Jaap Schot, 13-15 juli 2015

CENTRAAL IS HET VERWAARLOZEN VAN DE TAAL. Het onderwijs is verplicht, maar verworden tot het uitvoeren van de wensen van de VVD’ers: maak van deze kinderen sollicitanten met rapporten en diploma’s, die voor de werkgevers te vertrouwen en bij het werk passende gegevens omtrent de ‘kandidaat’ bevatten.

Biorobots aanmakende bedrijven, dat zijn de scholen in de VVD-leer. Op afstand met bevelen en volledig op buitenbesturing aan het werk te zetten. Het uitbetaalde loon is slechts werkgelegenheid voor andere gebruikten (erfgenamen van de nederlaag). Het loon gaat niet ten koste van het kapitaal, maar het gaat ten koste van de winst. De winst op het als voorraad werkruimte en voorraad materiaal en voorraad gereedschap inzetten van een deel van het daarin vastgelegde (geïnvesteerde) kapitaal. Dat de bazen over het loon gaan, is puur een gevolg van politieoptreden en van onvoldoende inzicht bij diegenen die geen kapitaal gebruiken om winst mee te maken.

De lonen zijn alleen maar geldbedragen (= dwangbevelen) die in handen komen van de gebruikten, die er daarna andere gebruikten mee moeten dwingen tot het verlenen van diensten, waar ze zelf geen tijd maal aandacht enzovoorts voor over hadden, naast het “werken” (= het dienen van de betalenden) voor geld.

Dit ervaren de ondoordachten (dus zo’n kleine duizend promille van de aanwezigen) als vanzelfsprekend, ‘zo is het nu eenmaal’ en het is gelukt om het na-apen van de luxeconsumptie die de rijken kenmerkt, tot een doel van de gebruikten te maken. Met adverteren, propageren en publiceren van dat na-apen door jonge exemplaren van onze diersoort in kleurige tijdschriften (die in de winkels in te kijken zijn, zonder ze daarna ook te hoeven aanschaffen, vandaar dat ik dit wekelijks controleer of het nóg zo is). Net als die gedachten van de VVD, die lees ik ook wekelijks nog even in zo’n tijdschrift (waarvan de naam me nu weer ontschiet, ik was te traag met het uittypen).

Oligarchen heten die heersende zeldzame rijken. Die bestellers van die grote plezierjachten voor op de Middellandse Zee en zo. Die rijken hebben veel geld en dat betekent: veel dwangbevelskracht vanuit de wapens en ijver van de politie (die bezettingsleger-vervangende organisatie).

Geschiedenis van de armen
Het volluk, de gebruikten, hebben uitdrukkelijk niet geleerd zo te praten en dus te denken over “onze” “samenleving”. Onze samenleving, zo moeten wij, om onszelf bespottelijk te maken, deze mensveehouderij noemen, waarin we enkele dagen na onze geboorte werden genoteerd als onderdaan. Deze mensveehouderij, verlengt het zegevieren over vele, vele generaties. De erfgenamen van de overwinning, dat zijn de rijken, vieren de nederlaag van de gebruikten, de erfgenamen van dat beroofd zijn. Beroofd werden de verliezende overvallenen van hun bezit, dat is: van de productiemiddelen die zij aan het gebruiken waren (de akkers, de jachtgebieden, de bossen als houtproductieplaatsen, de viswateren). Zij werkten samen, zoals veel zoogdieren, ook ‘de mens’ dat van nature (voorheen en nu nog elders: op ingeschapen bevel van de schepper) doen. Ze werkten samen, ZONDER GELD verdeelden ze de dingen die gedaan moesten worden (Paradijs/natuur is ongelijk aan Luilekkerland) onder elkaar.
Dat was samenleven. Daaraan hebben de erflaters van de rijkdom een einde gemaakt. Het is door de (krijgsgevangenen/overwonnenen gebruikende, tot dienen dwingende, en met dwangbevelen betalende) adel (de uitvinders van het geld als dwangbevel in plaats van als onderdeel van het ruilen van dingen van ongelijke waarde) dat het samen leven voor de gebruikten niet mogelijk bleef.

Wat ik ‘de VVD’er’ noem, is: diegene die de mentale instelling heeft die past bij die dienaar van de adellijken, die zijn medeoverwonnenen niet langer kent, maar met dwangbevelen wel moet brengen tot: hem leveren wat hij zelf (omdat hij zijn tijd maal aandacht enzovoorts in dienst van de adel verdeed) niet had kunnen aanmaken met de productiemiddelen, die nu eigendom van de adel waren, geroofd als ze waren, en waarbij die andere overwonnenen ‘personeel’ waren geworden, werkmensen, levend menselijk gereedschap, tuig.
VVD’ers ervaren en spreken bij de tot werken (dienen voor geld, geld verdienen) gedwongenen (door de politie, die dreigt met herhaling van op tv getoond geweld) als (van) TUIG, gereedschap, biorobots, drones, speelgoed (sporters zijn daar voorbeelden van).

