Jaap Schot, 9 mei 2000
Over: vrijheid, soevereiniteit, onbepaaldheid, onveroorzaaktheid, verwachten, berekenen, gissen, dobbelen, toevalligheid.
Omdat Einstein er op reageerde met 'God dobbelt niet', ga ik er van uit dat er inderdaad 'het is tevoren niet door een oorzaak bepaalt' beweerd werd [dat bij het beschrijven van wat er waargenomen werd aan 'gedrag' van kleine deeltjes (fotonen, en zo)].
De vorst kon doen wat hij wou, was soeverein, was onberekenbaar en onweerstaanbaar, onaanspreekbaar ook: aan wet noch ander was hij verantwoording schuldig. Als hij onvoorspelbaar was, als er geen verwachtgereedschap was voor wat hij deed, tegen de volstrekte onzekerheid omtrent het volgende wat hij zou doen, dan leefden de onderdanen 'in een hel': hun brein was totaal onbruikbaar, hun brein is namelijk dat orgaan waarmee het onverwachte in de omgeving moet worden gereduceerd tot een aanvaardbaar, draaglijk peil. Daar hoef je geen god bij te verzinnen: totale onberekenbaarheid, zelfs te grote betrekkelijke hoevaakheid van onverwachte gebeurtenissen maken een mens (een dier) panisch, verschrikt, schuw, gek, dood. Zo erg is dat.
Nu raakte de theorie omtrent de sub-atomaire deeltjes de timmerman het gereedschap niet onbruikbaar, ten diepste had geen mens er als dier iets mee te maken, tot een stel gekken atoomwapens en kernenergiecentrales maakte. Als informatie heb ik dat daar mensen ziek van worden en dood van gaan, door straling. Men zegt het, ik ken de feiten niet rechtstreeks, als ik door straling kanker zou krijgen, zou dat niet achterhaald worden. Dan had ik kennis, maar niet omtrent veroorzaking.
De mens als (werktuigen gebruikend) dier op gewoon, natuurgegeven niveau, de timmerman, hoefde niet onzeker te worden van die dobbelende werkelijkheid onder (binnen, tussen) de atomen.
De klant is soeverein en deze bron van de kracht die het al beweegt in de maatschappij, de koopkracht, is ook onvoorspelbaar, is houder van de vrije wil, die onveroorzaakte oorzaken voortbrengt, of niet 'vrij' kan heten. [Er is wetenschappelijke, - met oorzaak en gevolg betrekkingen verwachtgereedschap aanmakende - psychologie mogelijk en zinnig te zoeken, of er is in ieder mens een vrije wil.]
De gewone mensen praten met de begrippen die ze om zich heen horen gebruiken kritiekloos (zonder te onderscheiden en wel tussen 'verzinsels' en 'namen van vindsels / aantrefsels') verder (mee, na en door). Ze praten dus over de vrije wil en zoeken die. Ze praten de journalisten, de zieners en de onderzoekers met super-apparatuur na, ze praten met informatie alsof ze met kennis bezig waren: ze baseren er zelfs hun handelen op. Schoolvoorbeeld: de mensen hier te lande kopen tegenwoordig aandelen in bedrijven. Ze kennen die bedrijven niet en handelen puur op basis van informatie.
Zij spelen een hazardspel, zo heet dat volgens het WNT: spel, bij hetwelk de kansen niet mede van de kennis of de behendigheid der spelers, maar alleen van het toeval afhankelijk zijn: dobbelspel, kansspel.
============
Altijd weer komt die term 'spel' ergens de teksten binnen. Laten we het nu even over het leven, de werkelijkheid, het alternatief van 'spel' hebben. Aan een spel kan een mens nog naar keuze wel of niet deelnemen. Oh, ja? Ja, Robinson Crusoe hoeft niet te gaan zitten dobbelen. Ook mensen die bij elkaar zijn en leven hoeven niet te spelen in deze betekenis van het woord: iets toevalligs en onnodigs te laten plaatsvinden. Alleen in dat uiterste geval als er gekozen moet worden en overwegen van het gekende geen uitkomst oplevert, dan kan het heilige lot worden ingeschakeld. Dat is geen spel, dat is een zeer ernstige handeling.
==============
Terug naar het ernstige, echte leven. In feite, bij nader toezien en doordenken en dan inzien, kan ik niet kiezen wat mij overkomt, de lezer ook niet. Al die futiele kleine keuzes zijn als zodanig, als futiel en klein te herkennen en te erkennen. Wie van al die mensen in de desbetreffende landen koos toen daar die oorlog uit alternatieven die hij zich kon laten overkomen?
Ze zongen, uit de bundel van 1938: 'Laat mij niet mijn lot beslissen, zo ik kon ik durfde niet, ach hoe zou ik mij vergissen, als Gij (God) mij de keuze liet...'.
'Zo ik kon', maar de mensen in de kerk waren er van doordrongen dat ze niet konden, de keuze niet hadden. Of op de tribunes van de stadions dat besef ook wordt bewust gemaakt en gehouden, zo al, dan toch anders.
Stel eens dat iemand beseft dat Koning Klant, DE SOEVEREIN in deze wereld, die een markt is, één grote MARKT, LEEFT en REGEERT, weliswaar niet zoals God, tot in alle Eeuwigheid, maar toch nu en in de naaste toekomst, in al de tijd dat deze iemand zal leven. Stel eens dat deze iemand tot zich door laat dringen dat in geen enkele theorie Koning Klant hem kent en als zijn kind beschouwt, zoals God dat doet, in het verhaal. Niemand noemt Koning Klant 'Vader': iedereen kent het feit dat Koning Klant heerst en wel genadeloos: geen koopkrachtige vraag, dan geen opdrachten, die de werkgever door kan geven, geen werk dus, geen inkomen vroeger en elders, hier toch minstens: geen plaats, geen taak, geen rang.
Er verandert niets wezenlijks aan dit verhaal, het wordt niet onwaar, het wordt als verwachtgereedschap ten aanzien van wat er gebeurt niet minder bruikbaar, als om deze bekende theorie buiten bewustzijn te houden hier (nog) uitkeringen worden gegeven. Koning Klant kent geen genade en dat is onverhuld te zien, overal buiten de nog (uit anti-communisme sociaal geworden) 'op de USA achter lopende landen'.
woensdag 10 mei 2000 1.45 // voorlopig einde
0 Reacties