Jaap Schot, 1-15 juni 2009
[Uitgaande van zijn eerdere opstel uit 2003, is het opstel in 2009 fors uitgebreid.
Dus, kan de lezer onderstaande delen van 2003 eventueel overslaan, J.S.]
[Vanwege de lengte van dit opstel is het hieronder in delen opgesplitst.
De afzonderlijke delen zijn te openen door op het plusteken (+) te klikken, J.S.]
11 februari 2003
dinsdag 11 februari 2003
====================
Het valt me, als ik uitschrijf veel gemakkelijker mij Gód als Luisterende voor te stellen, in te denken, aanwezig te vooronderstellen, dan ‘andere mensen’ als zodanig. Het is totaal onmogelijk dat er enig ander mens is die, zoals God, de gigabytes ter beschikking heeft om naast dat van al Zijn andere schepsels ook mijn geheugen / brein / verstand / apperceptieve massa geheel op Zijn schijf te hebben en daarmee alles wat ik uitschrijf meteen te verstaan. Mijn geheugen ís minisplinter van Zijn geheugen. Zo wordt het uitgezegd in een of andere theorie omtrent ‘wat en wie God is’.
========
Geloven (de bezigheid) is fout, ik dien te weten
1. dat ik niet weet en
2. dat het feit dat ergens sprake van is, geen aanduiding is dat het onderhavige een besproken iets is, dat het gebeurt, dat het bestaat. Van God wordt niet gezegd dat Hij bestaat (= langzaam gebeurt), dat Hij gebeurt, integendeel: God is van voordat de tijd begon (met de Grote Plof).
1 juni 2009
1-6-2009 13:57: Hij is van eeuwigheid tot eeuwigheid, Hij is buiten de tijd, buiten alle stof en buiten alle gebeuren. Maar evenzeer wordt van God gezegd dat Hij de dader is van alles, zoals wij de dader zijn van ons omgaan met dat daar buiten ons, de fietser met zijn fiets, de soldaat met zijn wapen en zijn vijand. Er gebeurt niets ‘buiten zijn heilige wil’: wat op eigen initiatief gebeurt (door iemand gedaan wordt), dat staat Hij, God, kennelijk toe, want Hij is almachtig en HEEFT GREEP OP ‘WAT GEBEURT’ (dus op de stof en de er op werkende krachten). Geen mus valt van het dak zonder ZIJN heilige wil. Met dát verzinsel “God” worstelt de hoofdfiguur in het bijbelboek ‘Job’.
Van (= óver / about) God wordt en werd zoveel gezegd en geschreven dat Hij even onkenbaar is als ieder van ons voor elk ander.
Zonder veel moeite kunnen we opmerken dat God DE DADER (de maker, degene die doet met dat daar buiten hem) is. Dat is die god naar ons (homo faber, de mákende mens) beeld van ons zelf. ‘De mens’, - let op dit is niet gewoon netjes die diersoort die de biologen onderscheiden – schiep zijn god naar zijn eigen beeld en gelijkenis. Dat zijn prachtige woorden voor de atheïst die zich verveelt en daarom ruzie zoekt met een orthodox gelovige, let wel: zo’n ‘eenvoudige beminde gelovige’ uit de roomse kudde.
Daar is iets tégen, tegen dat ruzie zoeken (“in debat gaan” heet dat in deze vorm) met mensen op de lagere niveaus van een gelaagde verzameling “aanhangers”. Popper wijst op dat bezwaar en stelt zich dan ook Plato voor als degene die hem tegenspreekt bij zijn (Poppers) verdediging van ‘The open society’. Die society is het netwerk van ‘oude deelnemers aan’ het afdwingen van voorrechten voor de erfgenamen van de kolonisten. Dat netwerk is, zo verklaart Popper, bij “ons”, tegenwoordig, open. Verticale sociale mobiliteit via merites (Nederlands: verdiensten) als producent. De koningin van Engeland slaat zulke verdienstelijken tot ridder ‘for life’.
En deze mogelijkheid erkenning te vinden, werkt motiverend (aanzettend tot voor hen zelf, als gebeurende mensengenencombinatie volstrekt onnodigs) in op de erfgenamen van de nederlaag die de achterkant was van de overwinning van de kolonisten. Dat motief heet ‘ambitie’. Door het hebben van ambitie komen mensen tot die prestaties waar sláven (gebruikten, erfgenamen van de nederlaag) daarvóór verplichtingen en nu verslavingen voor nodig hadden. Nodig hadden om ertoe te komen, om aan ‘gedrevenheid’ te komen. Die alom gepropageerde gedrevenheid, die door afkeurende benoemers ‘obsessie’ wordt genoemd. Lósse gedrevenheid, - gedrevenheid waar geen verkoopbare prestatie aan vast blijkt te zitten -, wordt, - als ‘stress’, als bron van onnodige slijtage enz. -, afgeraden en dáár zijn al die populariserende boeken over ‘genezing van de ziel’ en zo, voor te koop. Genezing van de ziel: door diverse religies, meditatietechnieken en toegepaste “psychologie” en psychiatrie. Veel van die helpende boeken zijn geheel vrij van het begrip ‘God’. In plaats van (en/of naast) dat begrip worden woorden uit vreemde talen en verre voorbije tijden ingevoerd. Soms ook “uit” toekómstige tijden. Geneuzel in massaproductie, waarnaar grote koopkrachtige vraag is. 1-6-2009 14:45
2 juni 2009
2-6-2009 9:35:
Het is met die boeken vol van die wijsheid in informatievorm als met partijprogramma’s. Het is informatie. Uit informatie handelen is en blijft ‘op buitenbesturing staan’. De computer waarmee ik nu werk is een ding, dat alleen maar op buitenbesturing kan handelen. Dat snapt iedereen na enig doordenken.
Als ik trommel op de plaat naast het toetsenbord, doet deze computer niets. Het ding heeft daar geen zintuigen en weet niet wat het met dit getrommel aan moet. Wij, schepsels die buiten de natuur (als vee) gehouden worden nemen allerlei prikkels en omstandigheden waar, waarop we geen in ons geprogrammeerd antwoord (= bijpassende reactie) aantreffen. Wij weten niet óf we moeten reageren, laat staan hóe. We gaan dan maar fantaseren dat hetgeen wij waarnemen geen kwaad kan en geen reactie behoeft. Als het ons lukt onszelf gerust te houden of ons weer gerust te stellen, ervaren wij vrije tijd / vakantie: we hoeven niks. Geen bevelen en geen nodigs te doen. Gerust blijven en onszelf weer gerust stellen, dat is nodig, maar het lúkt de mensen die de boeken waarover we het hebben, kópen en lezen, niet. Zij zijn zoekend, onzeker. En die boeken zijn (citaten / overschrijfsels / napraatsels) van personen / figuren met gezag. Dat wordt in die boeken (of als flaptekst, ook uitdrukkelijk vermeld, dat de schrijver gezaghebbend is). Informatie van een gezaghebbende is als een bevel en kan dus uitgevoerd worden en dan weet de zoekende waar hij zijn moet, de onzekere weet wat hij moet doen en nalaten. Wie zo’n boek ter harte neemt, gehoorzaamt en is als knecht, natuurlijk van het probleem af.
Deze mensen zijn niet denklui, ze kúnnen niet doordenken, zoals ik niet kan biljarten. Nooit gedaan en nooit enig belang er in gesteld. Het doordenken levert iets anders op dan ‘informatie’, het levert inzicht, zoals kijken en luisteren en betasten kennis opleveren. Meldingen (uitspraken omtrent kennis die je opdoet) zijn geen kennis en leveren geen kennis; wijsheden die je verwoordt en uitschrijft zijn geen wijsheid en leveren geen wijsheid. Wijze woorden en spreekwoorden en spreuken om op kalenders te zetten, dát zijn het. Niets mis mee, maar het helpt niemand om én geen knecht én niet onzeker te zijn.
In situaties waarvoor je niet geprogrammeerd bent, zit je fout.
Dieren zijn niet geschapen om in dierentuinen te wonen. Alleen wat eenden, mussen en kraaiachtigen zijn daar als vrije dieren. Zoals het onkruid in mijn tuin, dat er goed groeit en bloeit en blijft, jaar na jaar.
Wíj zijn niet geschapen om als gebruiksvee gehouden te worden. En op grond van die genomen kennis, zijn vele mensen opgehouden hun kinderen tot knechtschap ‘op te voeden’: ze hebben hun kinderen vrij gelaten en/of ze hebben hen geprogrammeerd om mensengebruiker / “heer” / heerser / manager / erfgenaam van de overwinning te worden / te zijn en DAARTOE IN CONCURRENTIE en (zo nodig, daaraan voorafgaand) in competitie te gaan: eigen vorige topprestatie en de topprestaties van anderen te OVERTREFFEN.
Dit zijn mensen van het sociale streefmodel. Dit soort lieden weet overal (exacter: in alle situaties waarin ook andere mensen zijn) ‘wat te doen’. Geef bevelen en/of zoek dimensies waarop de anderen zich met elkaar meten. Zoek dimensies uit waarop jij je flink wat minderen kunt aanschaffen en doe dat. Overtref en help anderen (tegen betaling) áf van hun ‘niet weten wat te doen met hun leven (txaenz) in hun omstandigheden’.
Deze mensen van het sociale streefmodel zijn te maken uit doodnormale baby’s. Met het alternatiefloos gehouden voorleven en het passende geweld is van vrijwel elke baby zo’n onproductief, op domineren gericht binnensoortelijk parasitair model geciviliseerde te maken. Alleen lui die zelf zo zijn kunnen het zo-zijn (zo doend en daarbij sprekend) voorleven. Er zijn maar weinig baby’s die ‘niet willen deugen’. Maar juist over hén zijn veel boeken, want zij vormen de uitzondering.
2-6-2009 10:35|2.581||2-6-2009 10:46:
Ieder mens heeft in een eenmalige omgeving waarin hij toevallig ‘in de tijd kwam’ (ging gebeuren) een van alle andere verschillende verzameling ‘dingen’ aangeleerd. Geen enkel mens heeft zich deze omgeving en deze omlevenden aangedaan. Alles wat een mens (de lezer, ik) heeft aangeleerd kwam van buiten en was ten opzichte van hém volstrekt toevallig EN VERPLICHT HEM DUS TOT NIETS. Hij kan en weet niets anders, maar hij hóeft het niet te doen. Er staat geen straf van God op. De mensen om hem heen zullen er vaak op aandringen dat hij blijft zoals hij onder hun invloed (door hun inspanning vaak zelfs) geworden is. Soms zullen die anderen ook op zijn veranderen aandringen. 2-6-2009 10:51|2-6-2009 11:21:
Dat ‘aandringen op jouw veranderen’ is ongezellig.*
Trefwoord: tw gezellig. LET OP: ik bedrijf hier ‘volksetymologie’. Ik vertel een verhaaltje, waarmee de ingrediënten van míjn begrip dat ik met ‘gezellig’ aanduid, gemakkelijk bijeen te onthouden zijn. Én, - en dát is het extra -, dat verhaaltje verheldert die ingrediënten / het begrip. Er is dus geen reden om in dat verhaaltje te geloven, het is geen waarheid3 (m.a.w.: het is geen waarheid die men ‘leerstuk’ noemt).
Gezellig is: ‘zoals onder gezellen’, zorgeloos, vrij van alle ‘onnodig moeten’ (alle dwang en drang). Dwang is actueel: komt nú van buiten, van anderen en/of van gevaar. Als er gevaar is en dreiging, dan is het niet gezellig meer. Ook als er zorgen te maken zijn over morgen (als werkloosheid dreigt), is het niet gezellig te houden. Gezellig is het als er voor je gezorgd wordt, als de politie waakt, het goedbetaalde werk (mórgen, láter) wacht, het inkomen zeker is. Geen zorgen, anders blijft het niet gezellig.
____________________
*) Het vervolg van deze alinea luidde in de voorgaande versie:
Gezellig is: ‘zoals onder gezellen’, zorgeloos, vrij van alle moeten (alle dwang en drang) Dwang komt van buiten, van anderen en/of van gevaar. Als er gevaar is en dreiging, dan is het niet gezellig meer. Ook als er zorgen te maken zijn over morgen (als werkloosheid dreigt), is het niet gezellig te houden. Gezellig is het als er voor je gezorgd wordt, als de politie waakt, het goedbetaalde werk wacht, het inkomen zeker is. Geen zorgen, anders blijft het niet gezellig.
De gezel heeft de timmervaardigheden aangeleerd en vergezelt de meestertimmerman naar het werk, het huis in aanbouw. Gezellen onder elkaar worden niet meer behandeld zoals leerlingen en hebben niet de zorgen van de baas, de meester. Ze hebben rust.
9 juni 2009
9-6-2009 12:17:
De gezel heeft de vaardigheden van het gilde aangeleerd. De timmergezel heeft de timmervaardigheden aangeleerd en vergezelt de meestertimmerman naar het werk, het huis in aanbouw. Gezellen onder elkaar worden niet meer behandeld zoals leerlingen en hebben niet de zorgen van de baas, de meester. Ze hebben rust, ze zitten niet vast, er is vrede en veiligheid voor hen en om hen, en ze zijn ongetrouwd, hebben geen verantwoordelijkheid voor anderen en dus geen problemen.
(tw probleem: een probleem is ARTIFICIEEL, het is een moeilijkheid, een hinder, een txaenzrovend iets, die tot last is. Er zijn geen problemen die er van nature zijn (door God geschapen). Het aanmaken van het probleem gebeurt, overkómt de betrokkene, hij doet dat aanmaken niet zelf. SOMS gebeurt dat aanmaken, dat ‘de betrokkene, de lijder er aan, ermee treffen, mee opschepen’ VIA DE AMA’s, de ama van de betrokkene en niet zelden ook de ama van de anderen. (zie verderop)
10-6-2009 11:40:
> Er is spráke van daderschap en er wordt schuld toegeschreven en teruggeschoven, maar nuchter en onpartijdig gezien, zijn de aanmakers natuurlijk slechts ‘in juristenspraak’ dader. Ze (de aanmakers, de bronnen, van problemen) gebeuren gewoon, natuurlijk. Er is niets buiten de natuur. En wíj hebben de (c.q. een) verkeerde manier van bespreken (erbij spreken, benoemen, toeschrijven) aangeleerd: het begrippenapparaat van de priesters en de juristen. De priesters en de juristen, dat zijn de beide groepen woordvoerders van het systeem. Het systeem is er uitsluitend enkel en alleen ten gunste van ‘de erfgenamen van de overwinning’, de rijken, de binnensoortelijke parasieten.
o LET OP: er is slechts spráke van daderschap. Er is geen enkele waarneming. Geen ‘waarnemen’ mag heten: het koppelen van angst of andere gevoelens aan wat gebeurt ‘door jou als lijf heen’: met jouw spieren, als gevolg van werkingen van AANGELEERDS (herinnerbaarheden) EN van BIOLOGISCH NODIGS in jouw hersens.
o Wat gebeurt = dat wat kán.
o Wat uitblijft = dat wat niet kan. Er is spráke van gedragskeuze. Er is geen waarneming daarvan. Die spráke is suggestief; hypnotiserend; verdringt het je bewust worden van het feit dat je niets waarneemt. Het in je opkomen van die tekst, die “begrippen” (die er, ingebracht, zijn zonder dat er ooit een waargenomen iets uit het leven/het gegeven GEGREPEN is. Begrepen is, bijgegrepen ( = gepercipieerd ?) is. Begrippen van deze soort zijn ons denkhoofd binnengebracht door ons wmsggs in gebruik te laten waarnemen. Wij leerden als moedertaal de namen van de dingen en bezigheden die wij aan konden wijzen. Als vadertaal leerden wij die andere woorden, die nergens op slaan, waarbij niets is aan te wijzen. Voorbeelden: Het koningschap, het voorrecht, de schuld, de vrije wil, het daderschap, de verdienste, het móeten verdienen. Het moeten dienen van de hogere anderen om te komen aan (= ‘voor’) geld = recht = voorrecht = koopkracht . Koopkracht berust op de vuurkracht van (de gewapende dienaren van) ‘het systeem’. Vuurkracht die gericht is tegen wie “steelt”; waarbij ‘stelen’ is: nemen van wat je begeert en van een ander is, o.k., maar ook van wat je nodig hebt en bij een ander in eigendom is).
o Zonde, schuld, recht, voorrecht, plicht, eigendom, persoon, zijn enkele van de kerntermen bij het aanmaken van problemen voor en via de ama van de aangepasten.
Tw aanpassen: bruikbaar, te mennen en in te spannen, te bevelen maken; het eerste onderdeel van veerdonckeren, waarna het pas (vanuit het systeem van voorrechten handhaven, ongelijkheid in ere houden, vanuit de civilisatie, de beschaving dus) verantwoord (= te wágen) is om het onderhavige stuk mensvee váárdigheden te laten leren (door hem toe te laten tot de laboratoria en hem de geheimspraak van de daar werkende geleerden te laten horen gebruiken). Het inbrengen van een besturingsprogramma gaat aan het inbrengen van ‘nadere’ programma’s (voor tekstverwerking en tekenen bijvoorbeeld) vooraf. Opvoeden (schoolrijp maken, temmen) gaat aan onderwijzen vooraf.
9-6-2009 12:48
9-6-2009 13:13:
> SOMS gebeurt dat aanmaken, dat ‘de betrokkene, de lijder er aan, ermee treffen, mee opschepen’ VIA DE AMA’s, de ama van de betrokkene en niet zelden ook de ama van de ander(en). Dit aanmaken van artificiële moeilijkheden, ‘problemen’ genaamd, dít is nu DE NAWERKING VAN HET VERLEDEN. Het verleden is er nog. Het verleden is er nog voor zover het als vertekende en vertekenende herinnering / geheugeninhoud werkt, werkt
o bij het aanmaken van een reactie op een waarneming, een constatering bedoel ik; dat is ‘in het beste geval’.
o Bij het tot stand brengen van nachtmerries en spontane bewustwordingen van vroegere ervaringen en andere posttraumatische verschijnselen van ‘wat de betrokkene leerde / in zijn hersens noteerde onder /bij / door stress.
Het verleden bestaat niet meer, maar de toen aangemaakte verbindingen tussen cellen in de hersenen der mensen, hun ama, daardoorheen werkt het na.
15 juni 2009
15-6-2009 11:33: Het verleden (= wat was en gebeurde) is over en voorbij, het slaapt niet, is niet wakker te roepen. Wat wakker te roepen is, is het geheel van sporen in de hersenen (de associaties), zolang die hersenen leven. Het verleden werkt na via die fysieke neerslag in de hersenen én het feit dat we er ononderbroken van horen spreken, als van ‘dat wat was EN ONS HIER NU BETREFT’. Die geheugeninhouden en dat feit dat er spráke van is (sléchts sprake, maar spraak suggereert aanwezigheid, want suggereert voor de vertrouwende hoorder: het waargenomen worden door die anderen die spreken, van ‘iets’ dat zo heet, ZO IS, DAT DOET, DAT EIST). Zo spreekt het kind immers zelf ook: het wijst het ding (waarvan het de (soort)naam geleerd heeft) aan en roept die soortnaam uit.
AL DIE MENSEN DIE TEKST AANMAKEN MET WMSGGS ZIJN GELOVIGEN, vertrouwenden. Ondoordacht, zijn ze niet uit ONZE hypnose ontwaakt, en geven ze die hypnose door. ONZE hypnose, want wie dit kan lezen is vele jaren bevaderd, gebombardeerd met tekst vol wmsggs. En van die tekst komt ons nu via ons geestesoor ter ore. Ons denkhoofd maakt nu zelf tekst aan met wmsggs er in. En die output van dat door bevaderen vervuilde denkhoofd hebben wij ‘onze EIGEN GEDACHTEN’ leren noemen. Deze leugen, dat dit ons eigen is, is de kern van het bedriegen dat in de plaats gesteld is van het ononderbroken bedreigen met openbare terechtstellingen. 10-6-2009 12:38|9.607||15-6-2009 11:41: Gesteld of gekomen, welk woord we hier kiezen ligt aan het antwoord op de vraag of we ‘als juristen praten’ (met het verzinsel ‘daderschap’ als funderende vanzelfsprekendheid) of ‘als denkers / bijsprekers, die dat verzinsel ‘daderschap’ zorgvuldig buiten gebruik stellen en slechts van ‘gebeuren’ spreken. ‘Gebeuren’ waartoe wij concluderen omdat ons verschillen tussen na elkaar met onze eigen ogen genomen ‘foto’s’, ‘stills’, gegeven zijn. 24 stills per seconde en je hebt een film, je ‘ziet’ beweging = je neemt ‘gebeuren’ waar.
Over wat er vroeger ooit gebeurd is, wordt met heroïstische begrippen (held en schurk) verteld. Alleen díe schurkenstreken die door de erflaters van de huidige machtigen zijn gepleegd, worden als ‘gebeurd’ (niet gedaan dus) beschreven. Schoolvoorbeelden: de massamoorden van burgers, die de overwinnaars van de tweede wereldoorlog pleegden door bombarderen, Dresden, Hiroshima. Over de Romeinen, die “ons” hier koloniseerden horen we nog steeds héél veel positiefs en relatief weinig negatiefs. Als er al eens verteld wordt over hun wreedheid, hebzucht, moordzucht en andere kolonisteneigenschappen, dan zijn er ineens geen waardeoordelen meer in het verhaal gemengd. Ander voorbeeld: er wordt over de wetten die er zijn, nooit op televisie gesproken, zelfs niet als ze hier kwamen “onder” Napoleon en ‘onder” Hitler. Iedere Nederlander wordt door de rechters / juristen geacht de verzamelde wetten te kennen. Rechters verklaren zich zonder enige schaamte op televisie bereid elke wet als grond voor veroordeling (= bevel geven tot geweldpleging tegen de veroordeelde) te nemen. Befehl ist Befehl. Maar dat mag je dan weer niet toevoegen aan zo’n uitspraak, geen erbij staande ‘interviewer / journalist’ voegt die dan ook toe. Verheldering van het onvolledig zijn van ‘de bevrijding’ is dan ook niet het doel van de erfgenamen van de overwinning.
Geen mens ként alle wetten door aanraking ermee en gebruik ervan. Het zal ieder mens ook een rotzorg zijn, dat geheel van oude en nieuwe bevelen van de bevoorrechten via de politici (met tussen die groepen in de lobbyisten). Ze doen maar.
15-6-2009 12:10
10 juni 2009
De mierenvolkeren zijn intelligent genoeg om te overleven. Die intelligentie van die volkeren vooronderstelt niet die intelligentie (op dat voor dat overleven nodige hoge niveau) in iedere mier. ‘Het systeem’ (van intensieve mensveehouderij) dat wij ‘de (ja de ondoordachten zelfs: ‘onze’) beschaving’ noemen, ís: die tweedeling in rechthebbenden en verplichten, die werd ingesteld bij de overwinning (de kolonisatie). Dat systeem wist gedurende duizenden jaren die tweedeling in stand en gang te houden, tegen alle veranderingen in.
Voorbeelden: voor bedreigen kwam bedriegen in de plaats. Bedreigen met openbare terechtstellingen werd vervangen door bedriegen met behulp van vadertaal. De slavernij (het in eigendom houden van andere mensen) werd vervangen door het in eigendom geven van die levende lichamen, die lijven, aan een verzinsel: hun persoon. Die personen krijgen op het stadhuis, waar ze worden aangemaakt, geen ander eigendom mee dan ‘hun’ lijf. Die personen ‘bestaan’ zoals al die met wmsggs aangeduide “zaken”: er wordt in het AFGEDWONGEN gedrag rekening mee gehouden. Die dwang wordt aangetroffen. Die dreiging (want dat ís dwang, dwingen is lijfelijk vastpakken en dreigen nog méér pijn e.d. te doen) is er echt. Die dreiging is de lijm waarmee al die bange enkelingen aan elkaar gekleefd ‘het volk’ vormen. Niet liefde, maar angst, beter: vrees voor écht dreigen, voor geïnstitutionaliseerde geweldpleging. 10-6-2009 13:02|9.821||
=========================
De pest van ‘leren’ is dat het gebeurt, je als lerende overkómt, dat het geleerde een actief spoor is van ‘wat gebeurt’, een actie waarvoor jij, die geleerd hebt, de energie levert. Dit levert de mogelijkheid om mij leugens aan te leren, leugens die dan in mij werken, met energie die ik zelf lever.
Dit gebruikten de geciviliseerden (mensveehouders) om mij vol te stoppen met wmsggs, zodat ik tekst (zogenaamd verwoordingen van gedachten) in mij zou horen, die het bestaan van het systeem suggereerden. De geciviliseerden zijn als mieren: ieder voor zich echt niet met een helder idee van ‘het gebeuren “mierenvolk”’. Hun zo-zijn, behept met kleine instinctmatige programmaatjes, routines, én bijeen zijn schept het nestelende volk, dat een gebeuren is. Er is geen dader en geen schepper aan te treffen. Er kan van gesproken worden en dat gebeurt ook. Het is spreken in vadertaal en in alles wat in vadertaal gezegd wordt kan (slechts) geloofd worden. En wie deze vaststelling leest, dient echt diepgaand te onderzoeken wat hij onder ‘geloven’ “verstaat”. Niets is dommer en wezenlozer dan de onmiddellijke reactie “Maar dat geloven, dat doe ik niet”, waar je ook de klemtonen legt. Mijn god, daar word ik toch droef van (bij wijze van spréken, hoor).
Denk toch niet over je aangeleerde begrippen heen, praat toch IN VADERTAAL niet verder tegen andere mensen, VOORDAT JE BESEFT, DOORDÁCHT HEBT, WAT JIJ VAN ENERGIE VOORZIET als je met wmsggs (in vadertaal dus) spreekt: je suggereert.
Je doet mee aan het bouwend in stand en gang houden van de intensieve mensveehouderij waarin je geboren (geworpen) bent. Je voegt je in dat ‘wij’, dat telkens op televisie gebruikt wordt in volzinnen als “wij vissen de zee leeg”. Ik vis niet en ik láát niet teveel vissen: ik beperk mij tot het nodige, ik schuw (exacter: veracht) álle luxe, zonder van ‘armoe lijden’ een private cultus te maken. Maar medeschuldig is wie, mee met de anderen, spreekt met die ‘woorden met slechts gebruiksgewoonten’, wmsggs, die díe namen van onaantrefbaarheden, resp. van niet-gebeurends zijn, die geen onderdeel van onthoud- en verwachtgereedschap zijn. Wíe dát doet onttrekt zich aan zijn plicht jegens datgene / diegene die hem van zijn zintuigen en zijn vermogen om te reflecteren voorzag en tegenover die weinigen die de voor dat reflecteren nodige woordbegripcombinaties in omgang hielden. Reflecteren is het beantwoorden van de vraag “waar ben ik nou eigenlijk aan bezig? / wat gebeurt er via mij?”. 10-6-2009 14:14|10.229||10-6-2009 14:20:
Er is een groot gebrek aan intelligente onbevaderden, slechts moedertaal sprekenden / denkenden. Daar is groot gebrek aan bij het pogen om als diersoort ‘mens’ te overleven. Als diersoort in onderscheid van ‘als massa geciviliseerden, als ‘in intensieve mensveehouderij gehouden vee’ dus. De bevaderden (op school en thuis op het meepraten met ‘de wereld’ toegerusten oftewel opgezadelden en gebreidelden) worden ‘langs binnen’ gemend; ze staan via hun begrippenvoorraad op buitenbesturing. In hen klinkt als waren het hen eigen de suggestie van het begrippenapparaat dat er is gekomen om de mensen in toom te houden (en dat zonder openbare geweldpleging). Dat vervangen van bedreigen door bedriegen werd en wordt geloofd en geprezen als ‘de beschavende invloed van díe filosofieën en díe religies, die voor het vormen en behouden van staten zijn misbruikt.
Gezegenden (zie het boek met die titel van Aart van der Leeuw (in het Nieuwe Testament heten ze ‘uitverkorenen’) zijn diegenen die lang genoeg onbevaderd gegroeid zijn om op school en buitenshuis het bevaderen dat hen dán treft als van vreemden komend te herkennen en het dus niet zich eigen te maken, maar het als gevaar te leren kennen en er rekening mee te leren houden, zoals met elk gevaar. VAN HET WEERSYSTEEM VOEL JE JE TENSLOTTE OOK GEEN ONDERDEEL, waarom dan van de civilisatie wél? 10-6-2009 14:34|10.449||
9 juni 2009 (2)
Waar geen lerende dieren het opmerken laat ‘wat gebeurt’ geen actieve sporen na. Het in de weg van een waterstroom liggen is geen bezigheid van een steen. Er stroomt doorhéén die steen geen energie. Ook als iemand doodgaat belandt een stuk verleden daar waar het thuishoort: via de vergetelheid in het niet-zijn. Wat aan kinderen is doorverteld echter en /of via voorleven aan hen doorgegeven, dát verleden werkt (weer eens zéér vertekend) door. Zich het gedrag laten bepalen door de africhting, de opvoeding, de instructies, de herinnering, het trauma, dát is: het voorleven van de geschiedenis als ‘nog geldig’. Dát, de geschiedenis voorleven als geldig, is het uitvoeren van één van de kernbevelen van de overwinnaars van toen (de zegevierende, met mensen als vee houden en gebruiken beginnende kolonisten / landverhuizers). Een ander kernbevel aan alle onderworpenen / ontwapenden is: “overtref” en breng de overtreffende prestatie op de markt (als product en/of dienst), leg het ter keuring, het kopen waardig keuren, voor aan de koopkrachtigen. Alle koopkracht stamt uit vuurkracht. Alle macht komt uit de loop van een geweer. Alle burgerschap is omgevormde angst. 9-6-2009 13:40|8.677||9-6-2009 13:55:
Tw geschiedenisles. Het vertellen van geschiedenisverhalen (alsof) die waar gebeurd zijn, heeft dezelfde werking als spookverhalen: bang maken. Het horen vertellen ervan vestigt angsten. Je weet namelijk maar nooit of het allemaal niet bestáát: de spoken, de krachten, de voorrechten, de rangen en standen, alles wat gespééld wordt c.q. met geweld wordt afgedwongen (tot gelding wordt gebracht / aan wetten en regelingen wordt gehandhaafd. Is een god die niet langer wordt aanbeden en gediend, een nationale staat / statenverbond waar ze mee opgehouden zijn (USSR, BRD, de Volkerenbond) er écht niet meer? Dat is nogal gedurfd om dat te geloven: want als je besluit tot dat ‘niet meer bestaan’, dan zijn de goden die nu wél en de staten die nu wél ook hersenschimmen. Zelfs de atheïsten, toch brutaal tegenover de roomse god, durven dat met die naties en dergelijke niet aan.
Zijn “onze” wetten écht alleen maar schrijfsels van lui die al lang dood en anders waarneembaar niet buitengewoon begaafd of goed zijn (geweest toen ze schreven)?
Dat ga je toch niet constateren!
Je kijkt wel link uit.
Dóórdenken, die bezigheid, waardoor dat constateren onvermijdelijk wordt, is gelukkig zeer wel te vermijden.
9-6-2009 14:13|8.873||9-6-2009 14:59:
Dit constateerbare ‘er slechts tussen de oren zijn’ van al die “dingen” waarvan slechts spráke is, kent iedereen die (dit) lezen kan. Wie in een civilisatie gehouden wordt (als gevangen vee) met een vals bewustzijn van zijn situatie kent, ondanks dat (“zijn”) valse bewustzijn (die geen waarheid spreken bevorderende taal / begrippenapparatuur die hij aanleerde en om zich aanhoort). En ondanks alle afleiding uit de bewustzijnsindustrie. Iedereen die belang heeft bij het behouden blijven van zijn eigendom, werk, positie, aanzien, rang, iedereen dus die niet de laagste armste is, vindt het wel goed dat ‘men’ niet bekent dat men deze constatering ononderbroken doet, maar onuitgesproken laat. Angst voor verlies is dus hier de drijvende kracht. Verlies van voorrechten, hoe gering ook. De bedelaar is tegelijk en om dezelfde reden als de multimiljardair tegen inflatie (koopkrachtvermindering van de geldeenheid).
Trefwoord ‘onbekend’.
> Niet bekennen is de voornaamste bron van onbekend houden.
> Onbesproken laten,
> het ergens anders over gaan hebben,
> de aandacht afleiden,
> bevel tot andere bezigheden dan doordenken geven (huidig schoolvoorbeeld híer: “doe aan je gezondheid en aan je figuur” als bevel aan ons, een bevel zonder verwijzing naar goden// “maak DE bedevaart” als bevel aan de moslims);
> De andere methode om dingen onbekend te houden is: ze geheim, niet te kennen, onaanraakbaar te houden, onwaarneembaar. Dat was de geliefde methode toen de ‘society’ nog niet open was. (Zie dat boek van Popper.)
===== 9-6-2009 15:23|9.114||
. Gezellig is dan ook rustig, als er (door teveel alcohol en hormonen) ruzie ontstaat, is het niet gezellig meer. Waar gedomineerd en gedebatteerd wordt, daar is het niet gezellig. Ook onderhandelen is niet gezellig.
Gezellen zijn niet van verschillende sekse. In het voorjaar zijn de mannetjesherten niet langer gezellig bijeen: de geslachtshormonen spelen op. Die hormonen verpesten de sfeer al zónder de aanwezigheid van vrouwen die omstreden worden.
Gezelligheidsverenigingen zijn niet zaakgericht, ze worden wel dóelgericht gebruikt door wie er hun netwerk opbouwen en onderhouden. In netwerken vindt dat aandringen op niet veranderen plaats. Je moet op elkaar kunnen rekenen en rekenen is dat denken met VASTE EN HELDERE WOORDBEGRIPCOMBINATIES én verwerkingsregels. Zo leggen mensen elkaar vast, maar ze doen dat niet met REFLECTIE: je hóórt ze niet de vraag beantwoorden waar ze nu eigenlijk mee bezig zijn. Ze houden het gezellig.
Het valt op dat de meeste gezelligheid kunstmatig is, niet voortkomt uit de relaties tussen en de maatschappelijke situaties van de aanwezigen. Hoe kunstmatiger, hoe meer psychotrope middelen (‘uppers’) er gebruikt worden: alcohol en andere drugs.
---------
4 juni 2009
Terug naar het onderwerp: 2-6-2009 12:00|3.013|| 3.018||
4-6-2009 11:21: Er zijn geen goden en geen rechten / voorrechten en verplichtingen aan te treffen. Alle macht komt uit geweerlopen en gezag toekennen is een dwaasheid, die neerkomt op het veranderen van de naam van de vrees voor de machtige met het geweer. Rechten (voorrechten, plichten) hebben, dat wordt gespeeld. Het is niet echter dan voetbal. Het is een spel dat analoog is aan schaken met levende stukken, die bij ‘geslagen worden’, niet alleen uit het speelveld (de wereld) verdwijnen (= worden verwijderd, met geweld), maar ook gedood. Legers in actie vertonen veel in het echt, wat in dit ter verduidelijking van ons onderwerp gedachte spel, zal gebeuren (c.q. het geval zal zijn, zogenaamd ‘gedaan’ zal worden). Niemand heeft ooit een persoon waargenomen. De persoonlijkheid is de ama (apperceptieve massa aangeleerds) het is de door
> het niet in de gaten hebben aan het spelen te zijn
> fouten
> slordigheid en
> ondeskundigheid van de instructeur
eenmalige, unieke, uiterst waarschijnlijk verre van optimaal functionerende verzameling handelingsaanwijzingen. Een dergelijke handelingsaanwijzing wordt ervaren als neiging, enthousiasme, inspiratie, “positieve kijk”, e.d.. Als gevoelen ook, als mening.
Die eenmalige inhoud van die massa aangeleerds wordt benoemd met de synoniemen: de aard, het karakter, de persoonlijkheid, de natuur, de eigenheid. Onder andere met deze synoniemen. Uit de ama spuiten de meningen, de gevoelens, de wensen, de begeerten.
Om te voorzien in wat voor iedereen entelechisch noodzakelijk is, hebben we de keuze uit vele, vele middelen. We móeten in het voor ons nodige voorzien, op het nalaten van dat ‘voorzien in’ staat de doodstraf, dus het vervroegd doodgaan, en voorafgaand aan die onnatuurlijke (endogene, uit de aard van ons een proces zijn voortvloeiende) dood het lijden aan het ervaren / opmerken / van binnen uit gemeld krijgen van het gebrek.
Onverschillig voor wat wij entelechisch nodig hebben zijn al díe anderen om ons heen die ‘níet als een moeder met ons omgaan. Op het opmerken van en voldoen aan dat wat wij als gebeurende mensengenencombinatie (= entelechisch) nodig hebben zijn slechts gericht diegenen die ons bemoederen, dat is: die de passende daad voegen bij de moederliefde (= naastenliefde = het liefhebben van de naaste als zichzelf). Onverschillig tegenover dat entelechische staan zij die ons gebruiken en diegenen die ons, ons bevaderend bruikbaar maken (= mores leren, leren gehoorzamen en/of streven en bevelen) en ons verkoopbare vaardigheden laten leren, opdat wij in waarde vermeerderen (= duurder worden) op de arbeidsmarkt (= de markt waarop de slaven in eigendom van hun persoon, de vrije loonafhankelijken, door die persoon per uur verkocht / verhuurd worden. De zogenaamde ‘vrijheid’ van de personen bestaat uit hun baasschap over dat ene levende lichaam, dat ene lijf, dat hun eigendom is. Die personen zijn vrij, die lijven niet. Die lijven moeten heel veel onnodigs, om den brode, ván de eigenaren van het voor dat lijf nodige, ze moeten dat vía hun persoon, die zetelt in en werkt met de ama, als tussenpersoon, vader die de dwang van de buitenwereld thuis doorgeeft, “opvoedend”. “Sla mij met mededogen, gelijk een vader doet”.
Bij dat africhten van de kinderen voor het zich handhaven als speler in de wereld werd er vroeger gesproken over god die vierkant achter de overheid (c.q. achter de hele staat en haar inrichting, haar wetten en regelingen, daar en dán) stond.
Toen werd er ‘volkssoevereiniteit’ gedacht en gepredikt. Het was de wil van die soevereine God, waarover de theologen (de veranderingen door de techniek en het in functie dáárvan veranderende organiseren volgend) ‘inzichten’ uitschreven. De wil van ‘het volk’ (de stemgerechtigden) wordt op andere wijze, door anderen, bestudeerd en niet langer door bidden, maar met andere middelen wordt gepoogd die soevereine wil te beïnvloeden. Éénder bleef dat velen niet tevreden waren met wat ze de soeverein zágen willen en doen. Eender hield men het opvatten van ‘wat gebeurt’ als ‘dat wat gedaan wordt’. Ván het geloof in één gedáchte, gepostuleerde, gestélde God uit één stuk, ging men over op het geloof in ‘de mensen’, ‘het volk’, in de abstracte bespreking van de politiek. Omdat de uiting van de wil van mensen vrijwel geheel gebeurt door het gebruiken van geld, ging men over op het geloof in ‘het kapitaal’, ‘het geld’, ‘de markt’, valuta, markten.
Eender bleef ook dat het gepraat niet het aantrefbare gebeuren, dat beschríjvend, betreft, maar gaat over verzinsels: goden, personen, daderschap, willen, doen, kunnen nalaten, eigen gedachten veroorzaken en sturen rechten, plichten, valuta, markten, kapitaalstromen, ze bestaan niet in de zin van ‘aantrefbaar zijn’. Het zijn verzinsels. Evenals de in de UNO verenigde naties en ‘Europa’, waarin wij ‘Europeaan’ moeten zijn en op betrokken. Allemaal verzinsels. Woorden met slechts gebruiksgewoonten, iedere spreker heeft zijn eigen gebruiksgewoonten, soms met veel, soms vrijwel zonder overlap met die van de hoorder. Die spreker en die hoorder staan in hun eentje te spelen met hun eigen denkhoofdspel ( ze drukken niet de knoppen in op hun spelcomputer, maar op de stemmachine in het stembureau). Het is precies eender gedrag. Het computerspel verloopt sneller en geeft meer ‘feedback’, hoezeer ook de mensen van de media hun best doen om ons op de hoogte te houden. 4-6-2009 15:57| 4.608||
Nee, al deze ‘woorden met slechts gebruiksgewoonten’ (wmsggs) zijn géén onderdelen van verwachtgereedschap, het zijn vormende onderdelen, componenten, van bedrieggereedschap en bedreiggereedschap.
[Ooit, ergens zullen er wel pogingen tot het aanmaken van verwachtgereedschap zijn gedaan, maar die getuigen dan alleen van de wens van iemand om over het gedrag van spelers in een competitief / antagonistisch spel te schrijven als over een gebeuren in een groter, kenbaar natuurgebeuren. Er is geen buitennatuur in het spel, maar de spelers zijn behept met ieder een onkenbaar ama.
4-6-2009 15:24: Meespelen doen ze dóór en via het zo-zijn van hun ama. Leren (juist ook leren vrezen en leren begeren, dóe je niet, kun je niet nalaten dus, het) overkómt je. Leren maakt je ama. Wat eerder geleerd werd, vertekent, meent te herkennen en misvat niet zelden hetgeen nu hier waargenomen wordt. Wat met de zintuigen, ondanks de ama, toch nog onderscheiden wordt, is vaak niet apart benoemd. Soms kan wie het onderscheid wil aangeven en melden, zich redden met een woord uit een andere taal of uit een andere taalsfeer. Inkomen en merite i.p.v. over beide ‘dingen’ te spreken van verdienste. Gebruik ik hier i.p.v. ‘dingen’ het woord ‘begrippen’, dan sleept die woordkeuze een hele massa andere keuzen impliciet mee, die ik dan weer moet ontkennen. En die duidelijkheid die ik dan nastreef wordt door dat ontkennen ‘te lang, eist teveel spreektijd, te veel aandacht. Dat ‘duidelijk zijn’ leert ‘men’ dus wel af.
Eigen én andermans ama worden niet voorgesteld als ‘ter studie’, maar als te respecteren bronnen van meningen. Meningen van mensen die nu eenmaal zo zijn en op dat zo-zijn récht hebben. En die uitdrukking levert dan ook weer een (ditmaal positief) gevoel op. Een gevoel annex mening. 15:34|
====
4-6-2009 15:59: men heeft met dat gedwongen meedoen aan die verzonnen, gespeelde, “wereld” evenmin moeite als met het zich inleven in de virtuele werelden van die computerspelen. Ik vermoed (maar kan niet weten) dat al die mensen die met computerspelen hun txaenz verdoen, NIET geloven in enige echtheid van het gebeuren, waaraan ze als speler deelnemen. Wie gelooft er nou in wat in speelfilms gebeurt?
In bioscopen doen ze het licht uit. Om niet van ‘het gebeuren op het doek’ af te leiden. Zo is het ook met het spelen van ‘wereldje’. De staatsreligies en de propaganda roepen nog ”wat op het doek gebeurt is echt”, maar dat is niet meer van deze tijd, want in deze tijd KENT IEDEREEN HET FEIT DAT DIT NIET ZO IS, m.a.w. dat het allemaal verzonnen is. Ik schreef hier niet “iedereen wéét beter”. Dat is niet zo, om van het onvermijdelijke, opgelopen KENNEN van feiten en standen en gangen van zaken, wéten te maken moet je ze bewust maken: er zorgvuldig bij spreken (zoals je doet als je het, - aan een erover vragend kind -, uitlegt). Tot WETEN kom je als je een inburgeringcursus aanmaakt en alle propaganda voor de status quo rigoureus vervangt door neutrale beschrijving. Tot WETEN kom je met de wetenschappelijke methode, objectief spreken, niet keuren (niet goed en niet af), spreken slechts bij wat je aanwijst (toont) aan de hoorder. Het hoofdbestanddeel van ‘wetenschap beoefenen op’ (= je vrijdenken, van suggesties vanuit de propaganda omtrent) ‘de wereld’ / ‘het sociale’ is: het weigeren te spréken (resp. te denken) met de bestaande suggestieve en propagerende wmsggs.
Om jezelf de ruimte om je vrij te denken te verschaffen is aanvankelijk (zeer langdurig) NODIG af te zien van elk publiceren (elk debat, elk waardeoordeel). Het eerste en voornaamste is het zoeken en vinden van de VOOR (=DÓÓR) JOU WAARNEEMBARE VERSCHIJNSELEN WAAR DIE DEBATTEN EN DIE PROPAGANDA OVER GÁÁN: het voor/door jou daar dan aantrefbare, waarvan je kennis kunt nemen i.p.v. er informatie over in te winnen.
Elk publicerend gespreek over ‘de wereld en wat daarin gebeurt’ dwingt je tot het gebruiken van de gangbare termen en tot kortheid. EN WAT KORT EN KRACHTIG MET DE GANGBARE (vertrouwd klinkende) TERMEN TE ZEGGEN IS, DAT KUNNEN JE TIJDGENOTEN - LANDGENOTEN ZELF WEL VERZINNEN. Dat schiet hen als gedachte te binnen en als mening de mond uit.
Niet alleen de propaganda voor de status quo kan geen deel uitmaken van een eigen wetenschappelijke visie (theorie, ordening van feitelijke gáng van zaken). Ook de actualiteiten en incidenten zijn onbruikbaar. Het zijn vóórbeelden van wat in die ordening moet worden ondergebracht. 4-6-2009 23:02|5.104||
Om dat te kunnen doen, heb je de vrije beschikking over heel veel van je eigen txaenz nodig. En nog niet aangeleerde vaardigheden heb je vaak ook nog nodig.
En je moet ook ophouden met ORTHODOX LEZEN EN ORTHODOX AANHOREN. Orthodox lezen =
1. lezen met daderschap als aanvaard concept, = als begrip waarin je gelooft. 4-6-2009 16:26|4.920||
2. lezen met heer – knecht relaties als geacht alom tegenwoordig en terecht te zijn
3. e.v.
Het is van belang op te merken dat ook de burger in onze huidige staat geacht wordt met deze vooronderstellingen “in de wereld te staan”. De goddeloze staat teert op het nawerken van de religieuze africhting van het mensvee, die ooit met fysiek geweld tot stand is gebracht. Het schoolvoorbeeld hiervan is ‘de arbeidsethos’. 4-6-2009 23:48|5.178||
5 juni 2009
============ : vrijdag 5 juni 2009 / 5-6-2009 11:53:
Het is aan iedere levende onbekend hoe het precies is begonnen, het aanmaken van verhalen die gericht waren op het aanvaarden en zelfs toejuichen van de komst van de kolonisten, de beschavers. Nu zijn ze er, die verhalen. Sommige van die verhalen plaatsen een god pal achter de overheid (c.q. de ongelijke verdeling van rechten, de bevoorrechting, de rangschikking der mensen). Het er-zijn van een overheid en van een staand leger van handhavers van de regelingen en wetten die vorige overheden uitvaardigden (als bevel gáven). Het vertellen van dit en andere verhalen bij het als vee houden van de overwonnenen (c.q. de erfgenamen van de nederlaag) werkte en resulteerde in een merkwaardig ‘vanzelfsprekend vinden’ van de stand en gang van zaken. De mensen leerden er mee leven, zoals ze vóór de kolonisatie met de natuur (hun ecosysteem en hun entelechisch gebeuren) leefden, in vrijheid, zonder soortgenoten die op hen parasiteerden. De bevelende en dwingende kolonisten waren (zijn dus) een niet te verwijderen toevoeging aan ‘de natuur’, die altijd al van alles en nog wat ‘te doen geeft’.
Het paradijs in de betekenis van Luilekkerland is een oppervlakkige fantasie. Oppervlakkig, want dóórdenkend komt men tot het inzicht dat geen enkel dier daarvoor geëvolueerd is, dat geen enkel dier in de dierentuin zit te functioneren in het verzorgd, gevoed, enz. wórden; geen enkel dier beleeft daar lust aan.
De parasitaire soortgenoten, - erfgenamen (tegenwoordig is dat ongelijk aan biologische afstammelingen) van de kolonisten -, zijn er, zoals de leeuwen er zijn voor de gnoes. De ontwapende erfgenamen van de nederlaag kunnen ze niet allemaal doeltreffend in één revolutie doden, zo is gebleken. Sommige gebruikte mensen hebben het verlangen de voorrechten van de parasieten óver te nemen. De revoluties tot nu toe verwerden dan ook tot machtsovernames, niet tot bevrijding; de gebruikte mensen namen met vrijheden genoegen.
Het juichen bij de status quo hoort tot de leerstof op de kleuterscholen en lagere scholen. Een vrije dag krijgen de kinderen om het bezoekende staatshoofd toe te juichen, de een of andere overwinning of herdenking te vieren, op te sieren met gezang, vlaggetjes, hoedjes, toeters.
Reflecteren (het ware, in tegenstelling tot het propaganda-antwoord formuleren op de vraag ‘wat ben ik nou, - in het grote kader, op macroniveau gezien-, eigenlijk aan het doen?’) behoort uitdrukkelijk NIET tot enig curriculum waar dan ook in “ons” onderwijs.
Nadoen (1), doen wat er bevolen wordt (= wat “moet” van anderen, zoals je hóórt van hen, niet voelt in jezelf, zoals je ‘drinken moet nu’ in je voelt, als je dorst hebt leren onderscheiden van eetlust/honger/trek) (2) en uit aangeleerde gewoonten handelen (3) zijn de bronnen van ‘sociaal’ gedrag.
Inzicht in de herkomst, structuur en werking van (= krachtwerking binnen) ‘het sociale’ is daarbij niet aan het werk en niet gevraagd en niet vruchtbaar.
Dit inzicht in de herkomst, structuur en werking van (= krachtwerking binnen) ‘het sociale’ verlost van onrust die uit de ama komt. Dit inzicht doet je afzien van streven en van het doen van alle ‘onnodigs op eigen initiatief’. De dwingende heersende anderen raken hun ‘soortgenootschap’ t.a.v. wie inziet, kwijt. Ze zijn aan wie inziet niet nader verwant dan steekmuggen. Zonder inzicht zijn de heersers onderwerp van bewondering en wil de gebruikte zijn gebruiker zover mogelijk nadoen. De parasiet kenmerkt zich door zich te rangschikken en door vertonend te consumeren om met dat vertoon zijn rang binnen de parasieten aan te geven. Aan het vertoon wordt de rang afgelezen, hoe meer vertoon, hoe meer bewondering. Zo komt er meer vertoon dan rang, vertoon waarvoor menigeen zich in de schulden steekt. Dit systeemgedrag wordt dan toegeschreven aan diegenen die niet uit die schulden kunnen komen (voornamelijk treedt dat op doordat ze niet genoeg goed betaald ‘werk’ kunnen vinden). Het hele systeem: alle reclame, propaganda (de glossy tijdschriften en de televisie) roept zonder aanzien van de kijker en zijn mogelijkheden óp tot bewonderen en tot streven om bewondering te oogsten (over het verdienen daarvan, de merite, wordt niet gesproken, dat aspect wordt, in de sport, waar de roem naar de toppresteerder gaat en het gejuich hém betreft - gesuggereerd algemeen te zijn. Het berusten van rang op topprestaties ís niet slechts niet algemeen, het is hoge uitzondering. Zie de voorbeelden in de output van de media; vraag je af wat de merites, de prestaties zijn, van lieden in onze politieke elite, enz. Het antwoord is aanvankelijk: “ik zou het niet weten”. Dat antwoord is voldoende grond voor jóu om op te houden met ‘opzien tegen’ de betrokkene(n). Pas dit wegvallen van bewonderen dan meteen ook toe op die lui die ooit de makers waren van de wetten en voorschriften die wij nu geacht worden te kennen en te eerbiedigen. ======== 5-6-2009 13:51|6.091||
5-6-2009 21:31: Het is helemaal niet moeilijk en uniek om (zoals hier gedaan) deze onzinnigheid, absurditeit van het ‘een goed democraat zijn’ in te zien. Het geloof dat je om enige andere reden dan de dreiging die naar jou uitgaat van politie en justitie je aan enige wet of regeling zou MOETEN houden, is niet minder absurd dan het geloof in het gedaan worden van de regen (zoals de heidenen deden, met Pluvius als dader). Het is eveneens absurd in één stapelgod te geloven, die van alles wat gebeurt de dader was en is. Het is volstrekt niet minder absurd te geloven dat ‘de mens’ c.q. iedere enkeling, buiten de natuur staat: zich staat te doen, i.p.v. net als alle andere chemische processen alleen maar te gebeuren. Een vuur (een brand dus) functioneert in het branden. Een brand gebeurt. Elke levende genencombinatie gebeurt ook slechts: er is niets extra’s aan de gang: niets buitennatuurlijks. Het gebeuren waar het hier over gaat, het “leven” van een lerend dier, is een stápel wonderen. Het hele natuurlijke gebeuren is wonderlijk zat.
Maar dat is dan ook ‘de Schepping’ die onverbonden is met de artefacten waar ‘de wetten, regelingen, verdragen, grondwetten’ toe behoren.
De vraag die ik hier aantref is: hoe houden mensen die zich ‘vrijdenker’ noemen het vol deze dwaze vooronderstellingen en gewoonten van ‘democraten’ en ‘loyale staatsburgers’ over het hoofd te zien? Hoe kunnen ze t.a.v. juridische teksten van enkele eeuwen maximaal oud, de vaststelling achterwege laten die ze t.a.v. oude heilige geschriften maken: HET ZIJN SCHRIJFSELS VAN MENSEN MET WIE WIJ, - de levenden -, NIETS TE MAKEN HEBBEN. Wij zijn toch immers geen primitieve stam die aan voorouderverering doet? En ons wordt, ten aanzien van die genoemde recente juridische schrijfsels, niet eens gesuggereerd dat ze door een of andere god werden ingegeven. Gewoon een meerderheid in het beslissende college, toen, daar en daarna de onwil er iets zinnigers voor in de plaats te zoeken en daarna te stellen. 5-6-2009 21:56| 6.437||
Sociale vaardigheden zijn manipulatieve vaardigheden (omgaan met het mensvee om je heen: het tot manager kunnen brengen en vee aan het werk zetten en houden of (12:35|13:12:) het tot voltijdparasiet brengen zónder je met het mensvee, de gebruikte mensen bezig te hoeven houden). De kunstenaar en de uitvinder zijn voorbeelden van mensen die zich “slechts” met kunstjes, resp. záken en waarheid bezighouden en door toppresteren daarin, leven ze van de bereidheid van ‘boer en vee samen’ om te betalen voor de gelegenheid om te consumeren: om bewonderend aan te gapen en/of om te spelen (resp. om oorlog te voeren). Schoolvoorbeelden: de komst en zegetocht van de moderne kunst en van de computer, het mobiele telefoontje en de nieuwe (o.a. atoom) wapens.
7 juni 2009
============
zondag 7 juni 2009 / 7-6-2009 12:23:
Ik herhaal: ‘Sociale vaardigheden zijn manipulatieve vaardigheden (omgaan met het mensvee om je heen).’
Het denkbeeld ‘Robinson Crusoe, in zijn eentje op “zijn” eiland is van centraal belang voor wie zich vrij wil denken. Robinson is niet in luilekkerland, daar bevindt zich de loononafhankelijke binnensoortelijke voltijdparasiet, de superrijke van de zoveelste generatie, die niet langer van gekkigheid niet weet wat te doen, dat stadium heeft zijn famílie achter de rug en als een heer en een Bommel, weet Ollie wat hem te doen staat, ook al speelt geld geen rol, zoals hij helder vaststelt. Eenvoudige doch voedzame maaltijden en de omgang met die juffrouw, geen gezwelg en geen orgieën. Ook geen maatschappelijke functie, Díkkerdak is burgemeester, ánderen dan Ollie bezetten ‘de posten’.
Robinson heeft zijn geheugen vol zitten met neigingen en remmingen veroorzakende herinneringen en begrippen, uit en voor de civilisatie. Daar kan hij in zijn eentje geen enkel voordeel meer mee behalen. Al die remmingen t.a.v. wangedrag jegens anderen, ze zijn in zijn omstandigheden onnodig: er zíjn geen anderen. Er zijn geen sterkeren dan hij en er zijn geen zwakkeren dan hij. Hij wordt niet door mensen bedreigd en niet door mensen bedrogen, want hij is buiten de civilisatie. Als hij zijn “computerprogramma’s” voor het omgaan met anderen kon wissen, zou hij niet alleen hoeven te zijn om te deugen. Soortgenoten bedreigen en bedriegen is aangeleerd (doordat iemand als kind het bij toeval optredende gedrag van die soort, niet werd uitgedoofd, maar succes opleverde, wat dus tot herhaling en op den duur tot uitbouw leidde): gewoon Skinner. Niks geen ingebouwde zonde, niks geen ‘functie van de extra grote hoeveelheid hersenen’. Alle gepraat (innerlijke dialoog en uitgesproken tekst die je inviel) is los en zonder invloed. Er is tekst die je aanspreekt, dat is: die in je wakker roept wat er in je wakker te roepen ís: er is daar niets, wat niet eerst in je zintuigen was. Er ís geen ziel, er is geen sturende ‘geest’ (ook niet in de betekenis van ‘mind’, ‘verstand’, verwoorde kennis). Zijn = aan te treffen zijn, zintuiglijk gegeven, direct of indirect via apparatuur.
Er wordt door mensvee verlangd naar een buitennatuurlijke werkelijkheid (ervaarbaarheid en bewustzijnsvulling). Het paradijs wordt paradijselijk en valt niet langer samen met de aantrefbare schepping (natuur): Jesaja of zo iemand in het oude testament droomt al van ‘een leeuw die gras eet’. Dát is het leven dat de tegenstanders van zeehondjesbont in gedachten hebben. Die hondjes zijn zonder mensen die op hen jagen, anders dus, óók binnen een paar jaar voor 90 van elke 100 een akelige dood gestorven: opgevreten, uitgehongerd, aan een ziekte gecrepeerd. Dat is ‘de natuur’ zoals gegeven, geschapen. Het is niet de hel, de hel, dat is de civilisatie en wat daaraan vooraf ging: de Operatie Barbarossa, het koloniseren door al die zelf al gekoloniseerde volkeren, door “ons” dus, door ‘de mens’.
‘Reactieformatie’ noemen de psychoanalytici dat geloof ik, die fantasie dat alle levende genencombinaties ‘heilig’ zijn. Vanochtend hoorde ik een man een verhaal navertellen van een naar verlichting zoekende vereerder van de Boeddha, die de maden waaraan een hond leed, met zijn mond van die hond afhaalde om de arme insectenjongeren niet te beschadigen en een stuk van zijn dij afsneed om ze aan voedsel te helpen. En toen hij zo de compassie beoefende, tóen kwam, zoals voorspeld / beloofd, de boeddha (bij hém) terug op aarde.
Álles willen en mogen ze lezen en geloven, als ze maar niet helder in de gaten hebben dat ze als mensvee gehouden worden door binnensoortelijke parasieten, die het systeem daar bij hen gebruiken en elke verandering in de VORM (de technieken en de teksten er in) van elk systeem aanvaarden, zodra, zolang en in zoverre het hen gelegenheid laat te parasiteren op hun tijdgenoten – soortgenoten.
De tot gebruiksvee [slaven houden, andermans eigendom zijn, was een toevallige juridische vorm, nu vervangen door ‘iedere levende is eigendom van een verzinsel met een eigennaam (nu vervangen door een Burger Service Nummer) ; zijn persoon) gemaakten hier te lande, zijn ‘edelvee’, zoals de hofdienaren in de feodale staatsorde: vrijgesteld van grof en zwaar werk, dát wordt door óndervee gedaan (in het buitenland heet dat nu). Ondervee binnen de terreinen van het hof halen, dat geeft wrijving. Voor het onvermijdelijke slavenwerk binnen het hofterrein bouw je energieslaven. Schoolvoorbeeld: je háált geen Turken hierheen om het huisvuil op te halen, je construeert ophaalauto’s, die door de chauffeur met knopdruk de container oppakken, wegen en legen. De hofdienaren zijn dienaren en moeten om deze energieslaaf te kunnen laten ‘werken’ hun container netjes langs de weg zetten, aan de kant waar de auto langs komt en op de dag dat de auto langs komt, voordat de auto langskomt. De hofdienaren speelden dat ze heren waren en zetten hun vuil ongedisciplineerd buiten. Ze zíjn geen heren, ze moeten gedisciplineerd zijn (= handelen), met of zonder tegenzin. 7-6-2009 13:39|7.257||7-6-2009 14:50:
Binnensoortelijk gaan parasiteren was een biologische mogelijkheid en ‘de mens’ is die gaan verwezenlijken, hij is soortgenoten als vee gaan houden en gebruiken. Aanvankelijk waren er alleen de bevelen als spraak naast de bedreiging met wapengeweld, dat ononderbroken werd toegepast (openbare terechtstellingen). Pas het projecteren van de vorst de hemel in, het scheppen van een god met almacht, alwetendheid en grafoverschrijdende wraakgier, onthief de bazen van de noodzaak van het telkens weer voorbeeldmoorden. Het hief voor hen de noodzaak op steeds op hun hoede en tot de tanden bewapend en als krijger geoefend te zijn.
De parasitair van ons levende soortgenoten zijn voor ons de enig overgebleven roofdieren: exacter: vampiers, bloedzuigers zijn het. Ze zuigen onze txaenz, niet ons bloed. En wij, gebruikten, worden via de taal, de woordbetekenissen en de besprekingsgewoonten t.a.v. dit ‘er-zijn van rijk en arm’ afgehouden van het helder zien dat dat parasiteren parasiteren is, los van wie het doet. Het is een besmettelijke ziekte: reclame en propaganda zijn manieren om het ieder kind, iedere nieuwkomer aan te hoesten. Het is de begeerte die wordt geïmplanteerd: het “ik wil óók” en “nú ík”. Bij de gebruikten is het ‘aan de beurt komen’, zíj streven en maken carrière, leren, werken en krijgen opslag op den duur. En geld ís dat voorrecht, dat recht om niet als éérste, maar wel vóór enige anderen te mogen nemen van wat veil is, op de markt is. Geld is alleen hoeveelheid voorrecht, dat recht is niet op vastgeschreven spul of spullen en niet t.a.v. van deze of gene, maar t.a.v. de naamloze die minder geld beschikbaar heeft op die veiling.
Iedereen die dit kan lezen, KENT deze stand en gang van zaken. Maar: zo zég je dat niet, zo spréék je daar niet over. En zo dénk je daar dus niet over. Ook dát is iedereen bekend. Een mensenplaag zoals die er is, is niet denkbaar zonder deze ordening (in arm en rijk). De begeerte is er, overal, in alle mensen die luxe hebben gezien (denk aan de cargocults van de Papoea’s in de tweede wereldoorlog: zij zagen goden in vliegtuigen consumptiegoederen voor de militairen aanvoeren en gingen bidden om óók). Dienen voorwaardelijk stellen is niet moeilijk voor wie de wapens hebben; alleen kúnnen de ongeschoolden (niet geveerdonckerden) de mensen zonder opleiding, dat niet. Maar ze kunnen bijvoorbeeld wel jagen en de dieren waar ze van leven uitroeien. En dat gebeurt dan ook.
Toen ik hiertelande jong was hadden de toen heersende ondernemers de regering bevolen de kinderen zonder aanzien van de koopkracht van hun ouders te veerdonckeren (= hun waarde op de arbeidsmarkt op te voeren). Ik kon dan ook 21 jaar dagonderwijs nemen zonder daar één cent voor te betalen. Alleen moest mijn moeder werken om in ons levensonderhoud te voorzien, maar dat deed ze. Liefde heet dat. Na mijn afstuderen ging ik als leraar aan een sociale academie werken en dat was dermate dwaas, dat men mij voor dat zo dwaas zijn extra beloonde met het niet hoeven terug te betalen van de opgelopen studieschuld.
Wat mij overkomen is, is dat ik, aan mijn leerlingen uitlegde hoe de maatschappij dát in ons denken brengt / bracht, wat wij als deel van ons ‘eigen denken’ aantreffen aan aangepaste vanzelfsprekendheden: het bovenstaande (zo práát je niet over de samenleving) is daarvan een schoolvoorbeeld. En ik wees ook op de enorme vermaaks- (= afleidings-)industrie, die het spreken bij (i.t.t. bínnen de maatschappij) überhaupt wegdrukt. Daarmee konden ze (het gedrag van) hun cliënten, later hun leerlingen, beter begrijpen.
Alle partijdige meningen behoren bínnen de maatschappij en mogen vrij ( = ongehinderd) worden uitgesproken en metterdaad verkóndigd / gepropageerd.
Alleen maar op een andere manier dan de gebruikelijke spreken bij de al lang gekende stand en gang van zaken tussen ons, mensen van hier en nu, ís te verdedigen als ‘onderwijsinhoud’ en ontmoet ook vrijwel geen weerstand. Wel zal menigeen zeggen ‘je kunt er niets mee’, dus je hebt er niets aan. En ik kan dat niet tegenspreken én waarheid spreken tegelijk (= in één). Waarheid die je kent begrijpen, analyseren, in samenhang vertellen, benoemend wat aanwijsbaar is en relaties / samengangen die je ziet verwoorden in samenhang suggererende verhalen en uitspreken, het levert niets op. Geen geld, geen voorrechten dus, geen eer, geen invloed, geen extra veiligheid of wat ook. 7-6-2009 15:40|7.965||
4 juni 2009 (2)
Er is op het verloop van de gespéélde “economie” geen peil te trekken. Die ‘economie’ is het mengsel van
1. voorzien in het voor het overleven entelechisch nodige en
2. het binnensoortelijk parasiteren.
Die ‘economie’ is als een röntgenbeeld van ‘de civilisatie’ (dat gebeuren dat zo heet). ‘De civilisatie’ is het gebeuren dat het omgaan is van de permanent, metterwoon gevestigde bezetters met de onderworpen “oorspronkelijke” (eerder daar gearriveerde) bevolking daar. Het omgaan van de nog bewapenden met de ontwapenden. 4-6-2009 12:40| 3.920|| 4-6-2009 13:16:
Het ging in de wetenschap ‘economie’ nooit over echte, weegbare transporten van waren en geldstukken en bij het begrip ‘arbeid’ was afgezien van de arbeider en van de aard van de arbeid en van de aangeraakte spullen (c.q. het aangeraakte spul). Geld bestaat al lang niet meer. Geldeigendom is toegeschreven, op naam van de persoon genoteerd voorrecht.
Alle rechten en plichten waren altijd al VIRTUEEL. De goden waren altijd al virtuele figuren, daders van het natuurgebeuren. Het computerspel vervangt: 1. het voorstellingsvermogen van de “ziener” en 2. zijn vertelling en 3. zijn aanzetten tot actie nemen: mét de goeden, tégen de kwaden.
Het is helemaal de orthodoxe godsdienst in een doosje. Stel dat wat je als speler op het politiek toneel wenst na te streven voor als ‘het goede’, en ‘gaan stemmen’ als het indrukken van de een of andere toets, en de in het computerspelen geoefende stemgerechtigden begrijpen wat ze te doen hebben (indrukken / gaan stemmen) en wat níet: proberen hoe dat spel is geschreven, welke routines er met dat indrukken van die knop precies worden gestart.
De in het computerspelen geoefende stemgerechtigden consumeren hun MEDE-EIGENAAR ZIJN van de grootheid (vaderland of Europa) waarbinnen dat spelgebeuren zich afspeelt. Het deert de in het computerspelen geoefende stemgerechtigden totaal niet dat die grootheden even virtueel zijn als de speelwerelden in hun computerspelen.
Er zijn ouders en opvoeders die zich ongerust maken over het met hun computeren in een virtuele wereld “vluchten” van hun kinderen. Ze komen niet meer buiten en niet meer in aanraking met ‘echte’, weegbare, tastbare anderen. ZE WORDEN ALS MONNIKEN EN PRIESTERS (‘IDEALITER’, DAT IS: ZOALS DE PAUS DAT WIL, naar zijn zeggen, uit hoofde van zijn functie, q.q. dus). Als de begaafde kinderen van het menselijk gebruiksvee niet allemaal op de arbeidsmarkt voor managers komen, laat dat extra veel ruimte op die markt voor de kinderen van wie al manager zíjn.
‘Manager’ staat hier voor ‘uitvoerend mensengebruiker’ (slavendrijver, IN DIENST VAN DE BINNENSOORTELIJKE PARASIETEN, de heersenden, de leidenden, de regenten, de voltijdparasitaire soortgenoten. In dienst van de (open) society. De leidinggevenden of hoe je ze ook wilt aanduiden, die functionarissen die in de concentratiekampen van de SS ‘kapo’ waren.
4-6-2009 13:49| 4.288||
1 juni 2009 (2)
Tussenvoeging: 1-6-2009 12:49: “Van God wordt niet gezegd”, dat is onjuist: van God is álles wat dwaas is, al gezegd. Het is tegen die dwaze uitspraak (en /of suggestie) met het werkwoord ‘bestaat’ dat de primitieve (= ondoordachte) atheïst protesteert en zich met andere protesterenden daartegen verenigt in een isme.
De moeilijkheid en de verwarring komen voort uit het werkwoord ‘bestaan’. Dat werkwoord is een “gewoon” woord, een woord dus, waar geen wetenschap op bedreven is. Geen wetenschap, die tot ‘wat aan iedereen verplicht te onderwijzen is’ is gemaakt. En de verklarende woordenboeken betreffende onze taal, laten ons wat dat betreft ook in de steek. Er is eenvoudigweg, zo blijkt uit die afwezigheid, aan het gereedschap tegen “misverstand” en “onduidelijkheid” geen “behoefte”. Behoefte in de economische betekenis van dat woord. Er is geen koopkrachtige vraag naar, er is DUS niets aan te verdienen (dat is, met andere woorden gezegd: het levert geen middel om van de geldstromen tussen de producerenden, de gebruikte mensen, iets extra’s af te tappen).
Dat die economische behoefte er niet is, is een teken dat het verlangen naar duidelijk spreken / schrijven / formuleren er nauwelijks of niet is, het wordt gesteld in belang áchter al die massaal aanmaakbare verkoopbaarheden waarvoor wél in exploitabele mate koopkrachtige vraag is.
Dat ‘massaal’ moet er bij. Naar eenmalig bestaande (uniek zijnde) voorwerpen (unicaten) is voor zover ze algemeen als waardevol worden gezien een sterke, maar zeldzame koopkrachtige vraag. Schoolvoorbeeld: die schilderijen en zo van de hand van lui met een naam. Hoe kom je aan en behoud je een naam, zoals Rembrandt of Picasso? Ik weet het antwoord op ‘hoe kom je er aan?’ niet, het behoud van die naam, dát zag / hoorde ik levenslang gebeuren: propaganda door kunstbesprekers, bij de AVRO, de omroep voor mensen die denken dat ze ‘weten’ wat ze van horen zeggen en onthouden hebben en nu napraten, meepratend met de woorden die de propagandisten gebruikten.
Het zou veel bescheidener zijn wanneer ik de kunstkenners en de waarderende consumenten van kunst hield voor ‘met een zintuig of wat meer begaafd dan ik’. Daar heb ik me niet toe kunnen brengen.
Het gaat dus over twee dingen:
1. het massaal aan te maken inzicht in de vaagheid van woordbetekenissen en over
2. dat inzicht door iedere individuele mens (gebeurende mensengenencombinatie) zelf moet worden aangemaakt en, uit zijn aard, alleen voor eigen gebruik is. Inzicht is niet overdraagbaar, want kennis niet. Kennis moet iedereen zelf (door er aandacht aan te besteden) NEMEN en wel VAN DE ZAKEN ZELF.
De erbij afwezige kan geen kennis nemen van het gebeuren. Het horen van verslag of uitslag helpt niet. Mijn televisietoestel is geen verrekijker. De lui die tussen de kijker en het gebeuren zitten te veranderen (veredelen dus) zijn met naam en toenaam bekend en trots op hun aanbrengen van verschil tussen uitzending en ‘onderwerp – zoals - gegeven’.
1-6-2009 13:47| 476 woorden tussengevoegd||
11 februari 2003 (2)
Tegen waarnemen en kennen in handelen is dom, en dat is erger dan fout. Ik kan er zeker van zijn dat geen enkele lezer mij omvat, bevat: heel mijn denken (al mijn begrippen in hun samenhang en zodanig en zozeer verbonden met het in mijn geheugen zittende begrepene, de voorbeelden bij wat ik zeg, voorbeelden, die mij zelf niet eens meer telkens weer bewust zijn). Vooronderstellen dat enig lezer in interessante mate zou “lezen” wat ik “bedoel” is DOM.
========
Ik maak dan liever bewust de fout te doen alsof ik aan God kan schrijven, als ik uitschrijf, dan bewust zo dom te zijn te proberen ‘leesbaar’ en ‘te verstaan’ te zijn voor anderen: enige anderen, die mij ook nog eens restloos onbekend zijn.
==========
Dat hoeft niet uit te lopen op het geheim laten houden van wat ik uitschreef. Láten houden, niet door mij, maar door het systeem, het systeem dat slechts verkoopbare, - voor de lezer als verdringingsmiddel voor eigen gedachten bruikbare -, tekst openbaar maakt. Doel met dat openbaar maken is aan geld komen, dienend de lezer die zijn eigen gedachten wil verdringen [en nu even niet met muziek en/of beweging (sport, gymnastiek) en/of bewegende beelden].
=========
Ik besloot postuum te publiceren, via een stichting. Omdat ik geen zin heb
1. om ‘leesbaar te maken’ [ik heb die vaardigheid ook niet] en
2. om ‘handelaars in eigen gedachten dodende teksten’ te smeken mijn teksten ‘uit te geven’ en
3. om last te krijgen van reacties van lezers, die wat ze menen te verstaan afkeuren en wensen te bestrijden (via het bestrijden van mij).
===============
Ik heb geen weet van, laat staan contact met, enig genootschap dat bezig is aan iets waaraan ik als geheel, als mens, als deze mens, zou kunnen meedoen en bijdragen.
Ik ga er ook niet naar zoeken. Ik bespaar me alle gedoe met mensen door die horende en verstaande God te postuleren.
Dat is een enorme vooruitgang ten opzichte van vroeger toen ik bij mijn uitschrijven ‘begeleid werd door de onwelwillende lezer’: de lezer die tegenwerpingen maakte en niet bereid was zelf naar onderbouwende voorbeelden te zoeken. De lezer die bondige tekst wou, maar geen veralgemening liet passeren. Die lezer teistert mij niet meer.
===========
Zelfs inpakken voor een verhuizing is al zeer, zeer moeilijk samen te doen. “Het is veel geven en nemen”, zegt men over dat samenleven dat men dan buiten het werk nog doet, in de privaatsfeer, waar de juristen rust laten, maar de op winst gerichte ondernemers niet.
========
Ik ben erg blij dat ik ze volledig heb opgegeven, de achterhoedegevechten tegen de tot eenling makende mensenveehouderij (men zegt, c.q. spreekt van: civilisatie, moderniteit, beschaving). Ik gaf toe, werd alleenwonende, en voor alle administratie alleen levende enkeling.
=========
Ik eindig op mijn vel en met mijn dood. ‘Geen toekomst’, in het Engels dan, was enige tijd geleden op veel kleding te lezen. Zo hoort het: alleen het heden, geen verzet tegen wat nu toevallig (in de strijd om het voor zich vestigen van voorrechten) de stand en regeling van zaken is.
=========
Dat jij nog moet werken voor geld komt door pech, je hebt nog niet bij Linda de Mol een miljoen uit een koffertje gekregen. Het voorrecht niet te werken, alleen te consumeren, dat is, anderen voor je te laten werken, hen te gebruiken als dienaren, is je niet toegevallen. Voorrecht is toeval, maar volledig recht. Dat moet je beseffen. Alle recht en alle voorrecht is toeval. Als uiting van macht, die uit de loop van een geweer kwam, mogen we het niet meer herkennen: Mao en Marx hebben immers afgedaan: de vrijheid sloeg genadeloos toe [zie Oost-Europa en nu ook China, heerlijke vrijheid, voor wie geen heren zijn: knechtschap, het diensthuis, de loonslavernij, de werkloosheid, de overbodigheid, de situatie van overwonnen volkeren: verslavingen. Heerlijk, heerlijk. Juich, juich.]
=========
De sportwedstrijden zijn de heilige missen van deze maatschappij zonder goden naast de Mammon: daar zien de toeschouwers uitgebeeld dat het de prestatie van het overtreffen is die de basis is voor het winnaar zijn en geld krijgen en bewonderd worden. Dus als je iemand met veel geld ziet, die dat niet geërfd, uit een loterij of bij een Linda vandaan heeft, dan heeft die gepresteerd en overtroffen, dat moet wel. En dan is de ongelijke verdeling dus in orde. En daar zijn missen en andere religieuze voorstellingen voor: om de toeschouwers, bijwoners ‘met hun brein, hun opgemerkte omgeving, in orde’ naar huis te laten gaan. Zonder erg in wat er met hen gedaan is door deze propagandistische manifestatie.
===========
11-2-03 13:50|
0 Reacties