Kapitein Verdonk, de slimme slavenhandelaar

Categorieën: 2005, 1 januari – 2009, 31 december | Archief | Kapitein Veerdonck | Opstellen

Trefwoorden: geredigeerd | slavernij

Dit verhaal gaat vooraf aan het latere opstel "Kapitein Veerdonck van de West Indische Compagnie". In de tussenliggende maand is de naam van de kapitein veranderd van Verdonk naar Veerdonck.
Wellicht heeft Jaap in de tussentijd kennis genomen van de namen Verdonk en Verdonck, als bemanningsleden van schepen van de West Indische Compagnie. Op internet is in ieder geval terug te vinden dat zo'n verband heeft bestaan, zie deze link.
Hoe of waarom de naam vervolgens Veerdonck is geworden, weet ik niet. Maar juist de wisseling van naam en invalshoek maakt wél duidelijk hoe Jaap met zijn teksten speelde, en ze bijschaafde. 

— Jan Schot

Jaap Schot, 29 december 2006

Er was eens, in de tijd van ondernemend Nederland, een kapitein-eigenaar die met zijn schip een vracht slaven vervoerde, en averij opliep. Hij was gedwongen in de baai van een eiland te gaan liggen om de reparatie te kunnen laten uitvoeren. De eigen mensen konden het, en de spullen waren aan boord. Aan boord waren ook wat landverhuizers, die in Amsterdam aan boord waren gekomen en in West-Indië zouden gaan werken als administrateurs en onderwijzers en dergelijke beroepen, die de kolonisten niet door de slaven konden laten doen.

Oponthoud op een onbewoond eiland

Ik ben geen verteller, dus meld ik alleen maar dat het al gauw duidelijk was dat het eiland onbewoond, maar rijk aan drinkwater, viswater en vruchten was. Dat was pas écht interessant, toen bleek dat de reparaties veel tijd in beslag zouden nemen.

De slaven werden uitgeladen en losgelaten, wat geen vrijheid betekende want de gewapende bemanning hield stevig greep op de voorziening met drinkwater.

Het oponthoud betekende financiële schade, niet alleen interest, maar ook gederfde inkomsten. Een gesprek met zijn echtgenote en de drie hoeren (die hij altijd aan boord had, voor het moreel van de bemanning deed hij wat hij kon) bracht het idee om deze financiële schade te compenseren door het laten opleiden van de slaven door de mede gestrande ‘deskundigen’, die hij met loon daartoe wel kon motiveren. Zíj verdeden hun tijd niet, en slaven die wat kúnnen, zijn voor meer geld te verkopen dan onbewerkte, zó uit het oerwoud.

Over het verhaal

De zeldzame intelligente lezer van dit verhaal zal inzien dat het er niet toe doet of dit waar gebeurd is of niet. Deze kapitein Verdonk was een man naar Balkenende zijn hart 1 . Dát is duidelijk. Hij was een wáre liberaal: om den brode nergens vies van. Bereid tot wat geprezen werd evenzeer als tot wat gelaakt werd.

Het verhaal is vast niet waar gebeurd: vrij werkende intelligentie zit niet in de Verdonken. Nog steeds niet. Hoewel, het verleden is niet te bestuderen, het kan er ook uitgemendeld 2 zijn.

Hoe dat ook zij, in dit verhaal heb ik een belangrijk begrip verpakt. De waarde van een stuk menselijk gebruiksvee bestaat uit het vermenigvuldigingsproduct van verschillende factoren: kwantitatieve en kwalitatieve. Jonge slaven zijn duurder dan oudere, oude zijn niets meer waard. Slaven die wat kunnen 3 , kunnen duurder worden verkocht. Want wat ze kúnnen, dat kun je ze laten doen. Voor de kost, voor drinkwater, voor wat ze begeren zonder het – als lijf – nodig te hebben.
Zo worden de mensen die hier nu – als slaven in zelfbezit – gehouden en gebruikt worden, hoe dan ook gevoed en gelaafd. En zelfs gehuisvest, via een uitkering in geld, waar ze recht op hebben, als legale aanwezige ingezetene van dit land. De slaven in zelfbezit hier doen hun kunstjes om aan geld voor vertoonspullen te komen.

De illusieve hiërarchie

Vertoonspullen waarmee ze laten zien dat zíj niet de ondersten zijn in de, van hoog naar laag gedachte, massa aanwezige mensen. Van hoog naar laag gedáchte. Er ís geen hoger en lager aan te treffen. Nee, geen buitenaardse intelligentie zou die schikking kunnen waarnemen. Wat waardig, eerbiedwaardig, nobel, ‘en vogue’, ‘in’, ‘cool’ en zo is, moet aangeleerd worden. En dat als zodanig aangekondigd worden, maakt dat de aangepasten ernaar streven het te doen en te hebben.

Maar het is niet de bedoeling dat ze ooit ophouden met het doen van hun kunstjes. Want dat door hen laten doen, is nu juist het hen gebruiken. Door ons, parasieten.
Daarom is er de mode. De mode invoeren, is de tegenhanger van het aan een stok voor de neus van de ezel hangen van een winterpeen. De ezel loopt om die peen te bereiken en daardoor trekt het beest onze kar, waar wij op zitten. Zo is dat verhaal.
Het trekken van onze kar is een bijwerking van het streven van de ezel: van zijn vooruitstreven. Het maakt NIETS uit waar het edele trekdier naar streeft: een vrouwtje van zijn soort, een peen, een emmer water, geld voor een zijden pyjama. Álle, in ’s dieren entelechie aangetroffen, doelen zijn bruikbaar te maken. Evenals alle spelend (nee: als meespelende, binnen de spelregels) gestélde doelen.

Economisch taalgebruik verdoezelt

Wat de slaven kunnen, hoeft alleen als bijwerking datgene te hebben wat de slavenhouders (parasieten, mensengebruikers) wensen (voor zich gedaan/ aangemaakt te hebben). En ook hier weer: dat kan nodigs en onnodigs zijn. Dat maakt “voor de economie” niet uit, geen verschil. Met andere woorden: in het “met de termen en verhalen van de economische wetenschap” spreken bij het onderwerp van die weten­schap, wordt het verschil tussen nodig en onnodig verdoezeld.

Ook het de slaven aanleren hoe ze gezond kunnen blijven en zich gelukkig kunnen voelen ondanks gevangen gehouden en gebruikt worden, ook het aanleren van wat goed voor hen is, is voor de slaven­houderij nuttig, verhoogt de prijs. Bij ‘kunst en kitsch’ noemen ze dat, zo treffend AVRO-burgerlijk, “de waarde”.

Slavenwaardeverhogend is zelfs: het doorzien van de slavenhouderij als totaal alleen maar berustend op de met wapens dreigende bewakers van het nodige. Zelfs dát, het zien (= KENNEN) van wat waar is, aan­vullen met HELDER WETEN ervan.
Alle onhelderheid komt voort uit verdringen van KENNEN door GELOVEN. En dat slurpt energie. De gelovige is veel en veel zwakker dan de helder wetende. Energie is een factor in txaenz.

Vervolg van het verhaal

“Jongen”, had zijn goede vader tegen hem, kapitein-eigenaar Verdonk, gezegd: “jíj moet weten wat er ónder de prijs zit, de betekenis van de prijs”. En dáárom had de kapitein, telkens als er geen zorgen waren, dáárover nagedacht. Hij zei dan tegen de stuurman: “we willen niet naar bakboord en we willen niet naar stuurboord; we varen recht voor de wind. 4 En de snelheid die we daarbij oplopen, meten we in knopen, waarvan we zeggen dat wij die maken”. Telkens weer die formuleachtige uitspraak. De stuur­man dacht dan wel eens: “Het gaat hem puur om de snelheid”.

Hoe dat ook geweest zij, kapitein Verdonk ging in zijn hut zitten denken. Wat is er te zeggen bij het aanprijzen van een slaaf.
‘Aanprijzen’, let op de term. Prijsopdrijving door kopersmotivatie. En dat zonder liegen.

Een wijze en bekwame slaaf op gevorderde leeftijd en onder de zweren, verkoopt niet lekker. Genees hem en zijn prijs stijgt al. Maar als je hem nou samen met een jonge, gezonde slaaf verkoopt. Eén die al veel van hem geleerd heeft, maar nog heel wat van hem kán leren, en daarmee bezig is. Dat verkoopt als een tierelier.

De prijs van een slaaf

Zo had hij ook op een mooie zomerdag ineens ingezien dat het de prijs negatief beïnvloedde als jonge slavinnen aan boord verkracht en bezwangerd waren. Hij had alle begrip voor de door hun hormonen geteisterde jongens. Maar de meeste slavenkopers hadden het bezwangeren liever onder eigen controle. Dit inzicht had hem ertoe gebracht zijn drie “dochters” (geen bloedverwantschap met hem, of elkaar) en zijn vrouw mee aan boord te nemen.
In later eeuwen zou men deze truc, om gage snel terug te laten keren in de kas van de werkgever, als ‘gedwongen winkelnering’ terugzien. En niet zelden, afkeuren.
Maar niemand lééft in wat voor hem ‘later eeuwen’ zijn. En iedereen doet dus wat hij kan verzinnen en uitvoeren om aan meer te komen, dan zoveel mogelijk anderen. Aan zoveel mogelijk meer eer, aanzien, geld, bewondering, naamsbekendheid, image, noem maar op.

Kapitein Verdonk had ze allemaal in één formule ondergebracht en er een checklijst van gemaakt. De prijs van een slaaf, zo was er uit zijn systematisering gekomen, is txaenz. Het vermenigvuldigingsproduct van:

  • Tijd
  • Aandacht (meer dan één ding tegelijk in de gaten kunnen houden; zich toch goed kunnen concentre­ren; altijd letten op eigen gezond en onbeschadigd blijven, geen waaghalzerij)
  • Energie
  • Vaardigheden
  • Gehoorzaamheid (vatbaarheid voor complimentjes en kleine beloningen; gezag toekennend aan de meester, bijvoorbeeld door te geloven aan een goede wijze god die de meester over hem, de slaaf, gestéld zou hebben)
  • Enzovoorts

De lijst was langer en langer geworden, doordat hij steeds meer de ‘factoren’ benoemde, die hij expliciet – en de koper ‘intuïtief’ – vermenigvuldigde om aan de prijs van een slaaf te komen. Door berekening. Het waren de punten waarmee ze rekening hielden. Berekenend als ze waren.

Verkoper en koper werken niet samen

Het was zaak steeds met zijn eigen woorden te benoemen en met zijn eigen ervaringsvoorbeelden te illustreren. Het wás niet de bedoeling om als verkoper en koper tot een objectief resultaat te komen. Als handel voordeel oplevert, dan willen koper én verkoper beiden het grootste deel van die winst hebben. Handel is gevecht, geen samenwerking.
Het liefst zou de koper het goed van de verkoper roven. Het liefst zou de verkoper het geld van de koper roven zonder het goed af te geven.

Dat feit zie je op televisie telkens geïllustreerd als er een stel misdadigers hun bezit (geld respectievelijk drugs) uitwisselen. De niet-officiële politie, de bewapende gangsters, staan er met hun neus bovenop. Alleen zij die het geld en de drugs controleren, zijn onbewapend. Maar dat dan ook uitdrukkelijk en gecontroleerd.
De legale handel is niet een ander soort handel dan de illegale. Legaliseren is geen bewerking, is geen ‘iets veranderen aan’ het gelegaliseerde interageren, het gedrag of gedoe.

VOETNOTEN

1) [red.] In 2006 heeft de toenmalige premier Balkenende meermaals opgeroepen tot 'de VOC-mentaliteit'. Zie ook Jaap's opmerking in zijn opstel "Mein Kampf".
2) [red.] Mendelen: (mendelde, heeft gemendeld), het oververven van kenmerken door opeenvolgende generaties in overeenstemming met de wetten van Mendel – een Augustijnermonnik te Brünn (1822—1884), die de grondwetten der erfelijkheid ontdekte.
3) Niet-aangeboren vaardigheden hebben geleerd; of, aangeboren vaardigheden hebben ontwikkeld.
4) [red.] Hier 'horen' we Rita Verdonk, die in april 2006 over zichzelf beweerde dat zij "niet rechts, niet links, maar recht door zee" was.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *