Jaap Schot, 20 november 2004
Mijn uitschrijfsels zijn als de foto’s die een Japans ingenieur neemt van een kathedraal in Europa. Ansichten van buiten het gebouw, hele reeksen. Wat hij op de ene opname ontdekt, doet hem nog weer een extra opname maken om te zien of zijn interpretatie juist is en te onderbouwen met een extra foto.
Het is niet mogelijk de dia’s van een vakantie samen te vatten. Juist wat de bekijker van de dia’s zelf extra zou opmerken naast wat de vertoner aanwees, zou verloren gaan. Het gaat niet om wat er dáár nú is, maar om wat de maker van de foto’s meenam (met of zonder erg/ het al of niet zelf wetend.) Niemand ziet alles wat er direct, ter plekke, zintuiglijk of op een foto later nóg, te zien is.
Ik beschrijf ook vaak (en soms zelfs tot in detail), de apparatuur waarmee ik mijn opmerkingen (foto’s, dia’s, waarnemingen) maak: mijn toestel, mijn objectief.
Ik ben (door de eigenschappen van het door mij gebruikte1 objectief) blind voor ‘mooi’, ‘goed’ en andere oordelen genererende ‘kleuren’. Waar ze er toch op komen, zijn ze onscherp.
Het onderwerp van mijn constateren (fotograferen) is de buitenkant van de kathedraal. Ik sta zelf niet op die foto’s; ik hóór daar ook niet: het is hún bouwwerk, niet het mijne.
De objectieve bestudering als techniek heeft ‘de natuur’ als onderwerp toegewezen gekregen. In feite is dat er op neer gekomen dat ‘het sociale’ / ‘het maatschappelijke’ / ‘het menselijke/bovendierlijke’ zich er zogenaamd niet voor leende.
Míj inspireerde die wetenschappelijke methode en interesseerde dat ‘verboden’ onderwerp. Ten opzichte van dat onderwerp ben ik dus een buitenstaander (een Japanner in Europa) en op de wijze van een ingenieur geïnteresseerd: niet in mooi, niet in zedelijk, niet in wat er aan oppervlakkige verfraaiingen te zien is en wat er aan beelden in en aan gezet is. Een beeldenstorm en het ónderkálken van de schilderingen verduidelijken (= verbeteren) mijn bouwkundige fotoserie alleen maar. Zonder enige schade aan mijn onderwerp toe te brengen retoucheer ik die onwezenlijke zaken dan ook wel eens op mijn foto’s.
Hier is een voorbeeld van zo’n ‘foto’
Een buitengewoon interessant voorbeeld van onze vrije pers: van Alex Mol (in zijn column in de VPRO-gids nr47 van 2004)2 lees ik:
“Het geloof in de vrije keuze van de rationele mens lijkt net zo’n vroom geloof geworden als dat in god. Zou het zijn? Met de dood van god valt te leven, maar met die van de vrije wil? Je zou burgers, kiezers en politici formeel verminderd toerekenbaar (moet zijn toerekeningsvatbaar js) moeten verklaren, je zou grondwetten moeten herschrijven. Geen misdaad kende meer een aansprakelijke dader. Onmogelijk. Mensen die zich misdragen zullen altijd gestraft worden, als de honden die oudtijds voor het tribunaal werden geleid als ze hun bazin hadden gebeten. Onder rituele aanroeping van de enige echte God. Die der Maatschappelijk Nuttig Geachte Verzinsels.”
Het is heel voorzichtig neergeschreven: slechts een vraag. In feite is het allemaal evident. Alleen: er is hier nu die heersende religie, met als heilige boeken de grondwetten en de mensenrechtenverklaring. Er zijn de onverdraagzame verdedigers van deze religie tegen de andere religies. Recent schoolvoorbeeld: de manier waarop de rechtsstaatgelovigen over die moeder (moslima) heen vielen, die zei dat als haar zoon iemand had gedood dan slechts de wil van haar god kon zijn. Wat zo is, binnen dat geloof, waarvoor zij geen spreekruimte kreeg. Overigens had ook een Joodse en ook een Christenmoeder in haar geloof niets anders kunnen vinden. Geen mus valt dood, zonder de Wil van de Hemelse Vader. Alles wat gebeurt, wordt gedaan en wel door God, de Ene, die als enige bestaat. Alle andere onderwerpen van ons denken/spreken gebeuren, verlopen in de tijd, kennen begin en einde. Zoals de hele evolutie van het heel heelal van Big Bang tot het elkaar opzuigen van de twee laatste zwarte gaten. Ja, ook ieder van ons, mensen, wordt gedaan, in dat kader, door die God. Wat God met ons wil doen, is Zijn soevereine (= gesloten voor kritiek en navraag door ons, - stofjes in het heelal voornoemd - ) Wil / vrijheid / almacht / Zijn Alrecht. Ons dient evenmin als die hond of die mier in mijn tuin of een tornado schuld of verdienste te worden toegeschreven. Dat is een mensenspelletje, dat is een voorbeeld van hét mensenspelletje: rangschikken.
Met de kreet “Onze god is de beste” valt de vrijuit sprekende pers heen over wie iets anders geloven dan zij.
1) Men zegt in dit verband soms ‘gekozen’, maar ik nam nooit ergens ‘kiezen’, de bezigheid die door het werkwoord wordt gesuggereerd dus, waar: introspectief noch (per definitie, vanzelfsprekend) bij een ander. Ook het werkwoord ‘gebruiken’ suggereert een dader, terwijl ook ‘doen’ door mij niet werd waargenomen: idem, noch zus, noch zo. Wanneer ik over mezelf spreek, ben ik binnen de taal, die ‘onze’ (in dit geval Nederlandse) taal is; ik spreek dus over mijzelf zoals anderen over mij spreken, het kan niet anders. Maar het vreemde verschijnsel doet zich voor dat de taal vele werkwoorden bevat, die “je” (als taalgebruiker, want: die de táál) in de ander aan de gang veronderstelt, wetend dat jij ze niet zult kunnen waarnemen. Ik leer als kind die taal en krijg de suggestie binnen dat de anderen [uit de aard van de zaak introspectief ] waargenomen hebben dat ze bedoelden, mooi vonden, lief hadden, kozen, vrij wilden, enz. enz. enz. En als ik, als nieuwkomer, dat dus niet in mij waarneem, zit ik wel góed fout, want dan ben ik gewetenloos en zo. En dat kan ik maar beter niet publiceren, als ik het in mijzelf opmerk. Het is ook voor elke ander gevaarlijk zijn eventuele gebrek aan introspectief waarneembare verdienstelijke, bovendierlijke ervaringen en bezigheden te melden. Ik ga dus niet aan wie dan ook vragen “zie jij het wél?”. Niet anders dan onder vier ogen en aan goede vrienden. Postuum hoor, dan mogen ze het lezen, dan ben ik niet meer lastig te vallen.
2) In Jaap's papieren archief vonden we een knipsel van een andere column van Alex Mol, uit een VPRO gids van een paar weken eerder. [J.S.]
0 Reacties