Het onderwijs kan anders
CENTRAAL IS HET VERWAARLOZEN VAN DE TAAL in het onderwijs. Als de werkers in het onderwijs werkelijk de leerplichtige kinderen willen helpen om hun omgeving en hun omlevenden te verkennen, dan zullen ze dat ook doen. Er is niemand op bedacht. Er is ook geen wettelijk verbod om de betekenis van de woorden uit te leggen en om de onderscheidingen tussen de verschillende bedoelingen aan te wijzen. Aanschouwelijk onderwijzen is niet bij wet verboden.
Maar, het werd ons op de kweekschool niet aangeleerd. Dus, zo is mijn verwachting, op de scholen waar ze nu aanstaande basisonderwijsgevenden aanmaken, zijn alle leraren ten aanzien van deze zaken totaal onwetend en vooral zonder ervaring en zonder inzicht.

Geen kwade opzet
Ik geloof niet dat het bewuste kwade opzet is, die het hele volk doortrekkende ondoordachtheid. Om tot een opzet te komen moet je immers aan iets denken, dat nog niet voorhanden (dus onder ogen) is. Je moet iets verzinnen, en dat is geen bezigheid die je doet, het in je opkomen veroorzaken van een ‘dagdroom’ (= een gedachte aan iets nu hier afwezigs, een gedachte die geen herinnering is), daar moet je ‘even voor gaan zitten’. De tijd maal aandacht voor nemen. En uitschrijven: de tekst die je denkt, als voor een buitenaardse verkenner. Voor iemand dus voor wie niets vanzelfsprekend is. Maak wat je zoekt, tot de titel van dat bericht aan die ‘alien’. Dan kun je, na elke keer dat je gedachten afdwaalden, naar die titel, naar dat wat je zoekt.
Er zijn weinig dingen zo schadelijk als de aanwezigheid van een ander als je aan het een of ander moet denken en dat onderwerp moet doordenken. Het vinden van het niet dagelijks gebruikte neemt heel veel tijd maal aandacht, het is zoeken naar het een of ander, in al die bewaarde rommel, die  dingen die je ooit herkende als ‘van gebruikswaarde’, maar die sindsdien daar al die tijd liggen.

Het probleem met “communiceren”
Kan ik niet beter een boek erover lezen? Tegen erover lezen is geen bezwaar, maar andermans tekst zit niet in jouw hoofd.
Schoolvoorbeeld: bij het woord ‘moeder’ denk jij aan iets anders dan ieder ander. Zelfs een identieke tweeling is qua geheugeninhoud na enige tijd niet meer identiek. En qua geheugeninhoud betekent: qua taal. Iedereen krijgt binnen zijn eigen geheugeninhoud door dat lezen van dat boek iets verschillends “wakker geroepen”.
Inderdaad, ‘communiceren’ is een leeg woord. Er is niets (geen gebeuren, niets bestudeerbaars, niets aantrefbaars) dat zo heet. ‘Communiceren’ doet zich niet voor, is geen verschijnsel, gebeurt niet, kan niet gedaan worden.

JA, ZO BEDENK JE NOG EENS WAT.

Een alternatief lesje “communiceren”
Met al die elektronische communicatiedingen die de kinderen tegenwoordig moeten hebben om niet gepest te worden door de anderen, is wellicht ook in de klas te werken. Laat ieder kind zijn reactie op een stelling/antwoord op een vraag op zijn eigen apparaatje uitschrijven en laat ze die teksten geanonimiseerd van elkaar lezen en erop reageren, ook weer anoniem en schriftelijk.
Dan hoef je niet meer uit te leggen dat er verschillende uitdrukkingen worden gebruikt en dezelfde uitdrukkingen in verschillende ‘betekenissen’. Zo is snel en degelijk dat idee van “die communicatie kan betwijfeld worden”, gezaaid.
De aandacht komt met dit spelen bij de taal. Gewone kinderen onder elkaar hebben al (voor hun onderling ‘communiceren’  hinderlijke) verschillen in hun taal.
Dit spelen met die ‘celphonetjes’ of hoe die rotdingen ook mogen heten, is een manier om te motiveren tot het letten op de werking van (het zo zijn van) de taal.
En daar had ik het nu even over.

