak. Voor wie licht zoeken zij het te vinden, merk je op niet gezocht te worden, bedenk dan het troostende verhaal dat er een God is, die ziet, opmerkt en zich verheugt over elk licht, dat immers een bewijs is dat er in Zijn Schepping wel degelijk licht is.
=
27-3-02 13:07||
0 Reacties