In dit opstel probeer ik uit te schrijven wat er aan leed rest nadat de gewone bronnen zijn drooggelegd.
Het is niet langer mijn probleem hoe ik aan de wereld, aan mijn omgeving, veranderingen aanbreng of bijdraag (aan wat toch al staat en gaat). Ik hoef niet meer, niet van anderen en niet van de nawerking van anderen uit mijn verleden, via mijn geheugen dat als agenda zou functioneren. Dat alles is voorbij, overwonnen. Ook teistert mij geen ongerustheid over de toekomst. Ik verwacht geen heil, maar ik grijp ook niet lijdend vooruit op het mogelijke onheil.
Mijn vraag is een resterende vraag: wat kan LEVEN als bezigheid inhouden buiten, na en naast de civilisatie, de wereld. Buiten mededinging, buiten gebruik, zonder me te vergelijken en te meten met anderen. Al die neigingen en bezigheden die de geciviliseerden, de personen kenmerken zijn niet de mijne.
Wat ik als de bezigheden van het individu heb beschreven zal ik hier nu even weer aanhalen:
[begin aanhaling]
De geciviliseerde als individu na en naast de civilisatie. In reactie op het gebruikt worden en gevangen zitten denken sommige geciviliseerden zich (minder in navolging van dan analoog aan de Renaissance- mensen) individu te zijn. Ze denken zich als: van oorsprong, van nature, als schepsel: los van de civilisatie. Los van de traditie waarin ze neef, oom, vader, zoon, broer enz. waren, zijn de geciviliseerden al: de cultuur is door de civilisatie overwonnen, de stad is een plaats waar iemand zich aan de plichten als broer enz. kan onttrekken, zonder daardoor last van de omwonenden te krijgen. Individuen definieren zich als - los van hun verwanten - los van hun status in de maatschappij - los van elke kerk en elke partij, ondanks de hen aangedane indoctrinatie(s) - los van de civilisatie waarin ze toevallig belandden - los van de tijd waarin ze leven - los van de plaatsen op aarde waar ze leven - los van hun (toevallige) tijdgenoten (inclusief hun plaatsgenoten).
Wie zich zo los definieert vindt zich terug als exemplaar van de diersoort. Hij neemt van de civilisatie niet de verachting over voor de spontane, eigen mogelijkheden van zo'n exemplaar, van zichzelf. Zolang hij nog betrokken wordt bij wat die gebruikende en gebruikte tijdgenoten, de geciviliseerden, doen, laat hij deze eens zien wat een individu, een vrij mens, kan presteren. Daartoe specialiseert hij zich juist niet. Hij toont het kunnen van de vrije mens, van het individu dat op eigen initiatief werkt: als veelzijdig harmonisch zich aanlerende, verkennende, ontdekkende, bestuderende, begrijpende, met zijn verbeelding aan wat nu hier is ontsnappende, uitvindende. Hij ervaart zich niet als een bijdragende en niet als een deelnemende. Hij is in z'n eentje bezig. Hij kan ook samen met anderen bezig zijn, maar let wel, hij en die anderen vormen dan niet samen een IETS of een deel van een IETS. Samen met anderen bezig zijn houdt uitdrukkelijk niet het zich met elkaar meten in. Er is tussen vrije mensen, individuen geen concurrentie of competitie. Concurrentie en competitie hebben plaats in het bezig zijn aan het verkrijgen, vestigen en verdedigen van status. Dat zich bekommeren om status is ver van elk individu. Concurrentie en competitie zijn van resp. heersers en knechten in de civilisatie.
[tussenvoeging: vechten is kenmerkend voor knechten die als gladiatoren worden gebruikt, resp. zich zo voelen. 'Vechten' is hier niet slechts fysiek bedoeld.]
Let wel: hij, het individu, vat zich ook niet op als een plant: 'zich ontwikkelend', bezig aan 'zelfontplooiing'. Die termen duiden op en leiden tot misverstand. Hij is ook niet bezig met zijn talenten te woekeren, de bankiergod is voor hem geen begrip dat hij in gebruik heeft. Hij is ook niet bezig zijn kunnen en weten te maximaliseren, dat is niet harmonisch. Let wel: harmonisch zijn en harmonisch doen is voor hem ook geen voorschrift. Evenmin is de individu een lustjunkie of een geluk(sgevoel)zoeker. Hij is ook niet bezig meer te nemen dan hij nodig heeft voor zijn zo leven en welzijn. Hij is ook niet bezig met zijn zo doen te protesteren tegen andermans gebruiken en gebruikt worden. Het individu is onbetrokken op de civilisatie.
Het individu is geen wilde, het individu kent de civilisatie, de wilde niet. Het individu is verwilderd, heeft zich verlost (vast, gevangen geweest dus), heeft zich bevrijd: heeft de gelegenheid zich te bevrijden gedacht, gezocht, gehad, (gekregen?), gezien en gegrepen, benut. Het individu heeft hier en daar iets van de technieken en omstandigheden van de civilisatie tot zijn beschikking: als speelgoed, als gebruiksvoorwerpen, als gereedschap.
[einde aanhaling]
Ik merk dat ik hiermee (nog) niet mezelf hier en nu beschrijf.
Vraag: Wat hindert mij er aan om nu ik deze tekst kan schrijven restloos ongestoord zo te LEVEN?
Antwoord:
deel 1: Ik moet me de vraag stellen wat ik zou doen wanneer er geen bezittende anderen om mij heen waren. Wat zou ik nemen, wat zou ik gebruiken, wat zou ik doen, waarheen zou ik gaan? Het is een ding (geweest) de psychische barrieres in mij op te ruimen, de bindingen, de (agenda-achtige) nawerking van mijn opvoeding, scholing en opleiding, het is een daarna nog nodig ding na te gaan welke barrieres er buiten mij liggen. Gezien het feit dat alles te koop is, wordt daarmee het probleem ('nog geen volledig individu-leven blijken te leiden') tot een financieel probleem omgedefinieerd, wellicht herkend als een gevolg van te grote zuinigheid mijnerzijds. Ik weet wat ik kopen moet, als ik eenmaal weet wat ik zou nemen en doen als er niemand mij in de weg stond als bezitter en alleen-bevoegde.
deel 2: Ik moet herschikkingen bedenken (mogelijk weten) van wat ik aan rechten en mogelijkheden heb. Het alternatief mogelijke dat al gegeven is in zijn opstelbare, omstelbare, veranderbare onderdelen, componenten.
deel 3: Telkens weer valt het me op dat ik vaststel (mezelf wijsmaak?) dat ik in mijn eentje niet kan LEVEN omdat ik merk da ik als menselijk individu, terugvallend op mijn exemplaar van mijn diersoort zijn, NIET SOLITAIR ben. Dat zijn drie bronnen van nodigs om als verlost individu na en naast de civilisatie te leven: - de aanschaffingen, de consumpties, het voor geld nemen en doen - de verbeelding die alternatieven opmerkt en verwerkelijkt - een of meer anderen, ook van die individuen.
Daar laat ik het nu even bij.
0 Reacties