Politiek
Ik erger me af en toe heel even een heel klein beetje aan “onze politici”. Ik heb die hondenmentaliteit niet dat ik de cipiers van de gevangenis waarin ik opgesloten zit ‘mijn cipiers’ noem. Er is niets van mij, aan die politici. Als ik mijn stem uitbreng, maak ik mij belachelijk. En dat besef ik heel helder.
Er zijn weinig dingen zo belachelijk als besluiten ‘bij meerderheid van stemmen’.
O.k. er is dat verhaal van prof. Röling van die rechter die de opgetrommelde bewapende medestanders van de dief en van de vorige eigenaar ervan telde en de man die de grootste groep had tot eigenaar verklaarde. Een uiterst verhelderend verhaal, dat de hele morele basis van onder de macht weghaalt.
Het is een herhaling “binnen de beschaving” van wat er gebeurde toen die beschaving gebracht werd, door de veroveraars, die zich als kolonisten (1) vestigden bij de beroofden, en (2) deze beroofden op buitenbesturing plaatsten, maakte tot gereedschap, tot personeel, tot slaven, tot dienaren, tot dienstdoenden voor geld, geld verdieners, werkmensen, werknemers, zelfstandigen met en zonder personeel, tot biorobots en tot drones.

Waarom opstanden mislukken bij mensvee
Dat is het hele verhaal. Alle opstanden zijn mislukt, door de eindeloze bruikbaarheid van de zoveelste generatie in slavernij geborenen en opgegroeiden. En de oorlogen tussen de diverse groepen kolonisten kwamen erop neer dat soms de mensveestapels van de ene gebieder naar de andere overgingen. En die resterenden van die mensveestapels hadden dan weer wat te doen: opbouwen. En dááraan verdienden (= daarop maakten winst) dan weer die overwinnende mensveehouders.
Als het mensvee gelegenheid heeft om te dienen voor geld en van dat geld ook dingen kan kopen om de rijken mee na te apen, dan is dat vee rustig. De rijken amuseren zich door te wedden. Zo schaffen ze zich die  spanning aan, die ze door dat eindeloos gediend worden missen, en toch ‘van nature’ (voorheen: als schepsel, biologisch sprekend: als dier) nodig hebben, waar ze naar verlangen. Om in die onvoorspelbaarheid te voorzien spelen de sporters wedstrijden. Dat spelen doen ze als dienen voor geld: beroepssport. Het idee van de huidige VVD-minister om alle kinderen weer van gymnastiek (→ sportpropaganda) op school te verzekeren, past geheel in dit gebeuren.
Ook die gebruikten die bezig zijn om de erfgenamen van de overwinning (de eigenaren van kapitaal) na te apen, hebben wedden dus het wedstrijden van anderen daarvoor nodig.

Korte beschouwing over het eigen bespreekbeeld
Eigenlijk teken ik een erg eenvoudig plaatje bij deze civilisatie, dit in steden stallen van menselijk werkvee. En heel veel verschijnselen passen er erg goed in. Ik heb nog geen dingen ontdekt als ‘er niet in kunnende’ verschijnselen. Het hebben van deze manier van spreken bij de verschijnselen (op tv, ik ben nu eenmaal thuis en nergens bij betrokken) stelt mij zeer tevreden. Anderen moeten maar zelf zien of zij er wat mee (of, tegen) kunnen doen. En of ze dat willen.
Alleen het van nature nodige hoeft: eten, drinken, slapen en wat er technisch nodig is om aan het daarvoor nodige te komen. Nogmaals, geen Luilekkerland of je zit met de behoefte aan wedden om aan spanning te komen. En voor slaven: dat waartoe ‘ze’ je dwingen, met steun van de bewapenden (de politie) en met de smoezen van ‘de wetten en voorschriften enzovoorts’.

Tot helder doordenken dwingen ze je niet.
Integendeel, als er nou iets ontmoedigd wordt, dan doordenken wel.

Je komt, zo is dat geregeld, niet verder dan dat ze aanhoren wat je zegt en dat ‘je vrije meningsuiting’ noemen. En met die opmerking moet je dan heel blij en diep gelukkig zijn.

De leegheid van de beschaving
Dit hele beschaafde gebeuren is (ook als je het presteert om het buiten je, slechts om je heen, te laten) vervelend leeg. Die leegheid werd er heel vroeg in de menselijke geschiedenis binnengebracht door het bestrijden met voorraadvorming van de overbevolking die voortkwam uit de doeltreffendheid van hun gedrag toen. Er kwamen voorraden en zo verminderde de babysterfte lang voordat de aanmaak van baby’s omlaag gebracht werd.
Er is nu ook veel meer doodsbestrijding dan levenskwaliteitsverbetering. Zo gaat dat, kijk maar. De VVD’ers zijn er voor hoor, zij zouden worden afgeschaft door de eerste golf levenskwaliteitsverbeteringen. Net zoals de vlooien en andere parasieten die op en van mensen leven, en de ziekten. Daar wordt hard aan gewerkt en dat vinden ze goed, omdat ze uit hun investeringen in die gezondheidsindustrie behoorlijke winsten halen.
‘Politiek’ is het schuiven van de schade naar de erfgenamen van de nederlaag, het mensvormig gereedschap, de biorobots, het tuig. Als je het zo ziet, worden al die politieke acties plaatsbaar. Dat is leuk. Vind ik. Andere mensen zijn en doen, denken en voelen misschien anders. Ik kan dat niet waarnemen. Het laat mij ook volstrekt onverschillig.

Parasieten buiten en binnen de soort
En hoe werkt die politiek dan vóór de winstmakerij en tegen de andersoortige parasieten, de niet binnensoortelijke? Wel, dat is verklaarbaar met die verschillende nationale staten (die ‘landen’, die ’volken’, zoals de Grieken en ‘wij’). Die andersoortige, buitensoortelijke parasieten, daar mag tegen gestreden en op gescholden worden. Schoolvoorbeeld: die zuigbeestjes die ‘we’ in bossen oplopen.
Maar hoe verdedigen we de uitbuiters, die soortgenoten van ons, die gebruikten en bestolenen zijn? Wel: zie de studieboeken van economie en je zult zien dat er gekwantificeerd wordt en dat het grondmechanisme – mensengebruik, anderen op buitenbesturing zetten en houden – en dergelijke onderwerpen meer, buiten bespreking blijven. De geschiedenislessen zijn een goede plaats voor de strijd tussen arbeiders en bazen, die in menig geval investeerders en verkopers waren. Dat was toen.
En toen kwamen de aandelen ook bij de industrie en kwam de industrie in het abstracte terecht. Gewoon gegok op de beurs: zie RTL7. De aandeelhouder is naamloos en ongrijpbaar. Er valt hem niets te verwijten. Het is gezeur om het “investeren”* in wapens en gif en kinderexploitatie en dergelijke af te keuren. Het is gepraat buiten het verhaal, dat economieverhaal dat over wedden en over winst gaat.

* Investeren is een vreemd woord geworden. Misschien zette men vroeger vaak zijn geld weg in zo’n aandeel, maar tegenwoordig is de echte beurs een levendige goktent. Het proces van waardeverandering gaat dermate snel, dat het met computers moet worden gevolgd en bespeeld. Nou, dat gebeurt dan ook: zie RTL7.
Kijk voor elk onderwerp dat je ooit hoort aanduiden altijd zelf en NEEM KENNIS, want aan ‘van horen zeggen hebben’, kun je onvoldoende zekerheid (veiligheid) en onvoldoende motivatie om je ermee bezig te houden, halen. Dat merk je vaak, bij mensen die teksten (boeken en artikelen) van anderen bespreken, van commentaar voorzien. Hun aandacht dwaalt af, naar de schrijver, naar zijn stijl, naar de geschiedenis, enzovoorts. Weg van het onderwerp.

De verpakking van de beschaving
De Roomse kerk werd tot verpakking voor de Romeinse ‘beschaving’, die de vorm van het heersen van een maffiabende heeft. Afpersen heet andermans belasting heffen. De maffiabendes zijn elkaars vriendjes ten aanzien van het eronder houden van de bevolkingen, zogenaamd de afgepersten beschermend tegen de andere bendes. Voor bendes ‘nationale staten’ invullen en het past.
Vandaag nog was er een kardinaal op tv die vertelde dat er om tot de kerk te behoren gehoorzaamd moest worden aan de eeuwenoude regels: dan maar een kleinere  kerk. Toen werd de kerk vervangen door de staat, die had het geld (= de geweren) en na zoveel generaties uitgedund (van doordenken weerhouden) door de inquisitie zijn de onderdanen nu dom genoeg om zich vaderlander te voelen, daarbij gesteund door de ononderbroken scheldtirades tegen de verachtelijke ander staten (Noord-Korea, Cuba, Rusland): wat moeten we blij zijn dat we hier wonen en: geen Grieken zijn.
Nou, zo werkt dat. Op wereldniveau. En op nationaal statelijk, ‘binnenlands’ niveau, zijn er de politieke partijen en de sportverenigingen, waarvan je fan kunt zijn. Bij zowel partijen als clubs kun je je juichplicht vervullen: erbij horen en dat laten merken, niet alleen zijn. Dit erbij-horen is tegengif voor het tot enkeling gemaakt zijn en als zodanig bejegend worden, door de staat (denk aan de rechtspraak).
Ook hier is de vertelling mij op geen enkele school of opleiding zo geleverd. Het is belachelijk, maar ik heb dit allemaal zelf verzonnen, met gebruikmaking van dingen die ik wél geleerd heb, ooit. Onlangs, in de afgelopen 10 jaar deed ik dat verzinnen.
Met en voor mijn plezier. Ik geef nergens meer om, dus ik hoef niet zo nodig gehoord en gelezen en zo te worden. Alleen voor mijn stembanden is dat onbruik slecht.

Knevel en de atheïsten.

De overeenkomsten
Aan verering doen ze, ze hebben personen, mannen van hoog aanzien, schrijvers van teksten met enorme status. Dat zijn bij Knevel dan de bijbelschrijvers, maar ook de beroemde theologen en filosofen en predikanten enzovoorts. Naast die vereerden, zijn er ook de tegenstanders, de brengers en verdedigers van de verworpen standpunten.
Bij de atheïsten zijn er de beroemde schrijvers over de evolutie, van 18zoveel tot nu. En er zijn de verworpenen, de onwetenschappelijken.
Eigennamen, eigennamen, eigennamen. Bij zowel Knevel als de atheïsten.

TEKSTEN zijn de bron van wat ze voor bewijzen houden. Dat moeten dan bij de atheïsten andere teksten zijn dan bij Knevel. Maar let op: zowel het ontkende als het beweerde komt pas in gebruik, als het bekend, wijd verspreid, is.
De atheïsten reageren op de bijbel VIA de manier waarop de pastoor die voorlas.
Bij de bijbeltekst is veel commentaar mogelijk, dat is bewezen. En in elke bibliotheek en op Internet zijn vele, vele boeken die reageren op andermans geschrijf. Nu ja, geschriften.

Alle TEKST BIJ TEKST is van informatie – met andere woorden, van dat wat je van horen zeggen hebt – gemaakt. Aan wat je van horen zeggen hebt moet je, in geval van gevaar waarvoor je gewaarschuwd wordt, geloven. Dat wil zeggen, je moet even doen wat die ander je zegt, zoiets als ‘weggaan van onder dat afdak, dat hij van een afstand ziet gaan instorten’. Dat heb je dan als gewaarschuwde van horen zeggen en toch moet je doen alsof je kennis hebt en er uit handelt. Ook met te dun geworden ijs en met de weerberichten, enzovoorts is er deze relatie. Geloof, geloof, geloof.

Wat meldt die waarschuwer nu? Voor jou onwaarneembaar gevaar. Wat doet de ‘vaderende’? Die meldt bedreigingen. Bedreigingen die komen van (uit) anderen of van (uit) hemzelf. Met de beste bedoelingen, ja met liefde, zal de vaderende wijzen op de gevaren die voortkomen uit (voor jou) andere mensen. Ook de niet goed bedoelende, onaardige figuur zal zo waarschuwend, bedreigen. Ook de zelf bange pastoor zal melden dat er gebiecht moet worden en vergeven, omdat de zondaar anders komt te branden in de hel. Hij gelooft het zelf. Hij MELDT bedreiging, zoals die man van daarnet het op instorten staan van dat afdak.
Instemmen met dat bedreigen is het veiligste gedrag voor de onderworpenen.
De atheïsten stemmen in met de landelijke wetten en regelgeving. Ze laten zich niet langer – zoals in vroeger jaren de leden van de vrijdenkersvereniging nog wel – uit als anarchisten, tegenstanders van machtsongelijkheid. Nee, die tijd heeft deze vereniging gehad. De landswetten en de verdragen met de vereniging van naties, dat is allemaal o.k.. De erfgenamen van de vrijdenkersvereniging hebben het daar niet meer over.
‘We’ zijn al zo blij met vrijheden – let op, meervoud; dat is wanstaltige naamgeving – voor het individu.

Het individu: de kleinste eenheid waarin het overwonnen volk (‘divide et impera’) uiteengeslagen, gedefinieerd en met eigennamen genoteerd werd.

Ooit, vele, vele generaties eerder dan wij, waren de mensen een volk, ze deden aan samenleven. Aan dat samen maakten de overwinnaars – overvallers, overwinnaars, verkrachters, berovers – een einde. Divideren heet dat dan. Die overwinnaars brachten de beschaving. Dat is, (1) het zich  toe-eigenen van de productiemiddelen, zoals land, viswater en jachtwild, (2) het invoeren van eigendom, in plaats van bezit (= in gebruik hebben). De overwonnenen die ze lieten leven, onze voorouders en erflaters, maakten onze beschavers tot personeel bij het roofgoed, de productiemiddelen.

JA, tussen die roof door de Romeinen en nu gebeurde er heel veel – volgens de geschiedenisboekjes waaruit we onder de leerplicht allemaal allerlei in ons geheugen hebben moeten onderbrengen. Al die informatie leidde de aandacht voldoende af om het over de vrije samenleving zoals die er vóór de overval door de rovers geweest moet zijn, nooit meer te hebben. Niemand van ons heeft dat daar toen meegemaakt. Wij hebben er geen ervaringskennis (een pleonasme) van. Het is er niet meer, dat samenleven. In sommige gezinnen soms nog heel even. Maar in families zijn er al teveel van de betrokkenen weg van de rest (om aan de kost te komen) om nog een eenheid te kunnen vormen.

Samenleven doet zich niet meer voor. Van vrijheid is slechts sprake. Wat wij hebben ‘om vanuit te handelen’ zijn herinneringen aan ‘hebben horen zeggen’ (respectievelijk ‘gelezen hebben’), vrijwel geen herinneringen aan genomen kennis. Alle geschiedenis en alle aardrijkskunde en zelfs alle natuurkunde en scheikunde en biologie op school kwam tot ons als informatie (dus niet als kennis die wij namen). Van wat voorbij is, kan dat natuurlijk helemaal niet meer (tijdreizen, zie sciencefiction). Maar wat ver weg is, daar kunnen we ook niet naar toe. Nee, kijkvoer is niet te vertrouwen.
Vertrouwen is mooi en onmisbaar, maar levert ons geloof, geen kennis. En geloven is een schone zaak en geeft ons misdaad, oorlog en vermaak. Zie het nieuws dat uit de media spuit.
Het gaat echter om kennis nemen, maar dat is niets voor Knevel en/of voor de atheïsten. Zij – beide partijen zijnde – zijn beiden gelovigen. Ze geloven dat woorden betekenen en dat betekenissen bijeenbrengen op hetzelfde neerkomt (‘weten’ noemen ze het) als het kennis nemen en dat zich herinneren. Dit nu, is niet het geval.

Wat tekst is en hoe het werkt
Tekst is alleen maar een weergave van gemaakte geluidjes. Geluidjes die in gebruik zijn als mensen ‘praten’, ‘spreken’, ‘benoemen’, ‘denken’. Puur geluidjes die niet aan het betekenen zijn. Een tekst wordt, door wie lezen kunnen, gebruikt om die geluidjes “in zichzelf voor zichzelf” – als het ware hoorbaar – te maken. Bij die geluidjes is in hun geschiedenis steeds ‘echt hoorbaar gemaakt’ gedenk van anderen gesuggereerd. Ontelbare malen samengaan, suggereerde samenhangen: dit geluidje hoort bij dat waarneembare. Het geluidje is er de naam van. Het geluidje betekent dat.
Zie toe, nu is het geluidje een dader. Aan het betekenen, het doet ons – in de, in ons gekomen, taal – denken aan …
Aan zijn betekenis. Ja, nu is dat woord, daarmee de taal, helemaal een leger van ‘dingen die ons doen denken aan’ geworden.
Wij, individuen, enkelingen, zijn voorzien geraakt (nee, niet gemaakt, er was geen dader, er waren zelfs geen daders) van een eenmalige, unieke, aan alle andere ongelijke, verzameling herinneringen. Herinneringen aan waargenomen woordgebruik door mensen waar wij op dat moment bij waren en met enige aandacht op letten. Herinneringen bij gebeurtenissen en toestanden die wij daarbij in de gaten hadden. Denk aan de afwezigheid van taal bij doofgeborenen die verwaarloosd werden. Aangrijpende verhalen.

Terug naar alternatief onderwijs krijgen
Als ik na enig leren gespreek hoor, dan speelt in mijn opvatten van wat er gezegd wordt, het voorgaande (aangeleerd zijnde, herinnerd wordend) mee.

DAT IS HET CENTRALE IN HET TALIGE.
De spreker roept met zijn woorden in de ander niet wakker wat er in de spreker aan die woorden vastzit, maar wat er in de hoorder aan die woorden vastzit.

Als je onderwijst, moet je dan ook het onderwerp door de leerling laten bestuderen met AL zijn eigen zintuigen en met aandacht en tijd. En pas als er vraag naar is, ga je erbij vertellen.

Waarom dat alternatief niet zal gebeuren
Dat kan dus niet, dat is niet te bekostigen voor alle leerplichtige kinderen. De kinderen van de gewone mensen moeten gewoon worden gemaakt tot kundige werkmensen, die bij het solliciteren een bewijs van geleerd hebben kunnen laten zien. Niks vrij samenleven, niks kennis nemen: bruikbaar worden in het kader van het uitvoeren van de, met koopkracht gegeven, bevelen. De koopkracht komt uit de wapens en de ordehandhaverij (het stelen tegengaan) van/door de politie met een saus van rechten en plichten daaroverheen gegoten door juristen.
Je kunt diverse mensen horen denken: “Niet zeuren: dit niet zo beschavingsvijandig bespreken. Dit helemaal niet uiteenzetten en voorleggen ter kennisname. DAAR SCHIET NIEMAND (= geen bevoorrechte, die minderen heeft) IETS MEE OP. Het maakt hoogstens een aantal lieden onrustig. Moeten die weer tot zwijgen gebracht. Hou toch op.”

Woorden zijn alleen maar geluidjes
En een tekst is alleen maar een rij woorden.  Of het nu een eerlijk of een gefantaseerd bedriegend of inspirerend verslag is, of ‘een alternatief voor het denken bij onderwerpen leverend’ verhaal zoals Defoe’s Robinson Crusoe. Een vraag die we met het idee van Defoe, ‘man alleen op eiland’, kunnen stellen is: “doet dit zich bij/voor Robinson voor?” En zo niet: dan komt het door – ja, ik bedoel via, en niet op hun initiatief vanuit – de aanwezige anderen. Via, want na een opvoeding hebben we allemaal overeenkomsten met die politiemensen, die de orde van de wetten en regelingen handhaven. Wij handhaven: het fatsoen, de zeden, de moraal, de ethische eisen, enzovoorts. Uit overtuiging (dat dát het veiligst is): je tijd maal aandacht maal energie maal vaardigheden maal enzovoorts besteden ‘zoals het hoort’. Met die overtuiging heeft de natuur (voor de atheïsten de evolutie, voor Knevel de Schepper) ons niet uitgerust. Geen goed of kwaad is ons ingeboren. Leergierigheid, dat wel.

Waarneembaarheid en betekenis
Er is in onze buurt slechts samengaan geweest van die geluidjes met andere waarneembaarheden. Die samengangen herinneren we ons als ‘de betekenis’ van die – ‘woorden’ genoemde – geluidjes. Ik was ergens anders dan de lezer in de dagen dat wij “onze” taal leerden. Het woord uit onze taal heeft een andere verzameling associaties in mijn hersens dan in de hersens van de lezer. Voor het overgrote deel van de woorden en de associaties komen die overeen bij de lezer en bij mij. We spreken en verstaan dezelfde taal.

Maar hoe voeg je aan die verzameling associaties – van waarneembaarheden en geluidjes die woorden heten – nieuwe toe?

Kijk, daar zit een probleem. Dat probleem zit er slechts als er geen gelegenheid tot aanschouwen te geven is. En waar ontbreekt deze gelegenheid? Bij dingen die in het verleden gebeurd zijn en nu dus voorbij, weg, over, klaar. Nee, al die plaatjes en boeken ervan en erover helpen ons niet aan die gelegenheid om kennis te nemen. Hier valt alleen nog te geloven en geloven is in alle gevallen ernstig af te raden. Ja, je moet te waarschuwen zijn, zoals zovele  andersoortige dieren dat ook zijn, maar daar gaat het hier niet over.

Het boek van Andries Knevel heet “Is het waar?”.
Het onderwerp waar Andries Knevel het over heeft is de opstanding van Jezus uit zijn dood. Zelfs al zou het gebeurd zijn, dan nog is er geen enkele reden om te denken dat het er door gelovigen bij vertelde verhaal waar is. Stel dat toen discipelen en ongelovigen zelfs de herrezen Heiland hadden gezien en zelfs aangeraakt. Lees dat verhaal over Thomas daarover na (doen!). Wat heb ik daar aan? Pas als ik dat erbij vertelde verhaal geloof, gaat het mij betreffen.
Nou, daar gáát het niet om, de vraag is of het werkelijkheid is, of het bestaat, waarneembaar is en niet alleen zichtbaar of hoorbaar, Nee, ook tastbaar en hanteerbaar, en met allerlei instrumenten te beproeven. Is het echt. Het boek zou dus moeten heten, Is Jezus echt weer in leven en tussen ons aanwezig?

De vraag is natuurlijk waarom ik zo moeilijk doe. “Je snapt toch wel wat de discipelen en Andries als onderwerp hebben?” Kijk, als je overal zo diep op in wilt gaan, kom je maar aan een paar onderwerpen toe.

De kwestie is niet wat, maar dat je gelooft
Kijk, als je in een kerkelijke omgeving geboren en getogen werd, dan is er in je geheugen dat geluidje ‘god’ en wel in jouw eigen eenmalige omgeving van verschijnselen waarmee dat horen van dat woord samenging. En op de onchristelijke scholen leerde je dat die verschijnselen met andere begrippen geassocieerd konden (ja, behoorden te) worden. Achter het gebeuren dat Knevel het scheppen noemt, hoeft volgens Darwinisten en zo helemaal geen dader te zitten. En zelfs achter het gebeuren in en met die Grote Plof hoeft geen dader te zitten. Dat is zo, niet zeuren. Hoe die Engelstalige genieën dat zeker weten? Nou, op dezelfde manier als Andries: door geloof alleenlijk. Alleen die genieën die zeggen dat er niet bij. Ze doen alsof zij ongelovig zijn omdat ze de geloofsinhouden van Knevel verwerpen. Wat een knullig gepraat. Ze geloven wat anders, maar ze geloven net zo hard.
En kijk, dat is nou zo weinig inspirerend. Dat is zo plat. Ook in de Bijbel staat (als ik me goed herinner) ‘niemand heeft ooit God gezien’. Dat is allemaal gepraat. Wie even goed kijkt, ziet dat er over goden gepraat wordt als over uitvergrote heersenden. Ach, je hoeft niet eens goed te kijken, de hele taal van de bijbel staat vol van ‘de Heere’ en dat is de vorst, de aanvoerder van de overwinnaars. En dat geblaat over god als een uitvergrote koning is zeer gebruikelijk en niet onverwacht.
De terreur van de zegevierende overvallers – kolonisten duurt tot op heden voort. Zie nu het onfatsoen van het omgaan met de gebruikte mensen in Griekenland. Die mensen hebben evenmin hun wetten en voorschriften en regelingen aangemaakt als ik die van Nederland. Nou dan, pak dan de leiders, ja dat zijn de rijken, de regerenden zijn uitvoerend, net als de onderwijzers in de scholen. Durf eindelijk eens de werkelijkheid onder ogen te nemen en de waarheid te spreken en daaruit te handelen, tegen de zin van de rijken in. Ja, maar dat is het tegendeel van ‘het handhaven van de bestaande orde’, zoals die sinds de Romeinen hier (en door andere veroveraars elders, in China en zo) gehandhaafd wordt met wapengeweld en zo diep in de hersens – waarmee ook na de opstand gedacht moet worden – gegrift zit, dat het uiterst moeilijk is de rommel er uit te krijgen. Bedenk dat in de bijbel uitvoerig verteld wordt dat het Mozes was, die dit alles aan het hof van de Farao uitgelegd gekregen had. Volgens het verhaal, dat je niet hoeft te geloven om ermee te denken, zo min als je in Robinsons bestaan en avontuur hoeft te geloven om dat idee bij je doordenken te gebruiken.

Verhalen worden verzonnen en zijn er niet om (in) te geloven
Die mensen, die Israëlieten/Joden die bijbelverhalen aanmaakten, deden hetzelfde als die evolutie predikende jongens. Ze probeerden een verhaal te vertellen waarin het opgelopen ervaren plus ‘horen zeggen’ aan elkaar gepraat/in een onthoudbaar verband geplaatst/gesuggereerd werd.
Er is een goede kans dat veel van die priesters van vroeger, heel vroeger – net zo goed als onze wetenschappers nu – wisten dat hun verhaal slechts een verhaal was. Onze wetenschappers raken ook niet in paniek als er iets onverwachts uit een theorietoetsend onderzoek blijkt. En die verhalen dan, dat die houding door ‘onze’ mensen is ontdekt, en dat sommigen van hen voor straf verbrand zijn? Dat is een fase in de geschiedenis van ons vrije westen, die pas na de bijbelschrijvers gebeurde. Er was een tijd van vrij leven, in het Paradijs, heet dat daar. En ja, in dat verhaal wordt er een dader achter het veranderen gedacht. Net als in ‘onze’ politieseries. Tot geloven dwingen, van betwijfelen en van het voorstellen van alternatieve verhalen afhouden, dat deden die priesters die staatsdienaren waren. Zie mijn verzonnen teksten over die nationalisatie van de christelijke leer rond 300 na Christus in het Romeinse rijk.

Ik maak verhalen aan en ken het feit dat ik alleen sommige van de daarin gebruikte ingrediënten wel eens ergens heb gehoord of gelezen, al of niet verkeerd verstaan.
Als je nalaat te geloven, helemaal, in alles, dan kun je je dit vrije denken veroorloven. Tegenover jezelf en tegenover die lezer die je hele argumentatie heeft gelezen en dus niet denkt dat ie op wat jij “bedoelde” kan reageren, maar levenslang het zal moeten doen met waar hij daar dan zelf kennis van neemt. En herinneringen aan genomen kennis zijn geen kennis.
Herinneringen zijn slechts herinneringen. Wat je vrij zeker weet, is dat het uit je geheugen komt. En niet door engelen of andersoortige geesten tot je komt. Of je kunt op tv een centje bijverdienen als voorspeller en zo. Ook leuk. Waarom niet? Of ze nou jou geloven of een ander of een boek? Ze willen wat te geloven hebben. Nou en? Nou niks.

Lees meer

Hieronder kunt u een reactie geven op bovenstaande tekst.
Het kan enige tijd duren voordat uw reactie geplaatst wordt.