Hoe krijg ik vrede?

Categorieën: 1986, 1 april – 1989, 31 december | Archief

Trefwoorden: Krishnamurti (Jiddu) | txaenz

Jaap Schot, 7 juni 1987

Dit opstel gaat over de vraag waarmee men bij Krishnamurti kwam. Die vraag was: hoe krijg ik vrede, dat wil zeggen hoe kom ik te passen in de wereld?
K. kon hen brengen tot het inzicht dat ze het eigenlijk over hun beeld van de
wereld en over hun eigen 'situatie' dat wil zeggen: hun geïnterpreteerde
omstandigheden en omstanders hadden. Hij kon hen vertellen: jij bent de wereld
waar je het over hebt, je bent de schepper ervan en jij bent de instandhouder
ervan, jij levert zelf mede de initiatieven en de energie (de txaenz) om die
wereld te laten voortbestaan. Juist door het voortbestaan, het blijven
meetellen, het blijven gelden te verdedigen van jouw 'ik', dat de naam is voor
dat wat er aan restanten van geheugenmisbruik in jou jouw bewustzijn vult en
je dadendrang invult en in standhoudt. Het geheugen wordt misbruikt voor het
onthouden dat zus en zo 'was' en dus (!) is wat slechts bevelen waren en zijn.
Ons geheugen is er om de stand en gang van zaken in onze omgeving te
onthouden. Bevelen en wensen en streefneigingen van lui om ons heen, die ons
wat kunnen aandoen en die wij nodig hebben, worden tot in het geheugen te
bewaren en telkens, nee altijd door, ononderbroken te verrekenen gegevens,
objectieve, voorwerpachtige gegevens, voor wie belanden, als onaanvaarde
natuurwezens, als kinderen, in geciviliseerde (dus civiliserende, dat is:
natuur in en om mensen vernietigende en bestrijdende) gezinnen. Die ouders
laten de bevelen, wensen en streefneigingen van hun opvoeders (en van hun
huidige omgeving, die de civilisatie is, waarvan zij deelnemend als speler of
als gebruikte deel uitmaken, bouwsteen zijn, door zich heen hun kinderen raken
en schaden. Zij, die ouders beschermen hun kinderen niet tegen dat geweld van
vroeger en van opzij.
Kinderen in die omstandigheden vullen hun geheugen met wat slechts wensen,
geweldplegingen en regelingen zijn. Voor kinderen die in deze soort gezinnen
opgroeien is zijn de tradities (van de cultuur) en de wetten, geschreven en
ongeschreven, de regelingen en de religie van de civilisatie zo hard en
concreet en onafhankelijk van hen buiten hen bestaand gaan schijnen als de
bomen en de huizen en de bergen zelfs: slechts met geweld te veranderen, nooit
restloos te verwijderen, niet weg te denken, niet weg te vergeten.
In de civilisatie kan niemand een passende en tegelijk hem rust gevende,
tevreden (= in vrede) stellende (=zettende, plaatsende) persoonlijkheid (=
verzameling neigingen en instructies) krijgen of aanmaken. "Het leven is geen
vrede alhier, geen wapenstilstand vragen, het leven is de krijgsbanier tot in
Gods handen dragen" aldus de (roomse) priester-dichter Gezelle.
Voor de civilisatie geldt:
Wie past, vecht, wie vecht heeft en laat geen vrede om zich heen.
Op z'n laatst met het begin van de kleuterschool werden de meesten van
onze tijdgenoten in die civilisatie ingevangen, aangepast: ze leerden
zich met anderen en / of met het volmaakte te meten, ze leerden te
streven, wat te willen worden, hun best te doen, competitie,
concurrentie, bijblijven, zo mogelijk voorraken, voorkomen achterop te
raken, zich een tweede kans te verschaffen via hun eigen kinderen, en zo
voort, de hele ramp.
Wie niet speelt is überhaupt niemand, een nul is wie niet op enig punt wint
of voor enig ander bruikbaar is als leverancier van txaenz (in de vorm van
geld of diensten, waaronder liefdediensten, vrijwillige diensten): wie voor
niemand iets betekent. Iedereen die deelneemt wil meer txaenz besteden dan hem
van nature via hem de werkelijkheid binnenstroomt.
Om aan die extra txaenz te komen probeert men gewoonlijk anderen te
gebruiken, van anderen wat txaenz te roven. Schijnbaar verlost men de
gebruikten door hun diensten onder te brengen in machines, automaten,
robots, computers. Over enige tijd zouden we geen slavenvolken of
slavenbevolkingsgroepen meer nodig hebben, maar iedereen weet dat dat
alleen maar een verkooppraatje voor de apparaten in kwestie is.
De slavernij werd pas afgeschaft nadat een alternatieve vorm van negers
uitbuiten was ontwikkeld, alle gemeenschappelijke en vrije goederen in
particulier eigendom waren genomen door de heersenden, de vrijen.
Elke schrede naar afschaffing is pas te nemen als deze schrede van alle
afschaffende werking is ontdaan. Politiek vindt plaats binnen het spel der
civilisatie en breekt het spel niet.

Sparen en publiceren zijn bijdragende daden. Ze worden ons afgedwongen evenals
het betalen van belastingen. De gelegenheid om ons tot het nodige voor ons
leven en welzijn hier en nu te beperken is er niet, evenmin als we de nodige
dingen en diensten kunnen kopen zonder dat er de franje van onnodige mode enz.
aanzit, kunnen we een staat hebben zonder "defensie" en zonder voorrechten-
handhaving. Het nodige en het onnodige, het juiste (geordend samenleven
zo nodig afdwingen) en het onjuiste (voorrechten handhaven) zijn slechts
samen, in koppelverkoop, verkrijgbaar.

Zoals het onontkoombaar is te doden als natuurlijk (etend) wezen en
onontkoombaar is ruimte in te nemen, gelegenheden te benutten die er dan voor
anderen daar dan niet meer zijn, zo is het onontkoombaar in de civilisatie te
leven. De hele aarde is bezet, is in bezit genomen.
Het besef van wat nodig en onnodig is echter, haalt de onnodige strijd weg.
Meer zit er niet in aan mogelijkheden. Het wegvallen van onze bewondering voor
de winnaars en het wegvallen van afgunst en dergelijke zal ook het spel
niet breken: die aandacht en bewondering leveren de spelers elkaar wel. Er is
echter geen andere mogelijkheid dat er een eind komt aan de civilisatie dan
door het een voor een vertrekken der mensen, ieder voor zich, door de deur van
het inzien van wat is en hoe het spel der civilisatie werkt, het doorzien van
hoe en wat daar gespeeld wordt.
Als we allemaal opgehouden zijn deel te nemen. oh tijdgenoten, dan is het spel
voorbij, dan kan het rustige verminderen van ons aantal beginnen, dan kan het
levende op aarde als geheel zich herstellen, door ons geholpen (dat zal wel
nodig zijn, na al ons schaden).
(Het spel is overal waar mensen zich als presteerder en bezitter met elkaar
vergelijken: ook waar boeren en nomaden zonder stedelijke en industriële
samenlevingsvorm hun grondoppervlakte en hun vee tellen. Ook waar kinderen al
hun prestaties met elkaar vergelijken.)

Ik ben te cynisch om te denken dat daar een mogelijkheid is die verwerkelijkt
zal worden. Als deze mogelijkheid niet verwerkelijkt wordt, volgt de totale
ondergang, maar dat interesseert de spelers volstrekt niet, evenmin als het
mij interesseert. Per definitie zal het mijn tijd duren. Ook de gebruikten
zijn zonder belangstelling daarvoor, zij van wie txaenz wordt geroofd, genomen
door spelers die zich daarmee vergroten.
Het minste geïnteresseerd in wat komen zal na hun tijd zijn diegenen die
kinderen "hebben", dat blijkt uit het feit dat ze zich tijdens een absolute,
aan iedereen bekende overbevolking van de hele aarde "eigen" kinderen hebben
"aangeschaft" (hun termen, exacter is: 'bij hen', 'hebben laten komen').

Deze metende en tellende, zich aan elkaar metende, met elkaar vergelijkende,
zich onderling rangordenende lieden zijn niet moeilijk terecht te wijzen.
Ieder van hen kan zich verlossen. Zij zijn de bronnen van eigen en andermans
leed en van veel van het leed der andere levensvormen. Nou en, dat weet ik nu
wel. Ieder van die kleine soevereinen teistert zijn omwonenden, met vragen,
met aandrang om te veranderen, met wensen, met eisen, met verwachtingen, met
stank, met lawaai en met te dichtbij anderen neergezet bezit (bomen, muren),
met bedreigende honden en zo voorts.
Het pogen anderen uit hun vorm te drukken betreft anderen in hun
oorspronkelijke, natuurlijke zijn (wat meestal slechts bij kleine kinderen nog
voorkomt), maar ook anderen in hun persoonlijke, mede-soeverein-lijke zijn, de
anderen als resultaat van het geknutsel van hun opvoeders en van hun eigen
"groei" genoemde misbakken-worden. Misbakken is misvormd en in die misselijke
vorm vastgeworden, onveranderbaar, keihard. Wie een kind misbakken hebben,
hebben zich voor het leven van dat (ex-)kind lang een vervolg verschaft van
hun zo-zijn, hun zo doen, een zo lang blijvend meedoen aan wat er in het spel
gebeurt.
Vooral wie in hun eigen tijd van leven niet genoeg naar hun zin (en let wel:
per definitie bestaat er geen genoeg in dit spel) kunnen waarmaken en bereiken
en veranderen, streven ernaar via hun kinderen hun invloed, hun uitwerking,
hun gevolgen, te vergroten, door hun tijd van deelnemen te verlengen.
Sommigen van hen presteren het grote gebouwen of andere kunstwerken te laten
neerzetten of zelf neer te zetten.
Anderen nemen voor die verlenging 'geesteskinderen", ideeën, wetten,
regelingen, organisaties.
Volgelingen zijn mensen die door zulke zich geestelijk voortplantende
lieden laten gebruiken, exacter: in gebruik stellen, want men doet dat
lang na de dood der voortplanters (propagandisten) en men doet het zelf.
Menigeen betreurt het zelfs dat hij niet in gebruik genomen werd en/of
gehouden wordt: menig werkeloze en eenzame en politiek dakloze en
menigeen die klaagt niet te kunnen geloven, zo te twijfelen en zo, of
zo'n leeg, idealenloos leven te hebben. Dat zeurt maar aan.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *