Jaap Schot, 18 mei 2005
- De juichkreet van de hongerige meeuw bij het zien van haring aan het zeeoppervlak is een woord, het is het ‘meeuwse’ woord voor haring.
- Een taaldier zijn, betekent: de natuurgegeven juich- en angstkreten aanvullen met kunstmatige namen voor ‘dingen die de spreker opmerkt dus meldt’.
- Volgens de tv-zender ‘Discovery’ zijn de prairiehondjes ook taaldieren. Onderzoekers (mensen/ biologen/ ethologen) betrapten deze diertjes erop onderscheidbare, onderscheiden(de) geluiden te maken. Voor (in of bij) verschillende situaties en verschillende daarin voorkomende diersoorten en zelfs exemplaren van diersoorten.
- Uitspreekbaarheden gebruiken als afgesproken teken voor het aan het waarnemen zijn van de spreker van die dingen die zo heten. Zo wordt een uitspreekbaarheid tot een teken, een wegwijzer en zo’n teken heet dan een woord.
- Wij erfden al ongetelde woorden en verhalen en theorieën en modellen. En dat die massa aangeleerds ooit was aangemaakt door taalgebruikers, niet slechts door alle nu door ons aangetroffen levenden geërfd, dat maakte geen deel uit van ‘dat waaraan wij txaenz besteedden’.
- Wij gebruiken aanvankelijk niet de taal, de talige erfenis gebruikt ons, bij gebruikelijke wijze van spreken waarbij alles wat gebeurt ook kan worden besproken als werd het gedaan. Waarbij ieder zelfstandig naamwoord als doende, actieve, dader, kan worden “gebruikt” (c.q. kan optreden).
- Ik moet helaas de stad in om brood. Daardoor gaat de rest van mijn gedachtestroom van nu voorgoed verloren. Jammer hè.
0 Reacties