Jaap Schot, zonder datum
Mijn voorstel houdt in dat aan onderwijzers een percentage wordt betaald (als enig loon, maar minstens als bonus, dus bovenop een basissalaris) van hetgeen voor de leerprestatie aan geldelijke beloning beschikbaar wordt gesteld door wie dan ook. Idem voor de beschikbaarstellers van onderwijsruimten en leermiddelen.
Die regeling zal een aantal mensen ertoe aanzetten goede en snelle leerlingen te zoeken en te werven voor de cursussen die zij geven.
De onderwijstechnisch beste leraren met de beste leermiddelen zullen met de beste plus snelste leerlingen de grootst mogelijke inkomens kunnen halen.
Die leraar is goed die past bij zijn leerlingen, die leerlingen zijn goed en snel die in voor hen optimale sociale en fysieke en didactische omstandigheden kunnen leren.
De belangen van leerlingen, onderwijzenden en leermiddelenbeschikbaarstellers zijn evenwijdig, gelijkgericht, ja ze zijn een en hetzelfde. Er moet maximaal geleerd worden. Dat is het eerste en enige belang van allen die in het voorgestelde onderwijssysteem werken.
Leerlingen die merken dat ze gehinderd worden door medeleerlingen, door de leraar in kwestie of door de aard van de leermiddelen zullen kunnen en willen vertrekken; niemand houdt hen tegen. Het is echter voor alle betrokkenen nadelig wanneer er iemand vertrekt en geen examen doet of elders examen doet. Als hij elders examen doet, na verder geleerd te hebben bij een andere leraar, krijgt de eerste leraar nog wel een deel van het voor onderwijzende bestemde geld, dat wel. Maar aan zijn reputatie doet zo'n vertrek van een leerling geen goed.
Is het daarnaast misschien verstandig een bonus / malus systeem te maken dat medeleerlingen financieel (welk ander?) belang doet hebben bij het succes van ieder lid van de groep? De maffia- achtige manier waarop kinderen (en oudere, 'volwassen' mensen) met elkaar omgaan als een van hen de groep financieel dreigt te benadelen maakt dat zo'n regeling ongewenst is.
Die gelegenheid om zich van een groep en een leraar te verwijderen missen de leerlingen in het huidige onderwijs. Ook is er geen echt ( = financieel) belang van de leraar bij het succes van zijn leerlingen. Emotioneel positief belang gesteld in de een wordt teniet gedaan door de uitingen van de hekel die men aan een andere leerling toont te hebben.
Veel leerlingen worden door hun gevangenschap bij deze leraren en deze klasgenoten gekneusd. Zeker in elke klas van twintig een stuk of twee, drie. Dat zijn er in absolute aantallen zeer, zeer veel. Daar leven hele RIAGG's van, MOB's en hoe die kneuzenknuffelarijen ook mogen heten.
In mijn systeem worden er door de school in ieder geval geen knuffels meer gekneusd. Kinderarbeid is het wat ik voorstel en de leer(= praktisch in ieder geval: school)plicht is nu juist ingevoerd als alternatief voor dat ongewenste verschijnsel (kinderarbeid dus).
Kinderarbeid echter in een totaal arbeidervriendelijke omgeving, dat is een verschil.
Het onderwijs nu hier te lande is zoals het is door een historische politieke keuze. Een keuze dus die ooit ergens eens de beste keuze (het beste haalbare compromis) was; in dit geval de keuze van de organisatie van het aanmaken van iets nodigs (kunnend volk of, in de democratie-propaganda termen gezegd: kunnen in het volk of sociaal-democratisch gezegd: 'gelijke verdeling van kennis').
Er is geen enkele reden om niet verder te lopen nadat men een goede stap gezet heeft. Verder lopen komt ook echt niet neer op het achteraf alsnog afkeuren van de stap die ons bracht waar we nu zijn en niet willen blijven. Dat is voor iedereen begrijpelijk, tenzij het ingevulde voorbeeld ter verduidelijking de betrokkene niet aanstaat.
Ieder woelt hier om verandering en betreurt die dag aan dag.
Ik vind dat werkelijk een grandioze dichtregel. Welk onderwerp je ook neemt en wat je ook aan verandering voorstelt, altijd krijg je tegenspraak en tegenwerking, puur destructief. Zo wil men niet horen van het verder gaan vanuit de democratie(-schijnvorm) die we hier nu hebben. Zo wil men niet horen van het beter maken van de wetten betreffende de persvrijheid, de vrijheid van spreken, menen enz.. Er zit vrijwel geen beweging in het geheel van wetten en dat betekent dat we evenmin een werkende democratie hebben als dat iemand die zijn ogen niet gebruikt een ziende is. Vele, vele wetten en voorschriften die democratisch werden gegeven worden niet uitgevoerd. Die zijn er dus praktisch, feitelijk, niet. De democratie die ze maakte, maakte schijndingen, verschijningen, geen verschijnselen. Deze democratie van ons moet dus anders, beter, met name echt bestaand en werkend worden. Wie echter voorstelt de democratisch gegeven wetten uit te voeren wordt "beschuldigd" van het wensen van een politiestaat. Ja, wat zal een democraat zich anders wensen dan dat de democratisch besloten wetten (mede) door politie zullen worden uitgevoerd? De wetten die je gesprekspartner beschermen wil hij door politie gehandhaafd zien. De andere wetten echter zijn hem onverschillig of dienen niet aan zijn soort mensen (aan hem) als ertegen, althans niet ervoor voelende minderheid te worden opgedrongen, vindt hij. "Jeder Konsekwenz fuehrt zum Teufel" weet hij te melden.
Voor de minimale voordeeltjes die zij zich door deze slordige staatsvoering (hopen te) kunnen verschaffen verkwanselen ze de democratie als verbeterbare mogelijkheid nu.
De hier voorgestelde andere kanalisering van het geld dat ook nu al beschikbaar is voor onderwijs, grijpt juist aan op die gerichtheid op kleine voordeeltjes. Iedereen kan wel hier of daar een cursus met succes volgen en zodoende van dit systeem een graantje meepikken. Iedereen, ongeacht leeftijd, bezigheden of wat ook, kan onvoorwaardelijk in dit systeem meedoen als leerling. Kwaliteitseisen aan onderwijzenden en aan leermiddelen moeten democratisch wettelijk geregeld blijven en (zo nodig mede door politie en justitie) gehandhaafd worden. Dat spreekt voor mij vanzelf.
Of de goedgekeurde onderwijzende slagende leerlingen zal hebben is mede aan hem. Hier zit een probleem: voor sommig onderwijs zijn dure leermiddelen nodig en zo komen de beschikbaarstellers daarvan in een werkgeverspositie ten aanzien van de onderwijzenden en in een monopoliepositie ten opzichte van de leerlingen. Hoe duurder de leermiddelen hoe meer macht er bij die terbeschikkingstellers komt te liggen. Hier weet ik zo gauw geen oplossing voor. Er zullen goedkopere leermiddelen komen, zoals er ook bij de overvraag naar auto's goedkopere auto's zijn gekomen; die reden en rijden ook. Waarschijnlijk is dit een randprobleem, waardoor de massa van het onderwijs niet geraakt wordt.
Het onderwijs volgens het voorgestelde systeem vertoont overeenkomsten met de wapenindustrie. In naam van het algemeen belang voorziet in feite het Rijk, de Staat, de industrie van oneindige opdrachten. Noodgedwongen (niet logisch daartoe besluitend) maakt het Rijk haar uitgaven in deze eindig, maar het buitenland koopt met graagte wapens. Deskundigheid is een wapen, is gereedschap, zo men een vredige uitdrukking wil, bruikbaar, ja onmisbaar in de concurrentie tussen de nationale staten en de internationale ondernemingen. Naar wapens is in oorlog (ook in deze economische oorlog) altijd ruime vraag. Het voorgestelde systeem maakt van het land dat het invoert een emigratieland. 'Braindrain' heet dat verschijnsel en het is niet moeilijk om wie in het systeem leert contractueel te verplichten in geval van werken in het buitenland een deel van zijn loon daar naar het oude vaderland over te maken.
0 Reacties