In plaats van grappig

Categorieën: 2005, 1 januari – 2009, 31 december | Archief

Trefwoorden: Krishnamurti (Jiddu) | Robinson Crusoe

Jaap Schot, 23 december 2009

De grappenmakers, de stand-up comedians en de columnisten, wijzen hun publiek (gehoor / lezers) op een werkelijk gebeuren dat intersubjectief hen én hun publiek gegeven is. Gegeven ter waarneming en dus ter opmerking en ter bestudering (alle aanwezigen hebben de gelegenheid en de vaardigheid om het waar te nemen, er aandacht aan te besteden).
Zij spreken bij ‘wat gebeurt’. En dat deden velen in het publiek (nog) niet. Niet dat de feiten die tot onderwerp gemaakt worden, hen ontgingen, het lukte hen echter ze buiten hun bewustzijn (nu ja, onbesproken) te houden: verdringen heet dat. wat je niet opgemerkt én genoteerd (in je geheugen opgeslagen gekregen oftewel geleerd) hebt, kun je niet verdringen.
De grappenmaker zoekt instemming van (bij) het publiek: het publiek levert die instemming door te lachen. Hun lachen is de vorm (het gedrag) waarin ze ontsnappen aan de OBJECTIEVE NOODZAAK deze onderwerpen, deze feiten waarbíj gesproken wordt TE DOORDÉNKEN. Doordénken is: reflecterend op de blijkbaar in je actieve begrippenapparatuur er, erbij passend, niet vertekenend en niet toevoegend, bij spreken, de verbanden van het onderwerp met wat het omgeeft niet buiten beschouwing latend (geen karbonades hakken, maar anatomie bedrijven op ‘wat gebeurt’.
Wat ik altijd gedaan heb, is NIET ONTSNAPPEN AAN DIE NOODZAAK.
VRIJE VOLKEREN LACHEN NIET.
VRIJE MENSEN LACHEN NIET.
Voorwaarde voor het optreden van lachen is namelijk dat de a.s. lacher zich betrapt ziet, maar dat in gezelschap en zonder dat er straf dreigt. Betrapt kan alleen een op buitenbesturing staande, een gevangene, een onderdaan, een stuk mensvee. Vrijheid is in de situatie van Robinson Crusoe zijn: eigen meester, niemands knecht. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid: alleen de goddelijke wetten (de natuurwetten) gelden, maar dat is een verwoording die echt totaal geciviliseerd is. Dát moet je opmerken en aan je kind/je leerling/ een buitenaardse intelligentie uitleggen, uiteenzetten, onderwijzen. OM HET ZELF HELDER TE KRIJGEN. DAT, UITLEGGEN dus, IS EEN OPERATIONALISATIE VAN ‘REFLECTEREN OP DE TAAL DIE IN JE BLIJKT TE FUNCTIONEREN. Dat blijkt uit wat je aan tekst invalt. Én uit wat je van de tekst van die spreker / schrijver die je aan het lachen maakt, als passieve taalgebruiker dus, begrijpt. Dat ‘begrijpen’ heeft de vorm van ‘dat voelen, wat je doet lachen’, dat ‘gaan lachen’, in de lach schieten, een glimlach niet kunnen onderdrukken, dat is het bewijs dat je aan het verdringen was/bent.
Lachen is de jou aangedane aanraking (van jou met het onderwerp dat de grappige bespreekt, dus koos) OPPERVLAKKIG HOUDEN.
--------
Een grap uitleggen, dat moet je niet doen, dan is de lol er af. Dan kun je er niet meer om lachen.
========
Overigens is ‘kwaad worden’ (op de spreker) een even doeltreffende manier van OPPERVLAKKIG HOUDEN. Die manier zien we op televisie “beschaafd” gebeuren: de volksvertegenwoordigers en de regeerders roepen dan dat ‘je’ appels (Nazi’s en Asmogendheden uit WOII en de “boze” lieden van toen) niet met peren (‘enig gebeuren of persoon hier nu’) mag vergelijken. En dat zitten ze met z’n 150igen te némen. Míj vertegenwoordigen zou zijn: expliciet doorvragen naar overeenkomsten en verschillen die bij vergelijking blijken en dan bij die overeenkomsten én die verschillen samen spreken. DAAR “IS” (= nemen zij en gunnen zij elkaar) GEEN TIJD VOOR. DAT IS AFSCHUWELIJKE ONZIN: ze zijn in de nu 40 jaar dat ik televisie heb, geen denkstap verder gekomen. Ze hadden die tijd dus beter wél kunnen besteden aan dat nu geweigerde doordénken. Het is een grove schande dat ze al die jaren blijven steken in meningen en gevoelde oordelen. Daar zítten ze daar niet voor (volgens de “statuten”: het grondwet hetende gewauwel, over vrijheden en rechten en het bestaan van de staat, waar die grondwet ‘van ís’. Nou dan moet die staat wel bestaan, als er zoveel sprake van is. Wie er dan niet in geloofd, toont minachting voor de macht. En dat is een technisch fout gedrag. ‘Je’ moet, -als burger-, zo’n heilige schrift als de grondwet [van de mensveehouderij waarin je in gevangenschap geboren en tot eigendom van de staat in kwestie verklaard bent (impliciet hoor!)] niet nuchter lezen. Niet nuchter, maar orthodox gelovig.
Orthodox geloven is een eis van de staat.
Hier nu, - oh trots van atheïsten en D66ers -, wordt orthodox gelovig lezen en leven niet langer ten aanzien van priesterschrijfsels, maar wel restloos ten aanzien van die juristenschrijfsels die je ‘onze wetten’ moet noemen.
‘Orthodox gelovig lezen en leven eisen’ heet in de bijbel ‘heiligen’. De heilige schriften. Zie Krishnamurti’s proefje om een takje te heiligen: gewoon gelovigengedrag, kaarsjes branden bij en spreken tot dat ding, rooms gedrag dus: dat werkt. “Schrijf aan je afgevaardigde in het congres” raadt de USAmerikaan aan. Voor je laten bidden dus, door de priester. In de tweede kamer, zo is te zien op televisie bidden de afgevaardigden voor ons, ‘om door ons gezien te worden’ (Farizeeën op de hoeken van de straten, zijn hun pendanten in de Bijbel). Jezus kon ‘je’ wel bij feiten die iedereen gegeven waren horen praten, maar hij sprak niet als een grappenmaker. Gevaarlijk: ze zien het meer als agitatie naarmate ze meer te verliezen hebben aan niet op prestaties en vuurkracht (maar op kennissen en relaties) berustende voordelen (voorrechten). Alle volksverlakkers zijn tégen ongrappig spreken in het openbaar bij (? óver) ‘wat gebeurt’ in het sociale, bij díe dingen die als ‘gedaan wordend’ worden opgevat in de gangbare taal. Gelukkig voor hen ligt het trucje gereed om het gezegde als ‘een mening’ (die wij gráág voor U vertegenwoordigen hoor!, vergis U niet, enkele van ons 150igen zijn “uw man”) vast te nieten aan de spreker, die het recht van vrije meningsuiting gehéél terecht gebruikt. Ten aanzien van een mening kan PER DEFINITIE geen feitelijk bewijzen (Torricelli met zijn buis kwik en het vacuüm dat niet kon bestaan erboven) en geen doordachtheid geëist worden. Een mening is een gevoelen: geuit in tekst, die tekst is een alternatieve uiting van dat gevoelen. Alternatief voor lachen en voor kwaad worden.
-------------
Onderwijzen is er als Torricelli er ook ‘de besprekingswijze hebben’ bij voordoet. Dat, onderwijzen, gunnen de gevestigde filosofen, priesters en juristen (en hun voetvolk) niemand.
--------
Slechts in het, in het kader van de leerplicht, ‘onderwijs’ genóemde veerdonckeren (aanmaken van een hoogwaardig arbeidsleger), kan iemand er toe komen te pogen de gelegenheid te veroveren onderwijs te geven; waardoor hij echter stuiten zal op het impliciete verbod daarvan. Een practicum bij scheikunde en natuurkunde kan ‘de wetenschappelijke mentaliteit’ ímpliciet overdragen. De leraar scheikunde die een practicum gaf, opende mij de ogen voor het feit dat de leraar natuurkunde het onderwerp waarover wij moesten leren rekenen, geheim hield.
-----------
Ik heb er tigduizend uren uitschrijven over gedaan om dit alles VOOR MIJZELF helder, INGEZIEN, BEGREPEN EN ONDER WOORDEN te krijgen.
Het wegvallen van de gelegenheid om tot leerlingen/studenten te spreken, was een voorwaarde om écht ongehinderd, vrij, door te denken. Ik kon doen alsof ik schreef voor een lezer die al mijn vorige schrijfsels gelezen had en er hetzelfde uit had eigen gemaakt als wat in mij functioneerde. Hetzelfde, dat is: dezelfde onderscheidingen, schoolvoorbeelden, onthoudverhaaltjes zoals dat van Torricelli, woordbegripcombinaties, enz. enz.
--------
Uiteindelijk is veerdonckerend schijnonderwijzen klas na klas gewoon uit dezelfde efficiëntieleer afkomstig als de lopende band. En daar aan staan werken, dat is niet erg leerzaam.
----------
Het nuttig resultaat van mijn ‘sabbathical’ van 25 jaar, kán worden geleverd aan ‘wie leven’. Gepubliceerd dus, ter beschikking van wie uitgewerkt commentaar van een afwezige ander zoekt, bij wat er om hem heen gebeurt. Met behulp van al die schrijfsels van me, - sporen van mijn doordenken immers -, in een toegankelijk digitaal tekstdocument. Een woord intypen is als het stellen van een vraag in een college: zonder iemand te storen, met een willoos gewillige ‘digitale ik’. Niet grappig, niet partijdig, niet vriendelijk, niet afleidend aardig of onaardig. Zo afwezig als de dodo (ik wou “mij” eigenlijk pas postuum laten publiceren en richtte daartoe een stichting op). STUDEREN ZONDER STORING. Dat is niet uit zichzelf onaantrekkelijk.

 

 

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *