Inspiratie

Categorieën: 1995, 1 januari – 1999, 31 december | Archief

Trefwoorden:

Jaap Schot, 1 januari 1999

Het is een misverstand te menen dat er aan gedrag iets te keuren is. Er valt niks te keuren. Keuren is een werkwoord en je kunt er dus zinnetjes mee maken. 'Ik keur', 'jij keurt', enz. dit goed, dat af. Allemaal leeg klankmateriaal. Er verandert aan het gekeurde niets door het keuren. Keuren is puur niks.
Keuren is het vergelijken van 'wat is' met een of ander ideaal. Dat andere, dat van de staalmeesters, dat is het vergelijken van diverse voorliggende stukjes geweven stof met elkaar. Dan kan het beste worden uitgezocht, als er een stel afspraken is: bijvoorbeeld: hoe sterker (slijtvaster, trekvaster) hoe 'beter'. Men kan ook wel eens zoeken naar de soepelste stof. En zo voorts.
Maar wat is nu het keuren van het doen en nalaten van anderen, {in hun omstandigheden met hun doelen [= wat ze nodig hebben, dus nemen, plus wat ze nodig moeten doen] en doelstellingen [= begeerten: onnodigs dat ze 'willen' (bijvoorbeeld: overtreffen en 'niet onderdoen voor')]}?
Antwoord: Wel, dat keuren komt neer op het opvatten van die ander als ware die een ding en wel een radertje in een groter geheel dat door het ene gedrag van die ander gestoord en door het andere gedrag van die ander 'mede bestaand en werkzaam (intern-functionerend)' zou zijn.

Illusie

Die vooronderstelling dat er zo'n omgeving-waarin-hij-past is, die berust niet op waarneming. Ieder van ons kan gemist worden, al veranderde er iets door mijn komst of vertrek (mijn geboorte, mijn dood), er is geen groot eeuwig plan dat daardoor of door mijn zus doen of zo doen wordt mede-uitgevoerd resp. gestoord.
De ander is wellicht gediend met dat illusieve verhaal over die plaats in een intern-functionerend plus ook nog doelgericht geheel, met een INSPIRATIE, een inspirerend verhaal, hoe onwaar, fictief, verzonnen dan ook. Met het zonder dat verhaal gekeurd krijgen van zijn gedrag wint die ander niets.
Iedereen heeft recht op inspirerende verhalen en op het pogen van zijn medemensen om die verhalen te 'leven', dat wil zeggen: dat zij hun txaenz zo besteden dat die verhalen 'waar gemaakt worden'.
Het beoefenen van wetenschap (zie onder dat trefwoord) is zo'n 'waar maken van een mij inspirerend verhaal'.
Misschien is het zich rangschikken wel het waar maken van een anderen (de zich rangschikkenden) inspirerend verhaal? Ik zie ze als gedreven door angst voor het lot van de laaggeplaatsten, maar ik ken hun zielenleven niet.
Beide, wetenschap beoefenen en zich rangschikken (bijvoorbeeld sportend, presterend, netwerkend en intrigerend) hebben een vorm, die ook zonder inspiratie, 'technisch' toe te passen is. Dat is verraad aan de inspiratie, zoals schijnheiligheid verraad is aan het 'leven uit het geloof' (aan wat nu is als intern zus of zo bedoeld en extern bedoeld 'tot eer van God').

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *