Jaap Schot, 27 februari 2005
“De Masai zijn een lang en sterk volk van mensen die heel hoog kunnen springen. Men zegt dat dat komt doordat een Brabantse pater anderhalve eeuw geleden bij hen het happen naar Peijnenburg (koek) heeft geïntroduceerd.
Jammer dat deze pater de Pygmeeën nooit heeft bereikt.”
Aldus een televisie reclamespot.
=========
Over de tekening van de legbatterij ligt de tekening op doorzichtig plastic van de mensenbatterij. Daarop leggen we nu weer een vel doorzichtig plastic en schrijven er tekst bij, dus overheen, zonder het te beschadigen en te veronduidelijken.
=====
Centraal staat de tegenstelling tussen LEVEN (als Robinson Crusoe in z’n eentje zo vrij en zelfstandig) enerzijds en geleefd worden (via degenen met wie je in aanraking komt) door naamloze anderen, die een aangetroffen organisatie (oftewel systeem) bemannen (‘gebruiken’ komt voor, maar vooronderstelt een eigen LEVEN* bij (in, door) de ‘gebruiker’.
* Vooral een eigen denken over (? binnen en bij) dat gebruiken plus het meta-denken over dat denken, dat ZELF (als IK) in onderscheid van ‘persoonlijk’ de eigen txaenz besteden.
=======
Tekst over de tekening heen. De tekening van de mensen in hun situatie. De situatie van productievee, die overeenkomt met die van legbatterijkippen. Waarbij de mensen elkaars ‘eieren’ als voer krijgen, als waren ze boeren. Dit gebeuren, dat ze elkaars eierenrovers zijn, maakt het nodig** dat ze zich niet tot het beschrijven (<-- begrijpen) van hun situatie beperken, maar er zich een alternatief, het alternatief ‘een vrij dier zijn’ náást denken. [Robinson Crusoe resp. de wilde dieren zijn geschikte modellen. Uit resp. literatuur en ethologie.]
** Nodig waartoe? Antwoord: om als wat we zijn, - nog steeds van die genencombinaties (met name in ons geval: wilde dieren) met ieder een eigen entelechie ( ? Engels: urge) -, te kunnen functioneren, volledig ( ongespecialiseerd) en harmonisch, die twee (volledigheid en harmonische evenwichtigheid) zelf nastrevend / optimaliserend (zonder in onvrede te streven naar máximalisatie).
========= 27-2-2005 10:01|27-2-2005 13:09:
1. Ik heb het gewoon door. Dat is een verzameling schakelingen in mijn hersens. De gedachten worden daarin aangemaakt en de werkelijkheid, - van het oppervlak waarvan ik flarden waarneem die (door mijn zintuigen en mijn dan daar mij bevinden en mijn beperkte txaenz beperkt) samen mijn ‘Umwelt’ vormen -, is soms het aangetroffene en dán besprokene, maar ook vaak de achteraf door de media uitgebraakte illustratie van wat ik, -al uitwerkend-, formuleerde op basis van logica en consistentie.
2. De termen en verhalen van de bijbel en dat bespreekbeeld van die productiebatterij waarin wij, mensen, tegenwoordig hier gehouden worden, de meesten van ons enigermate bézig zelfs.
3. Wat ik doe is dit: ik verwerp de propaganda dat enig mens hoger zou kunnen zijn dan wat hij als genencombinatie, als wild (vrij van buitenbesturing zijnd) dier dus, kan zijn. Het maximaal haalbare voor een eikenkiem is het een ongestoord en ongeremd uitgegroeide oude eik te worden en dan te sterven. Dáár gaat het die kiem, daar gaat het voor die kiem om. Er zit geen dader in die kiem en die kiem zijn uitgroeien (of niet) wordt niet gedaan. Die kiem wordt alleen door zichzelf als strevend iets, - dat zo streeft als een kristal zich vormt, gewoon gebeurend dus -, geïsoleerd van en geplaatst tegenover andere kiemen met hún “belangen”.
4. Alleen die kiem gaat het om het tot volle wasdom komen van die kiem. Wij moeten ons niet vertellen dat er behalve wie ons bemoedert er ergens ooit iets of iemand buiten ons is bij wie het om óns gaat.
5. We moeten het verschijnsel ‘bemoederen’ (= Moeder zijn voor) niet ontkennen. We kunnen het bij vele, vele wilde dieren zien gebeuren, het is overt gedrag. De dieren die het doen, functioneren er in, dat wil volgens sommigen zeggen: scheiden er intern endorfinen bij af en dat levert hen een bekrachtigend (= tot doorgaan ermee brengend) gevoel / signaal. ‘Lust’ noem ik dat. [Let op dat de roomsen als lust alleen de seksuele lust kennen is hún zieligheid.]
6. Dat bemoederen heeft het voeden en verzorgen van ook volwassenen als mogelijk surrogaat voor waar geen kinderen zijn.
7. Ook samenwerken en elkaar helpen en beschermen werden onder druk van de barre ecosystemen die het paradijs waren “ontwikkeld”.
8. Zó werd ‘de mens’ een plaag.
9. Zó kwam er civilisatie (binnensoortelijk parasitisme), maar:
10. Zó ook kwam daarmee nooit vrede of instemming, er bleef verzet, want het is tégen dat samen leven en dat bemoederen.
11. Dat samen leven en dat bemoederen zijn natuurkrachten binnen de entelechie, de urgerende kern van ons stoffelijke een genencombinatie zijn. Er is dus NIETS tegen te doen er hoeft ook niet toe besloten te worden, die urge, die drang, dat heilig moeten, dat heilig beseffen dat het afwezig zijn ervan niet deugt, is gegeven, een onoverwinnelijke natuurkracht. 27-2-2005 13:36||Het wordt nooit ‘vrede’, zoals nooit alle geoogste graankorrels opgegeten en van ontkiemen en uitgroeien uitgesloten worden, hoezeer ze ook niet ‘als zaaigoed’ bedoeld zijn door de oogstende.
12. De civilisatie is in gevecht met de natuur (= het onderwerp van de biologie, niet van de psychologie). Van de psychologie zou ze kunnen winnen als ze het onderwijs geheel van de moeders afnam en de vorm van operante (= woordloze, het taaldier als zodanig doodhongerende) conditionering gaf. Maar dan zou ze moeten afzien van alle ‘het de mensen aanleren van praten over zichzelf’, dus geen schuld en geen verdienste meer, niet voor de gebruikten in die heerlijke nieuwe wereld, maar dus ook niet mee voor de fascistische bovenlaag, als er bewondering geoogst moet worden, dan moet er de waan van de vrije wil en de oorspronkelijkheid en de creativiteit gezaaid worden en dan is die vrede niet te bereiken die er pas is als de gebruiksmensen vervangen zijn (het in batterijen gehouden dienstvee / productievee vervangen is) door robots à la Asimow en ‘Westworld’ de film.
13. De echte fascist moet een potentieel gelijke vernederen (als mindere hebben), anders is het niet echt. Het heteroseksueel inkleuren van dit omgaan met een mindere is tweede keus. Dat bleek toen de homofile knop (sommigen zeggen ‘zweer’) openbarstte. Ook de sado-maso knop is vol-open. Die business bloeit ook.
14. Het van buitenaf besteed krijgen van hun txaenz overkomt hen, hen die als batterijmens gehouden worden. Ze treffen zich op buitenbesturing in plaats van op bemoederd worden aan. Wat hen wordt aangedaan is volstrekt blind voor hun entelechie. Vroeger (dan kort na de tweede wereldoorlog) was dat onverhuld, onbeschaamd en dus duidelijk. Duidelijk kenbaar, maar het was en is niet anders bespreekbaar dan met valse termen, met in religie (c.q. godsdienst verpakte, verborgen) juristenbegrippen, die de secularisatie, de godloochening overleefden.
15. Tegen dit gebruikt worden door lieden naast hen die hen als mindere gebruiken, tegen dat alledaags, - met die naam zelden (maar zie Wilhelm Reich) benoemde -, fascisme wordt gepuberd.
16. Het is het lage IQ dat zovelen tot de drugs brengt. Een laag IQ én een gebrek aan begrippen en verhalen, dat niet zou hoeven op te treden als hen de bijbel gewoon was voorgelezen, zonder commentaar, maar er voor zorgend dat ze horen wat er gelezen wordt. Horen, NIET: VERSTAAN, dát kan nog niet.
17. Hier wijs ik weer op die film waarin Bosjesmannen hun kinderen pantomimisch onderwijzen hoe ze de eetbare dieren kunnen herkennen als die er weer komen, misschien, ooit: zó is de kenmerkende sprong van die dieren, en verdomd als het niet waar is: de Thomsongazelle, precies. Die kinderen kunnen nu later hérkennen wat ze niet eerst ooit zelf gekend (<-- opgemerkt) hebben. Dat is samen LEVEN. De stam óverleeft de enkelingen en die enkelingen kunnen gerust sterven, wat hen waardevol maakte is doorgegeven. Hun doodgaan is het vervangen, voor en door de stam, van oude, versleten lijven, door nieuwe, onbeschadigde, verse.
18. Daar is niets ergs aan. Alleen de staatsgodsdienstige christenen hebben er moeite mee. Zij hebben de staat toegestaan (= het wetgevend en wet handhavend gezag verleend in plaats van volgehouden dat het puur dreiging is van bewapenden jegens onbewapenden) hun txaenz te besteden, hen van buitenaf te besturen, op dingen af te sturen, te remmen, te stoppen. Die verworden christenen zijn als de dood voor de dood en dat is totaal onverenigbaar met wat ze elkaar als beloofd voorhouden: het hemelrijk na hun dood voor hen als gestorvene, na een herrijzenis.
19. Die staatschristenen (de roomsen dus en nogal wat teruggevallen protestanten), die “zeggen”: “o.k., wél gebruiksvee, maar geen slachtvee: geen euthanasie en geen voorbehoeding ‘aan de voorkant van het leven’ en: geen keuring (alles wat door een vrouw geworpen is, heeft álle rechten tot er een veroordeling gevolgd is, maar dan mag dat weer geen doodstraf zijn). 27-2-2005 14:19|||
20. 27-2-2005 14:29: als verwachtgereedschap is het bedoeld en functioneert het, dat waarmee ik ‘dat wat ik (van wat mij gegeven is) opmerk’ bespreek (<-- begrijp/orden) [ mijn begrippensysteem plus mijn verhalen en bespreekbeelden].
21. Het functioneert en dient dus NIET als verwachtgereedschap voor wat er door anderen bij het verwachte gezegd, gevoeld, gedacht, beweerd, waar geacht, gemeend wordt. Met al die ‘dingen’, waarmee mijn onderwerp, dat is: hun waarneembare gedrag, door hen in hun bewustzijn wordt omgeven, zonder dat hen dat enige greep levert op dat gebeuren, heb ik niets te maken. Ik geloof niet. Dat is de korte uitdrukking voor dat ‘heb ik niets te maken’. Ik hoor hun geluidjes wel, ‘hoor’ die zelfs als lezer, maar ken het feit dat het slechts luchtverplaatsingen en gerichte inktspreidingspatronen zijn. Het gaat nergens over, het is niets meer dan het vermenigvuldigingsproduct van woordenschat, grammatica en logica. Gepraat. Geneuzel.
22. Iedere zondag luister ik wel naar een flard van een preek in een kerk: ze hebben absoluut niet door waar het over ging en gaat bij wie als verlichte spreken. Daar kunnen ze niets aan doen. Ze doen niets, ze gebeuren gewoon, net als ik en net als de orkanen, cyclonen en draaikolken. Daar zit ook geen dader in. Hoeveel verwoestend werk ze ook doen. En ook de zegenrijke zon is geen dader. Tenzij iemand dat toch wenst op te vatten, zo. Dat kan en mag en is helemaal niet ‘gek’.
23. als je maar niet gelooft dat er geen daderschap, geen subject-zijn, geen god is en als je maar niet gelooft dat er wel daderschap, subject-zijn en een god is.
24. Niet het ‘om te bespreken gebruiken’ is fout, maar het niet meer herkennen en erkennen als zelf ingevoerd begrip naast (niet ván) ‘wat is’, DÁT IS FOUT. 27-2-2005 14:46|||
25. De centrale truc is: weten dat je praat bij wat je opmerkt en dat dat ‘praten over’ geen manier is van ‘omgaan met’. Slechts via het ‘te waarschuwen en dus te misleiden zijn’ van de ander die hoort wat je zegt, levert dat ‘praten over’ diens reactie jegens jouw onderwerp door jouw zó er over praten’ aan fysieke oorzaak. Het schrikkende paard geeft een échte trap. Dat waarvan het schrok, heeft met die trap niks te maken. De misleide gebruiksmensen voeren echte oorlogen en maken elkaar en derden echt ongelukkig en ziek en dood. Pure pret.
26. De mensen in de civilisaties zijn met elkaar bezig, ze voeren een burgeroorlog, om voorrechten, die in geld zijn uitgedrukt tegenwoordig: onder één noemer gebracht. Bedrog is de hoofdstrategie, al zijn er ook veel ‘ijzeren’ wapens in gebruik. De staten hebben het geweldsmonopolie, zij zijn de erfgenamen van de slavenhouders. Daarom wordt dat monopolie dan ook niet gebruikt tegen de bevoorrechten (de rijken, de koopkracht, als we het om aan moreel en ethisch gedenk te ontkomen maar even onpersoonlijk zien, wat het allemaal ís: persoonschap is een verzinsel!)
27. Het geweldsmonopolie van de staat is niet tegen de koopkracht in te zetten. Integendeel, de koopkracht berust er op. We kunnen het ook anders formuleren: de koopkracht is de vermomming van de vuurkracht waarmee dreigend, de binnensoortelijke parasieten hun roofoverval zonder einde plegen.
28. Nooit iets geloven: naar de zaak zelf gaan en bestuderen. Als ik iets opschrijf dat niet waar is, dat niet beschrijft wat aan te treffen is, dan is er niets anders aan de hand dan dat ook ik een vals bewustzijn onder woorden bracht en breng. Dat is er dan één extra op de zes miljard, dat mag geen opwinding geven.
29. Wat zitten die gevangenen in die batterijen als productievee nu eigenlijk te doen? Nee, het bedoelde antwoord bestaat niet uit een opsomming van al die ontelbare geproduceerde diensten en goederen. Het bedoelde antwoord past op een trede van de Aztekentrap en geen al te lage. Ze laten zich hun txaenz verdoen. Dát is er aan de hand, dát gebeurt. Dat beeld van ‘ze worden met elkaars eieren gevoerd’ slaat op het feit dat ze voor elkaar ‘werken’, dat ze door anderen opzij van hen, door mede-gebruiksvee, hun txaenz verdaan krijgen, bevolen worden, gemotiveerd worden dingen te doen die voor henzelf daar dan niet nodig zijn en waar ze ook niet ‘in functioneren’ [ functioneren kunnen dieren per orgaan in (voor desnoods alle andere organen in ze / van ze) ónnodigs, ] er geen endorfinen / lust bij aanmaken, er zelfs geen plezier aan of bij of naast hebben.
30. Stenen voor brood 27-2-2005 15:29 zijn al die surrogaten: democratisme, algemeen kiesrecht, “vrijheden”, mensenrechten, tolerantisme, enz. enz. Bij iets nader toezien reeds is op te merken dat met dít ‘positieve recht’ vermeden werd te voldoen aan eisen en verlangens die de civilisatie als systematisch binnensoortelijk parasiteren zouden hebben beëindigd.
31. De batterijmensen vertonen precies het te verwachte gedrag. Het is natuurlijk andersom: het verhaal is er gekomen om dat waargenomen gedrag er in onder te brengen, ermee te verwachten. Dan blijkt er ineens nog veel meer in dat verhaal te verwachten te zijn (met logica en consistentie) en dan leveren ‘de media’ overvloedige voorbeelden daarvan in hun output. Zo werkt het.
32. Een centraal voorbeeld is het gevraag naar de zin van hun leven, de zin van wat hen overkomt. Verveling, bij ontstentenis van inspiratie én van noodzaak.
33. Een mooi voorbeeld van ziek denken is de (roomse) kreet dat het goed is voor anderen te leven. Ze zouden zo de moeite waard zijn. Gewauwel natuurlijk: iedereen is zijn eigen txaenz waard, als hij volgens God (? ‘dat wat is’ / ? ‘dat wat gebeurt’) meer waard was, was hem dat toebedeeld. Er is geen reden om iets anders aan te nemen. [We moeten bedenken dat dit geneuzel over de zin van het leven plaats vindt in het kader van religieus gejengel, met of zonder Godsbegrip in gebruik.]
34. Als ik andermans txaenz waard zou zijn, was ik zéker mijn txaenz waard. Als we dan beginnen de anderen niet langer te hinderen bij het voor zichzelf zorgen, aan zichzelf op eigen initiatief hun eigen txaenz gebruiken om in het voor hen daar dan nodige (functioneren) te voorzien, dan komen we toch een heel eind. Maar dat kan niet als opkomende gedachte getolereerd worden, want: dan komen de binnensoortelijke parasieten niet aan hun trekken, dan komt de staat (want dat zíjn zij) niet tot zijn recht als verdediger en doorzetter van hun belangen. Dus moet de kerk haar taak, verwarren, uitvoeren en de mensen op elkaar af sturen.
35. Er is maar één uitweg en die is door de openstaande deur: en daarover, over die weg nu, staat (van) alles in de Bijbel. Dat boek gaat NIET over de avonturen van de Joden, Jezus en de apostelen, dat boek gaat over de mogelijkheid voor productievee om mentaal als waren ze vrij (‘wild’ heet dat in het Nederlands bij dieren en dieren zijn wij en NIETS, maar dan ook NIETS anders !!) te LEVEN (dat volstrekt tegengestelde van ‘op buitenbesturing staan na de babytijd en van iemand anders dan van iemand die jou beMoedert. Moeder, die bij dat vreemde altruïstische instinct de haar lust gevende psychotrope stoffen (endorfinen) binnen in zich afscheidt.
36. De truc is: het hernemen van het initiatief ten aanzien van de besteding / investering van jouw txaenz. Van het zelf besteden van je txaenz verkrijg je lust, daar ben je als genencombinatie in miljoenen jaren op uitgeselecteerd. Ellende mag de pretstofproductie in de dieren niet drukken. Al die oorlogsverhalen vertellen dat de natuur dat besluit heeft genomen en uitgevoerd.
37. Zeker zolang er geen persoon dader van die ellende is, veroorzaker die ook zou kunnen nalaten, kan het dier tegen alles, tot zijn laatste snik.
38. Wat die doordacht - deterministische versie van het protestantisme voor sommigen onleefbaar maakt is het feit dat er een dadergod in voorkomt. Doordenken zou afschaffen van het gebruik van het begrip van die god ook hebben moeten veroorzaken. Een onverbiddelijke God is net zo’n pretbron als een onaanspreekbare ander, een onberekenbare psychopaat of een volstrekte autist of een speler van ‘soeverein koninkje’ (standaard uitspraak “dat zal ik zélf wel bepalen”.).
39. Het spelen van solitaire kaartspelen die op basis van ‘random’, ‘hazard’, toeval gekozen kansen bieden is een soort de-sensitiveringstraining ten aanzien van het leven met zulke ideeën omtrent de herkomst van wat je overkomt. Als je heel vaak je uit jou ‘at random’ zó toevallende situaties blijkt te kunnen reden, dan wordt het op den duur draaglijk in zo’n afhankelijke, onvoorspelbare situatie geworpen (‘geboren’ heet dat bij mensen) te zijn en daarin nóg te zijn en daaruit niet te kunnen vertrekken.
40. Specialisatie is het middellijke (middel zijnde) doel van het huidige systeem (van mensen houden als productievee) het specialiseren van zoveel mogelijk alle jonge stuks menselijk gebruiks- en productievee dient twee einddoelen:
* Hen invalide maken voor het leven in de natuur
* Hun txaenz kwalitatief meer verschillend te maken van dat (txaenz dus) van (zo mogelijk vrijwel alle) anderen: zoals de slavenhouders elkaar de loef af staken of de ogen uit, met hun geniale slaven, zo doen nu de systemen [ de nationale staten en de multinationale bedrijven (inclusief universiteiten)] dat.
41. als doelen met het gaande houden en ontwikkelen van dit (batterij)systeem zijn op te merken en te noemen:
* zoveel mensen bijeenhouden zonder dat ze lijfelijk hun burgeroorlog om voorrechten (? geld) uitvechten is zo grotendeels mogelijk, vaak, enige tijd, als je geluk hebt.
* De gelegenheid om binnensoortelijk te parasiteren is groter als de aandacht van dat parasiteren is afgeleid en de gebruikten medeplichtig aan het systeem menen te zijn (‘denken’ dat zij ook koninkjes zijn dus, nou dát wordt hen ononderbroken in woorden en metterdaad gesuggereerd).
* 27-2-2005 16:57|||||||| 27-2-2005 20:20:
===========
42. ‘Specialisatie’ (A) is ten opzichte van ‘leren, avontuur, spanning (wezenlijke ‘onderdelen van het gebeuren volgens de entelechie’)’ (B) als ‘verstijving’ (C) is t.o.v. ‘de spieren’ (D). A:B=C:D dus. Van initiatief en zelfbestuur beroofd, namelijk. Je weet wat je zou willen doen, maar je weet ook dat je het niet kunt. Specialisatie eist ineens iets heel eigenaardigs: je als samen met de anderen ervaren, ‘wij’’ voelen, dán past namelijk jouw ‘het als specialist veel beter dan als (enig) leek kunnen’ bij je denken. Ineens kun je er blij mee zijn. Maar dat kan alleen maar als je topprestatie wordt gebruikt als bouwsteen (component) van het grote project waar die ‘wij’ aan bezig zijn. Iedereen die geen specialist is kent het feit dat hij onderpresteert, als tijdgenoot van die specialisten.
43. Dit is een vreemd spel. Vrijwel iedereen is zich ervan bewust dat hij op in feite álle technieken afhankelijk is van anderen bij het leven op dit niveau van de tijd. In feite is de mens in deze wereld vol gespecialiseerden teruggevallen in de situatie van voor de landbouw en de veeteelt, ja zelfs van voor het verzamelen en jagen. Tussen ‘ieder van ons’ en ‘wat niet meespeelt / vermeldt staat in het ‘economische’ in, staan mensen, heel veel mensen. Alles wat ik koop is al door velen aangeraakt.
44. Als ik zelf iets maak, heeft dat de kwaliteit van iets wat een ongeschoolde kan maken. Is dat erg? Dat is geen goede vraag, alles is zoals het is. Punt uit. Het grote kunnen der specialisten / fabrieken bezorgt de mensen de zekerheid afhankelijk te zijn. De maatschappij als artificieel ecosysteem moet evenals elk ander ecosysteem vertrouwd worden. Wat de joden in de ongerepte natuur van Mozes weer moesten leren: niet meer bang zijn dat het morgen mis zou gaan, dat moeten wij leren t.a.v. de maatschappij.
45. Wij kunnen nergens anders leven dan in dat kunstmatige ecosysteem en we kunnen elkaar (en de deskundigen, specialisten) niet vertrouwen, want zij staan onder bevel van de binnensoortelijke parasieten, die op de hoogte zijn van het feit dat wij met veel te velen zijn en dat er dus aan ons geen gebrek is. Als wij bij bosjes sterven aan de volgende pandemie van een griep of zo, dan lucht dat alleen maar op.
46. In de schuur met de productiebatterijen (= in dit land met al die werkplekken) houden wij ons zo’n beetje bezig met ‘elkaar dienen over en weer’. Als de binnenlandse (koopkrachtige of leningen en schulden creërende vraag) vraag wegvalt, doordat we als Koning Klant ons even wat ínhouden, zakt de economische activiteit en regent het ellende.
47. Maar we zijn voor alle “constructieve” plannen (meestal wapenproductie***) met veel te velen, zoveel soevereine wensen hebben onze parasieten nu ook weer niet voor zich laten verzinnen als schaamlappen voor hun beroving. Als er wereldvrede komt, en op een keer zullen ‘onze’ (= de binnensoortelijke) parasieten daar misschien wel toe besluiten, vallen er nóg meer arbeidsplaatsen weg.
*** schoolvoorbeeld is de schijnbelangstelling voor de wetenschap van het heelal (kosmologie). In feite kan dat natuurlijk geen zinnig mens ene moer schelen. Maar het onderzoek in die wetenschap is al zo’n eeuw of zeven precies ook het onderzoek naar technieken voor de zeevaart en de spionageluchtvaart en de bommen dragende raketten.
48. Niet alleen de techniek is niet leuk meer, ook de wetenschap is niet meer te beoefenen voor de gewone, ongespecialiseerden. Het lokken van kinderen die zeer lange weg op naar het specialist zijn en mee kunnen doen, is dan ook moeilijk geworden. Want het is in de laboratoria wel allemaal fabrieksgeheim wat de klok slaat. Alle specialisten zijn ‘slaven in zelfbezit’ die hun txaenz ( ? zich ) in pakketten verkopen aan de parasieten (? de heersers over de koopkracht = de vuurkracht). Er is sinds de invoering van het wonen van de overwinnaars bij de overwonnenen (dan slaven) NIETS WEZENLIJKS VERANDERD aan de civilisatie.
49. Alleen: aan de traditioneel-culturele samenhang van de gebruikten is een einde gekomen. Die zijn verdeeld in enkelingen die in kleine zelfgestichte bedrijfjes (‘gezinnen’ genaamd) kinderen laten komen, die daarin opgroeien zonder enig noemenswaardig contact met een groter geheel (een traditionele cultuur, waarin de mensen op basis van bloedverwantschap en huwelijkscontracten tussen families / stammen een verzameling vaststaande, door niemand bevolen verplichtingen en rechten jegens elkaar hebben. Het surrogaat voor deze culturen (de verzorgingsstaat) is hier gekomen om ontevredenheid van de gebruikten hier te voorkomen zodra, zolang en in zoverre er een ‘communistisch’ experimenteel, bestreden en gescholden, alternatief was. Nu dat niet meer het geval is, wordt dat surrogaat vernietigd. Oh, onder protest, maar dat verlengt slechts de doodstrijd ervan.
50. De batterijmens staat alleen in het leven. En dat is helemaal geen probleem, als hij maar (zich) had leren denken zoals Robinson Crusoe dat alleen op z’n eiland (‘op de harde manier’) leerde. En dan beseffen, dat de plaats waar je in deze civilisatie bent jouw ‘eiland’ is en dat je er nooit af komt en dat er geen enkele reden is om je solidair te voelen met dat ecosysteem, nu je weet dat het er in wemelt van de krokodillen en ander primitief roofdiertuig.
51. Dat beseft hebbend, moet zo iemand de volgende morgen weer op en tot zich door laten dringen dat het schelden op gevaren wel heel erg kinderlijk gedrag is. Enige uren nadenken en dan beseffen dat alles alleen maar gebeurt, er nergens daderschap te zien is, laat staan kwaadaardigheid.
52. Gesteld tegenover de wilde, ongerepte natuur van dat eiland zou je, als geoefend kijker naar natuurfilms van tegenwoordig heel anders reageren dan de Robinson Crusoe van Daniel Defoe. Dát was een dwaas, mijn god, wat een oen, die R.C..
53. 27-2-2005 21:37|=/\=
0 Reacties