Lezen, 2003

Categorieën: 2000, 1 januari – 2004, 31 december | Archief

Trefwoorden: wegwijzer

Jaap Schot, 30 oktober 2003

Lezen leer je. Als je leest zit je ama tussen jou en het voorwerp dat een boek is, in. Van die tekentjes onder ogen krijgen is meteen al lezen, na dat leren. Die tekentjes staan voor woorden en die woorden zijn woorden omdat ze als zodanig in gebruik zijn bij jou en anderen. De betekenissen van die woorden zijn heel erg specifiek voor elke spreker en voor elke lezer. En die twee woordbetekenissen, - die van de lezer en die van de schrijver -, stemmen niet precies overeen, dekken elkaar niet precies. Hoeft ook niet, kan ook niet. Het woord duidt op onderscheiden, want op apart benoemen, het begrip (de betekenis) is volgens Kant datgene wat de blindheid voor het betekende opheft, het onderwerp wordt als het ware omcirkeld, zonder dat zou het in het geheel zo goed gecamoufleerd zijn, dat het veel en veel minder waarschijnlijk zou worden opgemerkt dan nu, mét dat noemen van die woord-begrip-combinatie.
Het gaat bij spreken om gelden (hoe meer spreektijd, hoe hoger rang er blijkt) en bij boeken om de verkoopcijfers en de aantallen lieden die citerend ernaar verwijzen.
=======
Lezen is interpreteren.
=======
De schrijver kán niet bedoeld hebben wat ik als lezer in mij wakker geroepen krijg bij het zien van die letters / woorden / volzinnen / passages.
=======
Er is dus geen contact. Met de schrijver heb ik als lezer NIETS.
========
Wat resteert er dan?
Antwoord:
1. het onderwerp (dat waar de schrijver het over had)
2. de begrippen / onderscheidingen die in de tekst gebruikt worden
3. de wegwijzerfunctie van de tekst als geheel.
===========
Van het onderwerp kom ik door het lezen van teksten die erover gaan ook niets te weten.
Ik moet zelf naar het onderwerp en daaraan (aan dat onderwerp) mijn txaenz besteden: het bestuderen. Met ruim txaenz het bestuderen levert mij van een onderwerp datgene op wat ik er van kan hebben, we noemen dat (ondanks ons beseffen van de geringheid en beperktheid ervan) KENNIS. Dat is goed, want het gefantaseer over absolute kennis en mensenkennis te boven gaand kennen, is leuk, maar leeg. Wij zijn exemplaren van de diersoort ‘mens’ en daarmee moeten we het doen.
========
Wij eindigen als exemplaren op ons vel en met onze dood. Over alles aan gene zijde van ons vel, onze geboorte en onze dood is slechts sprake, er is niets dat erover door ons gekend wordt. Iedereen kent alleen wat binnen zijn vel is. En van het meeste wat daarbinnen aan de gang is, heb ik in ieder geval geen idee: ik kan het niet waarnemen en dus niet onderscheiden en niet benoemen. Tussen eten en poep veronderstel ik spijsvertering. Blijkbaar is er een veranderen geweest. Dat is alles wat ík kan waarnemen.
=========
Wat binnen mijn vel gebeurt is dus ook nog niet ‘mij bekend’, integendeel.
==========
‘Kunnen omgaan met’ is geheel ongelijk aan ‘kennen’. Dat is waar t.a.v. deze computer en t.a.v. mijn lijf. Mijn lijf functioneert al tig jaar lang zonder ‘zelfkennis’. Omtrent mijn computer ken ik niets omtrent dit onderwerp ‘zelfkennis’.
Maar ook omtrent andere mensen en andersóórtige dieren, ken ik daaromtrent niets.
=======
Wat ik ook hoor vertellen en melden, ik doe er geen kennis omtrent het onderwerp door op. Ik kan het geloven en doorvertellen, daar word ik geen bron van kennis van, zelfs als bron van informatie kan ik mij niet terecht opvatten, ik ben een doorgeefluik van ‘klankblokken’. Ik deel evenmin iets mee, meldt evenmin iets als een uitvoerend musicus dat doet.
=========
Zonder ‘bedoeler-ermee’ heeft een woord geen betekenis. Elke taal verdwijnt met haar sprekers. En dat geldt ook voor de losse woorden.
==========
Ook zonder ‘verstaander-eronder’ heeft een woord geen betekenis. De laatste der Mohikanen kan in z’n eentje geen Mohikaans spreken, hij gebruikt onverstaanbare uitspreekbaarheden die geen woorden meer zijn.

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *