Ik ben op een ‘nieuw’ punt aangeland

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 14 september 2003

Ik ben op een ‘nieuw’ punt aangeland:
Een mens doet zich niet, hij gebeurt. Niemand heeft ooit een dader of schuld of verdienste gezien. Daderschap kenmerkt wie ‘iemandje’ speelt, heel hard roepend dat deze spelsituatie ‘echt’ is en zelfs verheven boven de platte realiteit dat een mens een beweging in een hoeveelheid massa is: een hoop gebeurende biomassa, een chemisch proces als alle andere. Zelfbewustzijn zou dat spul zijn, dat verschijnsel, o.k., dat ons op dat hogere niveau bracht: zich van iets bewust zijn = bezig zijn dat iets te bespreken, dat iets aan het bespreken zijn. Als IK dus zeg dat ik gebeur en mij niet doe, dan ben ik zelfbewust (mij van mij, heb ik mij in bespreking, ben ik mij aan het bespreken. Ja, ik, niet IK bespreek, IK ben slechts een gedachte, een hersenschim, IK ben als een hulplijn in een tekening van een bestaand iets. [Zo’n lijn naar een verdwijnpunt om perspectief te tekenen, bijvoorbeeld.]
IK kan niks, IK wil niks, IK heb geen eigenschappen, IK lijk iemand te zijn, die mij bespreekt en terug is in het taalgebruik van vóór het leren ‘ik’ te zeggen, dat is: zich als schuldige / verdienstelijke te melden, aan de eer ongelijk verdelende vaderende ‘grote mensen’ / anderen. Er is alleen die bespreking, nergens is er die bespreker.
“IK ben die IK ben”, dat zijn de woorden die God in de mond worden gelegd als er verteld wordt over Mozes die vraagt wie HIJ, God, is. Elke afbeelding of beschrijving van God is godslastering, want God is niet iets. God is er zo min als dat verdwijnpunt waar die perspectieflijnen naar lopen: dat verdwijnpunt waarvan een tekening werd gemaakt, die tekening is niet het getekende (= afgebeelde). Die perspectieflijnen en dat verdwijnpunt die ‘bestaan’ niet alleen niet, ze zijn ook niet in stof aan het gebeuren, zoals een draaikolk of een boom of een mens dat zijn.
=======

Helpt dit inzicht nou ergens bij of tegen? Ik weet niet: ik was al veel langer tegen mezelf aan het zeggen “niets kan mij meer iets schelen, ik geef nergens meer om”. Alles gebeurt, er is geen daderschap. Wij zijn niet als Job [(levende schaak)stukken waarmee god en satan spelen: met ramp en zegen, met geven en nemen, met straf en beloning, beproevend en vrij latend, met regel en dwang, als een Skinneriaan jegens zijn duiven en ratten bezig]. Wat geldt, geldt slechts voor de spelers en wat geldt blijkt pas achteraf, is slechts dat wat uit het gedrag valt af te leiden als ‘spelersreden daarvoor’. Waar niet iedereen zich aan houdt, geldt niet binnen het spel, maar binnen deze speler in kwestie. Zo blijkt het maatschappelijk spel een burgeroorlog.
Mensen gebeuren, als genencombinatie, dat is 100% duidelijk. Het vergaat elke genencombinatie zoals het hem vergaat 1. door zijn zo-zijn en 2. door wat hem raakt, waarbij het totaal geen enkel verschil maakt of dat hem via iemand raakt of rechtstreeks uit het niet-levende.
Slechts het opvatten van zijn eigen en andermans gebeuren als doen, maakt degene die dat doet tot dader, tot speler in het spel ‘daderschapje’. Voor zijn gevoel gebeurt er iets, hij krijgt schuldgevoelens en gevoelens van verdienstelijk-zijn. En wat hem via anderen raakt, vat hij op als hem aangedaan, waarbij kwalijk nemen en dankbaar zijn kunnen, binnen spel. Ook spijt is nu mogelijk. Het is een boeiend spel met duizend gevoelens. Een voelspel.

========
Het is niet waar dat je denken logisch moet zijn of dat je de voetbal niet mag vastpakken, alle verboden en geboden zijn niet waar, ze zijn mogelijk - geldig. Spelers kunnen er bij elkaar op aandringen en/of zichzelf er aan houden. Spelers worden geacht dat te doen, als het door hen gebeurt, vat spelerdom en publiek dat op als dat ze het doen. Dat is zo in en volgens het spel.

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *