Grenzen van natuur, cultuur, civilisatie en maatschappij

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 1986

Opstel over de grenzen van de ervaarbare, bij de keuze van het gedrag meetellende grootheden natuur, cultuur, civilisatie en maatschappij.

Mensen gedragen zich ook verschillend in geval ze al of niet een omgang [zoals onderwijs, opvoeding, training, disciplinering, onderwerping, vorming] het voltrekken van een vonnis of iets dergelijks achten. Iets dergelijks herkennen als iets wat gevangennemen of gevangenhouden is, temmen of voor cipier spelen. Manieren van opvatten beïnvloeden het gedrag. Dat is nogal evident.
Maar het is wel fundamenteel. Want ik wil hier 'dingen' (gebieden, grootheden) onderscheiden die hier te lande heden ten dage niet los van elkaar voorkomen, niet zuiver te krijgen zijn.

Alle genoemde grootheden, op de natuur na, zijn door mensen gemaakte gevangenissen en werkkampen/ concentratiekampen/ vernietigingskampen. Het maakt in deze geen verschil of de buitenstaanders iemand binnen houden of dat de medeingezetenen dat doen. Wie zijn land van inwoning niet mag verlaten van zijn landgenoten, is er evenzeer, maar niet erger, in gevangen dan wie in geen enkel buitenland welkom is en door de buitenlanders teruggestuurd zal worden.

Wat iemand in zijn eigen land, in het algemeen, in een bepaalde grootheid het meedoen en mee leven en samen leven mogelijk en gemakkelijk maakt (het kennen van de taal, het kennen van de gewoonten, het kennen en hebben van een betaald beroep, enzovoorts) maakt hem vaak meteen het leven elders en anders moeilijk of zelfs onmogelijk, niet meer te leren ook vaak.

Hieronder volgt voor elk der grootheden een opsomming van wat er binnen aan kenmerkends is. Daarnaast volgt om de grenzen tussen de grootheden aan te duiden een opsomming van de tegenstellingen, die de grenzen overschrijdend zijn.

Civilisatie – maatschappij

amateurisme wedstrijden/ wedijveren om het uitblinken in het spelgedrag in onderscheid van beroepsmatige beoefening om te winnen in het toppresteren, het vestigen van records, doeltreffendheid gaat voor elegantie, fraaiheid, fairness, sportiviteit, mentaliteit.
Het overgaan van amateuristisch naar beroepsmatig, is het overschrijden van de grens tussen civilisatie en maatschappij. Het is de overschrijding van de grens tussen het doen als heer (amateur) en het doen als knecht (als dienst voor geld).

Maatschappij

Kenmerkend voor de maatschappij is dat het een arena is waar de knechten elkaar bestrijden. Zoals de gladiatoren dat destijds in het Romeinse Rijk deden. Op de publieke tribune zitten in hun vrije tijd die gladiatoren die zojuist, en straks weer, in de arena functioneer(d)en. Parttime is iedere gladiator Jan Publiek. Op zijn beurt als Jan Publiek, is iedere gladiator beoordelaar. Met de macht te veroordelen. Gewelddadigheid in de arena en op de tribunes werken op elkaar in, versterken elkaar. De gewelddadigheid (groter gevaren voor leven en welzijn der gladiatoren) in de arena maakt dat er groter geweld (dreiging met doodhongeren) nodig is om de mensen weer de arena in te krijgen.

Civilisatie

historisch gezien ging de komst van de civilisatie gepaard met de komst van een gelaagde samenleving. Een civilisatie was een samenleving van heren en knechten. De heren konden weer, net als de natuurmensen in terreinen waar de natuur volop voorzag in het nodige, zachtaardig en ontspannen en speels en fair worden, 'beschaafd' heet dat. De knechten bleven in hun steeds harder wordende artificiële omgeving verder verworden in de richting van de genadeloze eisende maatschappij, waarin de strijd om het bestaan een concurrentiestrijd tegen, in plaats van met, de anderen was. De situatie waarin de geknechten leven, maakt dat ze uiterst kwalijke karakters krijgen. Kwalijker naarmate ze in die omstandigheden beter aangepast zijn.

Onnodige diensten

De knechten die de onnodige diensten aan de heren uitdachten en invoerden schiepen de extra druk op de mensen in de maatschappij. In dit verband een voorbeeld: de schepen die het met geweld veroverde uit de verre landen meebrachten naar Europa waren gevuld met onnodigs. Goud, zilver, ivoor, specerijen, kunstartikelen uit andere civilisaties en dergelijke. De gruwelijke misdaden die begaan zijn tegen de verre gekleurde volkeren, werden begaan om luxe, om onnodigs. Zonder enige natuurlijke noodzaak, er was niets biologisch beschrijfbaars aan het gebeuren. Dat geldt nog steeds. Alle honger en ellende is nog steeds onnodig. Er hoeft niet over overbevolking geklaagd te worden. Het is overmatige vermaatschappelijking die de wereld en daarmee de aarde teistert. Met andere woorden, wat er teveel gebeurt, is knechten. Dat wil zeggen, heersen en vooralsnog niet alleen maar: wat er teveel gebeurt, is voortplanten. Daarbij is te merken dat voortplanten een vorm van imiteren van bezitters (veehouders), heersers is. Respectievelijk, het zich aanschaffen van een nageslacht dat talrijk is als het zand der zee, en dynasticisme. Dat wordt als vanzelfsprekend, meedoend, gewoon doend, gedaan. Niet bewust. Zoals de gazonmaaiers en ligusterheggenknippers ook niet bewust bezig zijn Versailles te imiteren.

Gebrek aan weten wat hij doet, maakt iemand extra schuldig, niet andersom. Daarmee stel ik iets dat recht ingaat tegen wat het Christendom leert. De Christenen willen dat wie niet weet wat hij doet als hij Jezus kruisigt, vergeven wordt. En ze willen dat wie weet en zondigt, dubbel gestraft wordt. De Christenen maken zodoende weten tot een gevaarlijk en te vermijden iets. Wie doet weten is iemand die de onwetenden opzadelt met dubbele straf als hij in zijn bewustmakingsondernemen slaagt. Vandaar dat de organisatie, de kerk, dit soort lieden terecht, ter bescherming van de beminde gelovigen, snel en doeltreffend de mond snoert.

natuur – cultuur

men overschrijdt de grens tussen natuur en cultuur door het opgeven van het vertrouwen in het voorzien door de natuur morgen weer in alles wat nodig zal zijn dan voor leven en welzijn. De grensoverschrijdende daad is het aanleggen van voorraden. Denk hierbij aan het verhaal over het manna in de Bijbel. Het gedurende een volheid van jaren (40) zonder voorraden leven in ongecultiveerd, ongebruikt terrein (woestijn, beter: woestenij) is een oefening in het vertrouwen op de natuur, op de natuurgod, de schepper en onderhouder van het leven en de (klimatologische) voorwaarden daarvoor.

Het volk mort

Het volk Israël wordt niet slechts uit de civilisatie (Egypte) geleid. Maar ook, niet de cultuur in. Nee, het volk wordt bevrijd en dat wil zeggen het wordt in de vrijheid, in de natuur gesteld.
Wat het volk zich als beloofd denkt, een land dat overvloeit van melk (veeteeltproduct) en honing (een luxe?), zou wel eens een voorbeeld kunnen zijn van: het op zijn beurt een civilisatie als heer bewonen. Het volk is niet meer terug de natuur in te krijgen en tevens tevreden te houden. Het volk murmureert: ze lopen te kankeren, te betogen en te protesteren. Ze beklagen zich. Zelfmedelijden hebben ze, omdat hun verzorging niet zo is als in de civilisatie waar het gewone, het nodige, de aandacht niet kreeg. Het gewone nodige krijgt nooit de aandacht in een civilisatie. In een civilisatie is het nodige en natuurlijke slechts middel en materiaal voor het grote bouwen van onnodigs. Of dat nu zijn piramiden, paleizen, kathedralen of wapensystemen.

De mens stelt zich buiten het ecosysteem

Het overschrijden van de grens natuur-cultuur gebeurt in daden (in onderscheid tot in gevoelen, waar het over dat wantrouwen in de natuur, het ecosysteem als voorzienigheid gaat) door het ingrijpen in het ecosysteem waarvan de mens deel uitmaakt. De mens definieert zichzelf dat systeem uit, verheft zich erboven, stelt zich erbuiten. En gaat hetgeen hij als voedsel gebruikt, helpen bij het in aantal vermeerderen. Planten worden gezaaid, 'onkruid' wordt genoemd wat voor die planten concurrenten zijn. Vee wordt geteeld, 'ongedierte' en 'roofdieren' noemt men de dieren die men niet eet, maar die van de planten of het vee dreigen mee te eten. De mensen kiezen zich uit te buiten bondgenoten onder de andere levensvormen in het ecosysteem en ze kiezen zich er ook vijanden.

Dat is cultuur bedrijven. De vijandschap die de mensen invoerden, maakte militair handelen nodig: moorden en bewaken. Moorden is doden om andere redenen dan om op te eten. Roofdieren moorden vrijwel nooit, ze eten hun prooi op. Roven kan überhaupt slechts als term gebruikt worden in het kader van bezitsaanspraken. Als term om natuurlijk gedrag te beschrijven is 'roven' volstrekt onbruikbaar.

Terzijde, bij het veroordelen van wat de mens het ecosysteem aandoet waar hij zich uit weggedacht heeft, protesteert menigeen even primitief als bij het veroordelen van het tussenmenselijke militarisme. Protesten tegen chemische bestrijdingsmiddelen zijn even onradicaal als protesten tegen kernbewapening. Niet de manier en de techniek van het moorden is verwerpelijk, maar het moorden. Het verhongeren van Afrikanen is niet minder verwerpelijk dan het vergassen van Joden of het verbranden van heksen of het over de kling jagen van barbaren of wat ook. De strijd om Troje was niet menselijker of op welke dimensie ook beter, minder slecht dan het vernietigen van Dresden of Nagasaki.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *