Jaap Schot, 4 januari 1985
In dit opstel gebruik ik keukenzout (NaCl), beschreven op de sterk vereenvoudigde manier waarop ik dat op school leerde, als beeld voor dwang. Ik stel vast dat de concentratie, -de hoeveelheid per hoeveelheid andere ingredienten- bepalend is voor de gevolgen van de aanwezigheid van zout c.q. van geweld. Ik stel vast dat ik het geweld kwaad noem, afziend van de concentratie waarin het voorkomt. Niet afziend van de situatie in kwestie. Ik gebruik hier (nog) dwang en geweld door elkaar, er is hier ook een verband, een overlap, wellicht een samenvallen.
1. De civilisatie als parelverwekker. Kunsten, ambachten, wetenschap en technologie als parels.
Elders heb ik mij al uitgeschreven over de dwang om iets onnodigs te doen, die uitgaat van de civilisatie, waarin het nodige uiterst efficient wordt gedaan door een klein percentage van de arbeidende bevolking, op de rest van de bevolking. Het voor hun leven en welzijn nodige, dat reeds geproduceerd is, wordt door de bezitters ervan pas aan die restbevolking uitgereikt wanneer deze een tegenprestatie daarvoor hebben geleverd, naar tevredenheid van deze bezitters . Je bent of overgeleverd, bezitloos, in nood, slechts tot stelen en stropen in de gelegenheid, of als rechthebbende, bezitter, medeplichtig aan en belanghebbend bij het voortbestaan en gelijk gericht blijven van de stand en gang van zaken in de wereld.
Op deze manier wordt er in civilisaties van die restbevolking creativiteit afgedwongen. De armoede van diegenen die niets nieuws weten te vinden en niets bestaands uitzonderlijk goed kunnen is de concrete uitwerking van die dwang. Die armoede is geen ongeluk en wordt niet veroorzaakt door de onbegaafdheid van de armen om zich in de natuur, waarvoor ze geschapen zijn, in leven te houden, noch door hun ongeschiktheid om in cultuur samen levend met anderen hun leven voldoende te onderhouden. De armoede is noodzakelijk voor het systeem van dwingen, dat de civilisatie is: geen armoe, dan geen creativiteit, geen creativiteit, dan geen vooruitgang of ontwikkeling.
Wie ontwikkelt, schept (daartoe) armoe.
Van een te ontwikkelen volk, maakt men eerst een arm volk, dat 1e niet langer in de gelegenheid is in het nodige voor zijn leven en welzijn te voorzien en dat 2e zich "helaas niet hebbend" voelt ten opzichte van nieuw geziene goederen (kleding en ijzeren bijlen b.v.). Om een volk de gelegenheid te ontnemen voor zichzelf te zorgen, staan vele wegen open,b.v.: -het invoeren van grondbezit -het in leven helpen houden van teveel kinderen -het wegvoeren van grote hoeveelheden mensen als slaven. Ongeciviliseerde volken zijn noch waren groepen zwaar en superieur bewapende, gewaarschuwde, doordachten met supersterke karakters en onbegrensde voorschouw. Daarom hebben ze het allemaal verloren van de kolonisatoren.
Wie vooruit wil, wil (daartoe) armoe.
Wie topprestaties, topkwaliteit en overvloedig aanbod wil, wil (daartoe) concurrentie en competitie (veel sollicitanten voor elke baan).
Wie wil dwingen zonder armoe als dreigende mogelijke werkelijkheid -voor iedereen in de buurt (of in het nieuwsjournaal)- zal proberen te werken met verleiding en met moraal. Wie wil opjutten zonder zweep, zal beloningen in het vooruitzicht stellen: salarissen, winst of prijzen in een loterij of quiz. De beloningen en de prijzen hebben alle dezelfde herkomst: ze worden opgebracht, ingebracht door de gezamenlijke deelnemers.
Vanuit wie dwingen gezien is het invoeren van armoede geen doel, maar slechts een middel. Een volk heeft het aan zichzelf te wijten als er armoede heerst, dan moet het zich maar inspannen voor de kar van de vooruitgang. Dan moet het volk zich maar richten tegen de natuur in en om zich, zodat het de wapens der bezitters achter zich vindt in plaats van voor zich. Op hen gericht blijven die wapens in ieder geval en er zijn meer wapens in handen der rijken die eisen, dan in handen der arm gemaakten. Zo zit dat en daarmee basta.
Het wemelt vanzelfsprekend van de mensen die tegen het zo zitten van de zaken zijn, maar zij maken altijd wel enkele fouten alvorens te revolteren. Zo maakte de Rote Armee Fraktion de fout te denken dat er een arme volksmassa zou zijn die van die dwang verlost zou willen worden teneinde dan zelf te gaan leven. Door die foutieve aanname mislukte haar opstand toch, hoewel deze al vanuit het inzicht werd begonnen dat alle macht uit de loop van een geweer komt en er geen legitieme of illegitieme macht bestaat.
Provo vergiste zich toen het dacht dat de leidinggevenden in de civilisatie aanspreekbaar zouden zijn voor de facadeverhalen die aan het gewone volk verteld worden om het een bij hun situatie dadenloos makend bewustzijn te bezorgen. Zij, de provo's, gingen er bij wijze van spreken van uit dat een paus toch wel in God zou geloven. Zo'n aanname is onjuist gebleken. De leidinggevenden zijn onaanspreekbaar, ze zijn alleen maar gevoelig voor veranderingen in de richting waarin de ontwikkelingen in de maatschappij gaan. Daar moeten ze gevoelig voor zijn, want zij zijn ten opzichte van het volk als een boegbeeld ten opzichte van een schip : vooraan, maar niet richtinggevend. Alles wat een buitenstaander, die nog niet alleen maar de richting verwoordt, waarin het volk al handelt, zegt, is een waarschuwing. Ieder protest, ieder verzoek, is een waarschuwing voor de houders van gevestigde belangen. Zij kunnen en zullen proberen om de voorstellers van veranderingen tegen te werken, het zwijgen op te leggen, te voorkomen dat ze invloed en volgelingen krijgen. Als zij die gevestigde belangen hebben erg machtig en erg bang zijn worden de oproerkraaiers, onruststokers, radicalen en chaoten gejaagd, gevangen, opgesloten en gedood. Liever werkt men met andere, zachter uitziende middelen. In ieder geval begint men zelden met moord, men escaleert en probeert de predikers van veranderingen moe of wijs te laten worden.
De erfgenamen van de Russische Revolutie proberen de arbeiders daar tot de in competitie met de andere Rijken nodige inspanning te brengen met medailles en eer, maar ook met extra beloningen in voorrechten, in natura of in geld, dat maakt niet uit. De Franse president vroeg bij de jaarwisseling 84/85 aan zijn volk om 'eenheid, verdraagzaamheid en patriotisme (vaderlandsliefde)'.
Kort samengevat : het kan niemand iets schelen waar de massa op reageren wil, als ze maar reageren met zich inspannen en met voortbrengen en dat zonder hun energie te laten afvloeien naar niet-constructieve activiteiten. Binnenlandse rust en vrede, geen ongeregeldheden, geen verlies van productie en van producten.
2. De concentratie als variabele.
Ik kan niet bewijzen dat de mensen ook wel zonder dwang zouden toekomen aan het voldoen aan wat voor hun eigen leven en welzijn nodig is. Ik vermoed dat ze zelfs zonder dwang wel zouden toekomen aan het voldoen aan veel van wat nodig is voor het leven en welzijn van anderen naast het voorzien in hun eigen nooddruft en naast het beleven van hun eigen lust aan speels bezig zijn. Wel vermoed ik dat mensen het niet vrijwillig op zouden brengen om een zo grote hoeveelheid parasitair van hen levende rijken zo uitgebreid te dienen als ze nu gedwongen doen. (Gedwongen, let wel, met het brute geweld van de wapens zowel als via het geloof in bizarre verhalen, hun mystificatie. Een voorbeeld daarvan is een uitwerking in het Christendom: als ik zorg voor hetgeen nodig is voor het leven en welzijn en de vreugde en lustbeleving van een ander, mijn naaste, dan ben ik een goed mens, volgens dat verhaal, doe ik hetzelfde voor mijzelf, dan ben ik afkeurenswaardig bezig, vol materialisme, eigenbelang, egoisme en zo voorts. Een variant hierop in een andere leer van dezelfde soort, het nazisme, luidde : "du bist nichts, dein Volk ist alles". Wie nog concrete armoe voor ogen gehouden moet worden om te gehoorzamen aan de dwang, is geestelijk veel gezonder, als hij niet volstrekt buiten staat te denken is, dan wie al in zulke verhalen gelooft. Maar dat is een onderschatting van het inzicht dat deze gebruikers van gemystificeerde wereldbeelden hebben. Deze zogenaamd bedrogenen werden niet bedrogen en worden niet bedrogen, zij gebruiken bewust en opzettelijk zelf op eigen initiatief deze verhalen [die hen ooit werden aangeboden] ter vervanging van het heldere weten omtrent het met geweld gedwongen worden. Deze zogenaamd gemystificeerden weten uit hun eigen ervaring van toen ze als kind mishandeld ("gestraft") werden, dat gehoorzamen niet vanuit een verhaal gebeurt , maar vanuit actief 'eieren voor hun geld kiezen' .
3. Het geloof.
Om te kunnen geloven in hun mystificerend verhaal moeten die geslagen (verslagen) kinderen ook geloven in hun eigen onbereidheid van binnen uit, zonder dwang, tot enig goed. Dwang doodt het weten omtrent eigen natuurlijke bereidheid en onbereidheid.
Dwang is in geen enkele concentratie goed te keuren, dwang is het kwaad. Zij die zijn gaan geloven in een mystificerend verhaal omtrent de mens, blijven verdedigen dat dwingen in sommige mate en in sommige vorm goed en nodig is. De verzorgende huisvrouwen, in dit verband ten onrechte met de natuurnaam 'moeder' benoemd, zij werken namelijk als aanpasseressen en invalidemaaksters, zorgen ervoor dat de kinderen met hun nooddruft alleen in aanraking komen in het kader van straf. Zich ontlasten heet "bah-doen", honger voelen ze alleen als ze zonder eten naar bed gestuurd worden, een maatregel die ook het in bed liggen rusten met negatieve lading vult. Zo wordt ook alleen zijn in een stille omgeving slechts door het buitengesloten en opgesloten kind ervaren, als strafsituatie dus.
4. Onbedoeld doen en laten.
De aandacht van het geleefde kind, dat zo tot een beleefd kind moet worden, wordt gericht van wat het aan nooddruft en neiging zou kunnen voelen naar wat de anderen van hem verwachten. De welopgevoede is de op de ander gerichte. Nu heeft het zich mystificerende mensdom met zichzelf afgesproken dat ondoordacht en ongedacht handelen ook onbedoeld handelen is, zogenaamd onbewust en pas bewust handelend kan men zich schuldig maken, zo is de afspraak.
Op deze afspraak berust de mislukking van de opstand dergenen die zich het bewust maken der mensheid van wat ze deden tot middel hadden gekozen. De Verlichting noemde men deze poging. Het was een poging zonder geweldpleging, maar met grote kracht, de verdringing van de werkelijkheid van de dreiging en geweldpleging als kern van de civilisatie is er dan ook zeer veel sterker van geworden.
Tegenwoordig kan men mensen massaal laten 'denken' dat armoe een door hen zelf niet bedoeld verschijnsel is. Een minuut later kan men hen laten instemmen met uitspraken als: dat anderen lui, de gevangenissen luxeverblijven, en een arbeidsloos inkomen een onzinnig voorstel zou zijn.
De aangepaste mens is ook totaal ongeinteresseerd in consistentie en doordachtheid van zijn wereldbeeld. Zijn wereldbeeld is dan ook niet gemaakt om met de wereld overeen te stemmen, maar om hem een gerust gemoed te bezorgen terwijl de wereld is zoals ze is, mede door hem*. Het kennen van waarheid omtrent de wereld is nodig, maar dat is dan ook wel in orde bij de aangepasten, zij kennen de wereld en degenen die waarheid uit willen spreken zijn dromers en radicalen. Iedere ware uitspraak over de wereld wordt als een voorstel tot veranderen ervan opgevat door de gewone man. De gewone aangepaste groeisels uit kinderen hebben dan ook echt helemaal niets over voor het instandhouden van de wereld zoals die is. Voor het handhaven van recht en orde stellen ze politie en justitie aan, voor het bedreigen van andere volkeren stellen ze militairen aan, overal stellen ze iemand voor aan. Voor alle taken tot instandhouden van de civilisatie stellen ze mensen aan in tot die taken strekkende apparaten. Niemand hoeft nu de wereldorganisatie overeind te houden vanuit intrinsieke motivatie, iedereen die armoe veroorzaakt en geweld pleegt kan volkomen terecht stellen dat hij slechts een taak uitvoert, waarvoor hij betaald wordt. De uitspraak "I had a job to do" ligt USA oorlogsvoerders op de bek bestorven. Het is hun variant op "Befehl ist Befehl", maar hun variant is o.k., want zij hebben weliswaar de oorlog wel eens ergens verloren, maar de tegenpartij heeft die oorlog niet gewonnen, zoals dat in Wereldoorlog II wel het geval was.
5. Wereldwonderen en topprestaties.
Zonder dat te kunnen of willen bewijzen stelt de aangepaste vast dat er geen wereldwonderen en geen topprestaties van het huidige nivo zouden zijn, zonder de civilisatie, dat wil zeggen zonder de geweldpleging en het in armoede dompelen van miljarden mensen. Zonder op de vraag in te gaan of die bewering waar is, stel ik dat ze wat mij betreft ook niet hadden gehoeven. Het is geen verdienste van de civilisatie dat een deel van de in armoe gedompelden de gelegenheid heeft gekregen in een geringe mate de onderdrukkers van vroeger na te apen. Dat de overbevolking eerst kunstmatig wordt totstandgebracht en dan wordt toegestaan dat de aangefokte massa zich ten koste van het natuurlijk milieu en van de natuurlijke menselijkheid in hen gedeeltelijk uit de armoe weg vecht, is geen verdienste te noemen. De gewonen die nu aan de armoe der onderontwikkeling zijn ontkomen, zijn echter de ergste verdedigers van het systeem, omdat zij vuurbang zijn om terug te vallen in armoe en omdat velen van hen ook onzegbaar blij zijn op hun beurt anderen te kunnen knechten.
6.Goed en slecht van nature.
De uitspraak dat de mens van nature goed is, is even onzinnig als de uitspraak dat de mens van nature slecht is, de mens staat evenals alles wat van nature gegeven is, van nature boven of buiten elke beoordeling op de dimensie goed of slecht. De uitspraak dat de mens slechts is betekent dat hij niet van nature zal handelen, doen en laten, in overeenstemming met de een of andere verzameling ethische of morele regels waar de spreker 'achter staat', 'voor is', 'belang bij heeft', 'in gelooft' of wat ook.
De aangepasten zijn, als we ze mensen blijven noemen, in ieder geval zelf mensen over wie gezegd kan worden, naar waarheid, dat ze slecht zijn. Dat is ook hun eigen uitgangspunt, want hun hele organisatie berust op wantrouwen. Terecht, de succesrijken onder hen zijn de frauduleurs en de bedriegers en degenen die van het systeem leven. Dat zijn twee categorieen: de overtreders van de wetten en de handhavers en aanpassers van de wetten. De mensen in die categorieen voeren samen het spel 'orde handhaven' op. Van geen van beide is het de bedoeling de andere partij echt te schaden, hoezeer ook hier en daar een lager geplaatste in het ambtelijke, politie- of militaire apparaat de andere partij echt moge haten en echt moge willen schaden. De misdadigers en de politie/justitie zijn 'sociale partners', evenals de werkgevers en werknemers dat zijn.
Hetzelfde kan gezegd worden op internationaal ni.o.v.n de nationale staten en statenblokken die elkaar als vijand benutten. Het nut van het hebben van een vijand buiten het land en het volk waarvan men leeft is dat men van binnenlandse moeilijkheden de aandacht kan afleiden. De hele wapenindustrie leeft niet van het doden van soldaten, maar van het zogenaamd verdedigen van de vijanden tegen elkaar.
7. Vluchtrichting.
Als mensen een brandend huis uit vluchten, is de richting waarin zij vluchten hen onverschillig en voor de keuze er van is geen reden te vinden in die richting en in waar die richting heen voert. Van belang is alleen dat gaan in de gekozen richting weg voert van de plaats waar het brandt. Overeenkomstig is het met het zich interesseren van mensen die een onderwerp willen verdringen uit hun bewustzijn : ieder onderwerp kan dienen als punt om de aandacht op te richten. Het maakt niets uit waarmee wie verdringen zich het bewustzijn vullen, als het ene centrale onderwerp, in dit geval : de stand en gang van zaken in de wereld, naar waarheid beschreven, maar erdoor uit het bewustzijn verdrongen wordt. Deze divergentie van belangstellingen loop evenwijdig met de specialisatie die de civilisatie van iedere ingezetene eist. Ieder deelgebied van de werkelijkheid kan zonder gevaar voor het bewustworden van de gehate hele waarheid gekend worden, zodat de zintuigen en het brein kunnen functioneren zonder dat er inzicht ontstaat. Dat levert een moeilijkheid op voor diegenen die een belangstelling willen verklaren uit een eigenschap van het onderwerp waarin belang gesteld wordt of uit een relatie van de belangstellende tot het onderwerp. De meeste mensen, inclusief de belangstellenden zelf willen dat. Ze willen het en het kan niet. Ook een onbewuste relatie of reden voor de keuze ontbreekt. De vasthoudendheid die men vertoont ten opzichte van eenmaal gekozen belangstellingen, studierichtingen en hobbies heeft met gewoontevorming en met het voldoen aan verwachtingen van anderen die je nog van vroeger kennen te doen, niet met een relatie van enige specifieke aard. Mijn eigen ervaring is dat ik wel degelijk voor vele dingen belangstelling gehad heb, maar dat ik de verwoording van de waarheid omtrent de werkelijkheid als een parel van alles overtreffende waarde beleef en er alle andere met gemak voor heb ingeleverd. 8. Opzet van velen en toch geen complot. Wat mensen doen, doen ze met opzet. Dat durf ik gerust te stellen met betrekking tot zulke bezigheden als het verdringen van alle waarheid omtrent de stand en gang van zaken in de wereld uit het bewustzijn. Wat vele mensen doen summeert zich spontaan tot een groot en samenhangend gebeuren. Daarmee wordt het handelen van deze mensen nog geen complot. Omdat 'complottheorie' een bekende term is, komt die bij velen in gedachten wanneer de opzettelijkheid van het veroorzaken van het wereldgebeuren wordt vastgesteld. Er is voor het bestaan van gezamelijke opzettelijke actie geen bewustzijn van die actie nodig en ook geen coordinatie of organisatie. Vaak echter is die organisatie er wel in het geval van de massaal gewilde, maar nooit als wens gedachte wereldwerkelijkheid. Die organisatie wordt dan door degenen die er niet in werken, maar er slechts voor betalen, uitgescholden voor initiator van haar eigen activiteiten. Zo kan een aangepaste de waarheid naar de mond praten door te protesteren tegen wat door anderen voor hem tegen betaling door hem wordt gedaan. De aangepaste kiest zelf de volksvertegenwoordiging/regering die impopulaire maatregelen durft te nemen. "Ieder woelt hier om verandering en betreurt die, dag aan dag, hunker naar hetgeen hij zien zal, wenst terug 'tgeen hij eens zag..." Zulk een ambiguiteit, zulk een ja en nee tegelijk antwoorden op dezelfde vraag, dat ligt de aangepaste. De aangepaste spreekt graag over zichzelf als 'een beetje schizofreen'. Hij is het vaak niet met zichzelf eens. Hij vraagt zich allerlei af. Het is bij hem binnen heel gezellig, hij is echt niet alleen. Zwei Seelen in einer Brust en dat soort gepraat. Het meest kenmerkende van de gewonen is dat alles wat ze zeggen en doen en denken alle diepgang mist. Ze laten hun bewustzijn dan ook het liefst door de media vullen. Ik verbaas me daar telkens weer over als ik een krantenlezer bezig zie of hoor hoe iemand een Nederlands radiostation aan heeft. Er zijn ook mensen die binnen de kortst mogelijke tijd in wat voor een gesprek door moet gaan een informatiebron moeten raadplegen. Ze hebben dan van die gegevens nodig die in getallen uitgedrukt zijn, hoeveel procent van de Nederlandse groente uitgevoerd wordt en dergelijke gegevens.



0 Reacties