Getalenteerd

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 16 november 1985

OVER 'TALENT', EEN WOORDVERKLARING (wvk)

In een scriptie over het onderwijs in de DDR trof ik het woord 'getalenteerd' aan. Over dat woord wil ik een opstel schrijven teneinde een voorbeeld te geven van een van mijn wijzen om een tekst te benaderen.

Ik weet dat het woord 'talent' de naam is van een geldeenheid die in de Bijbel wordt genoemd. Het is echter voor mijn werkwijze niet nodig iets te weten, het is slechts nodig te willen weten, nieuwsgierig te zijn.

Ik zoek het woord 'talent' op in het prisma-woordenboek Nederlands, een heel eenvoudig woordenboekje. Ik vind: "bepaalde geldswaarde; bijzondere aanleg; iemand met bijzondere aanleg. talentvol of talentrijk : met bijzondere aanleg."

Ik zoek het woord 'talent' op in de dikke VanDale. Ik vind: "-2(de betekenis:) gave, (door God geschonken) met betrekking tot het gebruik dat men ervan maakt (vgl. Matth.25:14 vlg.) met zijn talent woekeren, er zoveel mogelijk voordeel van trekken, het zo goed mogelijk besteden; -(in 't bijz.) natuurlijke begaafdheid, bekwaamheid tot enige kunst of werkzaamheid; kundigheid [.voor schilderen, voor muziek] -'begraaf uw talent niet onder de aarde', men moet zijn kennis en bekwaamheden niet ongebruikt laten; -4(de betekenis): (meton.) iemand met veel begaafdheid (een jong talent).

Naar Mattheus 25 vers 14 en volgende gaand, vind ik in de nieuwste vertaling (Groot nieuws Bijbel/1983) in de omgangstaal de talenten niet meer terug, maar 'gouden munten' en 'goudstukken'. Ook de Heer is niet meer te vinden, het is in deze vertaling een man met dienaars, die bezit. De bezitter gaat van huis en geeft zijn dienaars resp. 5000, 2000 en 1000 goudstukken, om er handel mee te drijven. Van wat ze in dat gebruiken winnen mogen ze, zo kan men tussen de regels door lezen, in hun levensonderhoud voorzien, maar de winst die ze overhouden geven ze bij terugkeer aan de bezitter. De knecht die 1000 goudstukken heeft "gekregen" heeft ze begraven en geeft ze terug, zonder enige winst dus. De Heer vindt dat de knecht ze op de bank had moeten zetten en ze zodoende door anderen had moeten laten gebruiken om er winst mee te maken.

In dit verhaal wordt vastgesteld dat elk mens zijn begaafdheden (inclusief zijn leervermogen) evenals zijn tijd van leven, zijn vrij besteedbare aandacht en zijn levensenergie krijgt van God, en dus niet van zijn tijdgenoten, zijn stamgenoten, zelfs niet van zijn ouders. Het toppresteren met gebruikmaking van de begaafdheden, het benutten van de gelegenheden die zich voordoen of te bereiken of te scheppen zijn, kan de betrokkene doen of laten. De betrokkene heeft ten aanzien daarvan een "vrije wil". Dat maakt dat de betrokkene, de begaafde beloond of gestraft kan worden op grond van het gedrag dat hij in vrijheid, zonder dwang, koos.

De moderne samenlevingen zijn civilisaties met nog steeds de in bovenstaand verhaal gebruikte posities van Heer (bezitter) en knecht (= wie slechts met gebruikmaking van wat een ander bezit aan productiemiddelen en hem door deze tegen tegenprestatie in gebruik gelaten wordt zijn werkkracht , d.w.z. zijn tijd, aandacht, energie en gespecialiseerde vaardigheden kan ruilen met andere knechten). Deze moderne samenlevingen zijn "gedemocratiseerd", dat wil zeggen dat de ingezeten burgers parttime knecht en (als klant) parttime Heer zijn. Voor de burgers van deze moderne samenlevingen zijn de Godgegeven talenten slechts "human resources", evenmin godgeven als de mangaanknollen op de oceaanbodem; evenzeer als die knollen het eigendom van wie ze zich als eerste kan toe-eigenen. God is weggedacht uit het verhaal over de begaafdheden, de aanleg, de aangeleerde specialisatie, de mogelijkheid tot topprestatie. De burgers van de moderne samenleving eisen als spaarders rente voor hun geld, eisen als klant en als betalende toeschouwer de topprestatie en geven, als werknemer wat er van hen geëist wordt. Ze doen dat met plezier of met tegenzin, ze doen hun best of ze lopen er de kantjes af, ze maken zich hun situatie als gebruikte al of niet helder bewust door deze te begrijpen en te verwoorden, kennen doen ze hun situatie allen. [Let wel: parttime gebruik is kwalitatief puur gebruik, en ook (door het op zijn beurt eisen ) gewroken gebruik is kwalitatief puur gebruik. Het gebruik in een gedemocratiseerde civilisatie is vrijwel voor iedereen zowel parttime als gewroken. Nochtans is het puur gebruik, kwalitatief is er niets veranderd. Spreiding, nivellering en zelfs gelijke verdeling en regelmatige gelijke herverdeling van macht over elkaar, van bezit dus, blijven slechts revisies, hervormingen. Deze veranderingen, zelfs de extremistische voorstellen zoals het 'Jubeljaar' in de Bijbel, blijven cosmetisch, oppervlakkig. Het blijven maatregelen in het gebied ten Oosten van Eden, in de gevangenis buiten het paradijs, buiten het rijk van de vrijheid.] ..aanvulling d.d.191185;11.38u Gevaarlijker dan de waanvoorstelling dat alle speciale begaafdheden dienen te worden ontwikkeld, is de waan dat de ideale man de stamvader dient te worden van een "zaad" of nageslacht, dat talrijk is als het zand van de zee. Die ideaalstelling stamt uit het veehouderstijdperk: wie veel vee had, was enigszins beschermd tegen droogte en ziekten onder het vee. Men ging het vee tellen en 'meer', werd 'beter'. Eenvoudig overdragen van dit tellen op het kindertal, ziende op kindersterfte, was hier de grondfout. Het maken van zulk soort fouten is even onschuldig als het gepraat van Hitler, als niet miljoenen er onnadenkend voor gaan werken als versterker, loopt er niets mis. Niet de waanzinnigen die gevolgd worden zijn de ramp, de massa volgelingen zijn dat. Zo is dat ook met het westerse (in tegenstelling tot het oosterse) economische systeem van uitbuiting van andere mensen en vernietiging van het natuurlijke milieu. Het meedoen aan het systeem in een grotere mate dan wordt afgedwongen is de fout die tot een ramp voerde. (Voerde, want de ramp is gaande.) De onderontwikkelde landen/volkeren zijn niet anders ingesteld, ze hebben alleen nog maar niet volop de gelegenheid gehad te bewijzen dat ze evenzeer tot deze misdaden bereid en in staat zijn als de rijke, ontwikkelde volkeren. Het gebeuren omvat wat er gedaan wordt, niet wat er wordt voorgesteld en niet dat waarop wordt aangedrongen. Het zich voortplanten is ook niet meer dan het nadoen van vorsten. Het is passend het 'dynasticisme' te noemen. Slechts wie in natuurlijke vrije omstandigheden, op een in het ecosysteem passende, erdoor draagbare, wijze leeft, dient zich voort te planten. In de civilisatie ontaardt het zich voortplanten tot de bioindustriele vervaardiging van slaven/robots/gevangenen/bezitters. Die namen zijn in dit verband onderling verwisselbaar, in de civilisatie is iedereen gevangen in het eigen bezit en buiten het bezit van anderen, er resteert al lang geen gezamenlijk bezit meer en ook geen noemenswaarde hoeveelheid vrije goederen. Men dwingt elkaar tot kunstjes, dus in competitie tot toppresteren. Onontkoombaar wordt er een overschot aan presteerders aangemaakt: werkelozen. Wie de werkeloosheid bestrijdt, vermindert de kwaliteit van het bestaan van de burger als klant/consument. Dat is wat er in het Oostblok gebeurt. Ook daar hebben de burgers dat niet voor elkaar over, ze verzetten zich allen lijdelijk door hun best niet te doen en daardoor de kwaliteit van hun bestaan en consumeren onnodig omlaag te schrooeven. Ze bewijzen dat ze niet beter waard zijn dan het kapitalisme, het westerse systeem van uitbuiting en uithongering. Is het begeerte, is het ondoordachtheid, het is zinloos er een oorzaak achter te postuleren. Het oorzaak-gevolg schema is hier beeldspraak, ontleend aan de grove mechanica, waar het beschrijving is. ..13.00 u Al wat kan wordt door god gegeven, door god bedoeld, door god positief gewaardeerd, geloofd en geprezen, dat is de opvatting die in deze gelijkenis kan worden gelezen. Meer kinderen van Israel betekenen meer volk van god, meer verwerkelijkte, ontwikkelde mogelijkheden betekenen meer schepping. Er is geen goede god waarneembaar, waar een diersoort ook van leeft, van de jongen van anderen, van planten, van plantendelen of zelfs van zwakkere soortgenoten, ze is als diersoort, als nieuwe verwerkelijkte mogelijkheid welkom zodra en zolang ze overleeft. Alleen succes telt, zo zien we in de schepping. Een god die enig goeds bedoelt, een god die ueberhaupt iets bedoelt, een god die bestaat, dat is een verzinsel van mensen in civilisatie, een wensdroom. Goden zijn projecties van Heren, heersers, projecties die vertekend zijn met de wensen dergenen die zich onderschikten. Wat die ondergeschikten zich wensten en wensen was en is: gelijkheid aan de goden, dat wil zeggen: consumenten van luxe worden en (aanvankelijk daartoe, later als doel op zich:) macht hebben, heersen. 'Rijk worden' is 'zich veilig stellen' geworden, veilig is slechts wie door de machthebber wordt begunstigd, want tegenover de absolute vorst (tegenwoordig het soevereine volk of de soevereine volksrepubliek) is niemand, ook de rijkste niet veilig zonder die gunst. De plaats voor de verbiddelijke goden is daar waar de techniek het af laat weten: de techniek in het omgaan met het niet levende zowel als, in het omgaan met het levende en in het omgaan met de anderen als begunstigers, de sociale vaardigheden. Voor iedere enkeling blijft er een grote ruimte voor zulke goden, omdat iedere enkeling in een civilisatie buiten staat en gelegenheid blijft om voor zichzelf te zorgen, zich te beveiligen op eigen kracht te vertrouwen. Het onderwijs maakt van ieder individu een enkeling. Iemand die niet in staat en in gelegenheid is tot zelfhandhaving zonder de gunst van anderen. Het onderwijs doet dat als niet al eerder het thuis, het gezin, het heeft gedaan.

Als voor de enkeling die het bewustzijn van het bestaan van goden nodig heeft voor psychisch evenwicht als deelnemer aan de civilisatie de een of andere confectiereligie voor geciviliseerden gereed ligt (hindoeisme, islam, christendom), dan hoeft hij niet zelf naar een of ander onzinverhaal te zoeken. Nu deze confectiereligies zijn ontmaskerd als wetenschappelijk onhoudbaar, als niet juiste beschrijvingen van wat is, als verzinsels, worden er nieuwe, zogenaamd wetenschappelijke religies aangemaakt: marxismeleninisme en de westerse economische theorieen. Daarnaast is er veel afzet voor gepraat over het in de sterren geschreven staan van wat er gebeuren zal en vele mensen smullen van wat ze fantaseren aan gene zijde van het reeds wetenschappelijk bestudeerde en technisch beheerste.

Zoals de mens een nietgebied nodig heeft om zijn vuil in te storten, zo heeft hij ook een werkelijkheid nodig waarnaar hij kan ontsnappen uit de gevangenis die de civilisatie waarin hij leeft is. Die werkelijkheid is niet langer gegeven in de vorm van 'het grote bos', 'de natuur', 'de wildernis'. Het gegevene is wetenschappelijk bestudeerd of in studie (en daarmee in bezit) genomen. Slechts het bedachte en dat waar de wetenschap nog geen theorie, maar slechts waarnemingen heeft (zeg maar: spiritisme, parapsychologie om een voorbeeld te hebben) kan als zulk een mogelijk gebied om naar te ontsnappen en om verlossing van te verwachten dienen. De hoop als laatste geschenk uit de doos van Pandora. Naast de parapsychologie, de psi-krachten, is er de technologie als voorwerp van hoop: "ze vinden er wel wat op, de mensheid is tot nu toe aan alle zogenaamde laatste bedreigingen ontsnapt." Zoals ieder van ons als individu, zo stelt ook de mensheid als soort vast :"tot mijn dood overleef ik alles".

Inzichten als deze zijn niet nieuw, evenmin als de kennis van het feit dat de gewonen, de meerderheid der enkelingen, niet door deze inzichten zich het gedrag laat sturen. De mensheid als geheel zoekt zelfs niet naar overlevingskansen, zoals ook de enkelingen daar niet naar zoeken. Ik blijf hier in mijn gevangenis wonen, puur afwachtend. Het kan oorlog worden, mijn uitkering kan worden gestopt, ik ben niet in staat iets aan mijn omstandigheden te doen. Ik ZIT. Bezitten is zitten. Bewegen tussen bezitters is spitsroeden lopen. Ik heb het niet over veroveringstochten, voor de zigeuners is er zelfs geen werkgelegenheid meer om al trekkend van te leven. Dat is de reden waarom ze worden gehaat. Ze zouden niet hoeven te stelen en dat wellicht ook niet doen, als er volop werkgelegenheid voor hen was als stoelenmatters, doorverkopers van meegenomen waren, verrichters van zelden nodige diensten, brengers van exotisch amusement.

De mensen van tegenwoordig ZITTEN. Dat kenmerkt ons bestaan. ..1700u De bewegende mens is niet per definitie de opgejaagde en evenmin per definitie de veroveraar of de zwerflustige of de avonturier. Er is een belangentegenstelling tussen de bezittende, gevestigde mensen enerzijds en de bewegende, trekkende mens anderzijds. De bewegende mens heeft ruimte nodig die tussen de bezittingen der gevestigden ligt en door hen voor de bewegende mens wordt vrijgelaten. De bewegende mens moet evenzeer met rust gelaten worden als de zittende, hem moet bewegingsruimte gelaten worden.

Overal zitten mensen, geen aardoppervlak en geen niche in de natuur is meer onbezet. Geen baan is meer vrij in de maatschappij, geen jachtgebied in de natuur, geen werkgelegenheid die niet door bevoegden wordt bezeten. Diploma's lijven de geslaagden in bij de bevoegden, wier gezamenlijk bezit de bijpassende banen zijn. Aan de slag komen buiten dat gezamenlijke gebied van werkgelegenheid hoef je niet eens te proberen. Een volk in beweging krijgen om het levensruimte te laten veroveren betekent het beginnen van een wereldoorlog. De overbewapening waaraan we nu lijden is volstrekt begrijpelijk en gegeven deze vooronderstellingen ook verstandig. Slechts het ophouden met privaatbezitten en met nationale staten vormen zal de basis leggen waarop ontwapenen kan. Slechts wanneer we de woestijnen aanvallen en het onverstandige omgaan met hetgeen nu bezeten wordt, kunnen we van de grondstoffen gereedschappen maken in plaats van wapens. Ontwapenen is een oppervlakteverschijnsel.

Zoals er met de meeste mensen geen gesprekken te voeren zijn, doch slechts twistgesprekken, discussies en debatten, zo is er met de meeste mensen ook niet samen te leven, samen te hebben, samen te zijn, samen vrijheid te beleven. Bezit en vrijheid zijn onverenigbaar.

Er is een verschil tussen wat ik respectievelijk 'bezit' en 'eigendom' zal noemen. 'Bezit' is dat waar je bij moet blijven om het te verdedigen tegen gebruik en verbruik en toeeigening door een ander. 'Eigendom' is wat je bij je hebt, draagt, in gebruik hebt. De beide begrippen laten zich niet onderscheiden wanneer je spreekt over wat 'van jou' is. Ik besef dat de meeste mensen zullen vinden dat het onzinnig is te denken over zulk een onveranderbare stand en gang van zaken als 'bezitten'. Het komt hen even onzinnig voor als het denken over een toestand waarbij voorondersteld wordt dat de Himalaya ergens anders ligt dan waar ze nu ligt. Als er intelligentie is, dan kan dat alleen maar blijken uit het beseffen door de mensen dat deze sociale afspraak en gewoonte van bezitten van een andere orde is dan de ligging van de Himalaya. Waar dit besef niet optreedt en niet tot er anders mee omgaan leidt, daar is geen intelligentie. Daar is geheugen, daar zijn eventueel biologisch geproduceerde informatieverwerkende machines, maar er is geen intelligentie. Intelligentie vooronderstelt het niet aan elkaar gelijkaardig stellen van wat ongelijkaardig is. Sociale gewoontes en afspraken zijn te veranderen, door het nemen van een beslissing, wat een praktisch tijdloos gebeuren is, geen stap voor stap proces, geen langdurige evolutie.

Ik vrees dat we niet veel anders zullen kunnen doen dan vaststellen dat ook 'intelligentie' een verzinsel was, evenals 'de vrije wil' en 'god en de goden'. Ik beleef er vreugde aan dit soort dingen te beseffen en te verwoorden. De toestand om mij heen verslechtert noch verbetert doordat ik haar begrijp en verwoord. Als gewaar geworden, begrijpende, besprekende geest heb ik volstrekt geen invloed op mijn onderwerp. Als handelend, sprekend lichaam evenmin. Door mij geen doel te stellen kan ik mijn machteloosheid ervaren zonder dat er machteloze woede en frustratie is "in mij". Het past mij mijn gewaar zijn, kennen en begrijpen los te maken van mijn voelen en mijn uitspreken los te laten bestaan van enig verlangen om gehoord te worden, bijval te krijgen en medestanders die met mij vanuit het inzien in kwestie handelen. Dat past mij, zodra, zolang en inzoverre het anderen past om intelligentie op te vatten als te bestaan los van handelen uit wat gekend, begrepen en verstaan wordt. Waarheid heeft geen verdediging nodig. =

Het komen tot de hierboven uitgeschreven inzichten was een avontuur van het brein, van de geest, zo men dat woord in dit verband wil. De fysieke barrieres die het bewegen tussen de bezitters onmogelijk maken, zijn niet door denken te verwijderen.(Is dat de exacte uitdrukking voor 'zijn niet weg te denken' ?) De mensen zijn als individuen onaanspreekbaar, gecensureerd als hun informatie wordt door hun persoonlijkheid, hun apperceptieve massa, die als barriere in plaats van als gereedschap functioneert, wordt gebruikt, wordt opgevat. =

Het meest opvallende verschil tussen zoals ik vroeger was enerzijds en zoals ik nu ben anderzijds is, dat geen enkel verschijnsel, daad, gebeuren, dat ik waarneem me nog enig gevoel bezorgt. Ik hecht nergens meer enig belang aan. Als iets belangrijk voor mij wil zijn moet het mijn belangen raken. Ik eindig bij mijn vel en bij mijn nooddruft. De luxe van waarden en normen is mij evenzeer te duur als de luxe van onnodige goederen en diensten mij te duur is. Ik doe al vele jaren niet meer mee aan de onnodige strijd om luxe en om wat mij niet individueel raakt. =

Ik stel niet dat dat een ethisch positieve beslissing is geweest, het is gewoon door mij begonnen en wordt door mij voortgezet. Zelfs mensen in mijn buurt, mensen met wie ik omga, hoeven van mij dit niet te beseffen, ze mogen het zowel met woorden als met daden ontkennen en ertegen in gaan. Als ze er maar niet mee aan mijn hoofd zeuren, bijvoorbeeld omdat het hen niet met rust laat. Zij mogen hun spelletje 'bezitten in competitie' spelen. Ik wil alleen maar mijn rust. Ik speel niet mee. Ze betekenen niets voor mij. Ik voel niet meer, dus ook geen "verbondenheid". ..05.00u ongeveer op 19nov1985

Ik pleit dus voor, of wijs minstens op de mogelijkheid en noodzaak van opstand tegen de civilisatie, tegen de lieden die de maatschappelijke krachten, afkomstig van Koning Klant, Rente Regina en Karel Kiezer door zich heen laten werken op de mensen in hun omgeving, zich als individu onaanspreekbaar tonend. Het betreft de verlate oproep van opstand tegen de Romeinen, opstand tegen de soevereiniteit, opstand tegen de onredelijkheid, de onbeïnvloedbaarheid, de heerschappij, de onderwerping.

Er is een verschil in bestaanswijze tussen de Himalaya en het monster Trotteldrom (de maatschappij, de maatschappelijke stand en gang van zaken). Het monster Trotteldrom is er slechts zodra, zolang en in zoverre de mensen die samen het monster vormen doen en laten op hun vormende manier.

Het monster vormt de kinderen, de exkinderen vormen het monster. Het monster maakt van kinderen personen, zij die zich niet aan hun persoonlijkheid onttrekken, vormen het monster. De kinderen worden omhangen met een persoonlijkheid, niet gemaakt tot een persoonlijkheid. Ieder mens is en blijft individu, tenzij het kind, de mens, het individu in de persoon sterft: de doden die hun doden maar moeten begraven, terwijl wie nog tot leven op te roepen zijn Jezus moeten volgen, dat wil zeggen: moeten gaan oproepen tot leven, tot afleggen de wapenrusting van de maatschappij, tot wereldverzaking.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *