Het onderscheid tussen menselijk en passend

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden: onbewerkte versie

B>type menselik.txt

.pl50

schijf35;titel:menselik.txt

19febr.1985

Over het onderscheiden tussen menselijk enerzijds en passend in

de wereld, de samenleving, de cultuur, de civilisatie, de

maatschappij en in een IETS anderzijds.

 

Het geven van een voorzet is binnen een voetbalwedstrijd

duidelijk en gepast menselijk gedrag. Ook ademhalen is menselijk

gedrag. Intrigeren is menselijk gedrag. En zo voorts. Wat enig

mens doet is menselijk gedrag. Menselijk is in deze een

betekenisloze term.

Laten we proberen te zien wat voor een mens passend gedrag is in

natuurlijke omstandigheden, in vrijheid, zonder anderen om hem

heen die zijn gedrag beinvloeden door hem hun wil op te leggen.

Laten we proberen te zien wat voor een mens passend gedrag is

binnen een cultuur, onder een traditie.

Laten we proberen te zien wat voor een mens passend gedrag is in

een IETS, in een hierarchisch/centralistisch georganiseerde

doelgerichte, de leden identiteit en een gedragscodes

verstrekkende verzameling mensen binnen een civilisatie.

Laten we proberen te zien wat voor een mens passend gedrag is

binnen een civilisatie, waar volgens een of andere -cratie wordt

samengeleefd door mensen met ongelijke verzamelingen persoonlijke

en erfelijke voorrechten.

 

We kunnen deze ongelijke verzamelingen passende gedragingen

herkennen als door verschillende omstandigheden en verschillende

technische mogelijkheden veroorzaakt. Wie wil ageren en reageren

zoals passend is in een natuurlijke situatie, kan binnen een IETS

niet als onderdeel functioneren.

Dit is elke keer weer te zien waar mensen met een oorspronkelijk

democratiebegrip stuiten op opgaven vanwege de leiding, die

ingaan tegen b.v. de openheid van bestuur. Deze mensen vinden dat

een democratische samenleving niet nog eens mag worden verdeeld

in kenners van geheimen enerzijds en de oningewijden anderzijds.

Voor hun begrip is democratie onverenigbaar met standen en dus

onverenigbaar met geheimen. Voor die leiders die lid zijn van

mannenbonden, clubs van ingewijden, is deze openbaarheidsidee

oninvoelbaar, in ieder geval, het is niet de hunne en ze zien

degenen die streven naar  openbaarheid als lieden die het spel

niet begrijpen, de regels niet kennen, een onpractisch idee-fixe

nastreven.

 

 

In een IETS zijn er veel minder posities voor ledinggevenden dan

er ingezetenen zijn. De weinigen leiden de velen. Zo is nu

eenmaal de organisatie. Daarbij komt: de bezetters van de posten

streven er naar hun positie zo lang mogelijk te behouden, een

streven waarin geen ander belang telt dan dat van degene die

streeft.

De velen die geen positie hebben en kunnen hebben in de

hierarchie stellen zich schadeloos voor hun ondergeschiktheid. Ze

stellen zich schadeloos door zorgeloosheid, door het overlaten

van wat er gedaan moet worden aan de leiders. Ze laten de zorgen

aan de leiders over, ze dragen ze niet over, dragen doen ze die

zorgen geen moment. Ook de controlerende taak laten ze over aan

weinigen, aan vertegenwoordigers die ze daarvoor aanwijzen en aan

vrijwillig oplettende lieden. De belangstelling van het volk voor

politiek is beperkt.

 

Die bekleders van posities, die spelen met geheimen maken gebruik

van de genoemde neiging tot overlaten van zeer vele geleiden. De

organisatie, het IETS, was en is volgens de opvatting der

'natuurlijke denkers' een middel van vrije mensen tot een doel

van deze vrije mensen zelf. Voor de anderen, de spelers met

geheimen, is het IETS een groot stuk speelgoed, dat tevens een

productiemiddel is voor voordelen voor de ingezetenen, de

gelovigen, de leden, de geleiden. Dat productiemiddel moet in

stand en in goede, werkende orde worden gehouden. Om dat te

kunnen moet men deskundig zijn en over de gegevens beschikken. De

spelers met geheimen zorgen er voor dat als zij zelf al niet

deskundig genoeg kunnen zijn, de ingezetenen in ieder geval nog

ondeskundiger zijn.

Het meest opvallend kan deze manier van doen zich ontwikkelen in

die gevallen waar de organisatie, het IETS voortbestaat zonder

dat er nog iemand is die een doel ervoor weet. Zo is de kerk er

voor de verlossing, maar de gelovigen raken nooit verlost, ze

zouden niet eens weten waarvan. De politieke partijen zijn er ook

al lang niet meer om een aanwijsbare definitieve oplossing voor

een probleem door te voeren, ze worden nu gezien als middelen om

ononderbroken, nu en in de toekomst een tegenwicht tegen andere

politieke partijen te vormen. Zo hebben ook deze IETSen het

altijdvoortdurende leven bereikt. De gelovigen en de stemmers

hebben iets besteld (verlossing, gerechtigheid) maar ze weten

niet wat ze besteld hebben en niet wanneer en ze verwachten ook

helemaal niet dat er ooit geleverd wordt. Ze betalen ook met

tegenzin en weinig en slechts onder bedreiging, resp. met nooit

eindigend leed in de hel, met uitstoting uit de gezelligheid van

het IETS en met geweldpleging.

[Ja, geweldpleging, uiteindelijk kwamen, na alle aanslagen,

aanmaningen, dwangbevelen enz. politiemensen met karabijnen bij

boer Harmsen te Hollandseveld de belasting innen, Nederland, in

de jaren zestig.]

[Ja, geweldpleging, als we het voorbeeld voor de kerk noemen, de

heidenen, ketters, heksen, joden en islamieten die door de roomse

kerk vermoord zijn, zijn ongeteld en ontelbaar.]

=

De term 'menselijk gedrag' wordt vaak als een moreel keurmerk

gebruikt. 'Humaan' heet het dan.

Als er ergens een moreel oordeel gevormd wordt, wordt er naast de

werkelijkheid die waargenomen wordt een plaatje gehouden, een

ideaal, een verzinsel, een fictie.

Stellen we, bij voorbeeld, eens dat de geregeeerden in een

democratie inderdaad vrije zelf levende mensen waren, die slecht

als middel tot hun doel anderen, de leidinggevenden, opdracht

hadden  gegeven tot het doen functioneren van het IETS in

kwestie: de staat. Stellen we eens dat de geregeerden inderdaad

zelf de ministers als hun dienaren, want als dienaren van hun

staat beschouwden, dan zouden we toch mogen verwachten dat

politieke partijen niet oud zouden worden. Als er al politieke

partijen zouden bestaan. Bij politieke partijen en kerken, bij

alle IETSen geldt: leeftijd corrumpeert: uiteindelijk komen alle

IETSen in handen van genoemde 'spelers met geheimen'. Alle IETSen

neigen ertoe te worden als de roomse kerk, het oudste en

duidelijkste voorbeeld van een misdadige organisatie. Als ze maar

oud genoeg worden deinzen IETSen voor geen enkele misdaad meer

terug. Dat geldt voor legers, voor kerken, voor partijen enz..

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *