Jaap Schot, 29 april 2001
Tegenzin als teken van leven
Centraal staat de tegenstelling tussen natuur en civilisatie, om te begrijpen wat er aan de hand is nu er over alle gebeuren en verschijnen wordt gesproken als over niet-levends, nu, in tegenstelling tot vroeger in de ‘voorwetenschappelijke’ tijd.
Ooit was er een tijd dat er nog geen overlevering was: de tijd waarin dat wat daarna overgeleverd werd, werd aangemaakt, bedacht, verwoord, in verhalen verpakt. Het moet [‘logisch’] wel in die tijd zijn geweest dat heel veel mensen heel goed opletten en echt niet zomaar iets verzonnen, omdat het welzijn van allen voorwaarde was voor het welzijn en voortbestaan van iedereen (ieder-een). Er zat aan zomaar wat zeggen geen voordeel, wel nadeel.
========
De dingen makende mens vatte de dingen in zijn omgeving op den duur op als ook gemaakt. De doende mens, vatte de gebeurtenissen (natuurverschijnselen) op die zelfde duur ook op als gedaan. Zo komen er verhalen over goden en over bezielde, levende natuurlijke dingen zoals vulkanen en rivieren. Als natuurlijke dingen kunnen leven, dan kunnen eigen en andermans maaksels dat ook: de afgodsbeelden, talismannen en zo voorts. De hele omgeving raakt ‘vergeven’ van de krachten, geesten, daders. [Nee, die krachten horen er niet bij, die zijn niet levend, die zijn niet deel van deze voorwetenschappelijke begrippensystemen, niet in de wetenschappelijke betekenis van dat woord ‘kracht’: gepostuleerde oorzaak van een beweging.]
========
Ik wil aan de door Lowie Everink in een enkel woord myspirelie aan elkaar verbonden mystiek, spiritisme en religie nog twee ‘dingen’ toevoegen: ideologie en propaganda.
Ik krijg dan myspirelideoprop.
Waarom?
Wel, wat wordt er veroorzaakt door myspirelie? Antwoord: instemming met de stand en gang van zaken in de civilisatie door de component ‘religie’ [de koning is Gods gezalfde], een stel verzinsels om de eigen eenpersoonsellende te vergeten door weg te dromen in een leven als geest na dit leven als gebruikt lijf en de mystiekbedrijvers maken zich onverschillig jegens het aards gebeuren. Resultaat van doeltreffende myspirelie: geen opstand van de gebruikten, de onderworpenen.
Wat ze civilisatie noemen is mensengebruikerij, verder niets. Daar zitten veel kanten aan, bijvoorbeeld het in steden bijeen komen te wonen en op basis van deze ene kant werd deze gebruikerij benoemd.
====
Mens noch dier ‘wil’ gebruikt worden, zonder dwang valt elke civilisatie meteen totaal in elkaar. Om te dwingen zoekt men het aanvankelijk (ja, per nieuwkomer / kind) in mishandelen (“straf”), in het belonen van de gevangenen (zie Skinner), in het misleiden (myspirelie) en in het andersdenkend maken, het van zichzelf als levend en genetisch zo-zijnd wezen vervreemden: intimideren en: enthousiasmeren [dat betekent: vullen (= bezeten maken) met goden, geesten, inspirerende ideeën en verhalen en tegenwoordig, vrij nieuw, post-modern zelfs: memen].
De mensen die ideologieën in omloop brachten en propaganda bedreven, wisten wat ze deden. Dat geldt ook voor andere propagandisten. Ik zie geen reden om te denken dat niet ook de lieden die begonnen met mystiek, spiritisme en religie wisten waar ze mee bezig waren.
Die hele myspirelideoprop loopt spits toe bij mystiek en aan de andere kant, bij de propaganda is-ie het dikst, want daar wordt er volstrekt geen twijfel meer gelaten aan de bedoeling: agitatie. Vechten binnen het systeem en wel om de macht over te nemen, aan de geweren te komen, waarvanuit nu eenmaal alle macht komt.
=============
Het gaat hier over begrippensystemen en uitspraken die niet beschrijvend zijn, er is niet iets dat, of iemand die, buiten zelf staat, bestaat, en dus terecht met een zelfstandig naamwoord of een eigennaam kan worden benoemd. En toch zijn eigennamen en zelfstandige naamwoorden de kernen van al die propaganda (waarvan prediking een vorm is).
========
We kunnen dus verstandig zijn en alle begrippen uit mystiek, spiritisme, religies, godsdiensten, ideologieën en de bijbehorende propaganda (waaronder scholing en opvoeding) onbestudeerd laten. Dat geeft ons vrije txaenz om ons met de ons gegeven verschijnselen en zelf te ijken begrippen bezig te houden.
====
De moderne natuurwetenschappelijke begrippenapparatuur, waarbinnen het begrip ‘leven’ niet past, geen betekenis draagt, die apparatuur heeft een bijkomend voordeel naast het feit dat ze zo passend het onderzochte beschrijft. Dat voordeel is dat die apparatuur de tegenzin ondermijnt. De tegenzin van de gebruikten is een bewijs dat de civilisatie niet past in en bij de natuur. In elk ecosysteem worden alle leefmogelijkheden gebruikt.
Die leefmogelijkheden, die leefruimten, die ‘niches’, kan men ook opvatten als taken, die vervuld moeten worden, opdat het ecosysteem kan voortbestaan, ‘draaien’, functioneren. Er zijn wel ecosystemen met een output van producten die niet worden afgebroken, zo ontstonden bijvoorbeeld lagen kalkskeletten, lagen bruinkool, en dergelijke. Maar zulke systemen vereisen dan een goede afvoer.)
=========
Zolang iemand ‘denkt’ met de begrippenapparatuur waarin geleefd en gewild en bedoeld wordt, is tegenzin begrijpelijk en denkbaar en te verwoorden voor zie ze heeft, voelt en uit. De modern-natuurwetenschappelijke begrippen openen, geven, leveren, die mogelijkheid niet. De gebruikers van mensen hebben er ook geen behoefte aan en zullen onderzoek ernaar ook niet betalen: het onderzoek naar door hen ongewenste verschijnselen is gericht op het beheersen en wegmaken ervan.
========
Let op: ik moet hier natuurwetenschappelijke termen noemen, namaakwetenschappen zoals psychologie, sociologie en economie zijn terecht gespeend van elke status. Ze staan bol van de begrippen uit de voorwetenschappelijke tijd. In de natuurwetenschappen beperken ze zich tot het gebruiken van woorden uit die oude taal: in de scheikunde spreekt men van affiniteit en zo, maar dat doet geen kwaad, er is geen gevoel of leven in de buurt. [Er zijn vast veel mooiere voorbeelden, maar die vallen me nu hier niet in.]
=========
De myspirelideoprop is een begrippenapparatuur, die kwam er omdat er plaats en taak voor was in de mensengebruikerij. Nu ze die begrippenapparatuur hebben gebruiken ze die in hun gevecht: de gebruikers hebben er niet mee gewonnen: er zijn van die dingen als ‘bevrijdingstheologie’. Er wordt met die begrippen gevochten en dat bekomt die begrippen niet goed, ze slijten erdoor af. Ze krijgen zelfs soms tegelijkertijd tegengestelde betekenissen. Er wordt dan ook geen ‘communicatie’ bedoeld als ze weer eens retorisch bezig zijn in debat, dispuut en discussie.
=======
De kwaliteit van die ‘oude begrippenapparatuur’ is dus niet al te best meer. Het myspirelideoprop-deel is niet die hele oude taal. Naast de vraag of er niet toch ook het een en ander aan waarheid in gebruik is genomen door wie dat deel gebruiken / gebruikten, is er de vraag of er nu echt niet het een en ander waar is naast dat wat in de natuurwetenschappen is gevonden en onderzocht en bij herhaling bevestigd.
=======
De laatste drie maanden nu al weer schrijf ik uit naar aanleiding van een sterfgeval vlak bij mij. Valt er over leven en dood-zijn nu echt niets te zeggen zonder in die myspirelie te gaan spreken? Ik merkte, achteraf, dat ik in mijn toespraak bij de uitvaart inderdaad juist uit de religieuze termen had geput.
Met geloven had en heeft dat niets te maken. Mijn probleem is dat ik vrees dat de begrippenapparatuur die ik gebruik mij blind maakt voor verschijnselen waar ik geen naam voor en geen begrip van heb. Juist bij zulke zeldzame verschijnselen als een nabije dode is er dan nut denkbaar van kunnen praten met anderen, die misschien net even een andere kant zien waardoor ik zien kan wat ik in mijn eentje over het hoofd zie.
=====
Die tegenzin is wel een goed verschijnsel, als echte gevoelde oorzaak van het weglopen van mensen en dieren als men probeert die te gebruiken. De technieken om dat weglopen te verhinderen zijn maar al te bekend, maar dat doet het verschijnsel ‘tegenzin’ niet teniet. Zonder geweldpleging geen civilisatie. Dat is een vast punt, dat ontkent niemand. Geen nieuwkomer (kind) wil die onzin of vindt die uit. Alleen terzijde noem ik hier de onzinnige redenering dat de mensen dan niets meer te doen zouden hebben: de natuur is voor geen enkel ‘schepsel’ een couveuse. Alle exemplaren van alle soorten doen iets voor de kost, dat is het punt niet, het punt is het iets tegen je zin, onder dwang doen voor ene ander, met name iets onnodigs (onnodig ook voor die ander). Het is niet beter als mensen voor elkaar ieder op zijn (in grootte variërende) beurt iets onnodigs moeten doen voor een ander. Dat heet democratie en welvaart, maar is en blijft mensengebruik en de achterkant daarvan is de aanmaak van tegenzin.
Het bestaan van tegenzin (exacter is: ‘het verschijnen ervan’, omdat tegenzin geen ruimte inneemt, zoals een ding) moeten we moeizaam verklaren als tegengesteld gerichte chemische affiniteiten van genen en in stofjes in de hersenen verwerkelijkte, ‘geïncarneerde’ memen. Nou, dat is echt geen natuurwetenschap meer.
En waar die levenloze benadering (nog) niet kan verklaren is er nog even ruimte om te spreken van leven.
0 Reacties