Jaap Schot, zonder datum
Dit opstel gaat, lopende de uitwerking, steeds duidelijker over herkomst en invloed van de begrippen die in mijn hersens (?) in mijn brein (als dat wat anders zou zijn) werken, mede blijkens wat mij aan tekst hoorbaar wordt voor mijn geestesoor. 'Mede', want er worden in een tekst altijd minder woorden gebruikt dan begrippen. Heel veel begrippen blijven verborgen in bijvoorbeeld de niet uitgezegde vooronderstellingen en niet gemelde onderscheidingen. [Zie hieronder over het begin van de Bijbel.]
==========
Voorbeeld: De begrippen 'ik' en 'hij' zijn werkzaam voor er afgunst kan optreden bij favoritisme (Kaïn en Abel). Als Kaïn en Abel niet hadden gedacht met behulp van 'ik' en 'hij', dan hadden ze samen geofferd en als ze niet met het verzinsel 'zegenende God' (= Ingrijper in wat er gebeurt) aan het werk in hun brein hadden gezeten, hadden ze helemaal niet geofferd, maar van de vruchten des velds en het geslachte bokje hadden ze soep gekookt en die samen lekker opgegeten, met hun gezinnen en overige familie. Ze waren echter geen eenheid meer en hadden het concept van een God die bestuurt en waakt en het natuurgebeuren doet (er de bewuste, bedoelende Dader van is). Zij, Kaïn en Abel, ijverden, ja wedijverden om Zijn gunst.
=============
Mijn moeder las aan ons, kinderen, de hele Bijbel, van voor naar achter, elke dag een stukje voor, na het warm eten. Voorlezen, zonder commentaar en nabespreking.
Zodoende veroorzaakte zij een grote uitbreiding van de hoeveelheid woorden die wij in gebruik aantroffen. En niet alleen woorden, maar, zoals ik in dit opstel steeds weer aanwijs: vooral ook begrippen (verzinsels, vooronderstellingen) en onderscheidingen.
Ik ben er niet zeker van dat ze niet met deze overweging hiertoe besloten heeft, ze heeft het mij nooit zo gezegd. Ieder gezin en iedere familie heeft een hoeveelheid private folklore (: verhalen over opa's gebroken been en de rare tante uit de USA). Maar rijker dan de Bijbel aan verhalen is geen enkele familie zelf, geloof ik. De onze in ieder geval niet.
Het opvatten van het bijbellezen als het bijbrengen van geloof en zeden en gewoonten, dat ligt bij velen als vooronderstelling voor de hand. Maar daar gaat het niet om, beter gezegd: dat veroorzaakt het bijbellezen niet [dat wordt er niet dor veroorzaakt].
================
Maar dat verhalen [over de schepping, de schepper, het paradijs, de eerste (dus onopgevoede en geschiedenisloze) mensen, hun zondeval, hun kinderen en die broedermoord, enz.] is, dat ziet iedereen moeiteloos in [tenzij ....]] geen melden van waarnemen en zelfs geen melden van herinneringen aan waarnemingen. Dat verhalen is: begrijpen. Begrijpen kan men slechts 'wat is'. En exacter: dat wat mij van 'wat is' gegeven is, zintuiglijk of introspectief, slechts dat kan ik begrijpen nadat ik het opmerkte, terwijl ik het waarneem. Wat ik introspectief niet in mij aantref, wijst men mij via (die) verhalen in en bij anderen aan: in dit geval: godsgeloof en afgunst bijvoorbeeld.
En als men naast 'wat is' (en wat dus alle aanwezigen niet kunnen nalaten te KENNEN) een contrasterend ander (verzonnen) iets plaatst, al vertellend, de fantasie van de hoorder leidend, dan wordt dat begrijpen mogelijk en helder.
================
Als ik mij een [ met mijn omgeving actief bezige, deze vorm en inhoud gevende] op mij 'persoonlijk / individueel betrokken god denk, dan word ik Job II. Als ik mijn tijdgenoten soortgenoten opvat als behept met een vrije wil, dan raak ik in de war bij zoveel domheid en kwaadaardigheid.
==========
Mensen gebeuren, zoals de krokussen, die bloeien in de tuinen van de reeds afgebroken huizen: hun laatste jaar, en ze weten van niets.
Wat door mensen gedaan wordt, wordt zonder een uit de zaak voortkomende reden anders opgevat als wat van andere oorzaken een gevolg is.
De manier van praten-over opgemerkte verschijnselen maakt verschil, verschil IN ons, niet OM ons.
==============
Het bespreken van wat mensen doen, als ware dat wat bijzonders, is een truc van de heersers, of exacter: van de priesters en juristen. De mensen die gebruikt en vernederd werden (en worden), dag in dag uit, kregen als troostend cadeautje dat ze superieur waren aan alle dieren en planten. Dat ze dat uiteraard waren, door hun 'van deze diersoort zijn': soortisme, net als racisme, een presentje aan de laagstgeplaatsten in de maatschappij. En de vrije wil die de mensen allemaal werd toegeschreven is ook nooit waargenomen, maar als gereedschap voor en door de juristen uitgevonden, om de mishandelingen om de onderdrukten 'mores' (de wensen en belangen der hooggezetenen) te leren, 'straf' te kunnen noemen, stellend dat die daders met hun vrije wil ook hadden kunnen nalaten wat ze deden.
===================
De manier waarop om ons door anderen besproken wordt, veroorzaakt de tekst die wij uit ons eigen brein aan ons geestesoor aangeboden krijgen.
==========
Kijken we wat zorgvuldiger, dan merken we op dat al die gewone mensen er geen metabesprekingsgereedschap voor hebben om tot zich te laten doordringen dat in hun brein begrippen werken en dat wat er aan tekst, dromen en neigingen in hen opkomt door die begrippen werd aangemaakt, zonder dat zij daar wat aan konden doen. Gewone mensen konden en kunnen de begrippen in hun brein niet temmen. Ze hebben er geen vat op, ze hebben niet eens een idee van het daar aan het werk zijn van die van henzelf uit gezien TOEVALLIG BIJ HEN BINNENGEBRACHTE DADERS. Gewone mensen "denken" dat wat hen invalt 'van hen' is.
================
Ze zeggen zoiets ondoordachts als 'ik denk' en dat is niet passender bij het besproken gebeuren als de uitdrukking 'ik spijsverteer'. Van spijsverteren zijn ze geneigd om te zeggen "Dat regelen ze binnen voor me", net zoals het afscheiden van de diverse kliervochten. Bij hun denken is hen de verantwoordelijkheid aangepraat en het BEZIT (van hun gedachten: auteursrecht). En een ook oerdomme kreet in deze buurt is: "de gedachten zijn vrij".
De manier waarop om ons door anderen besproken wordt, veroorzaakt de tekst die wij uit ons eigen brein aan ons geestesoor aangeboden krijgen.
=========einde=======
0 Reacties