Je eigen begrippenboek

Categorieën: 2010, 1 januari – 2014, 31 december | Archief

Trefwoorden: apperceptieve massa | begrippen | binnensoortelijke parasieten | civilisatie | debat | gedachten | Locke (John) | Machiavelli | onderwijs | Orwell (George) | propaganda | Toonder (Marten) | VVD | wmsgg's

Jaap Schot, 5-7 juli 2010

Onze gedachten zijn dansfiguren en bewegingen, die begrippen met elkaar uitvoeren, op hun initiatief, onder hun regie, n.a.v. externe prikkels (zintuiglijke gegevens) of daarzonder (dromen en hallucineren bij ‘sensory deprevation’.
Ons worden die geactiveerde (dansende) begrippen (ideas) als gevoelens en beeldmateriaal bewust in dromen en als gesproken woord, gehoord met ons geestesoor bij “denken”. Dat ‘denken’ dóe je niet, je kunt het niet initiëren en niet sturen, het gebeurt. Er wordt reclame gemaakt door mensen die gedachtendodende technieken (mediteren, yoga en zo) verkopen (“geven”).
Gedachten bestaan uit begrippen, niet uit woorden. De actieve massa aangeleerds bestaat uit herinneringen / ervaringen, die als magneetjes zijn, pak je er één uit de doos waar ze met z’n allen in zitten, dan komen er een stel andere mee. Een opgemerkt iets in je omgeving is als een tang waarmee de werkelijkheid zo’n magneetje oppakt. Zo’n omhoogkomende groep magneetjes is INTROSPECTIEF waarneembaar.
Gedachten zijn niet alleen vorm waarin dat waarnemen voorkomt: ook dromen en neigen (willen) zijn (dus wérden) bewust. Een juiste droomduiding is dan dus: de droominhoud (het onderwerp, waar de droom over ging, aan cognitieve kant bekeken.
Het is daarmee als met een boek: Orwell's ‘Animal Farm’ gaat niet over wat die dieren beleven en zeggen, maar over de civilisatie als mensveehouderij en een voorbeeld van machtsóvername, gepropageerd als bevrijding. En de betere commentator die ik ooit hoorde, perste tussen de enkele hem toegestane zinnen in een tv-uitzending de opmerking in dat het niet alléén over de Rússische (mislukte) bevrijdingsrevolutie ging, maar ook over “ons”. Het leidend varken heet niet voor niets Napoleon en ook hier is er steeds alleen macht overgenomen, ook hier is nooit bevrijd. Bij machtsovername zonder gewapende strijd moeten we juichen: “democratie”.
Ook Marten Toonder met Tom Poes en Ollie B. Bommel heeft het ergens over.
En dát is dáárbij duidelijk.
Maar t.a.v. de bijbel en andere ooit als staatstichtende teksten gebruikte (en daartoe orthodox gelezen en van een geloofsbelijdenisformule aan Tom Poes én Ollie voorziene) teksten, gaat men ‘in debat’ met de eenvoudige gelovigen. Men beschuldigt zelfs deze geschriften ervan de boze geest te bevatten die de mensen tot oorlogen voert. En dat in Nederland in 2010. Het was in 1210 al achterlijk. Toen wisten de vorsten al beter en spraken dat helder uit. Onder elkaar. Machiavelli schreef nogal wat van dat inzicht uit.
HOE komen we nu aan die in ons denkhoofd actieve begrippen? Via de woorden, maar helaas niet één op één. Het is een uitdrukkelijk DOEL van de beschaafden / geciviliseerden (met name van de politici, de juristen en de literatoren) TE VOORKÓMEN dat één op één te laten ontstaan of voortbestaan.

Er is een wetenschappelijke inspiratie, - zie Locke’s Essay -, om zich helderheid in ‘the mind’ te verschaffen en daartoe alle wmsgg’s ALS ZODANIG TE HERKENNEN (en erkennen).

Wmsgg’s mogen niet mee onze gedachten dansen.
In de discussie van daar en toen zei Locke: no innate ideas.
Voor die uitspraak tégen het innate (overt gedrag dan nu, en neiging en gevoel en voorkeur) is overigens tegenwoordig hier wéér ‘werk aan de winkel’ (oftewel: bruikbaarheid gegeven).
Maar ik mijd en meed alle discussie.

HET ZICH VORMEN VAN EEN MENING GAAT AAN HET KENNIS NEMEN VAN DE ZAAK VOORAF.
Daarbij is het zo dat het kennis nemen zinloos is gemaakt, door de WETTELIJKE REGELING dat alle meningen gelijk van waarde zijn want recht op evenveel respect hebben.
Geen enkele beloning door anderen (c.q. door het systeem) wacht ons bij studie, kennis nemen, begrijpen, verwoorden, doordénken en via zelfkennis zien wat de jou “eigen” aangebrachte veranderingen aan het oordeel zijn. Veranderingen, die voortkwamen uit:
> de apperceptieve massa,
> het nadoen,
> het meedoen en
> het angstig ‘jezelf blijven’
> enz.
Angstig jezelf blijven, niet van je identiteit (geloof) en/of uit je rol “vallen”. Dat is niet goed, omdat die naasten die jou gebruiken niet van veranderinitiatieven gediend zijn; veranderen, desnoods en soms graag, maar altijd op buitenbesturing. Voor je naasten ben je als een paard, dat mag ook niet zelf op stap gaan, enz.
Betrouwbaar, karaktervast, stipt, hulpvaardig (behulpzaam én vaardig: in computertermen: met een gebruiksvriendelijk besturingsprogramma en met veel programma’s voor rekenen en tekstverwerking bijv. ).

Ik stel dat ‘je’ dat wat in je gebeurt beter kunt bestuderen, dan onderdrukken.
Ik schrijf wat me invalt aan gedachten (de dansen van begrippen, die in als tekst HOOR GEBEUREN) uit. Dan vertraagt dat ballet, want gedachte voor gedachte neemt (krijgt toebedeeld) de tijd die nodig is voor dat uitschrijven.
Zo verkrijg ik tekst waarin “mijn” begrippen (ideas) bijna blijvend als leden van het ‘corps’ aanwezig zijn, telkens (af en toe) actief.
Elk begrip zou één vast woord kunnen hebben, waarmee het te horen zou zijn. DAT IS HELAAS NIET HET GEVAL. In de tijd dat het waarschuwen nog de hoofdbezigheid van de spreker was, was er de noodzaak van KORTHEID (zeg maar, met een verouderde moderne uitdrukking: TELEGRAMSTIJL) zuinigheid met woorden, ‘economy of speech’.
Nú is er een andere reden voor die kortheid: iedereen heeft recht van spreken en het toekennen van dat recht is in handen van de medemensen daar dan, die ‘sprekers spreektijd als ‘positief rangvertoon’ zien, dus zoveel als ze kunnen en durven: beperken.
Uit die schaarste aan spreektijd kwam de gewoonte voort om hele gedachten (Tanzvorgänge), ja hele betogen en verzámelingen te boek gestelde onderzoeksverslagen (balletten, avondvullende voorstellingen) met één enkel woord ‘in het geheugen te roepen, bij de hoorder te activeren’.
En dat is niet altijd mogelijk. Het met één woord op te roepen geheel moet er wel zijn: wie daar niet aan het slapen is, kun je niet wakker roepen. ALLE TAAL IS GEHEIMTAAL, ALLEEN VERSTAANBAAR VOOR INGEWIJDEN. EN DAT INWIJDEN HEET (buiten de gesloten genootschappen) ONDERWIJZEN.
EN DAT NEEMT TXAENZ. Txaenz, dus niet alleen tijd, maar ook aandacht en energie en toewijding enz. DAAR VALT NIET OP TE BESPAREN. Féitelijk niet, maar daar geeft de wetgever niet om. De wetgever geeft burgerrechten en vrijheden uit, om het mensvee, ons dus, tevreden te houden. Wij zijn gevangen genomen en worden als vee gehouden: wij moeten mee ‘maatschappijtje’ spelen en in dat spel is het doel ONGELIJKHEID QUA RECHTEN OP SPULLEN EN QUA DE GELEGENHEID ZICH DOOR ANDEREN TE LATEN DIENEN (voor geld) 1. te behouden en 2. te vergroten door allen naar het verkrijgen van meer minderen te streven. Ongelijkheid behouden en vergroten. Dat is: als burger ‘wat van je leven maken’. En als je daar bewust en met inzet aan bezig bent en met het spel instemt en blij ermee bent, dan moet je VVD stemmen. Want de VVD is ten opzichte van ‘onze maatschappij’ wat de NSB was tijdens de Duitse bezetting: alleen met kritiek op de excessen willen partijleden nog wel eens instemmen, privé, maar er is geen beter systeem en het produceert heel veel noodzakelijks en goeds. Er is geen beter systeem, Churchill heeft het zelf gezegd, dát is hun “argument”.
DAT aanduiden van een heel verhaal met één enkel woord, doe ik dagelijks. En het is nóg erger: die woorden zíjn nog niet eens de taal in gebracht. Maar: stel je voor dat ik met het gebruiken van die a.s. woorden moet wachten tot een lezer ze heeft geleerd, dan schrijf ik nooit meer iets beters uit, dan met toeval uit het dansen van de reeds ingevoerde begrippen kan voortkomen.

Hier even een terzijde: met veel woorden is, en dat is bewezen, alleen maar onware gevoelenstrekkende tekst aan te maken. Over negers, Italianen, -isten en over IETSen en religies valt geen waarheid te formuleren: er zit teveel spreiding binnen de aangeduide ‘grootheden’. Aan iedere losse (individuele, persoonlijke) enkeling wordt met elke uitspraak over de (“zijn”) categorie onrecht gedaan: hij wordt uitgescholden. DAT ZET KWAAD BLOED.
EVENWIJDIG DAARAAN: er worden veel uitspraken over Nederlanders gedaan, hier, in de media, door gebruik van het woord ‘wij’ (en het bijpassende ‘ons’, natuurlijk). Nederland heeft gewonnen en wij zijn blij. Zo’n wereldkampioenschap voetballen vernietigd honderden miljoenen wakende uren, die beschikbaar waren om RUSTIG TE DENKEN EN TE ONDERWIJZEN EN WIJS TE WORDEN. Maar daar zijn “we” niet aan bezig en niet op gericht, het spijt ons geen moment dat we daar niet aan bezig zijn.
Het is na deze opmerkingen wel begrijpelijk dat ik geen andere mogelijkheid zag dan te denken: HET IS HÚN WERELD (hún spel, dat ‘maatschappijtje”, ‘landje’, ‘volkje’, ‘democratietje’, ‘beschavinkje’), NIET DE MIJNE. Het inspireert mij niet, volgens mij is het een bóze geest, die in hen is gevaren. Bij hun enthousiaste uitingen, zien we een afgod met (= via) hen bezig. [Ooit hoorde ik een verhaal over een parasiet, die het insect waarin het huisde in één fase van zijn (’s parasiets dus) ontwikkeling, ertoe bracht zo hoog mogelijk en in het volle licht te gaan zitten, waar het beparasiteerde diertje dan door de volgende ‘gastheer’, een vogel, werd opgevreten. Dát soort bezetenheid komt dus voor, in de natuur, en analoog kan men van de IETSen en –ismen dus zeggen dat die bestaan door het sturen van de (“hun”) bemanning, de leden, de aanhangers.
Al die –ismen en ‘visies op de wereld’ zijn, ZONDER ONDERWIJS, als besmettelijke ziekten. De doorgevers kénnen de ziekteverwekkers niet en dóen het besmetten niet (al waren er in Groningen homofielen die het HIV-virus wilden helpen bij het spreiden). Wie weet besmet te zíjn hoeft immers niet meer bang zijn besmet te raken. Ja, dat geldt voor alle geloven en ‘kiezen voor de geest van de tijd’ ook. Er verdwijnt een bepaalde angst door. MAAR DIE ANGST VERDWIJNT OOK (c.q. wordt voorkómen) DOOR ONDERWIJS dat geen veerdonckerij is. Voor de mensveehouderij (en voor elk systeem daarvan) is zulk onderwijs SUBVERSIEF, ondergravend, vermolmend, het begin van het einde. DAAROM KWAM EN IS ER DAN OOK GEEN VOLWASSENENEDUCATIE. HET MENSVEE MAG NIET HELDER HEBBEN, WAT ERMEE (MET HEN) GEBEURT.
HET MENSELIJK GEBRUIKSVEE MOET HET SPEL ZÓ KENNEN, DAT HET HET KAN BEMANNEN (KAN SPELEN). HET MAG HET SPEL NIET BEGRIJPEN, VANDAAR DAT REFLECTEREN VERBODEN IS (1. sociologie en psychologie en ‘rechten’ geen schoolvakken zijn en 2. de integratiecursussen voor nieuwkomers niet op televisie gegeven worden, waar iedereen bij kan zijn dus en ‘achter de voordeur). Van dat onvermijdelijke ‘kennen’ (teneinde het spel te spelen, bruikbaar te zijn) mag geen ‘weten’ gemaakt worden. ‘Wetenschappelijk’ is een lovend voorvoegsel, maar alleen als het bij het niet sociale staat, bij het buitenmenselijke, het objectieve, de fysica. En als we buiten de fysica gaan, dan de metafysica en dat is alles, behalve reflecteren op ‘onze samenleving’, ons binnensoortelijk parasiteren, onze “orde”, die ‘wij’ (wij mensen, is bedoeld, ineens zijn we weer gelijk, dat komt goed uit: in dezelfde mate schuldig, medeplichtig) zelf aanmaakten en handhaven.
T.a.v. het napraten van informatie, de propaganda en de retorica leren ze de kinderen en via tv elkaar HOE TE DOEN, HOE TEGEN TE SPREKEN, ze leren hen niet HOW TO UNDERCUT, hoe het debatteren te weigeren en het tonen te eisen van dat waar het over gaat.

Iedereen kan slechts zijn eigen begrippenboek maken. Daar zit ‘m nu juist de kneep. Het onderwerp is slechts introspectief en dan nog pas indirect gegeven. Míjn onderwerp, dat zijn mijn begrippen, de begrippen die actief zijn in mijn denkhoofd (Locke spreekt in zijn ‘Essay concerning human Understanding’ in deze van ‘mind’, Herbart van ‘apperceptieve massa (aangeleerds)’. No innate ideas. Wat ‘in the mind’ is, is actief en is daar gekomen door leren. En leren doe je niet, dat gebeurt.

Je aandacht wordt in de loop van je leven steeds minder ‘vrij besteedbaar’, appercepiëren is juist dat: een identiteit er op na houden: de verschijnselen ‘duiden’ ze zien door de bril van de begrippenapparatuur die je aanleerde.
Dat ‘je identificeren met wat er om je heen was en voortduurt ín je, als is en waar je je in thuis voelt en waar je gebruikt wordt’, dat wordt ook aangeleerd: (beroeps)militairen, zoals voorgesteld in speelfilms, zijn daarvan schoolvoorbeelden.
Maar daarnaast leren ook kinderen (vroeger alleen meisjes) al heel jong zichzelf zien als siervee, en de buitenwereld als de show waar ze gekeurd worden.
Dat is wat buiten school ononderbroken en met schaamteloos geweld en dreiging met verstoting en vernedering wordt onderwezen. De school gaat daar helemaal náást bezig: veerdonckeren: beter verkoopbaar maken op de arbeidsmarkt.
‘Ken Uzelf’ en ‘het gaat niet om de buitenkant’, je kríjgt ze waarschijnlijk wel ergens ooit te horen. Maar het blijven lege kreten, WANT er is geen industrie die je van je innerlijk KENNIS leert NEMEN.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *