Ik beschrijf het psychische als economisch handelen

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief | Overige teksten

Trefwoorden: geredigeerd

Jaap Schot, 14 april 1985

Ik ben ononderbroken bezig het psychische (heersen, knechten, compenseren, agressie omrichten, z'n gram halen, gebaren maken, zelfvertoon enzovoort) te beschrijven als economisch handelen (kopen, bestellen, bezitten, verbruiken, gebruiken, onderbenut laten, onttrekken aan het voor medemensen beschikbare, privatiseren).

Privatiseren, in privaat eigendom brengen, betekent

  • het tenietdoen van alle gemeenschappelijk bezit, en
  • het aan dat gebruik – dat toe-eigenen van het uitstromende, onbewaarbare, nut is – door allen onttrekken.

In die gevallen waarin het een of ander eerst in bezit van de staat was en dan geprivatiseerd wordt, is er sprake van het tenietdoen van handelen dat voortkwam uit de stelling "de staat, dat zijn de gezamenlijke burgers".
De privatiserende conservatieve regeringen zien de staat anders dan als de organisatievorm van alle aanwezigen. Zij zien de staat als dienaar van de bezitters, die het geweldsmonopolie heeft. Maar zij is er om het bezit te verdedigen, niet om te bezitten, niet om een gezamenlijkheid te zijn. Alleen in geval van oorlog en dergelijke – wanneer er van het volk gratis extra inspanningen geëist worden – moeten ze plotseling de staat ervaren als 'onze' staat.

Krachten en hun herkomst

Er zijn mensen die beschouwingen houden over het economisch gebeuren nadat dit gebeuren is gereduceerd tot betalen, geld besteden. Deze beschouwingen hebben als oorzaak van het gebeuren dat zij beschrijven "het uitgeoefend worden van de koopkracht".
Dit is een manier van beschrijven die op de grove mechanica is geënt: achter een beweging postuleren we een kracht. Als er geen beweging is, is er een evenwicht van krachten. Bewegingen zonder oorzaak doen zich niet voor. Binnen de grove mechanica valt niet het herleiden van oorzaken van bewegingen tot nog weer iets anders. Heel legitiem wordt er van het beschrijven een eindige bezigheid gemaakt. De analyse eindigt op krachten. Die krachten zijn postulaten en worden gedacht te zitten in het beschreven bewegende zelf.

Ik ben bezig de herkomst van die krachten te beschrijven. Ik heb het over die 'economische' krachten, waardoor wij allen gedwongen worden en die velen gelegenheid geven zich te bevoordelen door zich ernstig te misdragen. Die krachten komen niet van buiten de mensenverzameling en ze komen ook niet uit een natuurlijke drang der mensen. Deze onweerstaanbare krachten komen voort uit de kleine krachten die ieder van ons zelf uitoefent in de vorm van geld besteden. Zowel door spontane summatie van die kleine krachten, als door bewuste bundeling (waarden propageren, collecteren, verleiden en misleiden bijvoorbeeld) ervan.

Beschrijven, verklaren, verontschuldigen

De afweermechanismen die door de psychoanalytici zijn aangewezen, zijn van beschrijvend gemaakt tot verklarend en van verklarend tot verontschuldigend. Wat ik probeer is, aan te wijzen dat er onmiddellijk voordeel te vinden is voor menigeen zodra, zolang en in zoverre hij ophoudt onnodige koopkracht uit te oefenen op zijn tijdgenoten. Dat komt neer op het ophouden met het knechten van die anderen. Vrijwel iedereen in het maatschappelijk systeem is zo weinig een winnaar, dat hij niet kan ontkomen aan de weerwraak van de door hem geknechte (via koopkracht, onder druk gezette) anderen. Via die weerwraak der anderen, komt zijn onnodige koopkrachtuitoefening op zijn eigen schouders te rusten.

Scheppen van arbeid is geen deugd

In discussies over werkgelegenheid wordt het scheppen van arbeid, dat is grotendeels het geven van onnodige opdrachten aan medemensen, aangeprezen, als ware het een deugd. Slechts binnen het systeem is het een deugd. Het is ook de oorzaak van alles wat het systeem aan negatiefs veroorzaakt, aan output heeft. De honger en de natuurvernietiging hebben geen plaats in het systeem.
Onuitgevoerd bleef het plan om een prijskaartje te hangen

  • aan de vernedering der mensen in andere landen (denk aan de kinderarbeid in de Derde Wereld, denk aan de folteringen van vakbondsmensen en socialisten in de armoelanden van het Vrije Westen, denk aan het sekstoerisme naar de Derde Wereld), en
  • aan de natuurvernietiging en aan het misbruik van vruchtbaar land voor het produceren van longkanker via sigaretten en leverziekten via wijn, en
  • aan de ziekten en ongelukken die voortkomen uit het beoefenen van de geneeskunst en van sport, en
  • aan de (economische, in wapenwedloopvorm verlopende, koude en hete, 'echte') oorlogen die onontkoombaar onderdeel uitmaken van het systeem.

Wat ik neerschrijf, wordt niet door mij als eerste neergeschreven, ook al schrijf ik het niet van iemand anders over. Behalve als aanleiding tot een uitspraak over mijn waardeloosheid, kan dat feit (en wel in dezelfde mate!) ook dienen als een aanduiding voor het feit dat het horen zeggen en aangewezen krijgen van deze waarneembare en ervaarbare verschijnselen door anderen, de mensen er niet toe gebracht heeft zich te verlossen.

De aarde verlossen van de mensenplaag,
is voor ieder individu tot op zekere hoogte zelf te doen.

Niet slechts door zich niet voort te planten. Maar zeker en vooral ook door zich openlijk in zijn doen en laten – zowel in zijn consumeren als in zijn daartoe deelnemen aan het produceren – te beperken tot het, voor zijn leven en welzijn, nodige.

Dat betekent dat ik bepleit: het verminderen van het scheppen van werkgelegenheid tot het nodige voor leven en welzijn.
Dat is echt een andere benadering dan het stellen dat iedereen recht heeft op de gelegenheid om, luxe consumerend, iets te doen aan het na-apen van de grote geldbesteders, de grote jongens van de pracht en de praal.

We kunnen opmerken dat, op een te verwaarlozen percentage na, alle mensen datgene wat ze aan loon krijgen voor hun – bij het voorzien in het, voor hun leven en welzijn, nodige – afgedwongen gespecialiseerde arbeid, volledig gebruiken om koopkracht uit te oefenen.

Dat uitoefenen van koopkracht,

  • kan de vorm hebben van kopen,
  • maar ook van het eisen van rente over geld,
  • en ook van het in bezit houden van goederen.
    Dat is, hun onbewaarbare nuttigheid voor anderen onbereikbaar houden.

Geen zin in verzinnen

Bij nader inzien, heb ik geen zin om voor dat gedrag, een verklaring of kracht 'in' de mensen te postuleren. Dat helpt niemand ook maar in het minst verder. Het enige wat ik met zulk verzinnen van oorzaken doe, is de verschijnselen in het schema oorzaak-gevolg drukken.
Ten diepste is het mij ook totaal onverschillig waarom mensen doen wat ze doen. Ik wil alleen uitschrijven hoe ze zich kunnen proberen te redden door met sommige dingen op te houden, in plaats van door sommige dingen aan hun gedoe toe te voegen.

Wanneer er bij een manier van doen een oorzaak wordt verzonnen,
wordt die oorzaak tot dader gemaakt,
die sterker is dan de aangesproken bewuste mens.

Waarneembaar is dat de mensen streven naar meer consumeren en daartoe naar meer geld, naar meer voorrechten, naar meer buitenkansjes. Men benut elke ruimte om te consumeren. Geld wordt vrijwel niet meer 'in oude kousen' bewaard. Op de meest doeltreffende vergroting van de vraag, voortplanting, zit nauwelijks een rem.

Dwang dringt niet door tot het bewustzijn

Ik schreef op: al consumerend compenseert de mens in de civilisatie voor het feit dat hij in de maatschappij tot dienen gedwongen wordt. Vreemd genoeg echter, heb ik het vage gevoel dat de meeste mensen niet tot hun bewustzijn laten doordringen, dat hier sprake is van dwangarbeid in gevangenschap. Alle aandacht is gericht op het feit dat ze, via de school en de sollicitatiecommissie die hen aannam, een specialisme werd aangereikt. Daarmee konden ze meespelen om een deel van de rijke buit van de geïndustrialiseerde (= nijvere, noeste, jakkerende) samenleving. Hun aandacht richten ze volledig op wat ze wensen, en hoe ze daaraan komen. Niet op de onnodigheid van veel verkrijgbaars en de onverkrijgbaarheid van veel nodigs.

Als ik zou willen volhouden dat het begeren een compensatiestreven is voor de ondergane dwang, dan verklaart dat een hoop. Het levert een mooi samenhangend verhaal op. Maar het is een verhaal dat berust op een postulaat. Het is dus een verhaal dat gratis bij de zeeppoeder verstrekt kan worden. Het is niets waard.

Nooddruft bepaalt je doelen

De werkelijkheid is zeer eenvoudig. Het is in te zien dat er geen bevelen zijn, die

  • boven het nodige voor leven en welzijn der aanwezigen uitgaan,
  • en toch van buiten de vrije beschikking der aanwezigen komen.

Je kunt niet willen wat je wilt. De nooddruft bepaalt wat je wilt, bepaalt je doelen. De middelen zijn onverschillig. Of niet soms? Onnodige doelen worden in vrijheid gesteld. Niemand kan een oorzaak, of een dader, buiten hem verantwoordelijk stellen voor zijn begeren van onnodigs.

Mensen en dieren hebben van nature eenvoudigweg geen zin zich tot wat ook te laten dwingen, wat geen middel is tot iets – voor hun leven en welzijn – nodigs. In het toepassen van dat middel, willen ze functioneren. En de resterende functies willen ze speels oefenen en fit houden. Zo zijn mensen en dieren van nature. Kijk maar bij dieren en kinderen. Ik hoef maar bij mezelf waar te nemen om deze tegenzin te zien. Er is dan ook om ons heen een grote hoeveelheid dwingen en gedwongen worden waarneembaar. Stel eens dat je tegen het verschijnsel dwingen bent, dan kun je zelf ophouden anderen te dwingen tot voor jou onnodigs. Je kunt ook ophouden met het aan anderen verhinderen van zelf die voordelen te plukken van jouw bezit, die jij zelf niet kunt plukken/ consumeren.
Wij doen dat niet. Zelfs niet in de beperkte mate waarin het mogelijk zou zijn, op basis van de betrouwbaarheid van die mensen die wij kennen. Door dit 'bezitten zonder delen', scheppen wij schaarste. Alle voordelen van onbewaarbare aard die niet worden genoten door wie ook, gaan verloren.

Wat is werkgelegenheid?

Werkgelegenheid is een middel, geen doel. Doelen zijn in verscheidene groepen in te delen:

  • eerst zijn er de doelen die onze nooddruft vormen, die uit ons zo-zijn in deze omgeving voortvloeien.
  • omdat we niet met de eigenschappen van een natuurlijke omgeving, maar met de ruilwensen van onze – evenals wij, gespecialiseerde – medeburgers te doen hebben, moeten wij de specialistische handelingen als arbeid verrichten, die zij voorwaardelijk stellen voor het mogen nemen van wat wij nodig hebben.

Ik presteer het niet dit dwingen niet meer te zien, nu het door anoniemen aan hen onbekenden wordt aangedaan. Ik word niet minder gedwongen, nu degenen die mij dwingen mij niet meer kennen, en andersom ik hen niet ken. De maatschappij eist. Er is koopkrachtige vraag naar iets, en dan pas kan dat iets mijn baantje worden. Het heft de dwang en de onnodigheid al evenmin op, wanneer ik zelf mag uitzoeken naar welke opdrachtenverzameling ik solliciteer. Wat ik doe, is voor mij niet nodig voor mijn leven en welzijn. Het overgrote merendeel der banen bestaat uit het aanmaken van spullen en het verrichten van diensten, die voor niemands leven en welzijn nodig zijn.

We zijn gevangenen, maar merken het niet op

Overwegingen van nodigheid, of van morele aanvaardbaarheid, hebben plaatsgemaakt voor de eenvoudige stelling: "wat als loonarbeid gedaan wordt, is goedgekeurd gedrag". Alles is te koop. De uitzonderingen zijn het die niet openlijk op de markt gebracht mogen worden. Bijvoorbeeld, moord op bestelling, sommige gifstoffen; niet eens de gevaarlijkste.

Er wordt ons als werknemers ook nog het een en ander niet slechts kunstmatig voorwaardelijk gesteld om het nodige te mogen nemen, maar er wordt ons ook allerhand extra afgedwongen. Bijvoorbeeld, beschermingsgelden tegen buitenlandse mogendheden die ons zouden bedreigen, als 'wij' ze niet voor zouden zijn en hen bedreigen.

Zodra, zolang en in zoverre wij een volledige 40 uren week werken, jaar na jaar, kunnen wij ruimschoots meedelen van de massa goederen en diensten die ons afgedwongen wordt. Aan die stand en gang van zaken zijn we nu gewend geraakt, en dat willen we zo houden. We denken niet in termen van dwangarbeid. Wij merken niet op, en spreken niet uit, dat we gevangenen zijn. Gevangenen die zichzelf in vakanties en week-end-uitstapjes luchten, maar altijd weer in hun cel terugkeren.

Vraag: "Wat is in 's hemelsnaam het voordeel van het constateren, en je overmatig bewust maken, van je gevangenschap en van de dwangarbeid?". Zo kan men zich afvragen.
Nog een vraag: "Waartoe leidt al dat gedenk als vanuit een toch onbereikbaar en verloren paradijs? Een paradijs van vóór de specialisatie, van vóór het bezit?"
Een tegenvraag: "Waartoe leidde ons het vergeten van het paradijs?"
Antwoord: "Tot waar we nu zijn, ons bewegend in deze richting."

Gerelateerde teksten

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *