Individu, persoon, IETSonderdeel, stamlid enzovoort

Categorieën: 1973-1986 Docent lerarenopleiding, Rijksuniversiteit Groningen | Archief | Overige teksten

Trefwoorden:

Jaap Schot, 2 maart 1985

Als individu, d.w.z. als natuurlijk wezen valt het doen en laten van ieder mens net als dat van elk dier buiten de categorieën van goed en kwaad.
Als stamlid (in de een of andere cultuur) of als gelovig, de doctrine aanhangend IETSonderdeel in de civilisatie kan de mens zich goed of kwaad gedragen.
Als deelnemer aan de maatschappij is een mens buiten de sfeer van goed en kwaad, het meest juiste gedrag is het meest winstgevende: zo weinig mogelijk inspanning voor zoveel mogelijk opbrengst. Wie wint heeft gelijk (gehad). Het binnentreden in de maatschappij is het zich begeven aan gene zijde van de moraal.
In de civilisatie zijn wetenschappelijkheid, eer, fairness, hoffelijkheid, vrouwvriendelijke hoofsheid en sportiviteit tot stand gebracht. Ook die gelden niet voor wie op de andere gebieden bezig zijn: niet voor de natuurlijke mens, niet voor de gelovige/het stamlid en niet voor de deelnemer aan het maatschappelijk gebeuren.

Wanneer we eerlijk zijn jegens onszelf, zullen we deze strenge scheiding herkennen en erkennen, niet ontkennen dus. Ontkennen is het enige alternatief naast (h)erkennen, omdat wij deze onderscheiding, deze ingedeeldheid van de werkelijkheid allen kennen.
Wanneer we herkennen en erkennen zullen we het de mensen in de culturen, de geïndoctrineerden in de IETSen en de deelnemers aan de maatschappij (de sociale partners) niet langer kwalijk kunnen nemen dat ze binnen hun spel spelen zoals ze spelen. We kunnen hen blijven kwalijk nemen dat ze geen ruimte overlaten voor anderen om buiten het spelterrein te leven.
In het algemeen hebben de culturen het wel gepresteerd om verdraagzaam te blijven ten opzichte van andere culturen. Dat leden van andere stammen leefden volgens een andere traditie was en is wel te aanvaarden. Overigens was het verachten van andere stammen ook niet zeldzaam. Ik stel hier dan ook niets goeds vast bij stammen. Dat kan ook niet, voordat er een traditie is die alle culturen omvat en onderschikt, zoals de tradities der culturen dat alle stamleden doen.
Van de IETSen zijn de roomse kerk en de islam voortreffelijke voorbeelden van volstrekt onverdraagzame kunstmatig aangemaakte traditie-vervangende, culturen overstijgende doctrines. De kruistochten b.v. en de handelingen der apostelen en het te vuur en te zwaard onderwerpen en bekeren. IETSen zijn misdadig. De uitdrukking 'misdadige organisatie', die ze b.v. voor de SS hebben gebruikt, is een pleonasme. Van waaruit kan men de IETSen, de kerken dus, de religies, de nationale staten, de partijen misdadig noemen? Niet vanuit enige staat met haar eigen wetten. Die staat staat naast de andere IETSen, niet er boven. De UNO, de verenigde naties, dat is een bovennationaal instituut. Een wereldregering, dat zou een bovenIETS zijn, van waaruit de lagere IETSen misdadig genoemd konden worden. Dat gebeurt ook. De UNO kan echter niets afdwingen. Tussen de IETSen heerst de ongeregeldheid.
Net zoals er binnen het verknipte individu anarchie en willekeur heerst tussen de organen: de longen kunnen zelfs met hoesten en ademnood het roken niet stoppen, de lever kan het gebruik van alcohol niet verbieden.
Zo is het ook tussen de nationale staten, onze NAVObondgenoten vergiftigen ons drinkwater en onze lucht, bij voorbeeld. Dat moeten wij normaal vinden. Protesteren mag, zoals rokers ook door diverse organen in hen tot hoesten en hijgen b.v. worden gebracht.

Wie zich een identiteit aanmeet (resp. aangemeten houdt) neemt afstand van de stelling dat alle mensen broeders zijn, dat wil zeggen: in natuurlijk verband samen levenden: binnen een gezin zijn er geen tradities, de tradities zijn van de stam, niet van de gezinnen. Zich een identiteit aanmeten betekent zich apart stellen van sommige anderen. Zelfs de meest vreedzame en positiefst bedoelde identiteit is een scheiding.
Wij tegen hen, ik tegen de rest, een scheiding in beide gevallen.

In de natuur is niets geregeld, dat is overigens een totaal andere ongeregeldheid dan de ongeregeldheid tussen de IETSen. Het verschil is gelegen in het feit dat in de natuur de levende wezens er niet toe komen meer te nemen dan ze nodig hebben en/of meer te doen dan ze hoeven om te leven en wel (gezond, functionerend, in goede conditie) te zijn. In de beperktheid van het kunnen, samen met de beperktheid van het wensen, willen, gemotiveerd zijn, ligt dat wat in de natuur de tegenhanger is van de traditie in cultuur en van de regeling in de beschaving. De beschaving dat is die civilisatie-op-leeftijd, waarin de genoemde sportiviteit, fairness e.d. gegroeid en werkzaam zijn.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *