Jaap Schot, 14 januari 2001
Het is positief geen 'communicatie' te hebben (gekregen) met anderen. Laat ik het eerlijk onder ogen zien: aan onderwerp plus taal heb ik (heeft een mens) genoeg om als denker te functioneren. Het brein kan er mee toe.
Zelfs het gesprek is geen doel in zich en al evenmin een garantie voor het verkrijgen van meer ware uitspraken over onderhavige onderwerpen. Het is me al niet meer mogelijk in een normaal gesprek mijn begrippenapparaat in te brengen. Zonder dat inbrengen is er geen bespreken mogelijk. Wie geen nieuw begrijpen heeft (dus hoeft) in te brengen is ook bepaald niet de inbrenger van nieuwe gedachten. Met de gewone gebruikelijke gangbare begrippen zullen de mensen, door hun massa en de spreekvrijheid voor iedereen de mogelijke ware uitspraken best aanmaken. Daar hoef ik niet aan bij te dragen.
Ik hoef überhaupt niet bij te dragen, ook niet aan het grote begrijpen. Ik hoef niets. Niemand hoeft iets. De leer en de werkelijkheid van de mensenmassa tegenwoordig is dat iedereen een losse enkeling is. Ik ben bij uitstek een losse enkeling. Als ik iets onder de aandacht van anderen wil brengen, dan moet ik dat doen door te vechten om die aandacht. Ontelbaren hebben nood en/of een geldingsdrang, waardoor ze ertoe gebracht worden aandacht te trekken. Ik hoef niet op die manier 'van binnen uit' andermans aandacht. Ik ben vrij, zo vrij als Robinson Crusoe op zijn eiland.
======================
zondag 14 januari 2001 16.34:
======================
Veel meer door de maatschappelijk bepaalde kansen die toen daar aan ieder kind geboden werden te grijpen bij gebrek aan reden tot weigeren en verzet, dan door enig psychisch-zo-zijn heb ik me laten scholen, ook al was dat niet altijd leuk en zeker nooit bij mij passend. Pas de kweekschool was prettig doordat het voor mij een terugkeren was in een situatie die ik als veel vertrouwder, prettiger en kansrijker ervoer dan 'op kantoor werken'. Ik keek er echt niet naar uit onderwijzer te zijn. Maar ik kon ook nog 'verder leren' na die kweekschool.
Aan de universiteit studeren, dat was leuk. Let wel: het studeren en het hebben van voorrechten in de vorm van bijvoorbeeld een mensa en verenigingen speciaal voor studenten. Nee, geen 'echte' gezelligheidsverenigingen, dat was niks voor mij. Gezellige verenigingen, zoals de VCSB, ging nergens over, maar dat hoeft ook niet. Geen sprake van dat ik er iets in wilde worden, ik wilde alleen die gelegenheden anderen tegen te komen benutten en praten. Het heeft ook tot niets geleid natuurlijk.
==============
Het leven gaat nu eenmaal nergens over en leidt nergens toe. Het besteden van je txaenz is onvermijdelijk en genieten is niet mijn doel. Ik heb geen doel. Ik ben veel te verlegen om mee te doen, waaraan dan ook. En het wegvallen van de verlegenheid als rem, tijdens de 'aktie demokratisering' in '69 was niet van belang: akties van mij leiden tot niets, want ik hou nooit vol. Anderen moeten initiatieven onmiddellijk overnemen, voor wat hun wereld is, niet de mijne.
=============
Dat er psychisch van mij en voor mij niets hoeft is geen tot uitdrukking komende eigenschap van mij, het is veel meer een weerkaatsing in het psychische van de sociale omstandigheden waarin ik opgroeide en verkeerde en nu (in mijn eentje) ben.
===================
Ik hoef mijn invallen niet geheim en/of voor mezelf als een soort bezit te houden, omdat ik voor de rest van mijn leven niet meer hoef te werken voor de kost. 'Intellectuele eigendom' is een vorm van ellendige armoe. Wie intellectueel produceert dient daarvoor geld te krijgen en geen andere kunstjes te hoeven doen (bijvoorbeeld: zijn producten aan de man brengen). Maar zo zit de wereld nu eenmaal niet in elkaar.
================
De wereld zit zo in elkaar dat 'ze' doen alsof wijsheid een handelswaar is, als alle andere, zoals peper en zout. Gegeven eenmaal deze (DE) kijk op de wereld, kan het niet anders: iedereen biedt zich als dienaar aan, biedt zich aan om gebruikt te worden, aan iedereen die betalen kan. Slaven in zelfbezit, een massa doorspekt van parasieten, edelparasieten en laagparasieten: resp. vorsten en bedelaars. Veel rijken en armen zijn zelf ook gebruikten, halfparasieten dus, waarbij dat half niet slaat op de hoeveelheid txaenz die ze aan 'anderen dienen', resp. aan 'anderen vernederen' (= kunstjes voor zich laten doen) besteden, aan 'produceren' / 'productief bezig zijn' resp. 'consumeren' dus. Deeltijdparasieten.
Parasiteren is het juiste woord, van ruilen kan niet terecht gesproken worden. Overigens: ook bij ruilen is er geen sprake van het streven naar het gelijk-op delen tussen wie ruilen van het geschapen extra nut van het geruilde. 'Waar twee ruilen moet een huilen'. Ruilen is geen vorm van samenwerken, maar een vorm van vechten, van elkaar bestrijden.
============
zondag 14 januari 2001 17.03|||||
========
zondag 14 januari 2001 20.38:
==================
Wie alleen is, heeft geen 'zaak', geen IETS om zich voor in te zetten, "nothing to live or die for, and no religion too". Het is romantisch om zich verbonden en als verzorger te voelen voor anderen: anderen van vroeger, later en elders. Het is kaal er alleen maar een enkele keer te zijn. En het hedonisme biedt mij geen uitweg. Wat is het nut van wat ik nu doe: zo uitdrukkelijk mogelijk onder woorden brengen wat ik doe en daarbij denk: niks en dit dus.
============
zondag 14 januari 2001 21.02||||||||||||||||
0 Reacties