Jaap Schot, 5 februari 2002
Ik vind het verstandig om van verhalen die het lang uithielden in barre tijden te veronderstellen dat ze sterk zijn. Sterk, niet waar, geen verslagen, maar: de hoorder wat doend. Wat dan?
Raken,
1. ontroeren,
2. motiveren,
3. helpen
* bij het komen op alternatieven voor zijn gedrag,
* bij het kiezen, initiëren, uitvoeren en beperken van zijn gedrag,
* alsmede bij het vormgeven aan zijn gedrag.
[Zijn GEDRAG = zijn doen en nalaten, inclusief het voelen erbij en het opvatten ervan].
Dat, iets blijvend, duurzaam en ingrijpend veranderen aan de hoorder, dát, veronderstel ik, was het doel met die verhalen. Voor wie geen bedoelende mensen in wil voeren in zijn kijk op hetgeen gebeurt en gebeurde, is er de veranderleer, de evolutietheorie: “die hoorders die het verhaal in kwestie hoorden, vertelden het verder, als verwoording en uiting van die ontroering en inspiratie”. Zelfs is er een verhaal in omloop van ‘memen’, een moderne vorm van die geesten en geestjes die in het woord inspiratie verpakt zitten: spiritusjes.
Dit leidt op een zijpad: men praat graag en gemakkelijk (als) over dadertjes met bedoelingen. Zo vertelde verhaaltjes lezen ook makkelijk weg. De hoorder blijft beter geboeid. De zinnen worden korter. Het leven keert in de begrippenapparatuur terug, en de levendigheid.
Terug naar het lezen van verhalen, met name naar het lezen van de heilige boeken. Daar staat in hoe je je de volstrekte mindere moet voelen van een of meer goden en hoe je die onderdanigheid moet uiten, laten merken en vormgeven. Het zijn geschreven teksten, die heilige boeken, geschreven werd er alleen in en na vele generaties in civilisatie, dus door als vee gehouden en gebruikte mensen, (mensengebruikers en) vrije mensen schrijven niet.
Wat opvalt is de totale obsessie door de rangschikking. Al die boeken (BG, Bijbel en Koran) gaan helemaal over dienen. Over het sussen, afwenden en niet opwekken van toorn en wraakgier bij de Hogere, de Allerhoogste. Hoe in je eentje voor die God en in gevangenschap en gebruik samen, te leven in de gevangenis waarin men nu eenmaal geworpen is: de wereld.
Die voorschriften en ideeën zouden ze niet nodig hebben als ze nog in een cultuur samen leefden, zo slim mogelijk omgaand met hun natuurlijk milieu en in gezamenlijk onbenul hun vrije txaenz bestedend. Ze leven niet meer samen, ze worden bijeen (in één stal, in één wei) gehouden, onder hetzelfde regime.
Ze hebben het (in de heilige boeken) niet over LEVEN, maar over een nachtmerrie. [LEVEN, die natuurlijke “bezigheid”, daar hebben ze geen ervaring mee en daar praten ze al niet meer over, zelfs niet meer als over het verre verhaal van de ouderen. Het LEVEN is over en voorbij. Mozes hield een volk met geweld 40 jaar buiten cultuur en civilisatie, maar het mocht niet meer baten: de vaardigheid tot LEVEN bleek en bleef voorgoed verloren.]
Het zijn schrijfsels van slaven, gevangenen, gebruikten, onderworpenen, niet van VRIJEN, niet van MENSEN, die heilige boeken. VERTELLERS EN HOORDERS ZIJN VEE, ze worden als vee gevangen gehouden en gebruikt. Ze wonen en werken (extrinsiek gemotiveerd, bevelen uitvoerend, in opdracht, op last van anderen) voor loon, wonen en zo werken, twee volstrekt onnatuurlijke bezigheden voor dieren zoals mensen dat zijn.
Hun enige recht is dat ze niet geslacht worden. [In de huidige bespreking van de vrijwillige euthanasie ( = het op waardige wijze zich zelf doden ondanks de in-leven-houderij waarin de geneeskunst is ontaard), is op te merken dat dat verworven recht van wie zich onderwierpen en in slavernij begaven, door de christenen als leefplicht wordt uitgelegd. Het is het recht van de slavenhouder het tijdstip en de wijze van diens dood te kiezen en te bepalen.]
Als ik er eenmaal zo tegenaan kijk, dat die religies door vee voor vee geschreven zijn, dan illustreren de gebruikers ervan die visie ononderbroken en in vele vormen. Nu dat zo plaatsvindt interesseert het me natuurlijk helemaal niet meer of een en ander ‘historisch’ of ‘ontologisch’ of ‘filosofisch’ of zo waar is, het werkt: het brengt orde in wat ik waarneem en het maakt dat datgene wat ik waarneem niet onverwacht meer is. Dat is mij genoeg ‘kwaliteit’ voor deze manier van opvatten / bespreken.
Dat was weer een zijweg. Terug naar: hoe te lezen?
Leest men de heilige boeken anders, als waren het verslagen, rapporten, meldingen, berichten omtrent uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek door deskundigen, in dit geval bijzonder begaafden en/of begenadigden, dán kan men niet anders doen dan wel of niet geloven (in) wat er staat. Gaat men zich als vrije burger in een democratie ten opzichte van een god gedragen als ware men een slaaf, dan is die manier van gedragen buiten in de maatschappij niet passend, niet tot succes leidend.
Met gebruikmaking van de begrippen uit die heilige boeken kan men slechts godje gaan spelen, als men niet meer alleen maar gebruikt wordt, maar ook zelf mensen gebruikt. Soeverein als God moet de mens hier nu als Klant zijn: onaanvechtbaar gelijk hebbend met zijn bestelling en recht hebbend op goed slavenwerk (in gehoorzaamheid onder dreiging van zijn koopkracht), voor zijn goede geld (dat de ander, in zijn rol van loonslaaf nodig zal hebben om aan brood enzovoorts te komen).
Tussen deze gebruikende gebruikten onderling kan er van ruilen en elkaar om beurten te slim af zijn gesproken worden, zoals de economieboeken dat doen. Als we de arme buitenlanden erin ons bespreken bij betrekken, dan wordt het feit dat ‘ze’ (de Moboetoe’s en zo) daar, voor ons, de gebruikten (loonslaven) bedreigen met ‘echt tekort hebben’ duidelijk zichtbaar. Dáár past de aanbidding en vreze des Heeren bij wat ze moeten doen jegens de dictatoriaal bezige zetbazen van ‘ons’. Hen past nu het geloof dat ze hier in ettelijke vorige eeuwen ook hadden. Rooms zijn en bidden, dat past bij arm zijn en in een dictatoriaal geregeerd uitgebuit land leven. Deze ‘gelovigen’ leven ononderbroken in één en dezelfde visie op zichzelf en ‘wie hoger zijn’ (god en de bazen dus).
Hier nu leven de velen als met elkaar in concurrentie veroverende (rovende) vorsten en vorstjes zoals in de Middeleeuwen de adel, de ridders.
De beursberichten zijn meldingen omtrent hoe goed de slaven en lijfeigenen (die de lezer / hoorder bezit, als aandeelhouder) presteren.
De sportberichten en sportcommentaren vertellen hoe dié ideale knechten zich afmatten en verslijten, die als voorbeeld voor de toeschouwers dienen. Zij laten zien dat een stuk gebruiksvee, zoals zij dat zijn, een wegwerpding is. Men telt de blessures niet, maar meldt ze des te meer, om dát te tonen: gezondheid en welzijn van de sporter (het gebruiksvee) is totaal onbelangrijk. [Maar “we” willen de arbeiders en de strevende beroepsbeoefenaren niet onder de drugs op het werk zien verschijnen, dat is veel te gevaarlijk voor de machines en voor de beslissingen die “ons” geld betreffen.]
De heilige boeken bevatten vele vaststellingen van het recht van de eigenaar en van de vorst en van de klant zelfs.
Daar zijn die boeken (teksten) bruikbaar voor wie in het volle maatschappelijke leven staan en bezig zijn. Zelfs om opstand en verzet te onderbouwen zijn er teksten in te vinden. Als men selectief leest kan het wegdromen ook worden bevorderd. De hemel als na de dood gedacht en het reïncarneren en en de wederopstanding des vleses en het eeuwige leven opgevat als eindeloos durend.
Als men selectief leest, nemend naar behoefte, resp. naar wens.
Zowel wie zich als slaaf, ondergeschikte laat definiëren, als wie ‘koninkje’ gaat spelen, maakt gebruik van de rangschikking als model en bezigheid. Die overeenkomst is fundamenteel: van het rangschikken wordt geen afstand genomen, als men wisselt van rol, van gebruikte puur, naar gebruikende gebruikte en zelfs naar puur gebruiker (toetredend tot de open stand der edelparasieten of als niets-bezitter in de goot belandend, als afschrikwekkend voorbeeld voor de gebruikten).
Lezen omvat het opmerken wat er NIET staat, maar voorondersteld is. In de heilige boeken mis ik de opmerking dat rangen (rangschikken, gerangschikt zijn), geen natuurverschijnselen zijn. En in het algemeen mis ik het bespreken van wat er geschreven en gesproken wordt. Als een boek uit, een uitzending afgelopen is, als de situatie rijp is voor een bespreking, dan volgt die niet. Dat is een pest.
0 Reacties