Joeghei!

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden:

 

 

 

 

Jaap Schot, 19 juli 2004

Ik ben een boek aan het herlezen: B.F. Skinner ‘Over een wereld zonder vrijheid en waardigheid’, ©1971. En zojuist was er op radio een infotainmentprogramma waarin een man (57) die onlangs had doorgekregen dat Nederland (sic) overbevolkt is.
Teupken’s ‘De zelfmoord der menschheid’ was in 1944 al geschreven: de áárde is overbevolkt met mensen, er is een mensenplaag aan de gang.
=======
Het enig mogelijke voor ons, mensen, taaldieren, is: tekst aanmaken bij wat wij opmerken van ‘wat er gebeurt’. Alles gebeurt gewoon, er zijn geen daders, ‘doen’ is een woord dat nergens naar verwijst: er zit niemand achter ‘wat gebeurt’. Er kan dus ook niet zinnig (= met betekenis, ergens naar wijzend, iets aanduidend) gesproken worden van ‘wij’ en/of ‘wij samen’ en/of ‘wij allen’. Wij zijn als druppels in een regenbui of voor de harden onder ons: als hagelstenen in een hagelbui. Wij vallen ‘vrij’ omlaag, dat is ons “leven”. Dat eindigt voor de een zus en voor de ander zo, maar eindigen doet het en alleen het water, van de hagelsteen [respectievelijk de vaste stof (kalk) van ons lijf] blijft over en gaat verder, daar gebeurt weer iets mee, op de heel lange of kortere duur.
De taal die wij leerden suggereert ons aan dat (ons eigen en andermans) gebeuren te gaan voelen (vooral ook: er een wensplaat naast te houden en die twee ‘wat gebeurt’ en ‘wat gewenst is’ met elkaar te vergelijken en ons over overeenkomsten en verschillen oordelen te vormen, die te bejubelen of te verwensen). Het is buitengewoon moeilijk om niet op deze suggestie in te gaan. De hele sociale omgeving praat en wel met deze suggestieve termen en ‘menigeen voegt menige daad bij deze woorden’. Zo, - met die woorden ‘menigeen voegt menige daad bij deze woorden’ duiden wij, - de taal “gebruikend” (let op: ER WORDT EEN GEBRUIKER, = DADER, GESUGGEREERD) -, het gebeuren van deze anderen en van onszelf als meedoende aangepasten, aan. Zo duiden wij het gebeuren aan. Dat zijn de woorden van de taal voor dit, voor ‘het gebeuren’.
Er valt, zonder daderschap te suggereren vrijwel niet te spreken. Er zijn geen woorden voor gedrag gangbaar, bruikbaar, in de woordenschat, die deze daderschaps-suggestie missen, ja weerspréken. Dat wil niet zeggen dat de woordvormingsregels van de taal er geen te vinden maken. Maar het blijft zoeken en zeker nog een paar eeuwen steeds vermelden.:), geen zorg, zo lang heeft niemand van ons, hoeft dus niemand van ons.
=====
Het gaat er om je eigen gebeuren als een vrije val te herkennen en te erkennen en er “Joeghei” bij te roepen (en daardoor het bijpassende vreugdegevoel te voelen), als bij/ in een achtbaan/ ‘rollercoaster’.
=========
LET OP: Er kan niets anders gebeuren dan ‘wat er gebeurt’, wat zou er ‘dat wat kan’ immers moeten weerhouden van gebeuren? Antwoord: dat wat ‘wat nu gebeurt, omdat het zonder dat weerhoudende kán’ onmogelijk maakt, verhindert, ‘zuvor kommt’.
Kunnen gebeuren = “willen” gebeuren = gebeuren.
Niet gebeuren = niet kúnnen gebeuren.
En dat is dus ook waar ten aanzien van gedrag.
Er is van ‘willen’ slechts spráke, er is niets waar te nemen, er is geen enkele wetenschappelijke behoefte aan ‘willen’ om ‘wat gebeurt’ te beschrijven. En wat is nou gepraat over ‘wat niet gebeurt’? Wenspraat, is dat, of dreigen of liegen.
==========
Elk gedenk over het besturen (= bíjsturen, van richting en/of snelheid veranderen) van ‘wat aan het gebeuren is’ (bijvoorbeeld het woeden van de mensenplaag) is nu juist het maken van déze denkfout: dat er een wil is, dat er ‘willen’ wordt gedaan.
=======
Er valt te waarschuwen, te bedreigen, bang te maken, te misleiden door valse beloften en dergelijke meer. Dat zien we stokstaartjes ook doen in natuurfilms. Zelfs die vogel die aan negers in Afrika bijennesten verraadt en dan van de achtergelaten resten in de beroofde nesten eet, werd gefilmd. [Als het niet waar is en eigenlijk een speelfilm, dan is het toch mooi gevonden en verteld.]
Dát kan dus wél: bedreigen, bedriegen, verraden (tegen elkaar uitspelen). ‘Het dier’ (inclusief dus ‘de mens’) zoekt actief naar biomassa om die te eten, zoals een vuur zoekt naar brandstof (veenbrand), (maar actiever ???). Die veenbrand is niet bezig ‘niet uit te willen’. Die veenbrand gebeurt, net als wij, genencombinaties (planten en dieren / DNAproppen).
Wij leren en wij reageren via ( en met! ) ‘dat wat we aanleerden’ op wat we opmerken in onze omgeving. De veenbranden zijn niet op leren betrapt. Leren (het begrip) is dus extra nodig bij het beschrijven van ‘hoe mensen gebeuren’, ‘leren’ en ‘waarschuwen’ en ‘melden’ en ‘taal gebruiken’ (beter: een deel van de hersenen met taal aan het functioneren hebben). [‘Gebruiken’ impliceert weer daderschap.]
======== 19-7-2004 11:57|19-7-2004 12:33:

Dóór, via en ín dat taalgebruik en dat bedrog ontstond: het spelen met verzinsels. Dat spelen is het ‘harmlose’ oefenen in bedriegen, bedreigen en tegenwerken, zonder ernst, zonder ‘door te bijten’, zonder echt te schaden.
Je kunt dan natuurlijk doen alsof je maar doet alsof. Meta-spelen, betaald voetbal. er echt te schaden.
reigen en tegenwerken, zonder ernst, zonder Dat spelen is het s dus extra nodig bij het beschrijven va
Volksvertegenwoordigers in het Europese parlement, gekozen om binnensoortelijk parasitisme te bestrijden of minstens milder te maken, hun zakken vullend. Dat ‘zakken vullen’ wordt in het nieuws (en er áchter) vermeld, maar dat, (vermelden alleen), is leeg: het gaat er om waar dat gemelde een voorbeeld van is.
=========
Elk gedenk (gepraat, gesprek, geschrijf) over het besturen ( = bijsturen, van richting doen veranderen, remmen of versnellen of stoppen) van ‘wat aan het gebeuren is’, is het maken van deze denkfout: er is een wil, wilskracht is in te zetten en wel: toe te voegen aan de reeds werkend aan te treffen (nu ja, als oorzaken gepostuleerde) andere krachten. LEEG GEPRAAT EN GEVOEL is dat.
=========
Wij, genencombinaties, gebeuren zoals alle andere ‘dingen die gebeuren’ en wij, mensen, taaldieren, praten bij ons gebeuren, over onszelf zoals ook over de anderen (en wel in die foute begrippen, die ons verantwoordelijk stellen, zoals dat in de civilisatie past, in de mensengebruikerij, in het koninklijk verdienstelijk en toe te juichen vinden van sommig gedrag en verwerpelijk, verachtelijk en strafbaar vinden van ander, knechtelijk gedrag, slavengedrag. ‘Initiatief nemen’, dat wordt zowel het loffelijke als het laakbare gevonden (geacht, genoemd).
De begrippenapparatuur van de civilisatie, die het valse bewustzijn* (= het lege praatje, de leugen) in de ‘gebruiker’ ervan induceert, bestempelt ons, mensen, als daders en als willenden en als anders (anders dan wij gebeuren) bedoelenden en/of bedoelden (als ‘zondaars’ in de bijbelse termen). * Wat moet bewustzijn hier anders betekenen?
Regels en wetten zijn bedreigingen, straf is mishandeling overgoten met gepraat in de zojuist genoemde door de juristen aangemaakte vals bewustzijn inducerende foute begrippen, verzinsels die in een onspeels spelen (doen alsof) worden gebruikt. Je kunt je aan het gedrag ‘doen achten’, (= als doen opvatten) aan het loven en vooral aan het kwalijk nemen zoals de taal alsof) stzijn inducerende foute begrippen, verzinsels die in een onspeels spelen worden gebruikt. or de juristen aangemaadat suggereert, slechts met grote moeite onttrekken: de kracht van de gewoonte is zo sterk. Je kunt de koningin en haar paladijnen er rekken: niet van overtuigen dat ze aan het spelen zijn.
DAT IS DE KERN.
JE KUNT WIE ‘maatschappijtje’/ ‘civilisatietje’ / ‘beschavinkje’ AAN HET SPELEN ZIJN NIET WEGROEPEN UIT HUN SPEL NAAR DE WETENSCHAPPELIJKE WERKELIJKHEID.
Iedereen merkt aan zichzelf dat dat ‘zich laten wegroepen’, resp. dat ‘zichzelf wegroepen’ uit dat spel, uiterst moeilijk is. En die uitdrukking ‘merkt aan zichzelf’ is weer een prachtig voorbeeld: het probleem van dat ‘zich wegroepen’, (‘wakker worden’ of hoe je het ook noemen wilt) ligt in de aangeleerde massa manieren van doen en manieren van ‘spreken – óver’. Die aangeleerde zaken, díe hebben wij leren aanduiden met ‘onszelf’. En nee, ik ben niet ‘dat wat ik aangeleerd heb’, nee, ik ben ‘degene die aanleerde’ (zomaar of onder druk van wie mij mores leerden of misleiden of wat ook).

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *