Jaap Schot, 29 april 1985
De samenleving wordt het best gekenmerkt door het gebruik van werkwoorden. Centrale werkwoorden zijn 'bezitten', 'gunnen', 'heersen/knechten', 'eisen', 'voorwaardelijk stellen', 'keuren', 'wedijveren', 'streven', 'vervolmaken', 'vertonen', 'aandacht trekken', 'grijpen' (aangrijpen en ingrijpen), 'aandacht afleiden', 'wegdromen', 'vertekenen', 'verdoezelen', 'verhullen'.
De term 'wereld' wil ik beperken tot het stoffelijke, dat de mensen gebruiken bij hun samenleven, dat een bezig zijn met elkaar is. De samenleving is de naam voor de gezamenlijke meedoende mensen. 'Samenleving' is de nette naam voor Marten Toonder's "Trotteldrom". De stoffelijke wereld bestaat uit de machines, gebouwen, gereedschappen, kleding, attributen, die door de mensen gebruikt worden bij het met elkaar omgaan. De onstoffelijke wereld is de wereld van de concepten, begrippen, verzinsels, hersenspinsels, zoals daar zijn de nationale staten, de IETSen in het algemeen, de bewegingen (de -ismen), de waarden (de dingen waarvoor men leeft en/of sterft).
Voorbeeld: de Duitsers in 1933-1945 gebruikten hun stoffelijke wereld en bouwden die uit met permanent bedoelde betonnen coulissen voor het uitleven van de droom van het Nazisme. Die coulissen en het industriële apparaat en de wapens en de vanen en schilden en andere parafernaliën werden verwoest, door de verenigde "bestrijders van het Nazisme". De hersenspinsels, de leer, de opvattingen, werden niet in het minst aangetast. Dat is geen wonder, want er was en is geen vervanging voor, alle ingrediënten bleven onaangetast.
Die ingrediënten waren van voor de Nazi-tijd en ze zijn van deze tijd. Het Nazisme was slechts de huidige geciviliseerde samenleving met geldeconomie in geconcentreerde vorm en expliciet, uitgesproken, onverhuld, onverbloemd. Zo sprak een Nazi b.v. openlijk uit dat het hem niets kon schelen of bij de ontwikkeling van een stuk wapensysteem er nu tienduizend niet-rijksgenoten dood omvielen door het te harde werken, of niet. Zo openlijk zeggen onze politici dat niet. Verpakt echter zeggen ze precies dat zelfde uit: Amerika is ons grote voorbeeld: economische groei door plooibaarheid van de arbeiders. In de USA wordt tussen de extreme weelde gestorven van de honger en ondervoeding en er wordt geestelijk geleden, het mensenrecht een gelegenheid krijgen om al of niet via werk in het eigen onderhoud te voorzien, wordt geschonden. Dat wordt meegedeeld in het volgende programma over dezelfde t.v.-zender (bij wijze van spreken).
Ander voorbeeld: Wij hier in Nederland, Duitsland e.d. rijke landen meer, willen midden in de winter verse groenten, dus halen we die uit landen waar de zon dan warm schijnt en waar de mensen omkomen van de ondervoeding. En dat kan ons geen moer schelen. We zeggen niet dat wij meer en beter zijn dan die Afrikanen, maar ze kunnen wel doodvallen. En dat doen ze dan ook.
Het deze wereld in sturen van mensen die deze manier van zien en bespreken niet hebben, met de gedachte dat zo de wereld verzacht of overwonnen kan worden, komt overeen met de kinderkruistocht.
Wat de harde strijders niet gekund hadden, moest nu maar door een massa kinderen geprobeerd worden. Onder dat motto werd er een bevolkingsoverschot opgeruimd, zoals er nu, onder het motto 'ontwikkeling en voedselhulp' een werelddeel (Afrika) mensenleeg gemaakt wordt. Als "we" het namelijk nu weer vruchtbaar maken, is dat weggegooid geld, het geeft ons geen nieuwe levensruimte, want die negers planten zich dan gewoon weer voort tot dat werelddeel weer vol zit. Dat is onhandig. Het veroveren van Europa (onder het mom van het bevrijden van het Nazisme) was een andere zaak, daar kon snel een enorme markt geschapen worden. De voor Nazisme bruikbare volkeren zijn ook voor verdund, uitgesmeerd, verhuld en onuitgesproken 'vernietigen van andersoortigen' bruikbaar. En zonder overgang waren ze bruikbaar tegen 'het communisme', een gedachteconstructie met behulp waarvan de nationale staten en de westelijke allianties aan de bevolking verkocht worden, zodat die aan het werk blijven in de ontwikkeling en aanmaak van wapens. De industrieën die als middel om Europa te veroveren op gang kwamen, konden op gang gehouden worden door een imaginaire strijd tegen het communisme ("het rijk van het kwaad"). Het communisme is net als het christendom, een verhullende en misleidende leer die uitgesproken wordt bij verdund Nazisme, niet wezenlijk verschillend van wat wij hier nu hebben.
Ik weerleg in mijn teksten de stelling dat het kwaad met de kinderen mee de wereld in komt van buiten, uit de natuur. De opvoeding is niet het iets positiefs maken van een negatiefgegeven, maar het is het bruikbaar maken van een neutraal, voor indeling in goed en kwaad ontoegankelijk gegeven. Wie zich beperkt tot het nemen, maken en doen van wat voor zijn eigen leven en welzijn nodig is, blijft aan gene zijde van goed en kwaad. Aan het voorbeeld van ademhalen valt te illustreren dat het doen van het nodige niet goed of kwaad te noemen valt. Alle nodigs voor mijn leven en welzijn gedaan, valt buiten de categorieën goed en kwaad.
De truc van de samenleving is nu de kinderen net zolang behandelen tot ze onnodigs begeren doordat ze geen gelegenheid hebben hun tijd, aandacht, energie en vaardigheden te besteden aan het doen van het voor hun leven en welzijn nodige. Dat nodige wordt voor hen gedaan teneinde hen de wereld, de samenleving, het onnodige in te drukken.
In de samenleving is het nodige verbonden (vastgemaakt, gekoppeld) aan het onnodige: er zijn geen modevrije kleren, schoenen, spullen, smaken, gedragingen, handelingen, opvattingen enz. te verkrijgen.
Wie voor het nodige de samenleving in moet, kan het nodige niet meer los van het onnodige verkrijgen. Doordat alle natuur al als bezit de wereld binnengehaald is, is er aardrijkskundig (fysiek) geen 'buiten' meer, vanuit de wereld gezien. Ruimte en natuur-waarvan-geleefd-kan-worden zijn geen vrije goederen meer. Als vrij goed kennen wij nog slechts (vervuilde) lucht en als gemeenschappelijk bezit: (vervuild) water.
Wij leren 'onszelf' als bezit op te vatten. Wat we kunnen, doordat we tijd, aandacht, energie leervermogen en vaardigheden hebben, kunnen we verkopen. Wat je verkoopt is bezit, jouw bezit.
Voor de vrouw is zelfs haar zichtbaarheid haar bezit ( resp. het bezit van wie haar bezit); denk aan de sluiers daar en aan de revues hier.
Zien is een vorm van consumeren.
Zich in kleding en achter gesloten deuren en gordijnen terugtrekken is een vorm van bezitten (in dit geval is dat puur: aan de consumptie door anderen onttrekken, want je kunt niet je eigen aanblik of je eigen gezelschap consumeren.)
Iedereen moet wat van zijn bezit op de markt gooien, zichzelf op de arbeidsmarkt en op de huwelijksmarkt/ de relatiemarkt.
Vandaar dat schaamte en bescheidenheid en verlegenheid bepaald geen positieve eigenschappen zijn; de klant wil geen kat in de zak kopen.
Iedereen moet wat van zijn bezit, met name zichzelf op de markt gooien omdat alles wat nodig is voor zijn leven en welzijn in bezit van anderen is: ook wie hem verzorgt, levert, ruilt, eist een tegenprestatie (nu en/of later).
Er is geen ontkomen aan.
Toch is het goed dit zeer uitdrukkelijk onder woorden te brengen.
Waarom zou het algemene en onontkoombare niet de moeite van het begrijpen en verwoorden waard zijn?
Ik hoop dat Maria komt en dat er iets positiefs uit voortkomt.
Ik verwerp, terwijl ik dit uitschrijf, dit hopen.
Hopen is: investeren in een enkele mogelijkheid uit alle. Dit komt neer op het vastleggen van je toekomstige opvatten en reageren in een plan. Je plaatst in de loop van de gebeurtenissen een wenslijn, dat betekent dat je vraagt om wrijving, spanning, druk en botsing. Om strijd en om geweld.
LAAT HET OP Z'N BELOOP, dat is veel verstandiger. Wees er met de kop bij, besteed tijd en aandacht aan wat er gebeurt, merk kansen op en benut ze om mee te voorzien in wat je daar en dan nodig hebt voor je leven en welzijn (inclusief: het speels aanvullend functioneren).
JIJ BENT JOUW TIJD EN AANDACHT EN ENERGIE WAARD: ze behoren in dienst van jouw leven en welzijn te staan. Daarvoor komen ze bij jou binnen, daarvoor krijg je ze, daarvoor heb je ze.
AAN WAT SLECHTS JOU GEGEVEN IS en voor anderen (deskundigen) die jou in hun verzorging hebben, onwaarneembaar en onervaarbaar is, MOET HET NODIGE DEEL VAN JOUW TIJD, AANDACHT EN ENERGIE WORDEN BESTEED. Het gaat hier om het bijpassend nodige deel, qua hoeveelheid tijd, aandacht en energie en qua kwaliteit: jouw vaardigheden. In dit aanwijzen van het kwalitatief nodige zit een angel: de deskundigen die jou in de verzorging hebben zullen jou niet DATGENE willen laten kunnen en laten doen WAARVOOR ZIJ GEKWALIFICEERD ZIJN.
Sommige (nodige en onnodige) dingen kunnen anderen voor je doen, dingen voor je maken b.v..
Anderen kunnen sommige dingen niet voor je doen: bewust zijn b.v.. Beseffen wat er met en om je aan de hand is moet je zelf doen.
Wat je niet voor een ander kunt doen en wat je niet door een ander voor je kunt laten doen, onttrekt zich aan het ruilen en dus aan de aandacht van de mensen in de wereld.
NIEMAND KAN VOOR JOU FUNCTIONEREN. Daarom komt functioneren als onderwerp in opvoeding en school ook niet voor.
Opvoeding en onderwijs zijn namelijk wegen waarlangs een kind de samenleving binnen gevoerd wordt.
Als we dan al niet allen voor 7 maal 24 uur per week kunnen ontkomen aan het verblijven in de wereld van het ruilen, dan zou ik toch een pleidooi willen houden voor het weten waar je je bevindt, als je in de samenleving bent. Weten waar je bent, doe je in dat geval door middel van het weten waar je ook zou kunnen zijn. Je begrijpt pas echt wat het is om in de samenleving te zijn als je weet hebt van een alternatief bestaan waar geen bezit is en dus ook geen ruilen en dus ook geen dienen voor geld en dus ook geen keuren van andermans bezigheden en geen gekeurd worden en ook geen overschot aan gelegenheid om anderen tot iets te dwingen (geen macht) en dus ook geen soevereiniteit, geen heersen, geen vernedering, geen organisaties, geen posities, geen machtsmisbruik, geen corruptie.
Het herleiden van allerlei verschijnselen tot gevolgen van het een of ander, b.v. zoals in het bovenstaande een hele reeks verschijnselen tot gevolgen van 'bezitten', geeft aanvankelijk een intellectuele bevrediging. Even is het brein tevreden met het verstaan, het brein is tevreden met de aangebrachte orde.
Even verder denken en doorvragen echter levert al gauw de gedachte op dat er hier in ieder geval van oorzaak en gevolg niet gesproken mag worden en evenmin van middel-doel.
Oorzaak en gevolg, verschijnselen benoemen als voortbrengsels van de resultante van krachtwerkingen, is mooi en bruikbaar in de grove mechanica: de werkelijkheid der biljartballen. Geen der aan het gebeuren op het laken deelnemende grootheden is in staat zich te onttrekken aan de loop der gebeurtenissen.
Dat ieder van ons als een biljartbal zo overgeleverd zou zijn aan de op hem werkende maatschappelijke krachten die komen uit (dus via) zijn naasten, is niet bewezen.
Misschien beschrijft het de stand en gang van zaken in de samenleving wel goed, als we stellen dat wie een bevel opvolgt of zich aan een zaak (een waardenverzameling) wijdt of zich met zijn persoonlijkheid identificeert, ook zijn naasten probeert te dwingen
- om te gehoorzamen, dit keer aan hem,
- er niet zomaar, opportunistische en egoïstisch op los te leven, en
- om de natuur (het individu, het dier) "in"(! sic) zich te verachten.
Op de druk van zo'n figuur in je buurt kun je als individu echter op verschillende manieren reageren. Je kunt hem doorkrijgen en, zonder je er verder om te bekommeren of hij de oorsprong of een doorgangspunt is van deze krachtwerking, kun je nalaten 'zijn'/ 'jouw' druk aan anderen door te geven. Als je dat nalaat heb je nog verschillende mogelijkheden (te kiezen naar bevind van zaken):
- je kunt tegendruk geven en/of
- je kunt doen wat hij beveelt, alsof je gehoorzaamt, maar in werkelijkheid definieer je hem om tot een ding, net als hij zelf gedaan heeft. Hij spreekt, denkt en handelt zelf alsof hij in een biljartballenwerkelijkheid leeft: gedreven door al of niet ingebouwde krachten.
Hier is een interessant punt: stel eens dat de zaak en de waarden slechts door hem werden opgevoerd teneinde zijn "machtswellust" te camoufleren? Dan weet hij dat hij niet gedreven wordt, maar 'vrij' speelt met de structuur van de samenleving waarin hij een positie en daardoor enige macht over anderen heeft. Hij heeft de kapo-keuze gemaakt: hij is een gevangene, dat wel, maar hij heeft een positie aanvaard en maakt deel uit van het systeem.
Hij voegt enige soeverein gekozen bevelen de samenleving binnen.
De bestaande macht vergroot hij niet HOEVEEL MACHT ER IN DE SAMENLEVING IS, BEPALEN ZIJ DIE GEHOORZAMEN. ZIJ DIE GEHOORZAMEN VEROORZAKEN DE AANWEZIGHEID VAN ONGELOFELIJK VEEL MEER MACHT DAN ER KAN VOORTVLOEIEN UIT DE GEBRUIKERS VAN DE AANWEZIGE MACHT.
Ten diepste zijn de gehoorzamers de bron van de macht.
Ook wie de bevelgever omdefinieert (tot een voorwerp, een biljartbal, een gat in de muur, een doorgeefluik) en gehoorzaamt, maakt die macht mee.
Dit is een oude discussie, hier hoort die oplossing van de vakbonden thuis: collectief onderhandelen, samen sterk.
Dat is onmisbaar en het is een voorwaarde om tot die samenleving te komen waarin er voor minstens sommigen ruimte is om tijd, aandacht en energie over te houden om ook naast, buiten de samenleving te leven. Buiten de samenleving, dat is dus: buiten het gebied van het bezitten, dus ruilen en dus in organisaties om te arbeiden gebruikt en verbruikt worden en dus gehoorzamen.
Waar ik het over heb is dat deze mogelijkheden er voor veel meer mensen in veel grotere mate (niet kwalitatief, want kwalitatief is er geen mate, maar wel kwantitatief) zijn, dan ze opgemerkt en indien al opgemerkt, dan benut worden. Ik vermoed dat dat niet opmerken en niet benutten mede komt doordat menigeen niet geleerd heeft dat alternatief te kennen en er naar te verlangen. Menigeen weet het ook zelf niet meer te verzinnen, terug te vinden. De godsdienst hield bij sommige goede verstaanders minstens het besef van het bestaan van dat alternatief wakker. De kerk zorgde er wel voor dat het niet werd ervaren als een te verwerkelijken iets, maar er was tenminste een
frase mogelijk als "Paradise regained", het paradijs herwonnen.
Wie doordacht besefte dat het paradijs op aarde moest zijn en binnen de eigen leeftijd er moest zijn of door hem gemist werd.
'Paradijselijk' werd verward met 'vorstelijk' en 'heerlijk', en andersom waren het vorsten en heren die het dichtst bij de verwerkelijking van de voor paradijselijk gehouden wensdromen der geknechten konden komen.
De betere doordenkers echter wisten altijd dat eeuwig niet 'everlasting' was en de kwaliteit 'paradijselijk' niet sloeg op luxe en macht (geen super-harem in een super-kasteel).
Zij wisten ook dat 'vrij' ongelijk was aan 'soeverein', zonder nooddruft, zonder lichaam, alwetend, almachtig enz.
Zij wisten ook dat het abstracte verzinsel van de almachtige, alomtegenwoordige, alwetende enz. god, een verzinsel was, een product van een denkspelletje.
Ik probeer weer zelf te formuleren wat het alternatief voor de bezitters-samenleving zou inhouden. (Dat alternatief kan men "paradijs" of "hemel" noemen.)
Ik ben daarbij aangeland doordat ik mijn omstandigheden ging analyseren, uitgaande van het gevoel: "ik wil onder deze druk vandaan, ik wil weg", dat ik in de maatschappij (in mijn baantje dus) had.
Toen ik de stand en gang van zaken in de samenleving eenmaal had begrepen, was het niet moeilijk om te bedenken dat het ophouden met het centrale daarvan (bezitten) een alternatief op zou leveren. De eerste formulering was echter precies andersom, namelijk: wat je ook verandert, zonder dat centrale, dat bezitten dus, op te heffen, blijft alles per slot van rekening bij het oude. Dat was al eerder gezegd, net zoals alles wat ik kan formuleren, na miljoenen intelligente mensen en naast zeker evenvele miljoenen van die mensen.
Ik denk dat het opheffen van het bezitten door wie dat wil gedaan moet worden binnen zijn eigen machtsgebied. Toch macht dus? Nou nee, ik heb alleen geen ander woord.
Het behoort tot de oorzaken van wat er in de wereld gebeurt dat er mensen zijn die meer willen dan ze kunnen, gegeven hun kracht, tijd, intelligentie, energie enz.. Die mensen gaan proberen anderen te brengen tot iets waar die anderen zelf niet op komen.
Dat is, - om voor de samenleving een alternatief te verwerkelijken -, niet zo'n goede werkwijze, ze houdt namelijk de samenleving als kluwen lieden die kracht op elkaar uitoefenen in stand. De anderen hebben namelijk al lang geleerd, dat iemand die iets met hen wil, iets van hen wil (nemen), nl. hun soevereine beschikking over hun eigendom: in dit geval: dat wat ze kunnen doen en ook kunnen laten. Omdat ze zelf nergens mee bezig zijn vatten ze de strever naar het goede op als iemand die iets met hen wil ruilen. En dan zien ze het niet zo zitten en dan doen ze dus niet mee.
In het algemeen geldt de stelling: als je iets gedaan wilt hebben, doe het dan als en zover het binnen je macht ligt, d.w.z. als en zover je het zelf hier en nu kunt doen. Als je iets gedaan blijkt te willen hebben dat daarboven uit gaat, besef dan dat je om je doel alsnog te bereiken alleen krachten kunt bundelen, die anderen al om hun redenen aan het uitoefenen zijn.
Voor het verwerkelijken van een alternatief voor de samenleving die door bezitten gekenmerkt wordt, is politiek, krachten bundelen, beïnvloeden, motiveren, geen werkzaam middel. Met politiek kun je alleen de vorm veranderen, geen alternatief scheppen.
Het uitoefenen van kracht op anderen veroorzaakt in die anderen het opvatten van hun eigen mogelijkheden als hun bezit. Er blijft altijd iets over van het aanvankelijk zo duidelijke verzet van het kind tegen het geleefd worden. Het kind wil 'het zelf doen'.
Dat echter is nu precies wat ten dienste van de bezitters-samenleving het kind verboden moet worden waar het het kind niet onmogelijk gemaakt kan worden.
Zelf voor zichzelf het nodige doen, dat mag niemand.
Dat verbod is zo duister mogelijk uitgezegd door te stellen dat de daarvoor nodige dingen het bezit van anderen zijn en dat de nodige bezigheden uitgevoerd worden in het kader van banen die bevoegde mensen hebben (=bezitten).
Wat je kunt mag je daarom nog niet doen, ook niet als op zichzelf dat doen geen misdaad is en gewoon iemand anders z'n beroep.
Alles is bezit en dat waarvan je niet door een verbod kunt worden afgehouden, daarvoor maakt de school je ongeschikt (invalide).
Het valt niet te ontkennen dat er door beroepsmensen soms prestaties geleverd worden van een kwaliteit die de kopers nooit hadden kunnen leren bereiken.
Het valt ook niet te ontkennen dat het systeem van 'dingen door beroepsmensen laten doen' nergens eindigt, ook niet daar waar deze extra kwaliteit het systeem niet (schijnbaar) rechtvaardigt. Het systeem staat niet
ter discussie. Dit systeem van DOEN is een onderdeel van het systeem van BEZITTEN. En dat systeem van bezitten staat niet ter discussie.
Bezitten is een vorm van omgaan met anderen, rondom een ding of bezigheid: het bezit. Zodra Robinson niet langer alleen is op z'n eiland kan hij gaan bezitten. Daarvoor, in z'n eentje kan hij dat niet.
Daaruit volgt iets voor iedereen die iets bezit en er de beschikking over heeft (wat bij baantjes b.v. niet het geval is en ook niet bij paspoorten), bezitten in engere zin dus, er zal wel een juridische term voor zijn, maar die heb ik om te kunnen denken niet nodig, als ik het begrip maar heb.
Er volgt uit het feit dat bezitten een interactie, een vorm van omgaan, is: dat waar twee of drie dat willen zij al een alternatief voor de bezittende samenleving kunnen verwerkelijken.
Dat alternatief wordt niet bereikt door weggeven of delen, maar door samenhebben, d.w.z. het niet aan deze andere(n) onthouden van dat deel van hetgeen het bezit aan mogelijkheden produceert, dat je zelf niet nodig hebt voor jouw eigen leven en welzijn.
Tegenover de samenleving blijft het bezit jouw bezit.
Hier hoort echter de vaststelling dat er geen alternatief te beleven is met mensen die de mentale instelling van de samenleving hebben (behouden): "Walden" van F. v. Eeden en de film "Veridiana" van Buñuel.
Rooms katholicisme en bezit
De roomsen en andere kerken hebben zelfs een deugd gemaakt van het niet voor zichzelf laten zorgen van de mensen. Nu verzorgd worden de algemene regel is, kunnen ook allen die niet voor zichzelf kunnen zorgen in leven gehouden worden. Daaraan zijn schatten te verdienen. Door de scholen en door de afgedwongen en opgedrongen levenswijze leven allen als invaliden. Uitvindingen als de afstandsbediening voor t.v.-toestellen zijn een uiting van dat gebeuren. Dat de schepping overbelast raakt met zoveel mensen, bij zoveel bezit, d.w.z. bij zo'n inefficiënt, onzuinig, verspillend gebruik van de natuurgegeven mogelijkheden (leefruimte) blijft buiten bespreking, zoals het betoog van Samuel tegen het koningschap voor de God/vaderland&oranje christenen geen leuk onderwerp is.
0 Reacties