Hulpvraag bij het onderwijsbaar maken van mijn inzichten

Categorieën: Overige teksten

Trefwoorden: onbewerkte versie

Jaap Schot, 18 augustus 2011

Inmiddels ben ik deze maand 73 geworden. Nu geloof ik écht dat de tijd dringt. Mijn nalatenschap is het waard aanvaard en gebruikt te worden. Ik moet hulp zoeken bij het vinden van mensen die dat willen. Dat aanvaarden en daartoe (voor derden) dat bruikbaar maken.

Na mijn afstuderen ben ik leraar geworden en heb ik bijna alle lessen schriftelijk voorbereid. Na mijn pensionering (1984 van de RuG) ben ik, met dat uitschrijven van wat mij aan gedachten inviel, doorgegaan. Zodoende heb ik een grote massa tekst aangemaakt. En ik heb alles bewaard.

Dat is dus de tekst van een willekeurige mensengenencombinatie, die in een toevallige omgeving een taal leerde spreken, d.w.z. een flard van die taal in zijn denkhoofd actief kreeg te zitten. Ook na 21 jaar dagonderwijs en wat daarna nog volgde was die taalflard nog steeds een flard. En wat dit individu kon opmerken werd bepaald (beperkt, begrensd, ingevuld) door zijn zintuigen en zijn omgeving.

Anders gezegd: de teksten die ik nalaat zijn de neerslag van een anekdotische eenmaligheid, die voorbij is. Zodra het nalatenschap is, ben ik weg en is alles waar het over gaat voorbij (1), óf: nog bestaand / gebeurend en dan is het aan wie daar dan daarbij leven om het op te merken en erbij te spreken (2): te doen wat ik nu in mijn leven ook doe. Zó, onbewerkt, zijn ze dus van geen belang en overgeleverd aan wie belang er in stéllen. Dat vind ik niks, ik wil er iets uit maken, een werktuig. Bruikbaar zonder de uitvinder zelfs maar van naam te kennen.

Bij het opmerken van dingen die gebeuren, valt mij tekst in, die wat betreft woorden, verhalen, uitdrukkingen, onderscheidingen, enz. héél erg veel lijkt op wat anderen van wie ik dat taalmateriaal leerde (overnam) zóuden zeggen. Zo zit iedereen levenslang opgescheept met die anderen van wie hij leerde. Resp. verkeert iedereen levenslang in het zegenrijke gezelschap van de nawerkende taal van die welwillende en goed doende anderen. LEREN DÓE JE NIET, LEREN GEBEURT. Vandaar traumatische ervaringen, die heugen.

Levende wezens gebeuren

Één van de inzichten waar ik toe kwam is dat levende wezens (mensen dus ook) zich niet doen, maar gebeuren. Ten aanzien van dieren in natuurfilms hebben ze dat op televisie door. En ze handelen ernaar, resp. laten na kwalijk te nemen en dankbaar te zijn. Dat van die persoon en zijn verantwoordelijkheid jegens de soeverein, met zijn schuld en zijn verdienste, is leeg gepraat van juristen. Maar achter die praat staan de gewapende handhavers van de orde, die al die beschaafde burgers bedreigen. Vandaar dat dat wetenschappelijk gezien obsolete gepraat over vrije wil en geweten enz. enz. van de opbloei van de wetenschap geen enkele last heeft.
Last hebben alleen díe mensen ervan, die niet helder uitgelegd gekregen (of zelf ontdekt) hebben, dat de aarde bestaat, maar de wereld gespeeld wordt.

De souffleurs

Wat de sociale wetenschapper zegt, komt uit de zaal, de juristen en priesters souffleren: ze zeggen tot ons, wat en hoe we moeten spelen, zij zitten met hun rug naar de zaal, waar de werkelijkheid op het toneel ‘gegeven is’ (te zien en te horen valt) en dáárbij te spreken is.
De teksten van de souffleurs zijn strijdig met die ‘uit de zaal’. Als dát nu duidelijk werd gemaakt aan alle kinderen en helder werd gehouden via de televisie en andere media, dan waren er veel spanningen minder. Zou toch fijn zijn.

Uit het souffleurshok komen de bevelen die leiden tot het voortgaan met het ongelijk verdelen van alles (het geld, het aanzien, de macht, de spullen en het spul) en uit de zaal roept af en toe iemand dat dit of dat NODIG IS voor de spelers en/of voor het toneel en de spelbenodigdheden.

Door anarchisme en ongeloof kan een mens ongevoelig worden voor de juristen en de priesters in het souffleurshok. Hij merkt dan dat hij zodoende nauwelijks enige tientallen percenten van het aanvurende lawaai dat daarvandaan komt, heeft geneutraliseerd. De reclame en de propaganda voor levensstijlen e.d. in de glossy’s roepen blijkbaar de meeste bevelen* naar de mensen op het toneel.

Het is te onderwijzen

Dit is, - en vele andere ‘inhouden’ van mijn vele teksten zijn -, te onderwijzen aan schoolkinderen. Het is nu zo dat veel kinderen van een jaar of twaalf al ‘begrepen’ hebben, dat ze als SIERVEE gehouden worden en door de anderen, die hen zien, gekeurd en gerangschikt worden. En die ‘gedachte’ raken veel mensen levenslang niet meer kwijt. En mijn hoop** is, dat de energie waarmee ze afwijzen ‘siervee’ genóemd te worden, kan worden gebruikt tegen zich als zodanig op te stellen en te laten bejegenen.

Hoe vind ik mensen die mij helpen*** bij het onderwijsbaar maken**** van deze (“mijn”) inzichten/ ideeën?
DAT IS DE VRAAG.

*) Bevelen, want hun aanbevelingen enzovoorts gaan gepaard aan de dreiging van het gepest gaan worden. Vanwege ‘niet cool’ zijn.
**) Maar ja, hopen. Wat een bezigheid!
***) Bij ‘helpen’ zijn helper en geholpene beiden aan één en hetzelfde project bezig. Daarvoor zijn ze apart, zelf, gemotiveerd. Niet de belangstelling in de te helpen (resp. geholpen) ander is de drijfveer, maar die in het project. Zo wil ik het (c.q. mijn) zoeken van hulp verstaan hebben. Hoewel betaald, is de helper niet aan het dienen voor geld. Ik vind dat van wezenlijk belang, want het begrijpen van wat ik bedoel, is nodig bij het onderwijsbaar maken ervan.
****) Onderwijsbaar maken is de enige vorm van ‘als nalatenschap aanbieden’, die me invalt. Het is aan de kinderen van de mensen die zonder erg voorzagen in mijn onderhoud, terwijl ik al die tekst uitschreef en mijn tijd en aandacht wijdde aan het onderwerp. Dat voorzien gebeurde via de rijksregeling voor ‘uitgesteld pensioen voor wegbezuinigde ambtenaren’. Ze deden het, maar ze wisten het niet. Maar ik had geen opdracht nodig om aan het werk te blijven. Ik functioneer in (= beleef lust bij, en door) mijn geschrijf en gedenk.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *