Jaap Schot, 6 april 1992
Wat je nu hoort zeggen, dat weet je, maar je weet het niet zeker. Iets weten dat is: iets in je bewustzijn hebben. Wat je nu hoort zeggen vult (mede) je bewustzijn. Dat bewustzijn is eindig, het heeft een beperkte inhoud. We moeten dat 'in je bewustzijn hebben' onderscheiden van de betekenis van het woord 'weten' in zinnen als "dat weet je toch", waarmee bedoeld wordt: dat heb je toch in je geheugen, dat kun je je toch herinneren.
'Actueel in je bewustzijn hebben' [doordat je het hoort zeggen of doordat je het 'in jezelf verneemt'] en potentieel, voor je bewustzijn beschikbaar in je geheugen hebben noemen we in het Nederlands alle drie (3) 'weten'.
Wat je nu aandachtig waarneemt (bekijkt, beluistert, betast), dat ken je. Kennen is altijd waarheid kennen. Het onware is niet waar te nemen, dus niet te kennen, al kan onwaars je hele bewustzijn vullen. Niet al het waarneembare, dat is: alles wat feitelijk bestaat en plaatsvindt, is altijd overal iedereen gegeven. De een is dit waarneembare gegeven, de ander dat. Voor de een is daardoor dit deel van de waarheid gegeven, voor de ander dat. De onwaarheid is niemand gegeven. dat kenmerkt nu precies de onwaarheid, haar onwaarneembaarheid voor allen.
De onwaarheid wordt dan ook steeds gebracht als ware ze een waarneming van een of meer anderen, een waarneming die de hoorder toevallig net niet heeft gehad.
Dat is te zien bij de sprookjes (in een ver en vreemd land, lang geleden, buiten controle van de luisteraar dus), maar ook bij de openbaringen en influisteringen die in de Bijbel beschreven worden. De gelovigen die het niet eens zelf hoorden van de eerste verteller, vertellen het zelf aan elkaar door: "De Heer is waarlijk opgestaan."
Met behulp van de Bijbelinhoud kan een groep*5 worden gevormd, een groep van goede dingen nastrevende gelovigen. Die Bijbelinhoud, die (blijde) Boodschap, is een bindmiddel om die groep bijeen te krijgen en te houden. Die boodschap is een onwaarheid. Ik kan geen enkel bezwaar verzinnen tegen onwaarheden, elk gezelschapsspelletje heeft als regels een hoeveelheid onwaarheden, die het spelen mogelijk maken. En wat is er nou tegen gezelschapsspelletjes, ik zou het niet weten.
Het groepsbindende en het spel-mogelijk-makende verzonnene zijn gereedschap. Dat verzinnen was gewoon 'psychosociaal gereedschap' maken (fabriceren).
Wat er bij mij niet in wil is dat die groepsonwaarheden moeten worden verwoord in dezelfde vorm waarin waarschuwingen en andere ware boodschappen worden verwoord (=geformuleerd in taal). Ja, de Blijde Boodschap wordt uitdrukkelijk 'de Waarheid' genoemd.
Er gaat iets mis zodra de gelovige, de zich bij die groep voegende niet meer volstrekt duidelijk en zeker mag, ja moet weten, ja kennen, inzien, dat de groepslijm onwaar is, een door mensen gemaakt onstoffelijk gereedschap.
Er is geen tekort aan in het Nederlands vormbare woorden, dus er moet een beweegreden gezocht worden achter het feit dat 'weten' als naam voor drie verschillende begrippen wordt gebruikt en 'waarheid' voor zowel het waargenomene als voor het verzonnene.
In dit opstel beschrijf ik (mede) het verband tussen 'de betekenissen van de woorden rond kennen en weten' enerzijds en 'het feit dat de mensen met elkaar een vechtspel spelen' anderzijds.
(Ze spelen 'Overtreffertje met voorrechten' namelijk. In dat spel is het het doel van iedere speler om anderen voor zich te laten werken. Die anderen zijn dan zijn minderen, zij dienen hem, hij heerst over hen.)
Het verschijnsel dat die twee dingen ( dat kennen/weten en dat spelen) verbindt, heet propaganda.
Een van de manieren om in dat spel die anderen tot dienen te bewegen is hen te bedriegen***. Dat kan bijvoorbeeld door die ander z'n denken te verwarren, onder andere door het verschil tussen kennen en weten uit het bewustzijn weg te werken en te houden door steeds van 'informatie' te spreken.
Bewust en opzettelijk worden dan ook (bijv. zo) vele begrippen onduidelijk gemaakt. Ontelbare begrippen buiten de natuurwetenschappen ondergaan die opzettelijke behandeling; dat heet woordmoord. Een andere techniek daarbij is dat een woord populair gemaakt wordt buiten het theoretisch verband (het begrippensysteem) waarin het zijn exacte betekenis heeft en dan vooral veel journalistiek en in de volksmond gebruikt wordt. Dan verliest het gegarandeerd zijn duidelijkheid.
Schoolvoorbeelden: slachtoffer, zondebok, racisme, neurotisch en minderwaardigheidscomplex.
Bij zorgvuldig zoeken zijn er ontelbare woorden/begrippen te vinden die vermoord blijken.
Het vechtspel ['overtreffertje met bevoorrechting'] mag niet van buitenaf worden gezien, daartoe wordt er met nog niet deelnemers (kinderen) niet over gesproken. Het spel mag niet anders dan van binnenuit, vanuit het perspectief van de deelnemer (gebruikte of speler) worden gezien, opgemerkt. Het mag niet genoemd en niet benoemd worden, als jegens en door buitenstaanders. We leven hier in een persvrij land, dus zijn die buitenstaanders-besprekingen in boekvorm verkrijgbaar. Maar dat doet aan de doeltreffendheid van het streven tot het zo onbesproken houden van het spel niet af: censuur (spreekverbod / schrijfverbod) was de primitieve manier (Orwell 1984/ Stalinisme) wij hebben hier de Huxley/ Brave New World manier: tussen zoveel inhoudsloos geluid/ lawaai, voornamelijk muziek, spelletjes en sport is niets te horen, ook geen ware berichten; tussen elke dag zoveel kranten, tijdschriften en verstrooiingslectuur is niets leesbaars te vinden, zelfs het meest ware en waardevolle boek niet.
Ook dan blijft het van buitenaf zien van het spel verboden wanneer men dit 'taalverschijnsel' woordmoord opmerkt. Daarom spreekt men ervan dat 'woorden verslijten', 'begrippen zich ontwikkelen', 'betekenissen veranderen'. Het initiatief wordt in deze uitdrukkingen bij de gebruikte dingen gelegd. Desnoods bij het gebruiken: woorden raken versleten. Als het initiatief maar niet wordt gelegd bij mensen, want dat zou leiden tot de vraag: waarom doen ze dat dan.
Bij het vechten met woorden als wapens overkomt het hen dat ze dat doen. Het is zinloos bij hen naar een vernietigingsdrang jegens duidelijkheid te spreken. Juist in hun strijd als vertegenwoordiger en soldaat van de ene groep tegen de groepsonwaarheid van de andere groep geven ze er blijk van zeer helder te kunnen zien wat waar, wat verzonnen en wat gelogen is.
Wat gebeurt er bijvoorbeeld als er geprobeerd wordt een antwoord te vinden op de vraag naar de redenen om te liegen? Men zoekt redenen binnen de leugenaar. In zijn afwijking. En het zoeken van een antwoord op die vraag zou de zoeker toch best kunnen brengen bij (de spelers van) het vechtspel. Een leugenaar is vaak gewoon een speler om voorrechten, iemand die probeert zich een mindere aan te schaffen, van degene tegen wie hij liegt zijn mindere te maken. Liegen is normaal en alledaags spelgedrag.
Maar nee hoor: de schijn wordt opgehouden dat wie spreken de bedoeling hebben ware boodschappen over te seinen met behulp van begrippen en woorden. De schijn wordt opgehouden dat waarheid spreken en het beste voor hebben met de aangesprokene de regel zijn en leugen en bedrog de uitzondering.
En toch: het tegendeel is waar: het vechtspel is overal doorgedrongen: in de gezinnen, in de families, in de groepen, tussen de groepen.
Zelfs binnen de wetenschappen, daar blijkt de strijd te gaan tussen de aanhangers van verschillende theorieën. Onlangs gaf de NASA uitdrukkelijk foutieve verslagen over wat er met de ozonlaag gebeurt. Voor televisie verklaarde een NASAman dat zulks wel moest om aan geld te komen.
Het spelen vindt niet in het verborgene plaats, dat hoeft ook niet, men neemt elkaar het vechten niet kwalijk. Van solidariteit (een zijn en blijven tegen niet-leden, buitenstaanders, leden van andere groepen) hebben als groepslid de gebruikten nut; van het toppresteren der groepsleden in hun onderlinge competitie hebben vooral de 'leiders' genoemde gebruikers nut.
De wereldbevolking is geheel geconditioneerd op het goedkeuren, ja bewonderen van vechten (wedstrijden); per volk verschilt de centrale sport, maar er zijn geen volkeren zonder sport als godsdienstoefening, zonder wedstrijd en wedijver als de hoogste (religieuze, heilige) bezigheid. Hun groep is hun god.
Je bewustzijn is eindig en kan dus slechts een deel van wat je gegeven is bevatten; in dat woord wordt het bewustzijn vergeleken met een vat. Het meeste is buiten het vat. Het meeste van wat je kunt waarnemen, kunt horen zeggen en kunt opdiepen uit je geheugen, kan niet tegelijk in dat vat en blijft er dus buiten. Je iets herinneren is dus iets weer (her) in dat vat doen. Dat klinkt wel erg actief, alsof er een dader is, meestal schiet iets je te binnen, bij die uitdrukking wordt niet zo'n zoeker en tebinnenbrenger aanwezig, bestaand, voorondersteld.
Mensen kunnen liegen. Dat betekent dat je dat wat je hoort zeggen niet voor waar aan kunt nemen.
Mensen kunnen iets (enig gegeven van vroeger) vertekend, onvolledig en vastgeraakt aan dingen waaraan het oorspronkelijk in het gegevene niet vastzat in het bewustzijn terug krijgen, als ze het zich herinneren, als het hen weer te binnen schiet.
Dat betekent dat je dat wat je je herinnert niet voor waar aan kunt nemen.
De taal is door mensen gemaakt en de begrippen die als woorden in de taal opgenomen zijn, zijn maaksels van mensen die niet vrij waren van zich vergissen en van liegen.
Dat betekent dat je dat wat de taal, via de gangbare woordenverzameling en de logica je als correct suggereert, niet voor waar kunt aannemen.
Nu kun je op dat gegeven van dat niet voor waar aan kunnen nemen reageren door alle sprekers, je geheugen en de woorden (resp. begrippen) van de taal op betrouwbaarheid te gaan beproeven. Daar kun je je hele leven aan besteden en naast veel ergernis, levert het misschien ook wel enig plezier op. Ik weet het niet. In ieder geval is er geen einde aan de hoeveelheid (misschien liegende) lieden, geen einde aan de woordenschat, geen manier om je eigen geheugen betrouwbaar te krijgen.
Deze eerste reactie is die van ingaan op de anderen, op je geheugen (dat is: op je verleden), op de woordenschat.
Is er een andere reactie mogelijk?
Ja: er niet op ingaan:
1. vaststellen, constateren wat is en je daartoe beperken;
2. weten: 'vertrouwen'=gokken
3. weten: groepsonwaarheden zijn onwaar (gereedschap)
4. weten: (ook wetenschappelijke) theorieën zijn netten om waarheid mee te vangen, scheppen om waarheid mee op te lepelen
5.wensplaten zijn verzinsels, die naast wat is houden om wat is te keuren is het onnodig aanmaken van ontevredenheid en opwinding (ook al heet die soms 'inspiratie').
Ten eerste kunnen we vaststellen wat we wel zeker weten, als we iemand iets horen beweren. We weten zeker dat we hem dat nu horen beweren. Niet wat we hem horen beweren, maar dat we hem horen beweren, dat weten we zeker.
Evenwijdig hieraan is de volgende constatering: de televisie (het toestel bedoel ik) is geen verrekijker. Tot nader order is alles wat uitgezonden blijkt te worden, gezien de beelden op mijn scherm: fictie.
Op televisie zien is niet: via televisie zien.
Precies zoals bij het horen zeggen is ook bij het op televisie zien er geen sprake van dat je toegang krijgt tot het beschreven, besproken, in beeld gebrachte gegeven. Wat schijnbaar (niet blijkbaar) gegeven was voor de beschrijver, bespreker, fotograaf (filmer) wordt voor ons, hoorders, kijkers, geen gegeven door hun uitzenden en ons ontvangen.
Om zeker te weten moet ik dus terug naar wat mij hier nu gegeven is. Zintuiglijk, als waarneembaar, gegeven.
Dat wat mij niet hier nu zintuiglijk gegeven is resp. waar ik mijn aandacht niet bij kan krijgen of houden, dat kan ik niet kennen, daaromtrent kan ik nu dus niets met zekerheid weten, resp. zeggen. Ik heb niets meer dan die gegevens waar ik mijn aandacht bij heb. [Nogmaals ten overvloede: een stuk informatie is nooit een gegeven; ook niet al noemt iedereen het zo in het Nederlands; informatie, gecensureerde met name is een gegeven voor een groepslid als groepslid, het is bekend het hoeft niet door het het gebruikende groepslid te worden gekend: hij is niet bezig als kennende zelfstandige mens, maar als deel van een groter, machtig, geheel.)
Kan ik daarmee toe, met wat mij gegeven is, mij als los, zelfstandig individu, exemplaar van de zo 'bezintuigde' diersoort mens gegeven? Tussen de spelenden uiterst zelden. Vaak ben ik gedoemd te gokken, gedoemd te handelen in vertrouwen op herinneringen, waarschuwingen, mededelingen en dergelijke onzekerheden (in onderscheid van ongewisheden). Ongewis is dat wat onbekend is bij de groep, onzeker is wat niet gekend wordt door wie er toch uit moet handelen, wagend, gokkend, op goed geluk hopend. Als ware hij groepslid, als het ware vertrouwend.
Zeker is wat door mij zelf gekend wordt, dat is: hier nu waargenomen wordt. ['Waargenomen wordt' = mij gegeven is en waarop ik mijn aandacht gericht heb (dat is hier: houd).] Mijn aandacht is begrensd, ik kan maar op een zeer klein deel van wat mij gegeven is mijn aandacht gericht houden. Aandacht schenken aan is gelijk aan concentreren op, omdat (dat is hier doordat) mijn aandacht zo beperkt is, met andere worden: doordat ik aan zo weinig gegevens tegelijk, ze waarnemend, kan denken.
'Denken', ook zo'n moeilijk begrip.
'Aandacht besteden aan' is een betekenis van 'denken', dat volgt uit de woorden.
Daarnaast is er het logisch afleiden, het deduceren, dat noemen we ook denken.
En dan is er het zonder enige reden vooronderstellen van iets dat ook 'denken' genoemd wordt, in de volksmond.
"Ik dacht dat .." betekent dan "ik veronderstelde dat ..", "ik ging er van uit dat ..", "ik giste dat .."
Hier wordt een vermoeden niet als zodanig herkend en erkend, maar voor waar aangenomen, voor waar aangezien.
Bij aandringen wordt het vermoeden als zodanig ontkend.
In het bovenstaande is het vraagstuk aangegeven.
Kennis is van de enkeling, want in de enkeling, wetenschap is van de groep evenals de groepsonwaarheden dat zijn.
Groepsonwaarheden zijn binnen de groep geldig maar niet waar.
Die groepsonwaarheden zijn niet tegen alle leden van de groep gerichte leugens. Vaak hebben vele leden van de groep een manier gevonden en in gebruik genomen om enig voordeel voor zichzelf te halen uit het prediken en/of toepassen van die onwaarheden.
De groepsonwaarheden verschillen van groep tot groep, ze zijn kenmerkend voor de groep. Veel van die onwaarheden hebben de vorm van 'X is van belang', waarbij X echt van alles kan zijn, variërend van het maken van doelpunten tot het bekeren en inlijven van alle mensen die geen lid van de groep zijn.
Een andere vorm van een groepsonwaarheid is die van 'Y bestaat', waarbij Y de een of andere God kan zijn, maar evenzeer een grens, een 'nationale identiteit', 'blauw bloed' of wat ook.
Iedere groep heeft een groot aantal van deze onwaarheden. Vele onwaarheden zijn bij diverse verschillende groepen in gebruik. Zo is bijvoorbeeld bij honderden groepen het bestaan van de god van Abraham, Izaäk en Jacob in gebruik. Die groepen onderscheiden zich dan van elkaar door de andere onwaarheden die zij elk voor zich hebben.
Er is vrijwel geen onwaarheid te verzinnen die te gek is om er gelovigen voor te werven en met die gelovigen er een groep om heen te bouwen.
Binnen de groepen waarin de mensheid opgedeeld bezig is wordt met behulp van onwaarheden gevochten om rang.
Tussen de groepen evenzo, zij het met minder en soms met andere onwaarheden.
Verzinsels zijn voorbeelden van onwaarheden. Van berichten kunnen ook door het gericht eruit weglaten van deelgegevens leugens worden gemaakt. Ook volledig geheimhouden is een manier van vechten met informatie als munitie.
Informatie = in een vorm gedrukte kennis. Niet te onderscheiden van in soortgelijke vorm gedrukte onwaarheid: hetzij verzinsel, vergissing of vertekening.
Het is een feit dat er zowel binnen als tussen de groepen mensen ononderbroken gevochten wordt om rang, macht, bezit en andere voorrechten en om elkaar te overtreffen.
Daardoor is het vertrouwen op informatie dwaas.
Maar vaak zit er niet anders op. Vaak is het vertrouwen op anderen en op wat ze zeggen en berichten onvermijdelijk.
Censuur is dus binnen iedere groep nodig om samenleven mogelijk te maken, om de groepsonwaarheid, = de groepslijm, te beschermen. Censuur, het verbod om te liegen, is echter frustrerend voor diegenen die binnen de groep vechten om de voorrechten (om de topposities, om de macht, om het geld, noem maar op).
Het spreken van onwaarheid is, binnen dat gevecht binnen de groep, de regel, zowel tot meerderen als tot minderen.
Het spreken van onwaarheid is met nog meer volledigheid de regel in het omgaan met leden van andere groepen.
De aangepaste geciviliseerde zegt, zonder dat nog bewust te doen, tegen iedereen datgene waarvan hij verwacht dat het de ander voor hem gunstig zal stemmen: zal doen voelen en zal doen handelen. Dat zo kiezen van tekst is zo ingeslepen als autorijden: de gedachten zijn terwijl ze het doen vrijwel volledig bij iets anders. Menigeen zal meteen en volledig ontkennen bezig te zijn met dat pratend manipuleren van elk ander en met het berekenend gebruiken van weglaten, geheimhouden en liegen.
Let wel: het manipuleren van een ander hoeft geen blijvend en/of aanwijsbaar en/of materieel voordeel op te leveren om met plezier gedaan te worden. De dader beleeft plezier aan het feit dat hij bewijst het (manipuleren) te kunnen. De dader schaft zich daarmee een mindere aan.
Wie door mij gemanipuleerd wordt is mijn mindere.
Geciviliseerd-zijn, bezig zijn mee te doen in het spel 'Overtreffertje met bezit' = bezig zijn je minderen aan te schaffen, bezig zijn te bewijzen dat jij minderen hebt. Kinderen die op school anderen pesten doen juist dat: bewijzen dat ook zij minderen hebben.
Mits het (technisch) goed gedaan wordt, is dat daarmee bezig zijn ook vaak zeer moeilijk te bewijzen, zelfs aan onbetrokken (belangeloze, onpartijdige) derden. Wat er in (bijvoorbeeld de hersenen van) de ander gebeurt is mij niet gegeven.
Binnen de groepen streven velen ernaar het elkaar bedriegen*** tegen te gaan. Alle kinderen binnen alle groepen leren dat eerlijk zijn, de waarheid spreken, niet liegen en tijdig waarschuwen bijvoorbeeld beter zijn dan hun tegendeel, ja moreel verplicht zijn.
In de mensenmassa hier nu is echter het gezin al een groep, waar alle anderen buiten zijn en dus niet onder die morele wet vallen. Vroeger was menigeen dan ook nog kerklid, en mocht dan ook als zodanig zijn medechristenen niet bedriegen*** en bedreigen***. Maar ja, hoe moet dat als de kerk allen gaat omvatten? Hoe moet dat als vele kerken (georganiseerde religies) met elkaar in strijd, ja in oorlog blijken te zijn? Hoe moet het als binnen iedere groep er lieden zijn die niet echt leden zijn, maar gebruikers van de echte, eerlijke, plichtsgetrouwe, tot onbetaald bijdragen bereid staande leden?
Vroeger was menigeen ook nog vaderlander en mocht als zodanig zijn landgenoten niet bedriegen***. Erger, frustrerender nog was het internationalisme, dat is te zien aan het opgelucht haten in wat vroeger de DDR was. Hoe dreigend te frustreren moet ook ooit 'aller mensen broederschap' geweest zijn, in de tijd dat nog niet was overgeschakeld op 'verdraagzaamheid jegens alle groepen' (per definitie van wat een groep nu eenmaal is dus: jegens alle onverdraagzaamheid, minachting, haat).
Wie niet mag liegen en bedriegen*** kan het nooit tot iets brengen. Eerlijk duurt het oneindig lang voordat je enig voordeel behaalt. Dat geldt voor iedereen die niet een enorm leger erft, waarmee een volk kan worden onderdrukt en uitgebuit. Zo'n erfgenaam hoeft het tot niets te brengen, hij is al ergens.
Wie niet met zo'n leger kan bedreigen***, moet het van bedriegen*** hebben. Ook toppresteren, ja het halen van de absolute top op welke dimensie dan ook, levert geen macht op: noch Einstein, noch de Bhagwan, noch Edison, noch enige wereldkampioen of popster.
De samenleving is zo groot en daardoor is er zo'n overmaat aan lieden die je aan kunt vallen dat er zelfs zo nu en dan een eerlijk mens enige tijd ongestoord in kan leven. Eerlijke mensen als soort zelfs overleven, zoals prooidieren overleven. Alleen zijn prooidieren op de hoogte van het feit dat de roofdieren die van hen leven geen soortgenoten zijn. Dat gegeven is tot de eerlijke mensen niet doorgedrongen, zij denken nog steeds dat zij en de roofmensen tot dezelfde soort behoren. Een tragisch misverstand.
Wanneer een mens nu wat anderen zeggen niet voor waar aan kan nemen en ook de taal (de overgeleverde begrippen oftewel indeling en opvatting van wat is) als menselijk maaksel niet te vertrouwen is, wat dan?
Waar vindt een mens nu een of meer anderen die hij volledig kan vertrouwen, jegens wie hij eerlijk kan zijn zonder te hoeven verwachten misbruikt, bedrogen en bedreigd (gechanteerd) te worden? Vele, vele kinderen vinden zo iemand binnen noch buiten hun gezin. En de voorbeelden daarvan beperken zich echt niet tot die seksueel of anderszins misbruikte kinderen die van die leuke geheimpjes met hun ouders en andere gezinsgenoten en familieleden hebben.
Het niet te vervalsen persoonlijke (op naam staande) rangonderscheidingsteken zou het enige middel zijn om (bij het laten voortduren van het rangschikspel) de strijd binnen de groepen te verminderen. Maar de eenmaal geciviliseerden zullen tot in der eeuwigheid doorgaan met het elkaar aandacht schenken, afdwingen en onthouden. Het elkaar teisteren is als amusement in zwang en dat er uit krijgen vereist weer heel andere middelen.
Terug naar kennen en weten:
Ik neem het bovenstaande strijden van allen in groepen tegen allen in groepen overal waar, evenals de sluiers van lievigheid waarachter die strijd, het doen van zetten in dat vechtspel, verborgen wordt voor elke ander. Het voor de gek houden van anderen is een strategie in het spel; niemand erkent (bekent) dat hij aan dit spel bezig is. Het buiten bespreking houden van dit bezig zijn met een gezelschapsspel* is een alom gebezigde strategie.
Wat wil je nu, als je dit weet, nog meer weten?
Ten eerste wil je weten wat je zeker kunt weten. Die vraag werd in dit opstel reeds beantwoord.
Ten tweede wil je tekst voor tekst weten of je voorgelogen wordt: of dat wat je daar leest of hoort waar of onwaar is.
In ieder geval, in elk geval, keer op keer, is dat buitengewoon moeilijk te achterhalen**.
Om je tijd, aandacht, energie en vaardigheden te sparen**** verdient het aanbeveling je overal buiten te houden waar je niet actief en onvermijdelijk door anderen in betrokken wordt of door het overmachtig toeval in betrokken raakt en gehouden wordt.
Iedereen leeft in een frontsituatie, temidden van vechtenden, zelfs als hij zelf niet aan het gevecht deelneemt. Wie vecht kan zich de weelde van betrouwbaarheid niet veroorloven. Velen die vechten hebben zich vermomd als niet-vechtende, als 'onschuldige' "burger", als nog aanspreekbaar buiten spel, als niet-speler en voor wie niet spelen.
Wie wil vertrouwen kan het beste een eigen hond nemen.
Niet zelden zul je door de omstandigheden gedwongen zijn anderen te vertrouwen. Bij de meesten van ons die nu nog leven ging dat de meeste keren goed, nu ja, het eindigde niet op diepe wonden (aan lijf en/of ziel). In ieder geval niet op hun dood.
Weet (heb bewust) elke keer dat je zo moet 'vertrouwen' dat je niet behoort te vertrouwen, maar bewust moet gokken. Sta nooit verbaasd over bedrog, falen, kwaadwilligheid, misdaad of welk afkeurenswaardigs dan ook. Constateer slechts dat jij of die ander die moest 'vertrouwen' dit keer pech had.
Het doden van degene die het kwaad deed voorkomt alleen recidive, niet het steeds weer (en meer) optreden van het kwaad. Het optreden van het kwaad is gelijk aan het gespeeld worden van het spel, nu er onvoldoende ruimte [om het speelveld (de wereld) heen] is overgebleven, ruimte waarin mensen kunnen vluchten, weg van het kwaad dat hen bedreigt. Het kwaad is niet het gevolg van het spelen van deze speler, er is zelden reden om aan te nemen dat een andere speler in die positie geen kwaad zou hebben gedaan, (hoogstens ander kwaad). Kwaad zet kwaad bloed en Machiavelli beschreef manieren om zo weinig mogelijk kwaad te doen teneinde zo weinig mogelijk kwaad bloed te zetten.
Let wel: Als het doden van de kwaad doende speler in kwestie de gedupeerde oplucht, is er geen enkel moreel bezwaar tegen dat doden, het is geen moord. Moord is het doden van iemand die binnen de eigen moreel geordende samenleving leeft, die dus bij jullie, bij ons, bij hen hoort. Wie als losse enkeling of in kleine groepen buiten leeft, niet de bescherming van een grote groep genietend, kan ongestraft door iemand uit een grote groep gedood worden. Eindeloze voorbeelden uit de geschiedenis van Indianen en Aborigines, overal waar de ("onze") beschaving kwam of (in het Amazonegebied) nog aan het komen is.
Moraal bestaat alleen binnen de in cultuur, niet spelend, zonder bevoorrechting van wie ook, vorstloos dus bijvoorbeeld, samenlevende groepen. Moraal bestaat, geldt, alleen buiten het spel, gezien de spelers van het spel buiten elke, juist ook hun eigen moreel-levende groep bezig zijn, volgens de spelregels, met de moreel-levenden als gebruikten, als speelgoed. Shylock is dan ook ten onrechte van poging tot moord beschuldigd. Spel is spel, moraal is moraal. Niets verbindt die twee werelden. Als een speler met morele wetten werkt dan gebruikt hij die als gereedschap, exacter: als wapen. Het beste voorbeeld is: chantage. Een ander voorbeeld is: arbeiders ertoe verleiden zich moreel verantwoordelijk te voelen jegens het bedrijf (andermans bezit) waarin ze werken.
Het spreekt (gegeven het boven gestelde) vanzelf dat de spelers van het vechtspel zullen volhouden dat morele samenleving en spelende groep elkaar dekken. Iedere moreel gebondene die zich met die verwarring tot enig inspanning laat brengen, levert aan de speler mooi een gratis bijdrage.
De kinderen worden groot met waarnemingen (herinneringen) van het zien spelen en van het in het spel gebruikt worden, daarin succes hebben en daarin beschadigingen oplopen. Ze leren ook meteen die beschadigingen wijten aan degenen die daar als erdoor bevoordeelden bij betrokken waren in plaats van aan het spel. Het spel zou als het gespeeld werd door Jezussen precies zo verlopen als nu het gespeeld wordt door groeisels uit kinderen. Jezussen zouden om die reden het spel niet spelen (zie het verhaal van de voetwassing).
Ik heb geen idee of wat ik hier schrijf overeenkomsten vertoont met wat men wel 'zelfvinding' en dergelijke noemt. Wat ik van dat soort dingen las bleef (op Krishnamurti na) in het noemen van dat soort etiketten (etiketten dus zoals 'zelfverwerkelijking' en 'opheffen van de zelfvervreemding) steken.
Boeddhisten zeggen dat een mens die zich in de civilisatie aantreft zich kan verlossen door:
het opheffen van onwetendheid,
het zich onthechten en
het ophouden met begeren.
'Onwetendheid' is een vertaling van een term die in het Duits ook wel met 'Unkenntnis' en in het Engels wel met 'Unknowing' is vertaald. Ik heb in dit opstel gesteld dat wie echt wil leven zijn aandacht bij zichzelf en zijn situatie (omgeving) moet brengen. Niet bij wat was, niet bij wat elders is, niet bij wat anderen betreft, niet bij anderen, niet bij zijn relaties tot de zojuist genoemde zaken, niet bij verzinsels, niet bij overleveringen, niet bij wat anderen beweren, nee: bij wat hem hier nu zintuiglijk gegeven is.
De last die wij hier tegenwoordig te dragen (en af te werpen) hebben is niet leeghoofdigheid maar warhoofdigheid. Wij hebben tijd te over om doordenkend waar te nemen wat ons gegeven is. Ons probleem is dat er met man en macht aan gewerkt wordt onze aandacht af te leiden van wat ons zelf gegeven is. Het hele onderwijs en de hele opvoeding en zeker alle opleiding hebben alles tot onderwerp behalve de leerling zelf en zijn situatie (omgeving). Berichten aanhoren overwoekerde onder die druk alle zelf kijken. Bestaande, overgeleverde (dus in het beste geval: andermans elders ooit passend gebleken) begrippensystemen toepassen op gegevens die zich opdringen, die aandacht eisen, dat hebben we al gedaan voordat we ook maar een ogenblik zelf gekeken, waargenomen hebben, echt, onbevooroordeeld, onbeïnvloed door die ons aangeleerde standaardbril.
Die oude opmerking dat onwetendheid een bron van het lijden is, is gemaakt in een tijd en in omstandigheden waar de mensen de taal niet zover leerden dat ze er goed mee constateren konden. Toen en daar kon een verteller, een taalschenker nog helpen. Ook hier nu zijn vele boeken nog bruikbaar voor wie zich wil verlossen. Deze boeken te vinden is echter ongelofelijk moeilijk tussen zoveel miljoenen andere, waardeloze titels. Het overschreeuwen van alle boodschappen is nu eenmaal een hier (naast verkoopbaarheid eisen) gangbare techniek van censuur uitoefenen.
==//==
fo file 030492.txt / schijf geel 2 / blz. #
Vervolg op file 310392.
In het genoemde file
In dit opstel gaat het om het verband tussen het in mijn opstellen zo vaak genoemde spel 'civilisatie', 'overtreffertje met bevoorrechting' enerzijds en de inhoud van het bewustzijn van de mensen die daarin spelers en/of gebruikten zijn anderzijds. Die inhoud denk ik mij van woorden gemaakt, talig. Het kan best zijn dat hier of daar mensen hun bewustzijn vol hebben met muziek, wiskunde of beelden. O.K., daarover heb ik geen enkele gedachte.
Binnen dat spel is er de tegenstelling tussen 'democratie' en 'dictatuur'; let wel: binnen dat spel.
Binnen dat spel is liegen gewoon spelgedrag en naast waarheid en onderscheiding zijn ook onwaarheid, verwarring, verzinsel en vertekening in de woordenschat ondergebracht of zo men wil: beland, terechtgekomen.
In een echte, uitgegroeide "democratie" is het iedere ingezetene bekend dat van hem verwacht wordt dat hij zich zelf minderen aanschaft. Slechts een zeer klein deel van het daarvoor gedane wangedrag is strafbaar, dat wil zeggen dat het in het verborgene dient te gebeuren. Dat is het enige wat dat verbod zeggen wil. In een uitgegroeide democratie zijn namelijk geen zedelijke normen, er zijn alleen wetten. Een zeer groot deel van die wetten wordt niet gehandhaafd, vrijwel alle wetten worden onvolledig, de meeste vrijwel niet gehandhaafd. Niemand die echt democratisch denkt wil namelijk een politiestaat, dat is een staat waarin alle wetten maximaal worden gehandhaafd.
Het gaat in een echte democratie niet om de kwaliteit van de wetten maar om de tevredenheid van zoveel mogelijk ingezetenen met de bestaande wetten en met de mate waarin die gehandhaafd worden. Iedere echte democraat wil dat de wetten die hem voordeel brengen (= waarin voor hem voorrechten zijn vastgelegd omdat hij in de categorie bevoordeelden resp. beschermden valt) strak worden gehandhaafd. Tegen anderen dus.
Klimmen op de maatschappelijke ladder is het legitieme doel van alle echte democraten. Echte democraten zijn altijd echter democraat dan degenen die iets zwakker zijn dan zij. Hoe meer minderen men zich weet aan te schaffen des te democratischer wordt men. Elke staatsbemoeiing (wetshandhaving) is alleen maar lastig tot ze bruikbaar blijkt.
Wie chanteert weet zelfs grote waardering op te brengen voor de zedelijkheidswetgeving die hij al chanterend benut.
Het is aan iedereen zelf overgelaten in een democratie om voor zich een niche te vinden in de 'samenleving' genoemde massa vechtenden. Met doordenken heeft de wetgeving in de echte democratie geen enkel verband. Zo is bijvoorbeeld de harde drug alcohol vrij te koop en de hasj verboden. Dat betekent dat niemand Heineken mag beroven van een voorraad bier, maar de politie wordt geprezen als ze handelaar X berooft van een lading hasj. Een echte democraat lijdt niet aan zulke onbegrijpelijkheden, hij verhoogt als hasjhandelaar zijn prijs, laat net als Heineken anderen voor zich werken, gepakt worden enzovoorts. Hij weet de politie te vinden als er een wet in zijn voordeel kan worden toegepast. De wetten zijn alleen maar spelregels, handicaps, bemoeilijkende voorwaarden waaronder de goede spelers beter kunnen uitblinken.
Bij dit alles komt geen taalgebruik te pas. Deze kijk op de wereld waarin men zich aantreft wordt hoogstens door anderen van een etiket voorzien. Cynisme of pragmatisme of hoe heette dat ook weer: principeloosheid, opportunisme. Doelloos en zonder idealen wordt er gewoon al of niet met behulp van groepen gelovigen en idealisten gespeeld om voorrechten (geld, macht, aanzien).
Om die gelovigen en idealisten aan te maken en te groeperen, daarvoor is taal in gebruik. Gelovigen en idealisten maak je niet met geweldpleging, die generatie heidenen die je met geweld hebt gedoopt, ben je kwijt. Pas hun kinderen, thuis geslagen door de beangstigde ouders zijn met dreigementen (die van woorden gemaakt zijn) en tucht op school tot gelovigen en idealisten te maken. Het verhaal dat je hen vertelt is als bewustzijnsvulling te verenigen met een prettiger gevoel dan het beseffen, beschrijven, bespreken, bewusthebben van de situatie waarin ze verkeren.
Zo maak je lui die hun eigen situatie buiten hun bewustzijn houden. Daarna maak je groepen van die lui, met groepsonwaarheden, solidariteit en broederschap als lijm. En die groepen, daar kun je leider van zijn. Dan kun je meespelen. Alle moderne sekten hebben dat spelletje van de Christelijke Kerk nagespeeld. Het lukt prima. Het lukt overal in de civilisatie. Het lukt altijd met (ge)knechten, geciviliseerden, geslagen kinderen wier eigen natuurlijke wil gebroken werd (meestal door slaande, maar toch ook wel vaak door liefde-onthoudende ouders).
Ook ten aanzien van deze massa's (kinderen van angstige ouders, die hun kinderen proberen te harden voor later in de koude, niets en niemand ontziende samenleving) geldt de zaadwet: altijd als er een massa zaadjes of andere kleine voorwerpen wordt gehanteerd vallen er enige buiten, ontsnappen er enige aan de bedoelde behandeling.
Een leer (een doctrine) voor zo'n groep hoeft slechts aan deze twee eisen te voldoen: 1. de feitelijke stand en gang van zaken in het leven van de gelovige buiten zijn bewustzijn houden en 2. de gelovige een suggestie te doen om aan dit of dat zijn tijd, aandacht, energie en vaardigheden te besteden. De EO geeft daar prachtige voorbeelden van: het kan nooit te gek: eieren schilderen kan men doen voor Jezus. Hun leer voldoet aan eis 2.
Tot de feitelijke stand en gang van zaken in kwestie behoort het feit dat de gelovige gebruikt wordt als vulling voor de groep waarover de leiders heersen. Dat blijft dus onbewust. Bewust gemaakt moet echter wel worden dat er meerderen boven de gelovige moeten zijn. Daarvan zijn Christendom en Islam prachtige voorbeelden. Deze doctrines leren de gelovige zich een meerdere aan te schaffen: zich te onderwerpen aan God/Allah plus de door Hem aangewezen gebruikers van de groep. Deze (hun) gebruikers vermommen zich zo als dienaren, als bevelendoorgevers.
Vroeger in het herstel na de val van het Romeinse Rijk hier en in ontwikkelingslanden nu nog is het de armoe en ellende die de gelovigen uit hun bewustzijn gehouden wordt. Tegenwoordig hier komen de sekten aan hun vee door het werven van burgermanskinderen die vooral niets weten te beginnen met hun txaenz. Deze burgerkinderen hadden altijd al te eten, te drinken, hun merkkleding, hun merkschoenen, hun lawaai (dat ze muziek noemen) enz.. Nooit kwamen ze iets te kort, behalve "zin" voor hun leven, idealen, een oorlog waarin ze zich konden uitsloven. Ze lijden aan de vrede.
Op zich is het gewauwel van religies, godsdiensten en sekten tamelijk gemakkelijk te herkennen en in de prullebak te gooien. Gevaarlijker hiertelande hedentendage is de echte religie, die van de democratie, de bovenbeschreven 'liberale', met die burgerlijke vrijheden (dat zijn de middelen die men ongehinderd mag toepassen om zich minderen aan te schaffen).
Wat ze allemaal willen, dat is gevaarlijk: vrijheid, vrede, democratie, mensenrechten, scholing, opleiding, werk, vrijheid van meningsuiting.
Het gemeenschappelijke, vanzelfsprekende, dat blijft buiten bewustzijn. Dat alles gekocht moet worden wordt de kinderen zonder woorden duidelijk. Gewenning. Waaromvragen zijn hiertelande kenmerkend voor jonge kinderen. Schoolkinderen zijn die vragen alweer volledig kwijt.
Denk overigens niet dat er nog iets te bereiken (te veroorzaken) is buiten je eigen bewustzijn met het opsporen van die vanzelfsprekendheden. Prima analyses ervan zijn in boekvorm beschikbaar. Vrije pers, weet je wel. Maar waarheid inspireert niet, van kenners van waarheid kun je geen groep maken waarmee je kunt gaan deelnemen in het grote gevecht tussen (dat is dus voor de leiders: met gebruikmaking van) groepen. Op het niveau van dat gevecht zijn al die waarheid (omtrent het sociale, dat is: hun eigen situatie, de stand en gang van zaken om hen heen, hen rakend) tot hun bewustzijn toelatende enkelingen buiten staat iets te veroorzaken behalve hun eigen schade.
Het is een restant van een inspirerende, je voor gebruik gereed makende opvoeding, wanneer je dat betreurt, dat er niets te bereiken is voor wie met de waarheid als bewustzijnsinhoud leeft. Het hoort tot de indoctrinatie van alle groepen dat het leven zonder groepsleer als leidraad zo leeg en sombermakend en want zinloos is. Zelfs de existentialisten (zeg: 1960) wilden iedereen nog zijn leven zin laten geven. Zingeving, dat was nodig. Daar hadden de godsdiensten dan ook geen moeite mee: dat verkopen zij in hun winkels: zin. Je kunt in onze vrije samenleving zelf de winkel kiezen waarin je 'zin' voor je leven wilt aanschaffen. Sektemakers, zoals Ron Hubbard, hebben zelfs begrepen dat zij een eigen winkeltje konden openen: Scientology. en dat trekt kopers. En de staat beschermt hen als een van de vele religies. Pure flauwe kul wordt er verkondigd, maar over tweeduizend jaar is die kul net zo lang herhaald als de Roomse leer nu. Herhaling maakt de kwaliteit echt niet beter. Het christendom en de islam zijn nog steeds grote onzin, net als het veel jongere verhaal van de Mormonen.
Maar het zijn verkoopbare verzinsels, bruikbaar als speelgoed voor leiders en als waarheidsverdringingsmiddelen voor de gelovigen, vooral ook de bekeerden.
Er is voor mij bijvoorbeeld hedentendage geen enkel negatief kantje aan het beseffen van de stand en gang van zaken in mijn leven. Heel veel anderen hiertelande hoeven ook niet bang te zijn voor de waarheid omtrent hun situatie. Mits ze deze situatie echt los, absoluut, als enige tot inhoud van hun bewustzijn maken, dus zonder er een verlangplaatje naast te houden.
Keuren is geen vorm van waarheidsvinding.
Een keuringsuitslag is nooit een ware uitspraak. dat komt omdat het wensplaatje naast de werkelijkheid – nodig om te kunnen keuren – een verzinsel is en dus geen deel van wat is en dus geen bron van waarneembare en verwoordbare werkelijkheid. Dat is een beetje abstract gezegd, maar het is wel waar en veel korter kan ik het ook niet zeggen.
Hierin mag geen lofrede op wat is gelezen worden. Wat is, is slechts een van de vele mogelijkheden die konden zijn. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat de verwerkelijkte mogelijkheid beter is dan elke andere mogelijkheid. Er is niets heiligs aan wat is. Er is geen enkele reden om wat is te eerbiedigen, ook niet als het al heel lang is en/of velen heilig is.
==//==
* [Dat er hier sprake is van een spel is te zien. Bij het natuurlijke gedrag, dat geen spel is, gaat nodig-zijn vooraf aan het in actie komen. Eerst is er de dorst, dan het zoeken naar water, dan het drinken; door dat drinken gaat dan de dorst over en eindigt het bezig zijn. Wie oplet zal waarnemen dat bij 'politiek', bij het onderling vechten van groepen dus, het spannende van het spelen doel in zichzelf is, evenals het winnen. Het is uiting van een zekere ingebouwde goedaardigheid wanneer buitenstaanders het spel van de politici.o.v.tten als een strijd om middelen van bestaan. Zo zijn er mensen die oorlogen opvatten als strijd om land, mijnen en andere productiemiddelen. Wie echt kijkt zal kunnen waarnemen dat zo'n onderwerp van de oorlog er alleen is in de propaganda, als motief voor de gebruikten: de soldaten en de arbeiders. Het veroveren van een land is geenszins het einde van het spel. Er volgt op een verovering nooit een periode van rust. Het spel kent geen rust. Het spel ontleent zijn attractiviteit nu juist aan het feit dat het ononderbroken spanning en beweging geeft. Die spanning en beweging zijn surrogaten voor de spanning en beweging die de in de natuur levende mens dagelijks krijgt bij zijn zoeken naar eten en drinken en ander nodigs. Zodra in die basisbehoeften is te voorzien zonder de spanning van lukt het vandaag wel of niet, komt de mens die spanning en beweging te kort. Dan gaat die mens spelen. Spelen is het surrogaat voor natuurlijk leven. Als ze hun krachten meten met elkaar en/of met opgaven interesseert het resultaat hen niet, alleen het winnen. Geen enkel record bevredigt, geen enkele match wordt als de laatste aanvaard, elk opgelost raadsel wekt alleen de vraag naar een nieuw raadsel, een nieuwe opgave. (denk aan Mastermind). Het is voor iedereen zichtbaar dat spelen om het spelen gedaan wordt, niet om enig resultaat ervan te gebruiken. Slechts wie in het spel 'civilisatie' gebruikt en verbruikt en opgeofferd worden, kunnen er het speelse niet van inzien, zien alleen het zinloze ervan en de wreedheid jegens hen, de al of niet geslachte offers, txaenz-offers.]
** Er zijn teksten die puur propaganda zijn. Vrij vaak zijn ze duidelijk motiverend en inspirerend bedoeld en dat is vaak wel te merken.
Er zijn teksten die vrij van alle propaganda zijn. Die teksten gaan vrijwel altijd over zaken, technische zaken en natuurwetenschappelijks. Boeken over hoe het een en ander technisch is en hoe het een en ander technisch gedaan moet worden. Daarbij bevat dat een en ander nooit andere mensen, zodra een tekst over het omgaan met andere mensen gaat is het propaganda, dat is een zeer bruikbare vuistregel.
Het gevaarlijkst of minstens het moeilijkst te verwerken zijn mengsels van propaganda en waarheid.
*** Het verschil tussen "democratie" en "dictatuur" is dat er – om de inwonenden tot dienen of vechten aan te zetten – in de democratie bedrogen wordt en in de dictatuur bedreigd. De ingezetenen zijn in beide gevangenen: ze mogen niet weg en/of ze zijn in het buitenland niet welkom. In beide is alle nodigs, bruikbaars en begeerlijks al in iemands bezit. In beide is het bezit sterk geklonterd. In beide heeft de ingezetene de keuze tussen dienen, zich laten gebruiken, zijn doen en laten laten keuren, zich meerderen aanschaffen en zich minderen aanschaffen: vechten. De middelen die een onbevoorrechte, ongewapende ingezetene ter beschikking staan om zich minderen aan te schaffen zijn: 1. het intimideren van nog zwakkeren, vooral fysiek zwakkeren: vrouwen, kinderen en minder validen en 2. liegen, bedriegen.
[let op: Met stelen kom je wel aan spullen om te ruilen, te verkopen aan helers, maar je schaft je er hoogstens zeer indirect minderen mee aan: financieel minderen. Het is een hoogst gevaarlijke manier van zich ruimte verschaffen, want op deze manier werkend bedreig je de rijken, dat zijn de bewapenden.]
In het algemeen is er aan het uitbuiten van vrouwen, kinderen en minder validen wel iets te verdienen, maar het grote geld is toch weggelegd voor die onbevoorrechte die de massa der ingezetenen weet te bedriegen. In India ziet men daarvan fraaie voorbeelden in de goeroe's van het type Bhagwan.
De wereld (de massa der inwoners, gevangen in de civilisatie) wil bedrogen worden, laat ons haar bedriegen. Waardoor komt die (natuurlijk onbewust gehouden, niet als zodanig benoemde) wens bedrogen te worden tot stand?
Doordat (voor de gebruikten zonder kans op ontsnapping) de bedrieglijke, onware, verzinsels als bewustzijnsinhoud minder ongelukkige gevoelens meebrengen dan de waarheid als bewustzijnsinhoud dat doet: de waarheid omtrent hun situatie in de civilisatie: hun uitzichtloze gevangenschap, nu dwangarbeid, zeker van een doodstraf, die op onbekende datum op onbekende wijzen aan hen zal worden voltrokken.
****Welke reden zou iemand kunnen hebben om zijn txaenz te sparen? Deze gaat immers, gebruikt, besteed, of niet, toch, sowieso, verloren. Het kan zijn dat iemand niet wil bijdragen aan de txaenz die in het spel omgaat, die daarin 1. wordt verbruikt in de interacties tussen de deelnemers (spelers en gebruikten) en 2. wordt gebruikt naar wat en wie buiten spel is.
Machiavelli gaf enige aanwijzingen hoe te winnen, aan wie in het spel wilden heersen.
Jezus gaf manieren aan ertegen te tekeer te gaan: het niet uit handen geven van het initiatief zonder verzet te bieden was daarin centraal.
Daarnaast is er nog de god van het goede, wie als zijn dienaren goed doen in de wereld, stellen dat goede naast het kwade dat gedaan wordt. Samen met het als moreel te bejegenen medemensen opvatten van wie (ook ondeskundig, van Machiavelli's inzichten verstoken) spelend om te winnen kwaad doen is deze wens goeds naast het kwade te zetten een prima manier om het spel soepel te laten verlopen en lang te laten voortduren.
In dit opstel gaat het over het buiten spel blijven (resp. het weer buiten spel geraken en dan blijven).
Wie onnodig (boventallig, overbodig) is vanuit de spelers gezien hoeft hiertelande hedentendage nog niet om te komen; er is in onbruik te overleven zonder al te gevaarlijk te hoeven gaan doen (stelen en zo). Het is een min of meer vrije keuze of, wanneer en in hoeverre iemand zich tot een overtollige maakt, het gebied van overtolligheid binnengaat. Er zijn altijd niches (leefgelegenheden) buiten spel: nu de natuur niet meer zoals vroeger kan overproduceren doet de industrie dat wel.
Het neemt veel txaenz zich te ontdoen van hetgeen men aangeleerd heeft om bruikbaar, gelovig en streverig (=ontevreden, in propagandatermen: constructief ontevreden, vernieuwend, progressief), wensend en willend te worden.
*5 Het woord 'groep' is in gebruik als naam voor vele verschillende verschijnselen. Voor wat ik in dit opstel wil uitschrijven heb ik ter onderscheiding nodig de begrippen 'natuurlijke groep' en 'gebruiksgroep'. Van een natuurlijke groep wil ik spreken als er nog niemand in die groep op het idee is gekomen (en in de verwerkelijking daarvan is geslaagd) om zich boven zijn groepsgenoten te (laten) bevoorrechten. Een natuurlijke groep kent geen voorrechten en men treft er dan ook bijvoorbeeld geen bezitten aan in de hier bij ons gebruikelijke betekenis van 'bezitten is het aan het gebruikt worden door anderen onthouden van dingen ook in de tijd dat men die zelf niet gebruikt.
Een natuurlijke groep is van nut voor allen die er deel van uitmaken, maar dan ook voor allen in dezelfde mate.
Terzijde: wie vermoedt of zou constateren dat er geen natuurlijke groepen zouden bestaan of zelfs ooit bestaan zouden hebben, zou daarmee geen tegenwerping hebben ten aanzien van wat ik hier stel: dat deze soort groepen denkbaar is en dat het nodig is zich deze te denken. Zelfs wil ik stellen dat zulke groepen moeten worden gevormd.
In elke natuurlijke groep is ongelijkheid, die is er van nature, maar er zijn in die groep geen posities.
Naast de natuurlijke groepen zijn er de gestructureerde groepen, die ik 'gebruiksgroepen' noem. Het verwerpelijke van gebruiksgroepen is dat er posities in zijn, dat is alleen een andere manier om te zeggen dat er bevoorrechten in zijn. Iedere bevoorrechte "is groter", "leeft ruimer", "verteerd meer" dan hij zelf met eigen handen, met eigen vaardigheid zou kunnen veroorzaken in direct omgaan met wat buiten de groep is. Als geschiedenis, aanleiding en redenen voor het instellen en instandhouden van zulke ongelijkheidsgroepen zijn de meest aangrijpende, inspirerende, aandoenlijke en bespottelijke verhalen in omloop. Al die vele verhalen die maar geschikt bleken om tot zwijgen te brengen wie bezwaren maakten tegen het bestaan van die groepen en de gevolgen ervan.
Die verhalen hebben gemeenschappelijk dat wat niet is erin tot reden wordt gemaakt van wat is. Het zijn groepsonwaarheden. [Overigens een woord dat je in de woordenboeken tevergeefs zult zoeken.]
Het 'democratiseren' van zo'n groep betekent niets anders dan het voor alle leden niet mogelijk, maar wel onverboden maken van positie te veranderen. Dat is ook heel fraai: dat gelijkstellen van 'onverboden' en 'mogelijk'. Wie geen verbod aantreft wordt dan ook nog (wat een hoon spreekt daaruit) 'vrij' genoemd. Die lui hebben het ook altijd over 'hoe minder staat, hoe beter', maar de vermindering van de hoeveelheid staat tast nooit het verdedigen, met wapengeweld, aan van gevestigde belangen, verkregen voorrechten, het bezit.
0 Reacties