Jaap Schot, datum onbekend
Ik tref mij aan in gunstige omstandigheden, als op een bewoonbaar, ja vruchtbaar eiland met actief vulkanisme: af en toe een uitbarsting, af en toe woedt het monster Trotteldrom, een woeden dat ze (de inheemsen die het monster samen vormen) 'oorlog' noemen. Het bestaan van het monster, dat niet altijd woedt, is hun van elkaar afgedwongen prestatie. Ook van mij is gedurende 21 jaar dagonderwijs en 15 jaar dienen voor geld, meedoen aan het leveren van die prestatie afgedwongen. Ik ben het als afgedwongen worden blijven zien, niet uit eigen verdienste, maar als gevolg van mijn goedgelovigheid, mijn blijven bij mijn oorspronkelijke kinderlijke vrije, wildenopvatting van iets zeggen: waarheid spreken. Het propagandaverhaal waarmee men probeert het dwingen tot meedoen te verhullen spreekt van het verdelen van het nodige arbeiden onder gespecialiseerden/ bijdragers. Verzwegen wordt, dat het meeste arbeiden neerkomt op het dienen voor geld van soevereine, dat is redeloze, in heersen
dat slechts soms zich wreken is) zwelgende, anderen. Dat dienen
voor geld is voor een deel nodig gemaakt voor wie dienen doordat
zij worden weerhouden (- met wapengeweld ingezet voor het
verdedigen van niet te rechtvaardigen bezit van wat voor een
andere nodig is en door de bezitter zelf zelfs niet gebruikt,
geconsumeerd, verbruikt kan worden-) van het zorgen voor
zichzelf. Voor een deel is het dienen op die manier nodig
gemaakt, voor een ander deel vindt het dienen plaats om zich via
het ermee verdiende geld de gelegenheid te verschaffen mee te
doen aan het vernederen van tijdgenoten; het vernederen dat erin
bestaat hen voor geld dingen te laten doen die niet nodig zijn,
maar slechts de uiting van jouw soevereine wens de ander te
knechten door hem dit voor jou te laten doen. Overigens is ook
dit slechts een deel van de over het elkaar bezig houden van de
mensen in de wereld uitzegbare waarheid.
=
Hoe en in hoeverre is er verband en samenhang tussen de wereld
die men zich buiten de waarheid gaande denkt enerzijds en hetgeen
men handelend doet in de werkelijke wereld die stoffelijk is en
waarin gehandeld en met stoffelijke wapens met lijfelijke
beschadiging en vernietiging gedreigd wordt.
Niet het nemen van het initiatief tot wat je ze ziet doen, kun je
de deelnemers aan de wereld toeschrijven, daarvoor is er teveel
druk en gehoorzamen daaraan, maar het nalaten van het weggaan uit
de wereld, zodra, zolang en inzoverre ze daarvoor de gelegenheid
hebben, anders gezegd : het nalaten van het nalaten, dat is het
initiatief dat ze nemen en dat initiatief is hen te verwijten.
Verwijten kan men alleen op grond van een norm. We kunnen dat
nog strikter zeggen: als we alle fictieve van buiten de waarheid
afkomstige normen weglaten uit onze argumentatie: wat we iemand
verwijten kunnen is het nalaten te voldoen aan de technische
eisen, die voortvloeien uit wat hij nastreeft bij zijn technisch
kunnen in zijn omstandigheden.
0 Reacties