Jaap Schot, 5 april 1985
Het is totaal onverschillig waarmee de gevangenen in een wereld vol deskundigen, bevoegden, dienstverleners en regelaars hun 'vrije' tijd vullen in hun cel van bezittingen en toegekende rechten. Met andere woorden, in de ruimte die anderen hen laten.
Die bezigheden leveren altijd weer enige werkgelegenheid aan anderen, wat een bron van aanbeveling is. Zo zijn de mensen in de gevangenis met elkaar bezig.
Het is alles ijdelheid, poeha, het najagen van wind.
Toch worden er binnen die besteding van de vrije tijd, binnen het doen van al dat onnodigs, de oorlogen, de misdaden en massamoorden gepleegd. Evenals het in omvang minstens even grote, zich spontaan summerende alledaagse leed dat allen, altijd en overal elk ander aandoen.
Natuurlijk: niet allen, niet altijd, niet overal, niet onvoorwaardelijk, niet onontkoombaar.
Het einde van de geschiedenis
Ook het beseffen van dit alles maakt niet extra blij. Ik schreef vijf jaar geleden nog dat ik van goede gesprekken hield, dat ik die wou voeren. Dat is over. Ik ben totaal plat, ik hoef niet meer. Ik weet nu dat er geen onderwerpen zijn die voor een goed gesprek als onderwerp geschikt zijn. Er is niets te zeggen. Ik begrijp nu, toen niet, dat er niemand gesprekken wil. Iedereen weet al het ter zake doende omtrent de stand en gang van zaken in de wereld vol verzorgende specialisten al: er is niets meer te zeggen. Koning Klant gaat door, de factor kapitaal en de factor arbeid gaan ook door met altijd hun zelfde verlangens. Wat verstandig, welingelicht en vanuit een gezamenlijk doel gedaan zou moeten worden, blijft uit. Want er is geen verstand in miljoenen kleine beheerders van kleine bijdragen.
Er is geen hoop te funderen. Alles verloopt gewoon, hoewel het gedaan wordt, heeft het slechts het karakter van gebeuren. Want er zit geen verstand achter dat een eenheid vormt. De mensen zijn totaal onaanspreekbaar, ze willen het alleen nog niet toegeven. Daarom praten ze door, in de valse hoop dat anderen wel aanspreekbaar zullen blijken. En waarachtig, ze krijgen nog gedeeltelijk en tijdelijk gelijk ook: kinderen worden te goeder trouw geboren en blijven dat soms tientallen jaren lang. Na die jaren zijn ze teleurgesteld, ontgoocheld, gedesillusioneerd, ze zien het niet meer zitten. Vaak hebben ze zich voor die tijd al voortgeplant en in de schulden gestoken, zodat ze nog lange tijd daarna bruikbaar blijven. Zo kan het nog enige tijd doorgaan, op het gebrek aan mensenmateriaal zal de geschiedenis niet stranden. Stranden zal ze, dat wel.
0 Reacties