Jaap Schot, 31 oktober 2001
GRENSAFSPRAKEN (APHORISMEN).
=======================
Toeval.
=====
‘Toevallig’ is niet het tegendeel van ‘gedetermineerd’. Gedetermineerd is alles wat veroorzaakt is en zelf op zijn beurt veroorzaakt, dat is: gevolgen heeft.
In de nieuwe taal (die van de natuurwetenschappen) is ook de reactie van iemand op iets een gevolg.
In de oude taal werd alles gedaan en waren alle gevolgen reactieve daden: alles leefde immers, er was geen concept (verzinsel) ‘dood gebeuren’, want ze hadden nog geen automaten / automatieken gemaakt.
Nu, bij ons, is het zo, dat binnen ‘alles wat gebeurt’ een subcategorie ‘dingen die gedaan worden’ wordt onderscheiden. Zo leeft de oude taal nog verder én: is er verwarring, waar velen een boterham aan verdienen.
========
31-10-01 12:13:
======
Soms zeggen we dat enig gebeuren toevallig is. (Of het ons nu raakt of niet, dat laten we terzijde, want het maakt niet uit.) Bij nader inzien stellen we dan vast dat wij ten aanzien van dat gebeuren
* niet geloven dat het gedaan wordt en ook
* niet geloven dat het veroorzaakt wordt.
Iets ‘toevallig’ noemen betekent níet: dat we hetgeen nodig is om uit die twee te kiezen niet weten; als we dát zouden bedoelen, zouden we dat kunnen zeggen.
Kunnen we zoiets bedoelen? Staat het niet vast dat alles minstens veroorzaakt is, gedetermineerd? Nee, beide manieren van praten over gebeurtenissen (= veranderingen) zijn slechts: ‘manieren van praten óver’. Dat zijn menselijke gereedschappen van onstoffelijke aard. Gereedschappen, verder niks.
========
Doen is ongelijk aan bedoelen en bedoelen is ongelijk aan ‘achteraf toejuichen’.
De medewerker van de Elektriciteitsmaatschappij kreeg tijdens het karwei een hartaanval en veroorzaakte door te vallen kortsluiting in de centrale, waardoor de hele stad in het donker kwam te zitten.
Die man nám geen hartaanval, en hij deed dat kortsluiten niet. Het gebeurde en het was toevallig dat hij én daar én juist toen die hartaanval kreeg. Wij veronderstellen geen bedoeler, geen dader. Ook veronderstellen we geen Bedoeler, zelfs niet als blijkt dat de levens van velen gespaard bleven doordat ……… (verzin maar een zegenrijk gevolg, dat kan best).
========
Of er nu alleen maar ‘mechanische’ ( resp. natuurkundig / chemisch procesmatige) gedetermineerdheid is of dat er miljarden willende, beogende, initiatief nemende, ‘vrije’ mensen en dieren en planten en dingen (zoals rivieren en vulkanen en zo) bestaan en bezig zijn, dat maakt voor ons als enkelingen niets uit: wij kunnen noch onze huidige omgeving noch onze toekomst in voldoende mate kennen om voor alle gevaar gewaarschuwd te zijn, we kunnen nooit álles zien aankomen. Laat staan dat wij alles wat ons zal raken kunnen tegenhouden (iedereen die wel eens met de fiets of zo gevallen is, kent die situatie: je zíet het aankomen, maar je kunt er niets meer aan veranderen).
=======
Alle erge dingen die ons overkwamen herinneren we ons slechts opdát wij ons zouden bewust maken dat wij dat OVERLEEFD HEBBEN.
Daarbij maakt het niets uit of die erge dingen ons werden aangedaan of ons bij toeval troffen of vanaf de oerknal al onvermijdelijk vaststonden als daar dan moetende gebeuren.
Naast met erge en om andere redenen opvallende dingen vult zich ons lange termijn geheugen met informatie die lang bruikbaar kan blijven, daar is dat geheugen voor: de plaatsen van bergen, de namen van dingen, dieren, handelingen, enz. Het lang onthouden van de plaats waar een stuk zwerfvuil ligt (lag, heeft gelegen) is niet erg gemakkelijk als ‘in de evolutie van dienst’ te duiden.
De opmerking ‘daar is dat lange termijn geheugen voor’ is geen constatering, maar een beslissing.
=======
De opmerking ‘daar is dat lange termijn geheugen voor’ is geen constatering, maar een beslissing.
=======
Hele hordes mensen hebben een lange termijn geheugen boordevol nooit meer bruikbare informatie. Ooit hechtten overwinnaars machtsaanspraken aan verleden gebeurtenissen: gewonnen veldslagen bijvoorbeeld. Nu ‘spelen’ mensen zonder erg datzelfde spel ‘verleden beladen en daartoe onthouden’. En zelfs onthouden mensen zonder te beladen, maar wel met dezelfde technieken: heel vaak de herinnering ophalen, het (vaak slechts voor het gezin, de familie bekende) stukje geschiedenis weer vertellen.
=======
“Is daar iets tegen dan?”
De schrijver vindt van wel, voor zichzelf zegt hij: dat soort informatie opslaan en bewaren en daaraan txaenz besteden, dat is zonde van mijn hoofd en zonde van mijn txaenz.
Anderen handelen in deze blijkbaar anders. In hoeverre hen dit gedrag, deze omgang met geheugen en txaenz overkomt, afgedwongen wordt of dat het op een doordachte beslissing van hen berust, dat weet ik niet. Het is hún zaak dat te WETEN.
=====//\\=====
We hebben geen andere taal, geen andere begrippenapparatuur, dan die wij hebben en daar moeten we het mee doen. [Zie elders voor wat hier ‘het’ is !]
Toeval, of bedoeld, voorbeschikt, gepredestineerd, of gedetermineerd, schakel in een dikke bundel van ononderbreekbare ketens van oorzaken en gevolgen, het maakt niets uit. Wellicht vinden de sprekende mensen later nog eens iets dat beter gebeurtenissen en hun omgeving in ruimte en tijd bespreekt: een beter begrippenapparaat. Wij hebben het niet.
===========
De taal, de begrippenapparaten, het zij nogmaals vastgesteld zijn menselijke maaksels.
=========
Wat wij, volgens mij, moeten nalaten is: gevoelens aanmaken bij wat ons raakt. Als we gevoelens aanmaken doen we dat bij het zonder erg gebruiken van de oude taal, waarin de levende mensen (en soms zelfs dieren en bij kleine kinderen zelfs stoute hete strijkijzers) met opzet, bedoelend, ons akeligs aandoen. Dat vind ik, anderen vinden het tegendeel of nog weer iets anders.
Dat zonder erg die oude taal gebruiken, dat is een beetje ondoordacht. Die kleine kinderen zijn nog klein, maar wij moeten hen niet alleen ten aanzien van het strijkijzer bijbrengen dat dat maar een ding is en niets kan bedoelen. Wij moeten onze kinderen en vooral onszelf leren dat ook mensen (ja, ook wij zelf) uitstekend beschreven kunnen worden als DINGEN. Wij mensen, ja ook de schrijver, worden door oorzaken bestuurd, rechtstreeks bijvoorbeeld door tegenwind op de fiets en door ‘sociale druk van die anderen’, maar ook indirect, door ‘wat het verleden van ons maakte, ons aansmeerde aan massa herinneringen waarbij alle nieuwe ervaringen binnenkomen en gekeurd en behandeld worden’. De apperceptieve massa heet dat toevalsproduct.
=======
Wij moeten het kind aanleren de anderen niet die hoge verering te geven van ‘oorsprong van eigen gedrag’ te zijn. Nee, die ander is voor het overgrote deel een doorgeefluik.
De verdienste van veel goede mensen is er in gelegen dat zij zich voor enig of veel kwaad waartoe zij aangezet worden ondoorgankelijk maakten.
========
Om te weten waartoe ik via mijn apperceptieve massa suggesties ontvang moet ik mijn invallen omtrent alle zaken van enig belang uitschrijven. Dan staan ze daar als informatie voor mij, die suggesties. Dan is er afstand. Wat ik onder woorden breng, breng ik niet onder in gevoelens. En dat is positief, want gevoelens (en emoties) zijn mijn geliefden niet. Er wordt ook teveel propaganda voor gemaakt dan dat ik ze niet zou wantrouwen.
========
Wantrouwen is overigens niet slimmer dan vertrouwen, beide zijn surrogaten voor ‘verstand gebruiken’ en slechts onvermijdelijk waar je geen verstand van het onderwerp kunt krijgen. Van de toekomst bijvoorbeeld kan niemand verstand krijgen. Ook niet van wat een ander denkt en voelt en ‘eigenlijk’ wil. Niemand kan ooit weten of de ander zich ook zo tegenover zijn apperceptieve massa opstelt, zo, als een IK dat ‘beter dan’ en/of ‘vrij van’ zijn apperceptieve massa wil zijn, gaat zijn, IS.
Daar dringt zich de keuze tussen vertouwen en wantrouwen op. Voor het gevoel. Het in dit opstel geschrevene geeft een alternatief voor het volgen van dat gevoel, namelijk dat ‘inzien dat wij overlevers zijn, die zonder angst dat wat komt kunnen opwachten’. We vinden wel tijd en gelegenheid om te vluchten. We redden ons toen, we redden ons nu, we redden ons later ook wel. Het loopt maar één keer echt mis, dat is niet te voorkomen. Maar daaraan zullen wij ons t.a.v. onszelf niet herinneren. Wij, de lezer en ik, bleken al vele jaren geen sukkels en verliezers te zijn, maar overlevers. En wij hebben nu nog meer ervaring dan toen. Wij redden ons wel.
========
31-10-01 13:08||
==========
1-11-01 20:34:
==========
Zowel de gebruikers als de gebruikten nemen het heden op als bepaalmiddel voor de toekomst. Eindeloos worden gebeurtenissen verteld en dus herinnerd en zodoende opgepompt voor wat betreft de gevolgen die ze hebben. Vertellers voegen gevolgen toe aan de gebeurtenissen waarover zij vertellen. Het verslag van de gebeurtenissen wordt aangemaakt en eindeloos herhaald. Alles zouden ze willen opmerken en onthouden, hun hele leven bestaat uit de anderen, de soortgenoten in hun buurt (in de wei en in de stal geldt voor de koeien hetzelfde). Ook de eeuwige herhaling van hetzelfde zal de koeien treffen: in plaats van een groot en gevarieerd gebied te leren kennen, is er voor deze beesten alleen de wei en moeten ze elkaar dag na dag wijzen op dat bruikbare ijzeren ding, waar water in komt of die liksteen aan die paal.
Als de lezer even bedenkt dat ik het verhaal van die groenteboer met zijn paard in de jaren vijftig plaats, dan is er voldoende afstand om zonder moeite te zien dat deze man evenzeer gebruikt en als vee gevangen en in gebruik gehouden wordt als zijn paard. Zijn paard is van hem, hij is niemands bezit, maar hij doet wat hij doet op buitenbesturing. Het kost een hele bladzij om uit te schrijven en het vult een roman om het bevattelijk uit te leggen, maar hij werd tot groenteboer gemaakt en hij wordt groenteboer gehouden. De lezer kan het een en ander zelf uitwerken.
Er is niets wezenlijks veranderd sinds die tijd. Groentekar of computer, het maakt geen wezenlijk verschil. En al die hoge beroepen, hoe ‘vrij’ ook (in een van de ontelbare “betekenissen” van dat woord), zijn ook vormen van ‘gehouden worden als gebruiksvee, en op zijn beurt anderen als vee te gebruiken, door als klant op te treden’. Loonslavernij: slaven in zelfbezit.
===========
Om te kunnen begrijpen hoe de natuurlijke neiging om dat wat jij (als sprekend dier) aantreft en meemaakt onder woorden te brengen en te vertellen verwerd tot een misbruik van taal en geheugen heb ik het nodig mij die inval van de civilisatie, dat in slavernij brengen, bewust te maken. Mensenveehouderij, mensen gevangen houden en gebruiken, dat maakt dat die mensen met hun opmerkingsgaven, hun taal, hun taalgebruik en hun geheugen anders moeten gaan omgaan (anders moeten gaan werken). Voor de onderworpenen is het avontuur van het ‘leven en wijzer worden’ afgelopen (als gezamenlijkheid deden ze dat, nooit lagen in culturen de gedragsvoorschriften vast, omdat die culturen nu eenmaal schriftloos waren en dus met levende geheugens werkten, daarin hun herinneringen bewaarden. Pas in civilisaties werd het schrijven uitgevonden.)
Vee maakt niks mee en al gaan de mensen ‘koninkje’ spelen, in kleine kring (de pater familias) eerst en in de huidige tijd tot zelfs als wereldburger, dat verandert niets aan het objectieve gebeuren van het in ‘wederzijds gebruik’ leven der mensen in de civilisaties. Koningen strijden met en tegen andere koningen en heersen over ondergeschikten. Nou, gewone mensen van tegenwoordig hier kan men horen vertellen over het werk of over andere ‘plaatsen’ waar ze anderen troffen en wat ze vertellen zijn gewoon verslagen van ontmoetingen en heldendaden. Sympathieën en antipathieën worden gemeld aan en zo mogelijk gewekt in de hoorder. De hoorder zal de betrokken anderen nooit ontmoeten, dat kan rustig vaststaan: het vertellen heeft de oorspronkelijke functie: waarschuwen en ervaring meedelen (= vermenigvuldigen in de stam, de gezamenlijkheid) toch verloren.
De mensen zijn met elkáár bezig, niet met (oftewel aan) een gezamenlijk project [‘wijzer worden als gezamenlijkheid teneinde te overleven en te LEVEN’ ]. Ze zijn bezig met elkaar als personen, als gerelateerde enkelingen; bezig, zonder een gezamenlijk project te (kunnen) hebben: ze zijn dan ook competitief bezig, aan een en dezelfde kant van het touw trekken noemen ze al ‘samen een team vormen’.
=========
Het ‘thuis’ vertellen van wat ‘op het werk’ meegemaakt (geleerd en te onthouden) is, is nodig omdat er met de mensen van ‘op het werk’ die gezamenlijke tijd na het werk niet is. Dat was oorspronkelijk anders, er waren in de kleine leefgroepen geen anderen om ‘mee te werken’ en om ‘mee na te bespreken’ (= het geleerde te verwoorden en het zodoende extra, nog eens anders, te memoriseren). Hier wordt ook het gescheiden napraten van mannen en vrouwen bij kleine stammen begrijpelijk. Dat wij hier dat in kroegen en al telefonerend zien gebeuren wijst ook in deze richting.
=======
1-11-01 22:32:
=============
Het was mij vergund, het viel mij toe, de gelegenheid te hebben een niet meespelende, een bijwoner te zijn. Ik nam geen deel, ik speelde nooit enige rol waarin dan ook. Er is een onmetelijk grote stroom txaenz en die wordt verdaan aan het aanmaken en ongelijk verdelen van onmetelijk veel onnodigs en zowaar ook aan het aanmaken van veel nodigs, zij het gezien de ongezondheid en armoe van zo velen op aarde, niet genoeg. Men jaagt hier nu niet op txaenzbronnen, bij die overmaat kunnen veel mensen ‘vrij’ (in de betekenis van buiten gebruik) gelaten worden.
Vanuit die uiterst ongebruikelijke positie als ongebruikte bekijk ik de wereld. Dan zie ik dit.
0 Reacties