Knevel en de atheïsten

Categorieën: 2015 | 2015, 1 januari – 2017, 24 april | Archief | Dagboeken

Trefwoorden: atheïsten | geloven

Jaap Schot, 14 juli 2015

DE OVEREENKOMSTEN

Aan verering doen ze, ze hebben personen, mannen van hoog aanzien, schrijvers van teksten met enorme status. Dat zijn bij Knevel dan de bijbelschrijvers, maar ook de beroemde theologen en filosofen en predikanten enzovoorts. Naast die vereerden, zijn er ook de tegenstanders, de brengers en verdedigers van de verworpen standpunten.
Bij de atheïsten zijn er de beroemde schrijvers over de evolutie, van 18zoveel tot nu. En er zijn de verworpenen, de onwetenschappelijken.
Eigennamen, eigennamen, eigennamen. Bij zowel Knevel als de atheïsten.

TEKSTEN zijn de bron van wat ze voor bewijzen houden

Dat moeten dan bij de atheïsten andere teksten zijn dan bij Knevel. Maar let op: zowel het ontkende als het beweerde komt pas in gebruik, als het bekend, wijd verspreid, is.
De atheïsten reageren op de bijbel VIA de manier waarop de pastoor die voorlas.
Bij de bijbeltekst is veel commentaar mogelijk, dat is bewezen. En in elke bibliotheek en op Internet zijn vele, vele boeken die reageren op andermans geschrijf. Nu ja, geschriften.
Alle TEKST BIJ TEKST is van informatie gemaakt – met andere woorden, van dat wat je van horen zeggen hebt.
Aan wat je van horen zeggen hebt moet je, in geval van gevaar waarvoor je gewaarschuwd wordt, geloven. Dat wil zeggen, je moet even doen wat die ander je zegt, zoiets als ‘weggaan van onder dat afdak, dat hij van een afstand ziet gaan instorten’. Dat heb je dan als gewaarschuwde van horen zeggen en toch moet je doen alsof je kennis hebt en er uit handelt. Ook met te dun geworden ijs en met de weerberichten, enzovoorts is er deze relatie.
Geloof, geloof, geloof.

Wat meldt die waarschuwer nu?
Voor jou onwaarneembaar gevaar.
Wat doet de vaderende? Die meldt bedreigingen. Bedreigingen die komen van (uit) anderen of van (uit) hemzelf.
Met de beste bedoelingen, ja met liefde, zal de vaderende wijzen op de gevaren die voortkomen uit – voor jou – andere mensen.
Ook de niet goed bedoelende, onaardige figuur zal zo waarschuwend, bedreigen.
Ook de zelf bange pastoor zal melden dat er gebiecht moet worden en vergeven, omdat de zondaar anders komt te branden in de hel. Hij gelooft het zelf. Hij MELDT bedreiging, zoals die man van daarnet het op instorten staan van dat afdak.

Instemmen met dat bedreigen is het veiligste gedrag voor de onderworpenen
De atheïsten stemmen in met de landelijke wetten en regelgeving. Ze laten zich niet langer – zoals in vroeger jaren de leden van de vrijdenkersvereniging nog wel – uit als anarchisten, tegenstanders van machtsongelijkheid.
Nee, die tijd heeft deze vereniging gehad. De landswetten en de verdragen met de vereniging van naties, dat is allemaal oké. De erfgenamen van de vrijdenkersvereniging hebben het daar niet meer over.
‘We’ zijn al zo blij met vrijheden – let op, meervoud; dat is wanstaltige naamgeving – voor het individu.

Het individu: de kleinste eenheid
waarin het overwonnen volk (‘divide et impera’)
uiteengeslagen, gedefinieerd en met eigennamen genoteerd werd.

Ooit, vele, vele generaties eerder dan wij, waren de mensen een volk, ze deden aan samenleven.
Aan dat samen maakten de overwinnaars – overvallers, overwinnaars, verkrachters, berovers – een einde. Divideren heet dat dan.
Die overwinnaars brachten de beschaving. Dat is,

  • het zich  toe-eigenen van de productiemiddelen, zoals land, viswater en jachtwild,
  • het invoeren van eigendom, in plaats van bezit (= in gebruik hebben).

De overwonnenen die ze lieten leven, onze voorouders en erflaters, maakten onze beschavers tot personeel bij het roofgoed, de productiemiddelen.

Samenleven en vrijheid bestaan niet meer

JA, tussen die roof door de Romeinen en nu gebeurde er heel veel – volgens de geschiedenisboekjes waaruit we onder de leerplicht allemaal allerlei in ons geheugen hebben moeten onderbrengen.
Al die informatie leidde de aandacht voldoende af om het over de vrije samenleving zoals die er vóór de overval door de rovers geweest moet zijn, nooit meer te hebben.
Niemand van ons heeft dat daar toen meegemaakt. Wij hebben er GEEN ERVARINGSKENNIS – een pleonasme – van. Het is er niet meer, dat samenleven.
In sommige gezinnen soms nog heel even. Maar in families zijn er al teveel van de betrokkenen weg van de rest, om aan de kost te komen, om nog een eenheid te kunnen vormen.

Samenleven doet zich niet meer voor.
Van vrijheid is slechts sprake.

Informatie geloven versus kennis nemen
Wat wij hebben ‘om vanuit te handelen’ zijn herinneringen aan ‘hebben horen zeggen' (respectievelijk 'gelezen hebben'), vrijwel geen herinneringen aan genomen kennis. Alle geschiedenis en alle aardrijkskunde en zelfs alle natuurkunde en scheikunde en biologie op school kwam tot ons als INFORMATIE – dus niet als kennis die wij namen. Van wat voorbij is, kan dat natuurlijk helemaal niet meer – tijdreizen, zie sciencefiction. Maar wat ver weg is, daar kunnen we ook niet naar toe. NEE, kijkvoer is niet te vertrouwen. Vertrouwen is mooi en onmisbaar, maar levert ons geloof, geen kennis. En geloven is een schone zaak en geeft ons misdaad, oorlog en vermaak. Zie het nieuws dat uit de media spuit.

Het gaat echter om kennis nemen,
maar dat is niets voor Knevel en/of voor de atheïsten.

Zij – beide partijen zijnde – zijn beiden GELOVIGEN. Ze geloven dat woorden betekenen en dat betekenissen bijeenbrengen op hetzelfde neerkomt – ‘weten’ noemen ze het – als het kennis nemen en dat zich herinneren. Dit nu, is niet het geval.

Tekst is alleen maar een weergave van gemaakte geluidjes

Geluidjes die in gebruik zijn als mensen ‘praten’, ‘spreken’, ‘benoemen’, ‘denken’. Puur geluidjes die NIET aan het betekenen zijn. Een tekst wordt, door wie lezen kunnen, gebruikt om die geluidjes “in zichzelf voor zichzelf” – als het ware hoorbaar – te maken. Bij die geluidjes is in hun geschiedenis steeds ‘echt hoorbaar gemaakt’ gedenk van anderen gesuggereerd. Ontelbare malen samengaan, suggereerde samenhangen: dit geluidje hoort bij dat waarneembare. Het geluidje is er de naam van. Het geluidje betekent dat.
Zie toe, nu is het geluidje een dader. Aan het betekenen, het doet ons – in de, in ons gekomen, taal – denken aan ...
Aan zijn betekenis. Ja, nu is dat woord, daarmee de taal, helemaal een leger van ‘dingen die ons doen denken aan’ geworden.
Wij, individuen, enkelingen, zijn voorzien geraakt – nee, niet gemaakt, er was geen dader, er waren zelfs geen daders – van een eenmalige, unieke, aan alle andere ongelijke, verzameling herinneringen. Herinneringen aan waargenomen woordgebruik door mensen waar wij op dat moment bij waren en met enige aandacht op letten. Herinneringen bij gebeurtenissen en toestanden die wij daarbij in de gaten hadden. Denk aan de afwezigheid van taal bij doofgeborenen die verwaarloosd werden. Aangrijpende verhalen.

Terug naar alternatief onderwijs krijgen

Als ik na enig leren gespreek hoor, dan speelt in mijn opvatten van wat er gezegd wordt, het voorgaande – aangeleerd zijnde, herinnerd wordend – mee.

DAT IS HET CENTRALE IN HET TALIGE.
De spreker roept met zijn woorden in de ander
niet wakker wat er in de spreker aan die woorden vastzit,
maar wat er in de hoorder aan die woorden vastzit.

Als je onderwijst, moet je dan ook het onderwerp door de leerling laten bestuderen met AL zijn eigen zintuigen en met aandacht en tijd. En pas als er vraag naar is, ga je erbij vertellen. Dat kan dus niet, dat is niet te bekostigen voor alle leerplichtige kinderen. De kinderen van de gewone mensen moeten gewoon worden gemaakt tot kundige werkmensen, die bij het solliciteren een bewijs van geleerd hebben kunnen laten zien.

Niks vrij samenleven, niks kennis nemen: bruikbaar worden,
in het kader van het uitvoeren van de – met koopkracht gegeven – bevelen.

De koopkracht komt uit de wapens en de ordehandhaverij – het stelen tegengaan – van/door de politie met een saus van rechten en plichten daaroverheen gegoten door juristen.
Je kunt diverse mensen horen denken: “Niet zeuren: dit niet zo beschavingsvijandig bespreken. Dit helemaal niet uiteenzetten en voorleggen ter kennisname. Daar schiet niemand (= geen bevoorrechte, die minderen heeft) iets mee op. Het maakt hoogstens een aantal lieden onrustig. Moeten die weer tot zwijgen gebracht. Hou toch op.”

Woorden zijn alleen maar geluidjes

En een tekst is alleen maar een rij woorden.  Of het nu een eerlijk of een gefantaseerd bedriegend of inspirerend verslag is, of ‘een alternatief voor het denken bij onderwerpen leverend’ verhaal zoals Defoe’s Robinson Crusoe. Een vraag die we met het idee van Defoe, ‘man alleen op eiland’, kunnen stellen is: “doet dit zich bij/voor Robinson voor?” En zo niet: dan komt het door – ja, ik bedoel via, en niet op hun initiatief vanuit – de aanwezige anderen. Via, want na een opvoeding hebben we allemaal overeenkomsten met die politiemensen, die de orde van de wetten en regelingen handhaven. Wij handhaven: het fatsoen, de zeden, de moraal, de ethische eisen, enzovoorts. Uit overtuiging dat dát het veiligst is: je tijd maal aandacht maal energie maal vaardigheden maal enzovoorts besteden ‘zoals het hoort’. Met die overtuiging heeft de natuur – voor de atheïsten de evolutie, voor Knevel de Schepper – ons niet uitgerust. Geen goed of kwaad is ons ingeboren. Leergierigheid, dat wel.

Waarneembaarheid en betekenis
Er is in onze buurt slechts samengaan geweest van die geluidjes met andere waarneembaarheden. Die samengangen herinneren we ons als ‘de betekenis’ van die – ‘woorden’ genoemde – geluidjes. Ik was ergens anders dan de lezer in de dagen dat wij “onze” taal leerden. Het woord uit onze taal heeft een andere verzameling associaties in mijn hersens dan in de hersens van de lezer. Voor het overgrote deel van de woorden en de associaties komen die overeen bij de lezer en bij mij. We spreken en verstaan dezelfde taal.

Maar hoe voeg je aan die verzameling associaties
(van waarneembaarheden en geluidjes, die woorden heten) nieuwe toe?

Kijk, daar zit een probleem. Dat probleem zit er slechts als er geen gelegenheid tot aanschouwen te geven is.
En waar ontbreekt deze gelegenheid? Bij dingen die in het verleden gebeurd zijn en nu dus voorbij, weg, over, klaar.
Nee, al die plaatjes en boeken ervan en erover helpen ons niet aan die gelegenheid om kennis te nemen. Hier valt alleen nog te geloven en geloven is in alle gevallen ernstig af te raden. Ja, je moet te waarschuwen zijn, zoals zovele  andersoortige dieren dat ook zijn, maar daar gaat het hier niet over.

Het boek van Andries Knevel heet “Is het waar?”.
Het onderwerp waar Andries Knevel het over heeft, is de opstanding van Jezus uit zijn dood. Zelfs al zou het gebeurd zijn, dan nog is er geen enkele reden om te denken dat het er door gelovigen bij vertelde verhaal waar is. Stel dat toen discipelen en ongelovigen zelfs de herrezen Heiland hadden gezien en zelfs aangeraakt. Lees dat verhaal over Thomas daarover na (doen!). Wat heb ik daar aan? Pas als ik dat erbij vertelde verhaal geloof, gaat het mij betreffen.
Nou, daar gáát het niet om, de vraag is of het werkelijkheid is, of het bestaat, waarneembaar is en niet alleen zichtbaar of hoorbaar, Nee, ook tastbaar en hanteerbaar, en met allerlei instrumenten te beproeven. Is het echt. Het boek zou dus moeten heten, Is Jezus echt weer in leven en tussen ons aanwezig?

De vraag is natuurlijk waarom ik zo moeilijk doe. “Je snapt toch wel wat de discipelen en Andries als onderwerp hebben?” Kijk, als je overal zo diep op in wilt gaan, kom je maar aan een paar onderwerpen toe.

Pleidooi tegen geloven

Kijk, als je in een kerkelijke omgeving geboren en getogen werd, dan is er in je geheugen dat geluidje ‘god’ en wel in jouw eigen eenmalige omgeving van verschijnselen waarmee dat horen van dat woord samenging. En op de onchristelijke scholen leerde je dat die verschijnselen met andere begrippen geassocieerd konden (ja, behoorden te) worden. Achter het gebeuren dat Knevel het scheppen noemt, hoeft volgens Darwinisten en zo helemaal geen dader te zitten. En zelfs achter het gebeuren in en met die Grote Plof hoeft geen dader te zitten. Dat is zo, niet zeuren. Hoe die Engelstalige genieën dat zeker weten? Nou, op dezelfde manier als Andries: door geloof alleenlijk. Alleen die genieën die zeggen dat er niet bij. Ze doen alsof zij ongelovig zijn omdat ze de geloofsinhouden van Knevel verwerpen. Wat een knullig gepraat. Ze geloven wat anders, maar ze geloven net zo hard.
En kijk, dat is nou zo weinig inspirerend. Dat is zo plat. Ook in de Bijbel staat (als ik me goed herinner) ‘niemand heeft ooit God gezien’. Dat is allemaal gepraat. Wie even goed kijkt, ziet dat er over goden gepraat wordt als over uitvergrote heersenden. Ach, je hoeft niet eens goed te kijken, de hele taal van de bijbel staat vol van ‘de Heere’ en dat is de vorst, de aanvoerder van de overwinnaars. En dat geblaat over god als een uitvergrote koning is zeer gebruikelijk en niet onverwacht.

De terreur van de zegevierende overvallers – kolonisten – duurt tot op heden voort. Zie nu het onfatsoen van het omgaan met de gebruikte mensen in Griekenland. 1 Die mensen hebben evenmin hun wetten en voorschriften en regelingen aangemaakt als ik die van Nederland. Nou dan, pak dan de leiders, ja dat zijn de rijken, de regerenden zijn uitvoerend, net als de onderwijzers in de scholen. Durf eindelijk eens de werkelijkheid onder ogen te nemen en de waarheid te spreken en daaruit te handelen, tegen de zin van de rijken in. Ja, maar dat is het tegendeel van ‘het handhaven van de bestaande orde', zoals die sinds de Romeinen hier – en door andere veroveraars elders, in China en zo – gehandhaafd wordt met wapengeweld en zo diep in de hersens – waarmee ook na de opstand gedacht moet worden – gegrift zit, dat het uiterst moeilijk is de rommel er uit te krijgen. Bedenk dat in de bijbel uitvoerig verteld wordt dat het Mozes was, die dit alles aan het hof van de Farao uitgelegd gekregen had.

Volgens het verhaal, dat je niet hoeft te geloven om ermee te denken.
Zo min als je in Robinson's bestaan en avontuur hoeft te geloven,
om dat idee bij je doordenken te gebruiken.

Verhalen worden verzonnen

Die mensen, die Israëlieten/Joden die bijbelverhalen aanmaakten, deden hetzelfde als die evolutie predikende jongens. Ze probeerden een verhaal te vertellen waarin het opgelopen ervaren plus ‘horen zeggen’ aan elkaar gepraat/in een onthoudbaar verband geplaatst/ gesuggereerd werd. Er is een goede kans dat veel van die priesters van vroeger, heel vroeger – net zo goed als onze wetenschappers nu – wisten dat hun verhaal slechts een verhaal was. Onze wetenschappers raken ook niet in paniek als er iets onverwachts uit een theorietoetsend onderzoek blijkt. En die verhalen dan, dat die houding door ‘onze’ mensen is ontdekt, en dat sommigen van hen voor straf verbrand zijn? Dat is een fase in de geschiedenis van ons vrije westen, die pas na de bijbelschrijvers gebeurde. Er was een tijd van vrij leven, in het Paradijs, heet dat daar. En ja, in dat verhaal wordt er een dader achter het veranderen gedacht. Net als in ‘onze’ politieseries. Tot geloven dwingen, van betwijfelen en van het voorstellen van alternatieve verhalen afhouden, dat deden die priesters die staatsdienaren waren. Zie mijn verzonnen teksten over die nationalisatie van de christelijke leer rond 300 na Christus in het Romeinse rijk.

Ik maak verhalen aan en ken het feit dat ik alleen sommige van de daarin gebruikte ingrediënten wel eens ergens heb gehoord of gelezen, al of niet verkeerd verstaan.
Als je nalaat te geloven, helemaal, in alles, dan kun je je dit vrije denken veroorloven. Tegenover jezelf en tegenover die lezer die je hele argumentatie heeft gelezen en dus niet denkt dat ie op wat jij “bedoelde” kan reageren, maar levenslang het zal moeten doen met waar hij daar dan zelf kennis van neemt. En herinneringen aan genomen kennis zijn geen kennis.
Herinneringen zijn slechts herinneringen. Wat je vrij zeker weet, is dat het uit je geheugen komt. En niet door engelen of andersoortige geesten tot je komt. Of je kunt op tv een centje bijverdienen als voorspeller en zo. Ook leuk. Waarom niet? Of ze nou jou geloven of een ander of een boek? Ze willen wat te geloven hebben. Nou en? Nou niks.

1) [red.] Dit dagboekfragment is geschreven te midden van de herleefde Griekse staatsschuldencrisis in 2015. Niet helemaal duidelijk is over welk onfatsoen Jaap het hier heeft. Er zijn meerdere mogelijkheden: het afbreken van de onderhandelingen, het referendum, het sluiten van de banken, het niet betalen van het IMF.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *