Kernleer

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: doorgangspunt | gebruiksvee | vaderlandse geschiedenis

Jaap Schot, 16-30 juli 2001

Samenvatting vooraf
Dit opstel gaat alleen over de grondstructuur van ‘de wereld’ [= van het geregelde (het spel) waar ze (“we”), als geciviliseerden aan bezig zijn]. De wereld is een mensenveehouderij: wij worden gehouden als gebruiksvee.
Alles wat we nodig hebben en alle gelegenheden om te doen wat we nodig moeten doen, worden door de bezitters waar mogelijk onttrokken en onthouden aan ons gebruik. Wij mogen pas hebben resp. doen, als we een kunstje voor ze gedaan hebben, als we gebruikt zijn: loonarbeid. Of je van boven af (door meerderen, een elite, weinigen) of van opzij (door vele gelijken) gebruikt wordt, maakt geen wezenlijk verschil: mensengebruik is mensengebruik.
Afgedwongen foute vooronderstellingen bij dit mensengebruik:
* wij vormen één ’wij’, gebruikers en gebruikten
* er is geen verschil tussen het bezitten van wat ik nodig heb voor mij, enerzijds en het bezitten van wat anderen nu wel nodig hebben en ik nu niet nodig heb, anderzijds.
=========
Waar in de wereld de initiatieven van de gebruikten nog niet gewenst zijn worden ze met bijvoorbeeld Christendom en Islam aan de daarbij passende afhankelijke knechtenmentaliteit geholpen en gehouden: onderworpen, bevelen afwachtend, gehoorzaam.
Bij ons ‘vieren’ de nieuwe gebruikten het voor hen geldende maatschappelijke regime in deelnemen aan en toeschouwen bij (sport)wedstrijden. En met gokken, speculeren en wedden. Dat is hún eredienst. Dat is hún religie.
Het doel met (sport)wedstrijden is: het aanmaken van verliezers en hun gevoel daarbij. Allen op één na zijn a.s. verliezers en ze strijden met elkaar, dus niet met hun onderdrukkers, die hen gebruiken. Wij mogen noch onze parasieten(-soortgenoten) noch de criminelen die ons kwaad doen wegwerken of zelfs maar bestrijden.

Ik heb nog een poosje gedacht dat die criminelenhelpers (advocaten / strafpleiters) wat ‘tijdverschoven’ dachten en voelden. Dat die voor hun gevoel bezig waren de aangeklaagden te verdedigen tegen de Nazi-rechters en de heksenvervolgers. Dat is niet zo, structureel niet, misschien incidenteel, bij deze of gene uit die beroepsgroep. In feite is de ‘ecologische’ functie van de crimineel in deze civilisatie: de schrik aanmaken die in een schrikbewind door de dictator wordt verspreid (Stalin e.d.). De schapen moeten van de herders houden, als er geen vijand (wolven, beren) buiten is, dan maar een vijand binnen, bescherm diegenen van hen die ervoor zorgen dat de rest zich onveilig voelt.

De leer is:

  1. je zult jezelf bekijken met de keurende blik van de (gebruiks)veekoper. Daartoe zijn er spiegels en de terminologie: ‘blondine’ analoog aan een roodbonte (koe).
  2. je zult jezelf en anderen rangschikken.
  3. je zult proberen te overtreffen, je eigen prestaties en die van anderen.
  4. je bent op geen enkel moment in je leven aanvaardbaar (o.k.) zoals je bent.
  5. je bent alleen maar een verbruiksartikel, een even bruikbaar wegwerpding. Van je soort is een overschot en als je bruikbaar wilt blijven moet je ononderbroken veranderen om te blijven passen bij hetgeen gebruikt (de technologie).
  6. je bioritme en dergelijke ‘natuurlijke’ dingen van je zijn storing in het door de kloktijd geregelde geheel.
  7. en zo voorts.

Het is de maatschappelijke taak van de sporter dat (die leerstellingen dus) voor te leven aan de massa toeschouwers.
Naast ‘sportief’ is ook ‘nieuw’ een positief geladen woord. Ondernemers (startende en vernieuwende) en kunstenaars moeten voorleven dat ook vernieuwen een taak is van de gebruikten zelf. De gebruikers hebben, als parasieten, niet alleen geen zin om voor zichzelf te zorgen met hun eigen txaenz alleen, ze hebben ook geen zin nieuwe dingen te verzinnen. Ook daarvoor moeten de gebruikten, de slaven in zelfbezit, zich op eigen initiatief zelf inzetten.

Iedereen met koopkracht, die meer gebruikt dan het tegenwicht van zijn eigen txaenz is een (deeltijd)gebruiker. Dat wil hij niet weten: hij wil gebruiken, maar niet weten dat hij gebruikt. En nog minder wil hij dat de gebruikten dat opmerken (dat hij hen gebruikt dus). Het is verboden achter het gebeuren een verzameling daders te vermoeden (een complot van lui die niet alleen het feitelijke regime kennen, zoals iedereen, maar het ook weten, bewust hebben, begrepen en besproken). De officiële leer [voor het bespreken van het gebeuren ‘als geheel’ en ‘als van een afstand’] is: het evolutieparadigma.

Ik wou begrijpen hoe de wereld waarin ik geboren ben, in elkaar zit, waar ze aan bezig zijn. Nou, dit is het, zo is me gebleken. Om te begrijpen moet ik alle details weglaten: de witkwast over alle schilderijen en versieringen en kleur. Aldus de structuur van het gebouw beter zichtbaar makend.
Wat de mensen in kwestie erbij zeggen, denken en voelen is totaal niet mijn onderwerp. Niet alles wat ze bedoelen is mijn onderwerp, maar wat ze veroorzaken, nee nog minder: wat er resulteert uit wat ze veroorzaken: veel gestreef doet alleen andermans gestreef teniet. Dat helpt dus niet.
Hoe ze het begrijpen en bespreken is voor mij als beschouwer van geen belang. Voor henzelf en hun gevoel wel, maar dat is voor een ander geen waarneembaar gegeven. Psychologie (de wetenschap) is voor wat betreft die vraag omtrent de bouw (de structuur) van de wereld een houtweg, doodlopend dus ergens in het grote bos.
=========
Ik KEN niets wat voor de lezer nieuw en/of ontoegankelijk is. Ik bespreek het vanzelfsprekende, dat gewoonlijk onbenoemd en onbesproken blijft, moet blijven, tegen de onrust. Ik laat het gewone praten over het actuele en anekdotische na. En vooral: ik benoem onverhuld en beschrijvend. Benoemen is ongelijk aan ‘etiketten plakken’. ‘Het beestje bij de naam noemen’ is de staande uitdrukking voor wat ik doe. En vooral: onderscheiden natuurlijk, ook dat verwijdert omhullingen.
=========
Overleven is voorwaarde voor LEVEN.
Wij worden gehouden als gebruiksvee en wie ons houden hebben alles wat wij nodig hebben en moeten (om te overleven en zelfs om te LEVEN ) in hun bezit: de spullen en de gelegenheden. ‘In hun bezit’, dat wil zeggen: ze zitten er op en verdedigen het tegen ons, onthouden het aan ons gebruik, dreigend met wapens en steeds tonend tot geweld bereid te zijn.
Centraal hierbij is dat wij gedwongen worden te geloven:
1. dat er geen wezenlijk verschil is tussen het bezit van eigen nodigs enerzijds en het bezit van wat voor anderen nodig is anderzijds.
Wij moeten blij (leren) zijn met ‘blauw’ (politie, eigendomsbeschermers) op straat en elders. En dat terwijl het toch diezelfde macht is die de gebruikers hun ‘koopkracht’ genoemde macht geeft. Wie zorgen er voor dat wij blauw op straat en elders willen? Juist: de vrijwillige maatschappelijke functionarissen die wij ‘(kleine en grote) ‘criminelen’ noemen.
2. Dat bezitters / gebruikers /’ kunstjes - afdwingers’ en gebruikten samen één ‘wij’ zijn (vormen). Verhuld parasitisme binnen één diersoort (de mens).
De bezitters geven ons (koopkrachtige) bevelen en pas als we daaraan gehoorzaamd hebben, krijgen wij een deel van wat we nodig hebben: vrijheid en nodigs dat niet onmiddellijk gemist wordt, wordt ons zo lang mogelijk onthouden.
Loonarbeid is gehoorzamen, het is geen helpen en ook geen ‘taak vervullen’ (zoals in een organisme) of een functie hebben (zoals in een ecosysteem). Het bevel komt van een soeverein en is zinloos teneinde vernederend te zijn en daardoor voor het tonen van de eigen hogere rang werkzaam. Het nodige ‘telt niet’ in de civilisatie, wijst immers op de gelijkheid voor de natuur van koper en leverancier, van Koning (Klant) en knecht, van heer en slaaf.
3. Dat nodig en onnodig niet dienen te worden onderscheiden in deze context van loonarbeid.
Koopwaar is koopwaar. Bestelling is bestelling. Moraal is er, zo al, buiten de economie en buiten de civilisatie, namelijk in wat ik de cultuur, de tradities, de adat noem.
===========
Uit de geschiedenis:
De bevelen van de Keizer ( = van de maatschappij, = van de gezamenlijke mensengebruikers / bezitters van alles wat te bezitten is, = van Koning Klant) gaan vóór het nodige, zeg maar even: voor de bevelen van de Schepper. De Keizer is meer dan God. “Du bist nichts, dein Volk ist alles., zei Adolf H. te B. en zijn aankondiger zei: “De Fuehrer ís Duitsland.” Ook Stalinisme is zoiets geweest, de partij is voor de variatie eens onverhuld onpersoonlijk.
Voor de enkeling bleef alles eender:
eerst Hij (of het), dan jij, misschien, ooit, even.
========
Christendom en Islam passen in de feodale manier van mensen gebruiken: slaven en lijfeigenen en Heren met een Opperheer. Godsdienstoefeningen zijn:knielen, buigen, zich onderdanig tonen, bidden, smeken en klagen. De gelovige prent zich dagelijks in niets waard te zijn, afhankelijk, altijd beladen met schuld en altijd fout bezig of geneigd zo bezig te gaan.
De regeling in de mensenveehouderij is ‘bij ons’, nu anders. De gebruikten zijn nu ‘slaven in zelfbezit’. Ze moeten nu voor zichzelf zorgen en niet wachten op bevelen, maar diensten aanbieden. Ze zijn (officieel) geen vee dat gehouden en ingezet wórdt, ze moeten initiatief nemen tot dienen. Ze (de nieuwe gebruikten) vieren deze regeling in de (sport)wedstrijden, zoals de Christenen hun (slechts buiten de wereld geldende) verlossing vierden in de eredienst, de mis en zo. Dit alles gebeurt terwijl ze bij kennis zijn en er hen dus niets nieuws verteld wordt als ze gewezen worden op wat ze aan het doen zijn (maar: het gebeurt onbewust, onverwoord, onbegrepen en onbesproken). Zowel sporters als supporters vieren die openluchtmissen van hen zonder dat ze er erg in hebben religieus bezig te zijn, bezig de religie (de heilige regels van de maatschappij) zich in te prenten, te herhalen en te laten voorleven, op precies dezelfde wijze als waarop dat destijds gebeurde met de staatsgodsdiensten. Eén enkele God, één enkele tsaar. Voor de jongeren catechisatie, daarna gewoonte en opgaan in de show. Het verborgen onderwijsdoel met de school is: het initiatief kwijtraken ten aanzien van het belang stellen in zaken waar je iets van wilt weten en leren. Het verborgen doel met de massasport (en het toekijken bij sport in het algemeen, en denken daaraan en praten daarover) is: het voorgeschreven zich schikken in het gelaagd zijn van de maatschappij aanleren en vasthouden. Zich meten met de anderen en het zich proberen op te zwepen tot hoger prestaties voor een symbolische en/of financiële prijs, dat moet je gewoon gaan vinden en blijven vinden.
De uitzendingen waarin de ongelukken bij het sporten getoond worden zijn van groot belang. Ze tonen dat de echte sporter echt zijn lijf en gezondheid achterstelt, minder acht dan het presteren. Dat is de juiste mentaliteit voor gebruiksvee: circusdieren en trekpaarden. Toen ik dat enige tijd geleden nog maar weer eens uitschreef, dacht ik: zo erg zal het toch niet zijn. Maar dan is er altijd de televisie, die laat zien dat het nog veel erger is.
Het gaat er om dat de sporter ‘zelf’ zijn gezondheid op het spel zet en wel zichtbaar, niet door zich in het geniep te laten volspuiten. Het moet wel daarom zijn dat de Olympische Spelen, voor onbetaalde sporters, zo belangrijk zijn als ‘mis’, als religieus spektakel. Betaalde sporters zijn zichtbaar gebruiksvee, dat is niet religieus meer. Als een mensengebruiker zijn vee laat verongelukken is hij aansprakelijk. Dat is een restant van wat de vakbonden bereikten, tegen de politie (<----- de mensengebruikers) in. Nee, die sporters, die moeten het ‘vrijwillig’ doen. En dan is het aanmaken van ontelbare verliezers (verliesgevoelens, de ervaring van minderwaardigheid) ook niet meer herkenbaar als een bezigheid van de mensengebruikers, die hoe dan ook in ieder kind het gevoel moeten planten een strijd verloren te hebben en terecht onderworpen te zijn. Daarom moet sport en wedstrijd en wedijveren ook verplicht zijn (op school). Dat is wat je daar (in de sport) moet leren, het geeft absoluut niet, aan wélke sport je de kinderen laat doen, waar en hoe je ze van wie laat verliezen. Als ze maar verliezen, daar gaat het om. En als de winnaars maar beloond worden, dan kan er geloofd worden dat wie het geld (het loon), de eer, de hoge plaats hébben, wel winnaars zullen zijn, blijkbaar toch? Nou, daar gaat het om: dat ze denken te zien dat het in orde is, zoals het is. En daarvoor zijn de sporters bezig en dat zuigen de toeschouwers (onbewust natuurlijk) in zich op.
Ik wou begrijpen hoe de wereld waarin ik geboren ben, in elkaar zit, waar ze aan bezig zijn. Nou, dit is het, zo is me gebleken.

Theologie en economie zijn de respectievelijke bijbehorende schijnwetenschappen. Schrijf in steno, dan wordt het vanzelf een vergaderingsverslag. Ze werken met verzinsels (goden en engelen) en met ‘Ausschnitte’ (‘hetgeen in guldens te kwantificeren is’ en ‘de enkeling-klant met een vrije wil en een ingebouwde rekenmachine en ‘voorkeurenweger’) in plaats van met door het verlopen van de proeven te corrigeren concepten: hé, het golft niet, hé, er is geen onbegonnen tijd zonder rek. De ECHTE wetenschapper is blij als een model (paradigma, bespreekbeeld) door de feiten geveld wordt: de theoloog wordt boos en roept, evenals de econoom, op tot oorlog. Burgeroorlog, koude oorlog.
Er waart in de media (radio en televisie bedoel ik) een econoom rond die orthodox is, hij gelooft in zijn schijnwetenschap en roept op de landbouw en veeteelt uit Nederland te verwijderen. Hij berekent dat dat goedkoper is en dat is dan voldoende reden om te handelen. Die man is een schoolvoorbeeld en jawel, hoogleraar.

Het fabrieksmatige aanmaken van goederen en het txaenzzuinig organiseren van diensten maakte het probleem van het gebruiken van de overschietende, overtollige txaenz voor de bazen (gebruikers en hun ‘managers’ en politici) onoplosbaar en dus werden alle aanwezigen ieder met hun deel ervan opgescheept. Dat werd verkocht als ‘meer vrijheid’, zelfbeschikking.
* Ze ‘mogen’ nu voor zichzelf zorgen, maar niet stelen en geen bevoegden verdringen.
* Ze ‘mogen’ initiatieven nemen en wel tot dienen, ze mogen zelf diensten verzinnen en die (te koop) aanbieden.
* Ze mogen ook zelf gokken ( o.a. speculeren op de beurs), maar op eigen risico. Via de beurs worden ingelegde gelden herverdeeld en voor zover er echte winst is, is die afkomstig van daar waar nog ‘klassiek’ knechten worden gebruikt (lage lonen landen en dergelijke verhalen).
* Ze mogen ook ‘in de goot’ terechtkomen, die goten worden niet meer van Rijkswege leeggehaald (Veenhuizen is dicht), er scharrelen alleen nog wat van die aanhangers van knechtenreligies bij rond en een vreemde civilisatievariant daarvan uit de tijd van de sociaal-democratie, die poging het zorgen voor gebruikten te laten doen door beroepshulpverleners, betaald (via belastingen) door de gezamenlijke gebruikers die geen mensenbezitters meer waren.
==========
Met behulp van dit opstel begrijp ik waarom er in de stroom ‘nieuws’ zoveel ‘sport’ en zoveel ‘beurs’ te vinden is tegenwoordig.
Ware uitspraken zijn altijd uitspraken binnen een begrippensysteem. Er is vast wel altijd een ander begrippensysteem denkbaar, bedenkbaar. Dat maakt dat die ware uitspraken niet ‘absoluut’ zijn en: ze doen de beschreven verschijnselen niets: ze onderhouden ze niet en ze veranderen ze niet.
Voor wat ik ken een begrippensysteem aanmaken (wat deels kiezen is natuurlijk) dat doe ik omdat ik in mijn kennis orde nodig heb. Ik heb en krijg geen greep op het mij omgevende gebeuren, niet met en niet zonder begrijpen. Maar ik word er rustiger van. Dat is mijn ‘motivatie’. En voor geheim houden heb ik evenmin een motief als voor ‘met reclame en propaganda onder andermans aandacht brengen’.

2. Het verloop van het leven van de mensen.
=============

We zagen dat de wereld een slavenhouderij is en was. Allerlei vormen en regelingen zijn gewijzigd in de loop van de tijd, maar wezenlijk is er niets veranderd.
In die omgeving verloopt ons leven. (Leven, dat is een specifieke vorm van bestaan.)
We onderscheiden tussen lijfelijk leven en psychisch leven en van dat lijfelijke kan ik alleen maar navertellen, dat doe ik dus niet. Iedereen wordt gewoon ouder en ouder en gaat dan al of niet via ziekten en lijden dood. Punt. Voor het zo goed mogelijk en zo lang mogelijk zo, leven is het nodig te voorzien in het nodige: eten, drinken, rust, wat te doen voor elk orgaan, voor geen enkel orgaan te veel. Die organen, daar zit enorm veel KUNNEN in, opgeslagen in de bouw ervan. Zonder woorden en begrippen melden de verschillende organen wat ze nodig hebben en als kind leren we, ook zonder woorden meestal, wat we kunnen eten en drinken en anders nog kunnen doen om aan die gemelde ‘behoeften’ te voldoen. Als volwassene weten we dingen als ‘spinazie, dat kan ik eten, daar blijf ik gezond bij’. En nog duizend andere soortgelijke ervaringsgegevens, ervaring met het eigen lijf. Daarbinnen blijven is meestal ‘het gezondst’.
=========
Het gaat er om het eigen lichaam liefdevol te verzorgen: het is het enige waarin je bestaat. Gebruik hierbij alleen die eigen ervaring met eigen lijf, niet die ontelbare religieuze en medische en kwakzalvige reclamepraatjes. Die praatjes zijn afkomstig van ongerustmakers die aan het doen alsof ze andermans lijf kennen geld verdienen. Adviezen omtrent voedsel zijn altijd overbodig en zeer vaak schadelijk. De enige uitzondering wordt gevormd door adviezen die tegen eerder gevolgde schadelijke adviezen in gaan. Naast de ongerustmakers zijn die lui luidruchtig die ons ertoe proberen aan te zetten de luxe van rijkeren en elders na te apen. Die enorm schadelijke propaganda dat eten LEKKER (of erger: ‘exquise’ of zo) zou moeten zijn. Die zetten ons aan tot het eten van dingen die wij niet heel vroeg hebben leren kennen en waaraan we dus geen ervaring met ons lijf opdeden. Zelfs als hetgeen we dan, daar in stinkend, eten niet giftig voor ons is, verpesten we er toch onze instelling tegenover ons lijf mee, want we eten dan niet onder leiding van ons lijf, maar onder leiding van onze gehoorzaamheid aan suggesties en aan onze begeerte. We doen onnodigs op de plaats van nodigs en dat is een fundamentele fout, die kleeft aan het leven als vee, dat wil zeggen: met VERVELING. Verveeling, zou je bijna schrijven. We kunnen geen plezier beleven aan het kopen van ons gewone eten, we moeten zo vaak hetzelfde doen, dat we om te voldoen aan de behoefte van de hersenen aan leerbare nieuwe dingen, de andere organen gaan belasten met nieuw eten en met alcohol, nicotine, en al die andere psychotrope stoffen, die niets anders zijn dan surrogaten voor de in het wild vanzelf ons gegeven moeiten, succes en vreugde en overgaande moeheid.
==========
Met je verstand je lichaam (de rest van de organen naast de hersens) proberen te leiden is hovaardij en onmetelijke domheid. Je lichaam moet zijn eigen leven LEIDEN, DUS: NIET NADOEN EN NIET MEEDOEN.
Er zijn mensen, mogelijke lezers, die al vele jaren van meedoen en nadoen en adviezen volgen en ‘lijnen’ en ‘iets van zichzelf maken’ achter de rug hebben en diegenen onder hen zijn er het ergst aan toe, die niet op een vroeger gezond gedragpatroon (inclusief eten en bewegen) kunnen terugvallen. Die mensen hebben echt pech.
=======
Meer heb ik niet over ‘het lijf’. Nu over de ziel, de geest, het brein.
========
Het woord ‘psyche’ suggereert dat er iets is dat zo heet. Nee dus. Hetzelfde geldt voor ‘geest’. Wat er is, wat bestaat, wat een naam kan drágen, dat zijn de hersens met daarin sporen van wat we ooit zagen, hoorden, enz.: sporen waar nieuwe waarnemingen bij binnenkomen en die samen, als eerder aanwezigen, die nieuwkomers opvangen (en ‘behandelen’). Die APPERCEPTIEVE MASSA (sporen).
==========
Die apperceptieve massa verandert levenslang, net als ons lijf, maar daar niet mee! Zo kunnen we jong blijven ‘van geest’, tot de hersens als orgaan weigeren natuurlijk, maar dat is een andere zaak. Een ervaring, hoezeer ook een herhaling van een vroegere, komt nooit twee keer bij dezelfde apperceptieve massa binnen (herlees maar eens een boek, na enkele jaren, dan blijk je verandert, dat boek bleef hetzelfde).
Het tot stand komen en zó worden van mijn apperceptieve massa gebeurt, ik DOE het niet, het is en blijft buiten mijn schuld en toedoen. Dat ik deze apperceptieve massa ben (of heb, dit naar keuze) is evenmin mijn verdienste. ánderen hebben in deze verdiensten, doordat ze aardig waren voor me en/of lulligs nalieten jegens mij. Ik kon en kan mijn ervaringen niet kiezen. Dat ik ben zoals ik ben heeft mijn omgeving aan zichzelf te danken. Tenzij ik verhuis, vreemden ontmoet en tot mijn vrienden en zo maak.
==========
Zo’n verzameling herinnerbare sporen als die apperceptieve massa van een volwassen mens, ach nee, van elke jaren oude mens, is, die is zo omvangrijk, dat ze niet te kennen is, niet voor de ‘houder’ ervan zelf en niet voor een ander. Dat hoeft ook helemaal niet, als iedereen maar weet dat het niet de verdienste én niet de schuld is van mij ‘dat ik ben zoals ik ben’, wat een slordige manier is om te zeggen: dat hier een apperceptieve massa is, die zó is.
==========
Waarom moet ik nu van tijd tot tijd dingen doen die ik heel vroeg als ‘comfortabel’ heb leren zien (want ervaren)? Wel, dat is niet zo moeilijk te begrijpen dus: het is het bericht aan een deel van die sporen: ‘jullie zijn nog ter zake, er is nog een basis van overeenkomst tussen nu hier en toen daar, tussen deze mensen en die mensen die bijdroegen aan ‘zó-worden’.
En het zijn de hersenen (de leerfunctie ervan) die behoefte hebben aan nieuws, niet de apperceptieve massa, tenminste na de kindertijd niet meer zoveel.
Daar is een truc voor om deze strijdige wensen van apperceptieve massa (blij HERkennen) en hersenen (lekker nieuws vinden) met elkaar te verzoenen: orde brengen in wat je herkent: niet tevreden zijn met herkennen en weten hoe je er veilig mee om kunt gaan, maar even doorvragen: wat gebeurt hier eigenlijk? Meestal: wat DOEN die anderen en dieper en wijzer is de vraag DOEN ze wel iets, is het niet zo dat er door hen heen gebeurt (via hun apperceptieve massa, die uit HUN verleden stamt en waar ze waarschijnlijk nauwelijks ooit een gedachte en/of enig opletten aan besteed hebben)? Wat jij daar dan ‘ontmoet’ behoort eigenlijk niet hun naam te dragen, maar die van hun omgeving toen die het ‘gepraegt’ heeft, gevormd, ‘beindrukt’, in de vorm die ze hebben GEPERST.
Die overweging vergeeft niet en k(l)eurt niet goed wat fout is, maar verwijdert elk gewicht van diegene die daar bezig is. Die ander wordt in jouw visie op hem, tot wat hij zeer, zeer waarschijnlijk is (in feite) een DOORGEEFLUIK (een doorgangspunt van oorzaken [/ werkingen (germanisme))].
==========
Dit, - dat er een IK moet worden gepostuleerd en door het er-via besteden van txaenz op gang en tot stand gebracht -, heb ik pas dit jaar, n.a.v. Maria’s dood ingezien en geformuleerd. Er is een heel lang opstel over. Maar het kan met deze weinige woorden ook al enigszins begrepen worden.
Het is ermee als met body building: iedereen krijgt sowieso een lijf met een vorm en het is echt niet zo dat body building hoeft. Wie het doet (met mate) krijgt er vaak wel een fraaier lijf van. Het mooiste is het natuurlijk als het doen van het nodige ‘zorgt’ voor een goede, evenwichtige ontwikkeling van alle spieren.
Zo is het ook met die apperceptieve massa: er is niemand anders met macht bezig jou te vormen, meestal niet tenminste. Je wordt zoals het toeval en de toevallige anderen jou toevallig (MEDE, ook een beetje dus) maken. Steeds minder láát een groot geworden verzameling sporen zich sterk beinvloeden.
Zelfkennis nastreven hoeft net zo min als body building. Maar af en toe iets goeds doen voor je lijf is net zo als af en toe iets goeds doen voor je apperceptieve massa, even een beetje aandacht:wat werkt hier in ’s hemelsnaam door mij heen?
Die vraag. Het is het IK dat die vraag stelt, niet de apperceptieve massa zelf. Nadat het IK die vraag invoerde en er txaenz door liet stromen, mee besteedde, is dat IK deel van de apperceptieve massa en dan loopt die ‘zaak’ verder met de rest mee.

We zagen dat de wereld een slavenhouderij is en was. Allerlei vormen en regelingen zijn gewijzigd in de loop van de tijd, maar wezenlijk is er niets veranderd.
In die omgeving verloopt ons leven. (Leven, dat is een specifieke vorm van bestaan.)
We worden als gebruiksvee gehouden en zolang we ons niet door woorden en bespreekbeelden laten misleiden zorgt deze constatering ervoor dat we geen onverwachte dingen zien gebeuren om en jegens ons. ‘In het sociale’ dan, want daar gaat dit over. Het doel met het aanmaken van ‘wetenschappelijke’ begrippensystemen is onverwachtheid te verminderen. Dat zit dus goed. Een tweede doel ermee is begrippen aan te maken die niet uit verzonnen verhalen komen. Onverbloemd benoemen en beschrijven, daar gaat het om. Dat wordt dus:
Ze houden elkaar als vee, gebruiken elkaar en ze rangschikken zich:
1. knechtelijk, in competitie, zich opstellend naar kunnen om de gebruikers het kiezen van wie ze uitvoeren van het bevel zullen gunnen te vergemakkelijken.
2. heerlijk, in strijd om de hegemonie, de baasschap over anderen als ongebruikten, als edelparasieten opgevat, als heren dus.
Al die cultuur (aan de hoven en daar waar men die na-aapt) en die spanning bij sport, dat is alleen glijmiddel, smeerolie. Alle parafernalia en vormen van de stand en de rang zijn wezenloos oppervlak.
=========
Binnen de civilisatie(s) is de hele ‘cultuur’ (de gezamenlijke afgedwongen kunsten en kunstjes plus de uitgevonden technieken en de opgedrongen gewoonten) is hol, wat te zien is aan het variëren ervan met tijd en plaats.

Wat is er dan over? Wat is er nog de moeite waard als het oppervlakkige wordt verworpen als onderwerp? Is het niet met de oppervlakte dat het grote gebeuren ons, concrete levende mensen raakt? Ja, zoals bij een fles of een muis die in een draaikolk meegevoerd wordt. Verzet is niet alleen zinloos vanwege het krachtsverschil maar ook vanwege het aangrijpingspunt der drijvende resp. weerstrevende krachten.
=======
Tegen de wetenschap die met theorieën tracht waarheid te winnen en verwachten passend te maken, in, staat, werkt, streeft de propaganda. Het waarnemen van dat waarmee de mensen in aanraking komen, kan niet voorkomen worden. Dan probeert de gebruiker de gebruikten te verhinderen te begrijpen wat ze waarnemen (dus kennen). De propaganda is er om te veroorzaken dat ze verkeerd praten, denken, spreken over wat ze kennen. Mystificatie, begoocheling. En daarnaast vooral maximaal veel AFLEIDING van de aandacht naar oppervlak, naar actualiteit, naar niets (sport en ‘hanengevechten’).
=========
De mensen in de civilisaties denken massaal over NIETS, het grote niets, de totale leegte, de volstrekte oppervlakte (inclusief het verleden, waarvan het bestaan pure suggestie is, net als overigens, tot nu toe voor alle praktische doeleinden, de toekomst). Napraten, meepraten en doorpraten als de kennis afwezig is, dat is waar te nemen.
========
Er blijft inderdaad zeer weinig over. Er is namelijk niet zo vreselijk veel aan de hand, niet zo veel groots, niet zoveel ‘natuurwetmatigs’: er is een aantal natuurwetten over een lekke fietsband, maar het kennen daarvan doet niet zoveel lucht toestromen en/of binnen blijven en plakt geen gaatjes. Dat feit maakt die natuurwetten niet minder de moeite van het weten waard. Zo is het ook met de samenvatting (de ik in deze opstellen geef) van wat ons overkomt en omringt.
=============
‘Civilisatie’ is (biologisch besproken) gewoon de vorm die de mensenplaag heeft aangenomen. Iedere plaag eindigt ooit en wel gewelddadig en onaangenaam voor de laatste ’jaargangen’ exemplaren. Daaraan vooraf gaat onmetelijk en ongemeten leed voor de andere soorten. Een natuurgegeven, verder niets. Onbedoeld en onbeïnvloedbaar.
========
Er wordt ook binnen de plaag en tijdens de ‘bloei’ van de plaag veel geleden en dat lijden is op het niveau van de lekke band, concreet. De boom in de zomerstorm ontwortelt doordat al die blaadjes zich vasthouden aan hun steeltjes, die aan de twijgen en die aan te takken en die aan de stam. Spontane en onbedoelde summatie (‘optelling’, bijeenvoeging). Al die miljarden mensen die vasthouden aan hun leven van het gebruikt worden en geplaatst zijn in het systeem, leveren samen de txaenzstroom die de maalstroom (de draaikolk) is die alles en allen vernietigt, ontijdig en onnodig wreed. Toevallig voordeel hebben van wat er gaande is, is nog ongelijk aan macht hebben en daarmee eigen voordeel veroorzaken.
=========
Religies en inspirerende verhalen (Vaderlandse Geschiedenis en Amerikaanse dromen en zo) suggereren dat het gebeuren deels gedaan wordt, grootstendeels.
De cultuur (die samenleving, die aan het houden van mensen als vee voorafging in de tijd) leerde en praktiseerde dat er veiligheid en comfort gewonnen kunnen worden door elkaar vast te houden in het onvermijdelijk meegenomen worden in het grote gebeuren. Deze leer moest (juist ook door de jongeren) worden gepraktiseerd voordat ze werd begrepen en dat ging allemaal goed tot de civilisatie toesloeg en het contact van ouderen met jongeren verbroken werd. Toen konden de regels ook worden gebruikt als leidsels om anderen mee te mennen en te gebruiken (zoals paarden gebruikt worden).

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën in Jaap’s teksten

Recente reacties