Heerlijk

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief | Fragmenten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 8 augustus 2002

Het puzzelwoordenboek geeft ons zoals altijd een duidelijke aanwijzing. Ze geeft namelijk niet met een slecht werkend geweten, zo ongeveer nog een aan de werkelijkheid refererende betekenis van de woorden, zoals het woordenboek. Het puzzelwoordenboek gaat recht toe recht aan over de associaties van woorden in de apperceptieve massa’s der mensen.
“Er bestaan geen synoniemen” is een ware uitspraak, van leraren die nog willen onderwijzen, die nog op onderscheiden uit zijn. Deze ouderwetse soort sterft vanzelf vrijwel uit. Blijft ze, dan als bijzonderheid nog slechts.

Waartoe synoniemen? Waar twee talen hetzelfde begrip hebben en een verschillende naam daarvoor, daar verkrijgen de tweetaligen een synoniemenpaar, maar niet echt, want synoniemen bevinden zich in dezelfde taal, in dezelfde woordschat. Maan en luna zijn dus wel twee woorden, maar niet binnen ‘het Nederlands’.

Waartoe zoekt en gebruikt men synoniemen? Voor het mooi, voor de afwisseling. Niet om de verschillen tussen verwante dingen aan te duiden door apart benoemen, maar om te laten zien hoeveel verschillende woorden men wel niet kent. Van Shakespeare bijvoorbeeld wordt met bewondering vermeld hoeveel verschillende woorden hij wel niet gebruikt heeft. Nou en? “Wat had hij nou te melden”, dat is de vraag. En voor wie zijn die meldingen nu nog ter zake?
Neem nou die gelijkenis uit de bijbel, van die zaaier die uitging om te zaaien. Die gaat over een denker, die zijn inzichten onder woorden (respectievelijk in een verhaal onder) brengt en publiceert: in de menigte gooit. En dan zijn daar die verschillende manieren waarop zijn spreken zonder beoogd gevolg kan blijven. Dat, die gelijkenis, kan ik begrijpen, plaatsen, snappen, vatten waarover het gaat.
Maar wat ik moet met een jongen wiens vader koning is en wiens oom die vader vermoordt en zo voorts, kortom: zaaier van tekst en inzichten kan ik worden, maar een koning – vader mis ik "Moeder zij dank". Wat moet ik met die propaganda in toneelstuk vorm? Over het gewone gebruikte, voor dat vorstengedoe slovende volk, hoor ik niks in dit toneelstuk. Van belang, het opletten en je er in indenken waard, is alleen die club parasieten. Een walgelijke club, beschreven en aangestaard door onderworpen kruipers, subjecten, bewonderende wezenlozen.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *