Lezen, 2007

Categorieën: Kapitein Veerdonck | Opstellen

Trefwoorden: onbewerkte versie

Jaap Schot, 24 maart 2007

070324LEZEN

=========

Start: zaterdag 24 maart 2007 11:45

=========

 

  1. Wat je hoort of leest, kan je slechts doen denken aan wat er al in je geheugen zit opgeslagen.
  2. Wat de OORSPRONKELIJKE schrijver uitschreef was ‘WAT HÉM INVIEL’. Wat hem inviel kwam uit zíjn geheugen, zelfs als hij schreef bij wat hij zorgvuldig waarnam: de woorden, onderscheidingen en begrippen kwamen uit zijn geheugen als toevoeging.
    • waarnemingen
    • onderscheidingen
    • woorden
      • soortnamen
      • wmsgg’s
    • begrippen
    • associaties
      • cognities
      • gevoelens / emoties
      • neigingen tot actief ingrijpen / aangrijpen
  1. De geheugeninhouden van de LEZER zijn deels ongelijk aan de geheugeninhouden van de SCHRIJVER.
  2. Wat de LEZER verstaat onder de tekst is ongelijk aan wat de schrijver in woorden bewust werd.
  3. Aan wat je niet weet (ß geleerd hebt) kan geen tekst je doen denken. Verkennen van je omgeving en je best doen op en buiten school zijn manieren om te komen aan ‘veel om in je wakker geroepen te worden’.
  4. Van ontspannen en sporten leer je niets, daarom wordt dat ook zo aanbevolen: het is niet langer de roomse kerk die díe mensen dom houdt, die gebruikt worden in deze systematisering van het binnensoortelijk parasiteren dat ‘de mens’ als civilisatie beoefent. Nee, het is de bewustzijnsindustrie die hier nu deze functie vervult. Als je duizenden voetbalwedstrijden gezien of gespeeld hebt, kun je daar niets mee doen. Met de resterende geheugeninhouden, die er wel degelijk zijn. Je kunt je ze misschien herinneren, met of zonder meerkeuzevragen en/of verwijzingen naar eenmalige details van gebeurtenissen. Maar het waren anekdote blijvende eenmaligheden. Herinneren ≠ doordénken / er mee denken / er iets anders mee begrijpen (à de waarneming van dat andere structureren).
  5. Ik kan het brein (= de actieve hersens, in dit geval: ter zake van “mijn” tekst) van “mijn” lezer niet kennen en andersom.
  6. Met wat je niet kúnt kennen, heb je niets te maken. Je moet het doen met wat je wél kunt kennen. Wat is hier ‘het’? ‘Het’ is hier: je txaenz besteden om entelechisch te gebeuren (ik herinner er aan dat je mérkt dat je zó, dat is ‘goed’ gebeurt, aan ‘dat je je gelukkig voelt, je als gelukkig ervaart, waarschijnlijk, nee: misschien, zoiets als wat verslaafden ‘high’ noemen). 24-3-2007 12:06|
  7. Je moet je omgeving verkennen en er zoveel mogelijk BRUIKBARE onderscheidingen in maken en benoemen, jezelf zodoende voorziend van begrippenapparatuur (= structureerapparatuur).
  8. LITERATUUR, levert verhalen, die de LEZER bruikbaar moet maken voor zichzelf, door deze verhalen als a:b’s te gebruiken bij (waarneembare / ervaarbare / gegeven) c:d’s in zijn omgeving. Schoolvoorbeeld: de robots van Asimov volgen wetten, die precies zo golden voor roomse lijfeigenen / arbeiders ten aanzien van hun feodale heren / bazen.
  9. Niemand wil gebruikt worden, daarom is er ‘Westworld’, waar je zonder wroeging je met robothoeren kunt uitleven en met robotanderen ruzie kunt maken en hen vermoorden. Het is niet te doen aan ménsen de opdracht te geven de vuilstortplaatsen te saneren, daarom doen in ‘I, robot’ robots dat.
  10. ‘De robot’ in de sf maakt het ‘voltijds parasiet worden’ van ‘de mens’ (= alle levende mensen) Dan is de beschaving eindelijk geheel gedemocratiseerd, zónder bekering tot het godgegeven (en gezien wat ons als we parasiteren aan lijfelijk ellendigs overkomt: goebedóeld) ‘door nodigs gedreven en door opgemerkts gestuurd’ díer zijn.
  11. En, - ik zág de film ‘I robot’, gisteravond (weer): - Asimow voorzag de weigering van ‘de mens’ en de LOGISCHE onhoudbaarheid van de combinatie ‘parasiteren en LEVEN’.
  12. Ik kreeg niet de indruk dat de filmmaker nog iets anders dan kassucces bedóelde te veroorzaken. Maar de KIJKER is, - evenals de LEZER/LUISTERAAR -, soeverein. Hij mag (NEE: kán slechts) ZIEN (resp. “HOREN”) wat er in hem wakker geroepen wordt en dát moet hij dan DOORDÉNKEN. Zonder doordénken is er passend ‘horen’ en ‘zien’ te schrijven, niet ‘HOREN’ en ‘ZIEN’. Er is geen luisteren en bestuderend bekijken (scrutinise).
  13. Om dat doordénken, dat na het zien gaan dénken onwaarschijnlijk te maken is het volgende programma op televisie altijd: GEEN NABESPREKING. Iets geheel anders volgt: reclame en dan iets heel anders. Dan dient het wakker geroepene weer uit het bewustzijn verwijderd te zijn.
  14. Wie wil leren ZIEN en LEZEN dient zich ertoe te brengen na afloop (deels meteen, deels later) een interpretatie van minstens 1500 woorden uit te schrijven. Uitschrijven neemt tijd en zorgt er zo voor dat er voldoende txaenz aan die INHOUDELIJKE (= de inhoud, dus niét de vórm betreffende) nabeschouwing besteed wordt.
  15. De belangstelling voor de vorm en voor het overkomen van het product bij de consument is de zorg van de werker in de bewustzijnsindustrie. Het is niet een onderwerp van de SCHRIJVER en niet van de LEZER. 24-3-2007 13:01 | 795 woorden. ||

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *