De Bijbel is een verhalenbundel. Net als bij andere verhalenbundels, zoals bijvoorbeeld die van Marten Toonder of de gebroeders Grimm, staan er verhalen in waarvan men iets kan leren. Bij het genoemde ‘heilige boek’ bestaat er een aloude traditie om die verhalen letterlijk op te vatten. Alsof “hetgeen geschreven staat” een historisch verslag zou zijn, een ooggetuigenverslag uit verre streken en lang vervlogen dagen.
Daarbij lijkt men te vergeten dat we te maken hebben met verhalen uit een compleet andere vertelcultuur. In de woorden van de atheïstische dominee Klaas Hendrikse: er werd door de bijbelschrijvers “geschreven in de taal van toen, de taal van de mythe”. Later ging het mis. Ik citeer Hendrikse nogmaals:
“De mythe werd tot waarheid verklaard en in dogmatisch beton gegoten.
De schrijvers zouden zich de haren uit het hoofd hebben getrokken”.
Jaap geeft in “Bijbel lezen als literaire tekst” zijn interpretatie van de bijbelverhalen. Natuurlijk is daarmee niet gezegd dat die interpretatie dé waarheid is. Hij zou dat zelf ook nimmer beweerd hebben. Integendeel, meermaals schreef hij:
“Geloof niemand, ook mij niet!”
Mijns inziens gaat het daar ook niet om. Het doel van het publiceren van Jaap’s schrijfsels is veeleer te laten zien hoe hij ‘een manier van zelfstandig doordenken’ voorleefde. Als je die ‘methode’ ook toepast, kun je tot een ander resultaat komen. Maar dan heb je er in ieder geval, zelfstandig over nagedacht.
0 Reacties