Jaap Schot, 22 mei 1991
In dit opstel wil ik nog een keer proberen door te denken of het betalen van iedereen voor elk leren te doen is. Telkens als ik weer van die massa's armen zie met al die kinderen, denk ik: er is geen spul aan te slepen om ze mee aan het werk te zetten, ze zijn met te velen. Ieder van hen heeft echter zijn zenuwstelsel als eigen lapje grond bij zich en kan dat bewerken, ieder van hen kan leren. Zodra en zolang ze leren zijn ze bezig en wel zonder dat ze het milieu enorm belasten. Ze hebben hetgeen ze doen zelf in handen. Hun best doen helpt hen. Ze worden betaald voor het leren, van wat dan ook. Ze scheppen enorme werkgelegenheid voor onderwijzers, leraren, hoogleraren, opleiders, instructeurs, trainers. Een hele industrie van leerbenodigdheden en onderwijsbenodigdheden houden ze in stand.
Zodra en zolang ze leren, doen ze elkaar en anderen geen kwaad, richten ze geen schade aan, stelen ze niet, vernielen ze niet, demonstreren ze niet, stichten ze geen branden. Dat betekent een enorme besparing op de verzekeringsuitkeringen, op politie en justitie ook. En vast nog wel meer.
Ze blijven er bij in leven en dat kost, maar het was toch al niet de bedoeling ze dood te laten gaan. De doden die nu vallen door moord, doodslag, armoe en drugs lossen het overbevolkingsprobleem toch niet op. Als ze rustig zijn omdat ze zeker zijn van een inkomen als ze maar leren, dan is er geen probleem. Wie de overbevolking wil bestrijden kan cursussen 'geboortebeperking', 'gebruik gezond verstand' en dergelijke aanbieden.
Wie onderwijst neemt geen examens af. Wie slaagt verdient daarmee geld voor zichzelf en voor degene die hem onderwees. Lerende en onderwijzende hebben evenwijdige, gelijkgerichte belangen.
Onderwijzen wordt gewoon een vorm van vrij ondernemen.
Ze worden betaald voor leren, dat wil zeggen voor het waarneembaar veranderen van onkundig naar kundig, wat altijd ook inhoudt: van onwetend naar wetend, van "slechts" kennen naar begrijpen, dus bewust zijn.
Ze worden betaald voor leren, dat is veranderen, niet voor het elkaar bezighouden, van de straat houden, van wangedrag afhouden, amuseren. Anderen bezig houden maakt die anderen tot consumenten. Ook consumerende, bezige consumenten doen tijdens het consumeren geen kwaad. Maar ze zijn passief en afhankelijk. Nu worden velen betaald voor het bezig houden van anderen als passieven, als toeschouwers, als luisteraars, als Jan Publiek. Daarnaast en gedeeltelijk daarvoor in de plaats komt het leren: het actief zichzelf waarneembaar / meetbaar (dus examineerbaar) veranderen.
Daarnaast en gedeeltelijk daarvoor in de plaats komt het onderwijzen. Daarnaast en gedeeltelijk daarvoor in de plaats komt het examineren.
De beste onderwijzenden komen bij de beste leerlingen terecht. Is dat zo? Is dat zeker? Is dat positief? Is daar wat tegen?
De slechtste leerlingen komen terecht bij de slechtste onderwijzers. Is dat zo? Is dat zeker? Is dat positief? Is daar wat tegen?
Bestaat er zoiets als een slechte leerling? Is er daarvan slechts sprake bij de geestelijk gehandicapten?
Wie leert is zijn eigen werkgever.
Als voor alle leren betaald wordt, komen er vanzelf razend populaire cursussen.
Er komen ook toeslagen van sponsors boven op de betalingen door de gemeenschap. Sponsoren zullen diegenen die werkgever willen worden van hen die deze cursussen met goed gevolg doorliepen.
Cursussen die de lerenden slechts van de straat houden en geen bijval van derden opwekken, zullen minder betalen dan cursussen die door belangengroepen worden gesponsord.
Ambitie en hebzucht zullen niet gehinderd worden, het zich rangschikken wordt de mensheid niet afgeleerd. Er komt hoogstens een cursus tegen, gesponsord door Boeddhisten, Christenheid en Islam. Of niet.
Stel nu eens dat ik dit (iedereen betalen voor al zijn leren) voor zou stellen.
De voordelen van het dan voorgestelde zijn niet moeilijk te zien: als ze aan het leren zijn, zijn ze hun eigen baas en hoeven ze dus geen compensatie-onderdrukkersgedrag tegen anderen te vertonen. Ze hebben geen meerdere, dus ze hoeven ook geen mindere te hebben. Zodra en zolang ze leren zijn ze buiten elke hierarchie, hebben ze geen rang.
De enige jegens hen antagonistische grootheid is de examinerende instantie. Die is zonder veel moeite "objectief" (de persoon van de examinandus bij het beoordelen buiten beschouwing houdend) te maken. Juist omdat deze instantie de examinandus slechts onder een nummer hoeft te kennen.
Er is ook geen enkele reden om niet voor iedere goed gemaakte opgave van het examen iets uit te betalen. Dan levert zakken nog altijd meer op dan niet-deelnemen. Zo zijn er vast nog tientallen technisch-organisatorische problemen, maar die zijn per definitie oplosbaar.
Tegen geworpen zal dan worden dat er allerlei lieden misbruik zullen maken. Ik kan ze snel geen misbruik verzinnen, maar de tegenwerpers kennelijk wel. Indien zij ook niet, dan allerlei anderen wel. Wel, maak een wedstrijd waarin te verdienen is met het bedenken van verziekende acties binnen dit voorgestelde en evenveel of meer geld met het verzinnen van tegenmaatregelen (deze vorm van verzieken tegengaande spelregels).
Er zal een herverdeling van het geld plaatsvinden. De verdeling zal uiterst ongelijk blijven. Daar hoeft dus niemand van de geciviliseerden zich onrustig om te gaan voelen. Er ontstaat een onmetelijke klasse van midden-mensen, de onderwijzenden. Zij kunnen slechts als ze extreem begaafd zijn rijk worden. De meesten zullen levenslang gemakkelijks onderwijzen aan beginnelingen en aan minder goed lerenden. Maar ook dan verdienen ze een eerlijke boterham, als 'van de straat houder'.
Ik vind dat dit voorstel beter is dan het nooit voorgestelde dat nu wordt uitgevoerd: het beperken van de txaenz-bestedings- mogelijkheden tot het verlenen van diensten aan anderen (daaronder valt ook het voor anderen aanmaken van goederen) en het daarnaast laten verkommeren van miljarden werklozen.
0 Reacties