Goden

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: roofmoordtocht

Jaap Schot, 14 november 2003

In den beginne waren er alleen maar, tussen alle andere levende wezens, ook mensen. Ze leefden in groepen bijeen, niet in kudden, zoals de gnoes. Als de groep te groot werd, splitste men ze op, ging verderop op het aardoppervlak leven (= zijn txaenz besteden en deel uitmaken van een ecosysteem, net als elke andere levensvorm).
Ooit raakte de bereikbare ruimte voor ‘verderop gaan leven’ op. Mensen kwamen vast te zitten in een ‘gebied’, dat ze gingen verdedigen tegen andere dieren en tegen andere mensengroepen zelfs. Toen kwamen de misoogsten en de civilisaties (de op bijwoning en slavenhouderij uitlopende roofmoordtochten tegen wie er maar bereikbaar waren onder de voorraad hebbende andere mensen). De leiders van de overwinnaars kregen soevereiniteit [= onaanvechtbaar vrij willen] als kenmerkend voorrecht, nee vooréigenschap, verheffende eigenschap toegedicht. Via de priesters verschoof die eigenschap naar goden, die een verheerlijkte uitgave van deze vorsten waren: een fantasie met een verzonnen eigenschap, zo’n god. Het geloof in die fantasie verviel met de macht van de vorsten, een verval dat door het geldsysteem en de onderlinge concurrentie der vorsten was veroorzaakt. De heersende klasse (toen: de adel) was in zichzelf verdeeld en de concurrenten werden tegen elkaar uitgespeeld door de hen dienende handelslieden, die ‘in vrede’ haalden wat die anderen niet met geweld afhandig was te maken. Toen de koning van Frankrijk werd onthoofd was dat proces van verschuiving van de soevereiniteit (ván het bloed naar, náár het geld) al voltooid: soldaten waren al heel lang te koop (Zwitsers). Als legers koopwaar zijn, kan de bezitter zijn eigen bezit verdedigen ook tegen de adel.
Bij de dood door onthoofding van de koning gaat het recht (het gepraat van de advocaten / wettenschrijvers bij de geweldpleging en het dreigen daarmee) ván het bloed naar het geld: de juristen schrijven dat over van de opstandsfilosofen.
De soevereiniteit staat niet langer op naam, de bankrekening nog wel, maar er is veel geld dat niet in de vorm van geldstukken en bankbiljetten en waardepapieren bestaat, maar in de vorm van bezit, dat altijd aan andere rijken te verkopen is. Dat bezit kan de bezitter zelf (laten) verdedigen en de Nazi’s pas en de Bolsjewieken en later ‘linkse republieken’ konden onteigenen. Maar natuurlijk slechts wat ze fysiek in handen konden krijgen. Onteigenen betekent het opheffen van de veiligheid waarvoor alle bezitters de staat nodig en dus positief achten. Hetzelfde geldt voor alle maatregelen vanwege de staat die zichtbaar voor de bezitters tot inflatie (geldontwaarding / prijsverhoging) leiden. De Nazi’s verborgen de inflatie achter de aanmaak van legers en wapens en wegen. ‘Wij’ krijgen onze inflatie verborgen achter privaat te consumeren onnodigs.
De Nazi’s, legers aanmakend, maakten onveiligheid, ‘wij’ vernielen onze levende en onze niet-levende omgeving: ‘wij’ voeren een echte oorlog tegen al wat ongewapend is en een koude tegen door anderen op de markt gebrachte wapensystemen. Een koude oorlog is gewoon de concurrentieslag tussen groepen wapenindustriëlen. De Eerste Wereldoorlog verbruikte daarbij ook nog de jeugd van Europa, tussen ‘het Westen’ en ‘het Oosten’ in de derde wereldoorlog, die ‘de koude’ werd genoemd, kwam het niet tot dat massale meevernietigen van a.s. txaenz. Het helpt toch niet tegen de overbevolking: het probleem blijft.
‘Wij’ spelen ‘koninkje’: wij zijn als goden zo soeverein, niet als God, de Enige, die bestaat, nee als goden, als door elkaars activiteiten gehinderde en/of geholpen goden. Onder ons, de koopkrachtige goden, leven de gebruikten, die alleen maar mens zijn. De zieligste verschijning in de geschiedenis is de middelklassemens: de deeltijds soevereine gebruikte. Hoe meer er daar van zijn, hoe beter ‘ons’ systeem werkt: de slaven hangen aan het voortduren van de slavernij. De gebruikten snakken naar werkgelegenheid, naar bevelen om voor geld aan te gehoorzamen, teneinde na het uitbetalen van het loon zelf weer soeverein te zijn (= oorsprong van bevelen tot onnodigs). Geen middelklassemens wil dier zijn en wil ook niet dat een ander mens in zijn buurt dat is. Een dier kan namelijk zonder onnodigs zeer gezond en gelukkig zijn. Dat merkten de ontdekkingsreizigers als ze ‘Indianen’ ontdekten, wat waren die gezond en sterk en mooi. Gelukkig ging dat mede door de ziekten die de ontdekkers meebrachten snel over en werden de ontdekkers vanzelf superieur.
Nu hier is er zelden iemand die zegt dat het voor een exemplaar van de diersoort mens het hoogst bereikbare is een gezond en gelukkig ongebruikt dier te zijn: volledig en harmonieus met al zijn organen functionerend.
Wie dat zegt spreekt tegen alle specialisatie in productie (= werkgelegenheid) en in sport.

“In (een) civilisatie” leven is: leven met binnensoortelijk parasitisme. Ik ken geen voorbeelden van andere diersoorten die dat doen, anders dan geslachtsgebonden, zoals die diepzeevissen waar de mannetjes zich, als ze dan eenmaal een vrouwtje gevonden hebben, wat daar een godswonder is, zich in de vagina van het vrouwtje vestigen en totaal parasitair worden. Er zijn ook andere vissen waar de mannetjes aan de vrouwtjes vast gaan hangen. Nu ja, dat is een vorm dan.
‘Onze’ vorm van binnensoortelijk parasitisme is niet geslachtsgebonden: het heet bij ons arbeidsdeling, waarbij de deling zó uitvalt dat sommigen geen arbeid krijgen en die sommigen vallen dan in twee groepen uiteen: die welke zeer veel producten / diensten krijgen en die welke zeer weinig daarvan krijgen; krijgen van de productieven (makers, dienstverleners). Doordat dat krijgen verborgen gaat achter het krijgen van geld, heet het allemaal wat anders. En: wordt de schijn opgehouden dat er betaald wordt voor alle ‘consumeren van werkgelegenheid’, ‘werken voor de kost’ genoemd, ten onrechte grootstendeels, wie slechts de kost zou verdienen zou zich, als soeverein, volstrekt arm, een niks, voelen, niet mee ‘koninkje’ kunnen spelen: dat heet uiterste armoe, op het bestaansminimum, een biologisch minimum. De parasieten zijn dus verdeeld in
1. erkende en niet-erkende
2. de erkende in edelparasieten en armlastigen
3. de niet erkende zijn de roofovervallers en de inbrekers en de fraudeurs, die zijn dus zogenaamd misdadig, overtreden wetten en worden verdeeld in witteboorden en anderen. Zó, in nature pakken of buiten de spelregels als geld pakken, dat mag niet.
4. de erkende edelparasieten zijn erfgenamen of toppresteerders (bijvoorbeeld als gebruikte in de sport of in de populaire zogenaamde muziek); de erkende ondermenselijke parasieten worden niet zo genoemd, maar zijn gehandicapt of zo. Ze worden als ondermensen ervaren en dienen zichzelf ook zo te presenteren en te laten opvatten. Hier doet zich dat probleem voor dat Hitler ook enige tijd over het hoofd gezien heeft: dat gezonde mensen invalide kunnen geraken en al voor die tijd dan niet meteen dood of ellendig willen zijn. Het Volk als abstractie heeft dan weliswaar die onbruikbaren als een last, maar in de werkelijkheid is die last een volksdeel. Zoals Jozef S. te M. “zijn” volk wel van edelparasieten kon verlossen, maar niet zonder dat hij daardoor heel veel kwaliteitstxaenz vernielde, zo kon Adolf zich niet veroorloven alle niet-edelparasieten te elimineren. Vele wel, dank zij de medewerking van de medische stand. Het uitroeien van de Joden en politieke tegenstanders was alleen maar oerdom, want txaenzvernietiging zonder enig zinnig criterium.

Txaenz vernietigen is HET doel binnen deze, ‘onze’ overbevolking. Van overbevolking (oversucces = een plaag zijn, biologisch benoemd) moeten we spreken als er niet voldoende voor de natuur om en in ons onschadelijke onnodige txaenzbestedingsgelegenheid is verzonnen en gerealiseerd. De txaenz móet stromen, dat is een (‘leven’ genoemd) chemisch proces (een vlechtwerk van ketens chemische reacties): daartegen is niets bestand en het is onaanspreekbaar. Het besteden van txaenz zó kanaliseren dat het in niks eindigt. Daar gaat het om. Iedere duurzaamheid van een product is strijdig met het onvermijdelijke móeten bewegen, moeten stromen van de txaenz. In het wild zorgt de natuur er voor dat er niets beklijft en alles herhaald moet worden. Vaststellen / vastzetten, bevestigen, vestigen is de oerzonde: gaan beZITTEN en dromen van beSTAAN.

Alle permanentie is gedroomd. Tégen de natuur. [Tegen de dood, als we Becker mogen geloven (“The denial of death”).] Alles wat aan te treffen is, is ononderbroken aan het veranderen, aan het vergaan.

Ook erven is niet zo best, het is het niet meer hebben van de gelegenheid zelf uit te vinden. Begraaf hun rommel met hen mee.

Het is de tegenstelling tussen aarde (dier zijn op deze planeet tussen de andere levende wezens van alle soorten) en wereld (het rangschikken, slaven houden, koninkje spelen). De natuurwetten zijn waar, de andere wetten, die zijn van de wereld en moeten met geweld en dreiging tot gelding worden gebracht.
De wereld der heren, wordt geprojecteerd in een verzinsel, de hemel, waar de goden wonen, de goden zijn dus buitenaards en ziet, dat willen de vorsten en allen die hen naspelen, de burgers, dus ook zijn: buitenaards. Alles willen ze zijn, maar geen dier, geen lichaam. Voor het spelen moet het lichamelijk functioneren worden uitgesteld. Zie bezoeken, vergaderingen en bijeenkomsten. De minderwaardigheid van de vrouw wordt bewezen door haar dichter bij de natuur leven (dat maandelijkse gedoe en dat werpen van jongen, o.k., we zullen het dan verkeerd benoemen, maar het blijft laag, dierlijk).

Zo en weinig anders zit het in elkaar: alles wat dieren ook doen is laag. Dat is niet van kortgeleden, dat is al zo lang als er vorsten zijn, zolang dus als er slaven gehouden worden. Alle omgaan met de natuur wordt nederig werk op het moorden na: ‘jacht’ is het woord dat voor dit voorrechtmatig lustmoorden wordt misbruikt. Met jacht door dieren (ineens tot roofdieren omgedoopt) heeft dit lustmoorden niets van doen. Zie voor analoge verwarrende naamgeving het seksueel ingekleurde macht uitoefenen. Vernietigend macht uitoefenen en vernederen, dat zijn de kernzaken. Zich minderen aanschaffen en het meerdere zijn vieren.
Op de hoge trede van de Aztekentrap van waaraf dit samenhangen, deze Gestalt zich toont, is het concrete gebeuren dermate ver weg, dat er geen angst meer optreedt. Menig kind wordt er midden in geboren (= geworpen) en menigeen komt er levenslang niet uit, uit deze wereld. Wie er geen veilig hoekje vindt, komt er ook als beschouwer niet uit. Velen komen pas als oud mens in een veilig hoekje en dan tot enige afstand en tot enig zicht op de gang van zaken op langere termijn. Wijs, maar meestal te laat.

De natuur uitschakelen, echt er buiten komen te leven is een van de hoofddoelen van de civilisatie. Zelf voedsel (biomassa) maken, zonder daarvoor planten en dieren zoals gegeven (geschapen) te gebruiken is een doel. Ruimtevaart zou er een stuk dichterbij mee komen. Overigens ook het verbouwen van het menselijk lichaam (genetisch en vooral cybernetisch) is zo’n noodzakelijke stap. Er wordt aan gewerkt. Ook de aanmaak van kinderen moet uiteindelijk industrieel worden, van bio-industrie naar humano-industrie en vooral geen vrouwen gebruiken (“poten thuis en mooi wezen”, zoals de macho zei). [Dat hoofdstuk van ‘Brave New World’ is nog steeds waar en verder is het zoeken naar het ideale psychotroop in volle gang: ‘soma’ komt steeds dichterbij (ik ben al achter als ik XTC noem).] Het bestrijden van alle natuurlijks dat ons treft heet volkomen ten onrechte ‘geneeskunde’.

Veel korter kan het niet worden samengevat. Zo ziet het er uit vanaf een hoge trede van de Aztekentrap. Met dit overzicht lukt het niet meer ín te gaan op de ruzies en het gedenk ‘op de begane grond’. Ik ben intussen helemaal vergeten wat mij tot dit opstel aanzette. Dat is overigens ook volstrekt onbelangrijk. Iedere dag weer stroomt er uit de media een enorme hoeveelheid voorbeelden van dingen die niet zouden optreden als het bovenbeschreven overzicht / inzicht ‘werkte’, in de ama’s mee functioneerde.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *