Jaap Schot, 2 januari 2003
Dat mij iets invalt en wat mij precies invalt, dat overkomt mij ook. Net als de lezer, die er zijn kan doordat ik uitschrijf.
Dat ik me met de gewone dingen van alledag en iedereen bezig moet houden, komt doordat ik geen toegang heb tot enig geheim en geen enkele bevoorrechting geniet in de vorm van een bevoegdheid.
Iedere lezer kan mij volgen in het gaan naar de onderwerpen waar mijn invallen/ beschrijvingen over gaan. Die onderwerpen moeten verschijnselen zijn, dat is een eis die ik er aan stel. Over wat ik niet zelf kan waarnemen en onderzoeken laat ik het invallen gewoon niet zijn gang gaan. Ik keurde zulke invallen af, zeggend: “Dat is gepraat, vertelsel, verzinsel, dat kan iedereen aanmaken en zo hij moet het als journalistiek en/of literatuur verkopen: napraten, meepraten en doorpraten ook als het nergens meer over gaat, daar doe ik niet aan mee”.
0 Reacties