Tekst

Jaap Schot, 30 januari 2009

Ik heb “levenslang” mij verzekerd, ben lid geweest van het Groene Kruis (voorloper van de thuiszorg), heb mijn belasting trouw betaald, kortom ‘ik ben een goeie jongen’. En dan kríjg je hulp en zorg nodig, en is intussen (zie daarover de krant zelfs tegenwoordig weer) die hele zaak overbemand met managers – uitgewerkte politici – en de zaak ‘werkt’ niet meer.

Wetgeven en regeren door (door anderen en elkaar, voor op de lijsten) aangewezen mannetjes en vrouwtjes, waar meerderheden op stemden, heeft ervoor gezorgd dat het zelforganiserend vermogen onder de mensen vrijwel verdwenen is. Iedereen moet een baas zoeken of als ondernemer voor geld gaan werken.

Zelfs binnen gezinnen hebben die twee werkende ouders en al die op verschillende scholen verschillends belevende kinderen geen gezamenlijk onderwerp meer, laat staan een gezamenlijk  iets om aan te werken. Als er in een dorp eens een constructief initiatief genomen en uitgevoerd wordt, staat dat op de voorpagina van het streekblad.

Of er nu een bedoelende kwaadaardige achter gezocht moet worden – of, zoals ík denk, niet – het ‘verdelen in losse enkelingen’ is gebeurd. Ik ben er ook in getrapt, in de suggestie dat een mens hier als alleenlevende kan leven en via verzekeren en kopen kan voorzien in wat hij nodig heeft.

Dat ‘ze’, de ambitieuzen die op de beslissersstoelen zijn terechtgekomen, trekpoppen zijn (via de lobbyisten) ván de winstgerichte ondernemers, en (via dat mechanisme) van de koopkrachtigen en hun keuzes, troost mij niet.

Er is nergens schuld, nou èn, wordt het waaruit HET PROBLEEM voortkomt, daar minder ongepast van? Ik dácht het niet.

TENSLOTTE: HET DOET ME GOED DEZE VRAGEN TE KUNNEN BEANTWOORDEN.

KIJK, ALS je er de betrokken mensen bij wégdenkt, zoals ik nu doe, door hen als veroorzakend, in tegenstelling tot ‘zich schuldig makend aan’ op te vatten, DAN verandert de situatie ván een PROBLEEM in een VERZAMELING MOEILIJKHEDEN waar je al of niet bij / in kunt overleven.

Ook mijn ziekte is veroorzaakt, niemand weet waardoor. Aan veel noodzakelijke voorwaarden voor het optreden van de ziekte zal ík wel door enig doen of nalaten hebben voldaan. Zonder erg. Idem voor ‘de andere mensen’, zowel t.a.v. mijn ziekte als t.a.v. de afwezigheid van passende en beloofde zorg, zullen zij, zonder boze opzet hebben bijgedragen.

Tegen de mensen in je omgeving toen en nu anders aankijken dan tegen de stormen en vorstperioden toen en nu, is een gevoelens opwekkende manier van doen. ‘Wat gebeurt’ wórdt niet gedaan, niemand heeft ooit een dader gezien: bij een heterdaadje zie je iemand bewegen en veroorzaken. Wil en schuld worden door de betrokkene en/of de juristen naar smaak toegevoegd: afhankelijk van wat er lokt: een lintje of een boete.

Hieronder kunt u een reactie geven op bovenstaande tekst.
Het kan enige tijd duren voordat uw reactie geplaatst wordt.