Jaap Schot, 25 juni 2007
25-6-2007 4:54:
God bestaat, want ik dien hem. Mijn txaenz investeer ik (de door hem in DNA geschreven genencombinatie die ik ben) in zijn naam, dus hij bestaat, zoals een bedding waardoorheen water stroomt een bestaande rivier is. Ik maak in mijn eentje geen rivier van txaenz, maar het gaat hier om de kwaliteit, niet om de kwantiteit.
Mijn uitschrijven is besteden i.t.t. verdoen en mijn (door een stichting dóen) bewaren maakt van dat besteden investeren en publicatie kan leiden tot vermeerderen.
Dat mijn ama ‘dat wat ik leerde door de bijbel te horen voorlezen’ omvat (die begrippen, die verhalen) is het resultaat van Moeders doen (door zich heen die gewoonte van voorlezen laten bestaan, dáárin haar txaenz bestédend i.t.t. die verdoen.
Het is talig primitivisme (≈ onder hypnose van de gehoorde woorden en verhalen zijn, oftewel gelóven) om te “denken” dat Shell en Allah en Nederland anders dan als spellen bestaan. Door mensen gemaakte ‘dingen waarvoor je kunt werken’. Gegraven rivierbeddingen, kanalen dus. Alleen díe variaties in hoogte van het aardoppervlak die het omlaag gaan van het water vergemakkelijken, worden rivierbedding. Nogmaals: ik spreek van kwaliteit.
Debat, ja álle zich met elkaar meten is in dit verhaal, dit beeld: het opwerpen van dammen voor het stromen van de txaenz van de opponent.
Gezamenlijk kennis nemen, benoemen (taalschepping), beschrijven en bespreken, kortom ‘wetenschap beoefenen’ (een gezamenlijk project), dat is, - in dit bespreekbeeld, in deze beschrijving -, sámen wél, - over een (opgeworpen of natuurlijke) aangetroffen barrière heen tot stromen (LEVEN) komen, een sterker stroompje vormen.
Bespreken = bij het gezamenlijke onderwerp spreken. Beschrijven is het aanmaken van tekst die lijkt op het beschrevene, zoals een schets, tekening, schilderij lijkt op het onderwerp. Het gemaakte / gezegde ‘lijkt’ omdat het gestuurd werd door het waargenomen zo-zijn (= voor de waarnemer, door de waarneming met deze zintuigen zo zijn) van het onderwerp, het afgebeelde.
Het in naam van een god (een instelling, een staat, enig IETS) besteden van txaenz doet die god, dat IETS, bestaan, zoals het stromen van water een rivier doet bestaan. Kwalitatief. Een waterstroom is een rivier, kwalitatief. De ontstaansgeschiedenis van de bedding is voorbij en maakt geen deel uit van de stromende stroom.
Elke gediende god bestaat, zoals een rivier bestaat, zodra en zolang die stroomt. Shell bestaat, dat wil niet zeggen dat Shell door de stichters ervan werd aangetroffen, zoals door óns, die tijdens het bestaan van Shell werden geboren.
Zoals met Shell en het Koninkrijk der Nederlanden en de USSR, is het ook met de goden. Óók met die Ene. Er wás niets waarvan ze gemaakt werden en er blijft niets van over als er geen txaenz meer doorhéén stroomt (als niemand ze meer vult, men noemt dat: ‘dient’).
De Joden vertellen dat hun god alleen de aanroepbare is, die geen uitgesproken naam moet hebben, hun god is als de hulplijn bij de meetkunde: in elk vraagstuk een andere, maar altijd de reddende, mogelijk makende, tot een oplossing bijdragende. Anders is er die hulp niet, die hulp maakt een lijn tot een hulplijn. Hoopvol zomaar een lijn trekken en kijken of je wat ziet, dat is bezig zijn zoals de zoekenden, die esoterische en ‘psychologische groei’ – boeken doorwerken. Soms vindt, zo doende, iemand zijn hulplijn. ‘Zijn’ hulplijn, want hij is bezig aan zíjn eenmalige vraagstuk. Dat vraagstuk, die opdracht, is, - in het in dit opstel gebruikte bespreekbeeld -, LEVEN: gebeuren volgens de entelechie van de genencombinatie die je bent, zoals een atoom volgens zijn affiniteit gebeurt en een zoutmolecule volgens de voor hem geldende natuurwetten kristalliseert: zó. In déze omstandigheden al of niet. Voor dat gebeuren ligt het zó godgeschreven vást, het óf niet.
Dieren kunnen bewegen en door te bewegen aan dat ‘of’ waarschijnlijkheid toevoegen door zich te verplaatsen naar ‘gunstiger’ omstandigheden, weg ván stagnatie (niet-gebeuren).
25-6-2007 5:54| 637 w|| precies één uur. Toevallig.
0 Reacties