A>b:
B>type vrbeeldn.ref
he het in beeld brengen blz.#
schijf 36; titel: vrbeeldn
16 mei 1985
Over wat ik hier en nu uit eigen ervaren en waarnemen ken,
schrijf ik in parabelen a:b=c:d.
Deze verzameling parabelen is mijn beschrijvingswijze van de
werkelijkheid.
=
Het ontwikkelen van mijn breininhoud is te beschrijven als:
- het vinden van het betere beeld en
- het maken van de betere onderscheiding: de niet-fictieve,
[in beeld: de onderscheiding die niet het resultaat van slijpen
is maar het resultaat van kloven. Slijpen en kloven zijn de
manieren waarop men een diamant uit de ruwe staat kan halen.
Kloven geeft de natuurgegeven facetten.]
=
Het gaat er mij om de werkelijkheid naar die waarheid te
beschrijven die in het gekozen beeld kan worden gevat, en met de
gemaakte en genoemde onderscheidingen mogelijk is.
Ieder beeld en iedere onderscheiding verrijkt mijn
beschrijvingswijze met waarheid. Zolang ik beschrijf verrijk ik
niet de werkelijkheid, ik verrijk zelfs mijn lezer niet met
kennis. De kennis heeft de lezer al, anders verstaat hij niet
eens wat ik uitzeg.
=
Wanneer ik beschrijf dicteert hetgeen is dat wat ik zeggen kan
met mijn beelden en onderscheidingen. Ik kan niet zomaar zeggen
wat ik wil. De enige vrijheid die ik heb is dat ik mijn beelden
kan kiezen. Binnen die beelden dwingt mijn besluit waarheid te
schrijven mij het ene wel en het andere niet te zeggen.
=
De ventielregel bij denken (en bij het voeren van gesprekken)
stelt: eenmaal ingevoerde onderscheidingen mogen niet meer worden
verdoezeld. Wat eenmaal onderscheiden kan worden benoemd, mag
nooit weer terug onder een noemer worden gebracht.
=
Door deze ventielregel, die vooruitgang garandeert, hebben ook de
parabelen een vaste volgorde. In elke parabel worden namelijk ook
onderscheidingen ondergebracht.
=
Na enige tijd van beschrijven is het zinnig om met de
onderscheiden bestaande grootheden en krachten en ontwikkelingen
nieuwe combinaties uit te denken.
Wat werkelijkheid is, is namelijk ook alleen maar een
mogelijkheid, die mogelijke ordening (constellatie, schikking)
namelijk, die toevallig verwerkelijkt is, in een planloze, nooit
als geheel bedoelde of gewenste evolutie.
Het is niet de moeite waard om ook maar de minste eerbied te
hebben voor de werkelijkheid zoals die door evolutie is gegroeid.
=Deze stelling wordt ten aanzien van de levende natuur (de
schepping) door de mensheid al heel lang aangehangen. Er worden
dieren veranderd, planten veranderd, dieren en planten
uitgeroeid; ik spreek hier over soorten. Er worden flora's en
fauna's vervalst enz. enz..
-Ik stel dat deze stelling ook tegenover de wereld gelden moet.
-Merkwaardig genoeg ziet menigeen ten aanzien van de wereld wel in
wat men ten aanzien van de schepping niet vermag op te merken:
dat eerst gekend moet worden welke gevolgen veranderingen hebben.
De aparte soorten dieren en planten wordt geen pleitbezorger
toegewezen en bovendien zouden deze niet weten wat te zeggen.
In de wereld vindt het veranderen plaats in politiek en dus met
inspraak van vele van de betrokken, geraakte, belanghebbende
groepen en enkelingen. Die invloed van velen vertraagt het
optreden van veranderingen.
Kennis van de ecologische en samenlevingsverschijnselen en
-krachten maakt het geven van raad mogelijk bij het grijpen in of
ongemoeid laten van wat is.
Welke veranderingen zonder tevoren te vermoeden schade kunnen
worden aangebracht en welke niet, kan beter worden gezien
naarmate men meer kennis van de stand en gang van zaken heeft.
=
Ik ben nu (mei'85) nog niet verder dan dat ik een serie parabelen
en een verzameling onderscheidingen heb, die ik niet tweedehands
heb.
Ik zocht naar een ontsnappingsmogelijkheid voor mezelf uit de
situatie waarin ik in de maatschappij was geplaatst. Gezien mijn
vrije geest, hoorde ik niet in een gareel, op een formatieplaats.
Mijn vraag was dus: wat overkomt me en hoe kom ik hier weg ?
Op beide vragen heb ik nu een bevredigend antwoord:
doordat ik de eerste zesenhalf jaar na mijn geboorte in alle rust
in een natuurreservaat voor kinderen heb kunnen opgroeien, was ik
voor het lopen in een gareel ongeschikt geworden. Ik liep voor
spek en bonen mee, als leerling gedurende 21 jaar en als
werknemer gedurende zo'n 13 jaar. Ik trok nooit. Ik was nooit een
steunpilaar voor het bestaande.
Door toeval kwam onder de druk van de toenemende
werkeloosheidsdreiging een baas er achter dat ik oninzetbaar was
en men flikkerde mij het hondespan uit. Verder leven zonder
gareel. Niet geheel zonder inkomen, op een zeker inkomen heb ik
rechten verworven tijdens mijn meelopen op een formatieplaats.
=
Ik was mede daardoor oninzetbaar omdat ik het niet presteerde
mijn hoofd te vullen met de informatie die hoorde bij de
formatieplaats. Ik presteerde het niet (ten aanzien van "mijn"
formatieplaats) te weten wie waarover en waaraan bezig is en wie
welke beslisingen neemt en hoe de machts- en
verantwoordelijkheidsverhoudingen er rondom waren en zijn. Het
kon mijn brein niet binnen komen.
Diep in mijn hart, was er maar een onderwerp: mijn eigen leven.
=
Ik ging nooit op in produceren en ook niet in consumeren. Wat de
oorzaak en wat het gevolg was, is hier een foute vraag.
Consumeren compenseert voor gehoorzamend gespecialiseerd
produceren. Gehoorzamen nalaten ("de slee niet trekken")
veroorzaakt het niet nodig hebben van compensatie-
consumptiegoederen en -diensten. Het niet als beloning nemen van
die compenserende luxe maakt het steeds moeilijker om te gaan
trekken. Het komt er dus niet van : geen auto, geen vrouw, geen
hobby, geen carriere.
=
Ik leef niet fysiek, concreet, lichamelijk in het wild:
ik heb er de gelegenheid niet voor,
ik heb er de vaardigheid niet voor en
ik heb er het verlangen niet naar.
Het is ook niet nodig.
Ik leef niet als lichaam in het wild, wel als geest.
Ik zorg niet zelf voor alles wat er voor mijn leven en welzijn
aan spullen nodig is, dat kan de samenleving zeer doeltreffend.
Ik leef grootstendeels van overschotten en met tweedehands
spullen.
Ik zorg wel voor dat wat nodig is voor het functioneren van mijn
eigen brein, van mijn geest. Ik zorg zelf voor kennen en voor
bewustzijn zelfs: in woord en beeld (spreekbeeld, denkbeeld en
droombeeld).
=/=
Een lijstje gelijkenissen die ik gebruik:
(in volgorde, de oudste eerst:) de is / leeft mensheid als:
- een school vissen
- op een wegennet rondrijdend in bussen, (IETSen) die als
botsautotjes elkaar rammen en ontwijken
- op een zeeroversschip tussen andere schepen, waarvanaf ook
gevist wordt,
- op weiden, bestemd (gereserveerd) voor resp. rustende, werkende
en reserve-paarden
- als in gebieden ( natuur/cultuur/civilisatie/maatschappij) waar
verschillende verzamelingen regels gelden
- part-time voor en op een onbestuurde hondeslee
(resp. producerend en consumerend) (cfr: de boerderij der
dieren van Orwell).
0 Reacties