Jaap Schot, 5 november 2007
Het is totaal oninteressant, het hele wereldgebeuren. Het is niet interessanter dan het weer in China.
‘Niet interessanter’ ? voor mij niet van meer belang, want ‘interessantheid’ is geen eigenschap, maar een relatie, DUS een toeschrijving, want er zijn geen waarneembare, gegeven relaties van die soort waar we het hier over hebben. Er zijn waarneembare ruimtelijke en ‘tijd betreffende’ relaties ons gegeven: voor, naast, boven, eerder, tegelijkertijd e.d.. Maar groter en kleiner zijn daar al van afgeleid. Oh ja: donkerder en lichter en alle kleuren, dus: verzadigder, minder verdund.)
De mensen steken niet af, als delen van de omgeving, tegen de andere ‘dingen die gebeuren’.
Ze steken niet af, ze vormen geen uitzondering, al is dát “wij steken af” nu juist wel hun centrale bewering (geloof, autosuggestie, hypnotische suggestie via de taal).
Of je huis nu door een typhoon of door een bombardement verwoest wordt, het is kapot. Omdát ze niet afsteken, niet ‘anders zijn’ maakt dat feitelijk allemaal helemaal geen verschil. Gevóelde verschillen zijn aangemaakt gevoel. Maar dat aanmaken van gevoel, dat juichen ze zelf wel toe. Dát is zo menselijk, dat aanmaken van gevoelens, en ‘menselijk’, dát is zo uitstekend boven alles, guttegut, je kunt het niet overschatten. Dat is de normale blabla.
Naarmate je verder uit die hypnose komt, zíe je dat duidelijker, helderder verlicht.
Je wordt en niet gelukkiger van, maar het ongeluksgevoel blijft weg, want dat heeft geen basis in je lijf, is puur de reactie van je lijf op vals alarm (<-- gedachten die verleden als heden opvattend, je rust verstoorden, nachtmerriestof, zeg maar), teleurstelling (<-- gedachten die loze beloften waren) en meer van die niet onwerkzaam gemaakt geheugeninhouden.
Hoe máák je geheugeninhouden onwerkzaam? Antwoord: door HELEMAAL te beseffen dat het verleden maar één enkele eigenschap heeft: voorbij zijn. Voorbijer en voorbijst bestaan niet. Álles wat was, ís niet meer. Kwijt is kwijt, dát is de waarheid voor wat betreft de gelegenheden. Ik kan nooit meer mijn jonge jaren overdoen en dan wél doen wat ik toen naliet. Het verleden ben je kwijt en voor wat betreft de gelegenheden ken je dat feit en voelt er negatiefs bij. En voor wat betreft de ellende doe je alsof het verleden níet voorbij is en daar voel je je dus ook weer rot door. En de instituties (kerk en herdenkend vaderland), die helpen je om het verleden ‘in levende herinnering’ te houden.
Geschreven bronnen van historische informatie hebben we pas van lang na de inval van de civilisatie (= het gaan houden van gevangen mensen als gebruiksvee, gedwongen tot ‘doen voor de heren’ door middel van bedreiging met doodmaken resp. mishandelen).
In die situatie leerden de gebruikten de aanvoerder van hun gebruikers (dat waren de overwinnaars van toen, in de geschiedenis, in het verleden) aanbidden, verheerlijken, verheffen. Zoals toen hem boven de mensen, zo verheffen ze nu hun diersoort boven het overige natuurlijke.
Men kan dat geïllustreerd zien in de taal, de woorden, de begrippen die in de kerken gebruikt werden en worden: dat zijn feodale termen, uitingen van (en dus induceermiddelen voor) het zich onder soevereinen gerangschikt voelen.
“Gods wil”, zo klinkt het, “is wijs en heilig”. Dat wil zeggen over wat Hij doet (en dat is álles wat gebeurt) mag men Hem geen waaromvragen stellen, hij is niet ter verantwoording te roepen. Die soevereiniteit is ván de aanvoerder van de overwinnaars in de oerstrijd overgegaan op God.
En de macht van die overwinnaar en zijn erfgenamen is in geld terechtgekomen (als loon voor zijn dienaren). Het begeren van goud was secundair omdat goud niet te vervalsen was. En het geld is bij de erfgenamen van de nederlaag terechtgekomen en daarmee de macht.
Maar het aanbidden ging over op God, die door de priesters gebruikt was om de aanvoerders van de erfgenamen van de overwinning (de koningen en via het geld dat ze verzameld hadden: de rijken) een steun in de rug te geven, maar die god wás er [in de geheugens (besturingsprogramma’s) der gelovige gebruikten (erfgenamen van de nederlaag)] bij de gratie van de predikende en het bidden voordoende priesters.
De atheïsten zijn sukkels, die denken dat ze het systeem aantasten (--> zich bevrijden van hún besturingsprogramma, waarvan ze niet eens tot zich door laten dringen dat ze het in zich aangebracht gekregen hébben) door niet in die god die achter hen als rijken staat en hen beschermt tegen diefstal / beroving. Die sukkels geloven net zo hard in de rechtsstaat, als de godgelovigen in god.
God was in het feodale denken alleen de verpersoonlijking van het gewelddadige systeem waarmee men handhaafde:
> Het voorrecht (= de erfenis van de overwinnaars) en
> de plicht, de eis te werken voor de kost
o van zichzelf en
o van degenen die op hem parasiteren [als heerser (modern dus: als couponknipper / dividendopstrijker), politicus, jurist of priester].
En nu zijn we dus zover dat ‘de mens’ wordt voorgesteld als de erfgenaam van de overwinning op de natuur en zichzelf opgevat en behandeld wil zien zoals de vorsten (--> de goden in de staatstichtende godsdiensten).
Maar tegelijkertijd zitten in de ondoordachte massa geheugeninhouden van de massa mens nog de geboden en verboden die aangemaakt zijn om de gebruikten bruikbaar te maken en te houden: flarden van het besturingsprogramma voor gebruiksmensen.
De mensen van hier nu doordenken hun geheugeninhouden niet. Daar wordt niet op aangedrongen, integendeel, wát er ook aan “meningen” in hen zit, ze hoeven het maar te zéggen en de politici vertegenwoordigen die meningen voor ze, ze mogen die meningen uiten en als leidraad bij hun kopen laten gelden. Iedereen is soeverein vorst voor zover zijn koopkracht reikt. Met andere woorden: hij is onaantastbaar heerser binnen de grenzen van zijn geldeigendom. En als zodanig, als heerser over dat rij, wordt hij alle dagen omworven door de reclame.
De mensen van hier nu doordenken hun geheugeninhouden niet. Bij inventarisatie (psychoanalyse) blijkt het een onsamenhangend zootje. En dan wordt het aanbrengen ook nog toegeschreven aan de ouders en opvoeders en de toevallig tegengekomen dweilen die hen verknipt hebben. In plaats van AAN HET SYSTEEM, waarvoor die anderen (eveneens, evenals de ‘patiënt’) doorgankelijk waren.
Ware liefde komt tot uiting in ondoorgankelijkheid voor het systeem.
Ware liefde brengt dus geen vrede (met al die meningen) maar strijd. En dan zie je meteen dat die strijd niet met ijzeren wapens en knuppels en fysiek geweld zal worden gestreden en ook niet met debat.
De enige strijdmethode is UITLEGGEN, aanwijzen.
Uitverkorenen zijn zij die kijken als er aangewezen wordt, die hun aandacht laten richten op wat hen zintuiglijk en anderszins waarneembaar gegeven is, door wie waarheid spreken.
Zélf bezig zich te bevrijden zijn zij, die hun aandacht ook naar hun gegevens brengen in reactie op wat ze aan leugen en bedrog horen en zien.
Hoe ga je om met inzicht dat je hebt verkregen (door waarnemen en ervaren, er is geen andere bron, kennis en inzicht zijn niet overdraagbaar en niet als dienst aan een ander te verlenen, ze zijn onvervreemdbaar bezit, geen eigendom)?
Een aantal antwoorden op deze vraag staat in het Nieuwe Testament. De voorroomse christenen hadden ‘wat te melden, wat te zeggen, wat te vertellen, wat aan te wijzen’. Ze hádden inzichten en kennis, ze hadden de civilisatie, ‘de wereld’ dóór, ze zágen dat de gebruikten met religies vol vals alarm en loze beloften werden bedrogen, bang gemaakt, verward. Daar was hen op gewezen, Jezus was (de verpersoonlijking van) ‘alles wat hen dat bedrog aanwees’.
We vinden in het N.T.:
1. je gaat vertellen in gelijkenissen, omdat het veel te gevaarlijk is als de mensen die niet uitverkoren zijn doorkrijgen dat je subversief, staatsgevaarlijk, bent, hoewel totaal ‘geweldloos’, omdat wapens en lijfelijk geweld niet wérken, niet bevrijden. Je kunt er de cipier mee doden, maar de slaaf kun je er niet mee bevrijden, slaaf zijn is een mentaliteit, waarmee de gevangene zich t.a.v. zijn gevangenschap mystificeert. Dat ‘zich misleiden’ doet de gevangene meestal onder leiding van een priester (resp. iemand die daar voor speelt).
2. Je maakt je niet druk over die mensen die niet komen tot zelf kijken naar dat wat hén gegeven is, wat zij kunnen waarnemen. Zij zijn niet uitverkoren. Of ze gaan geloven of niet is totaal niet interessant. Geloven is de fout van de slaaf, het is niet van belang wát de geloofsinhoud is, de bezigheid ‘geloven in plaats van waarnemen’ is fout. Punt uit. Geen gezag. Niet van de prediker, niet van de keizer. Er is niet zoiets aan te treffen als ‘gezag’, er is niets dat ‘gezag’ genoemd is, toen een kind er vragen “wat is dat?” naar wees. ‘Gezag’ is een woord uit de vadertaal. En de blijde boodschap van het N.T. is nu juist, dat God je vader is, die in de hemel is, buiten en boven de aarde, dus zéker buiten en boven de (als nawerking van het verleden gespéélde, “waar gemaakte”) wereld.
Reflectie op wat me overkwam:
Het is duidelijk dat ik in 21 jaar dagonderwijs en wat daar op volgde aan lezen, een flinke hoeveelheid vadertaal / vaderwoorden / vaderbegrippen aanhoorde en leerde gebruiken volgens voorschrift. Volgens voorschrift gebruiken is het enig mógelijke gebruiken (naast Scrabble en Lingo), want er is geen waarneembare of ervaarbare werkelijkheid, waardoor de spreker zich kan laten leiden.
Het is dus (de premissen / redenen staan impliciet én expliciet in mijn opstellen) de bedoeling dat voor “mijn boek” NIET díe uitgeschreven gedachten die in vadertaal staan (van vaderbegrippen gemaakt zijn) gaat bevatten zonder dat heel helder, bijvoorbeeld door ze in een afwijkende kleur af te drukken, als zodanig te herkennen zijn (en tegelijkertijd blijkt dat ik in de gaten heb dát het vaderends is).
Dat zó bewerken van de massa tekst die ik heb uitgeschreven is een enorme klus, die alleen gedaan zou/zal worden ten dienste van de lezer.
Je zou zeggen / hopen / denken dat het voldoende zou zijn het bovenstaande met de daarbij als fundament behorende opstellen van de afgelopen weken vooraan in het boek te zetten.
Dan kan de lezer zelf oefenen in het onderscheiden, - binnen mijn teksten -, van
> Moedertaal
> Vadertaal
> Echte literatuur
> (verzwegen) Bijdragen aan debatten
> Enzovoort
0 Reacties