Jaap Schot, 18 oktober 2003
‘Logisch redeneren’ is een spel met regels, zoals ook schaken dat is. Het zou ook in zo’n zakjapanner kunnen, net als schaken, als de woorden maar een vaste betekenis en vaste onderlinge relaties hadden. Maar ook voor de minnaars van logica was de lol er dan af, zoals ook voor de minnaars van schaken met anderen zo’n schaakcomputer slechts een manier is om verlegen figuren en beginners die nog verwachten altijd van iedereen te gaan verliezen aan de mogelijkheid te helpen schaken een patiencekarakter aan te meten.
Wat is er aantrekkelijk aan het spelen van schaken en logisch redeneren, met anderen? Antwoord, viel mij gisteren op de fiets ineens in: net als ik zijn ook vele anderen op zoek naar een sociale omgeving waar volgens aan hen bekende (in ieder geval zonder al te veel moeite kenbare) tot algemeen gelden gebrachte en gehouden regels wordt geïnterageerd. Een veilige gekende en voorspelbare omgeving waarin ik als handelende de weg ken, de regels ken.
Vanuit de wetenschapper, die waarheid zoekt, is er wat tegen het laten gelden, van welke afspraak of regel dan ook, want elke regel kan hem in de weg zitten bij het opmerken, waarnemen, durven melden van wat waar is. Schoolvoorbeeld: de nieuwe kleren van de keizer, heet sprookje van Andersen.
Ook die wetenschapper kan in zijn laboratorium binnen de samenzwerende buitenmaatschappelijke wetenschappers thuis zijn. Geen civilisatie staat wetenschappers dat buiten spel zijn toe. Is er dan censuur? Nee, er is overschreeuwing. Een onmetelijke massa verstrooiing brengende grollige lieden, onbetamelijke hoeveelheden competitieve bezigheden en vooral muziek, maken de waarschijnlijkheid gelijk aan vrijwel nul, dat een maatschappijkritische (ons als vee gehouden worden aanwijzend, niet bewerend, aanwijzend: kijk zelf, durf het zelf op te merken en onder woorden te brengen, wat ongelijk is aan uitzeggen tegen een ander en in daden uiten, in gedrag: doen en nalaten, naar gelang) tekst gehoord, gelezen, ‘voor txaenz als kanaal gebruikt’ zal worden. In feite mag alles wat geen gevolgen zal hebben naar de verwachting van de veehouders (= de varkens die in de boerderij der dieren van Orwell, de plaats van de verdreven boer hebben ingenomen. Wie zijn die varkens? Dat moet je vragen aan die selectieofficieren die voor de KMA en vroeger zoekend tussen de dienstplichtigen de geschikten voor officier-zijn vinden.).
Het is helemaal niet ingewikkeld. Maar hoe kwam ik nou van logica en schaken op officieren als varkens? O ja: iedereen die geen thuis heeft, zoekt er een. Elk spel (elke sport en elke stand, de medische stand, de officierenstand en de juridische stand enz.) levert in de erbinnen geldend gehouden regels een thuis.
En ‘thuis’ betekent hier dus een (kleine) groep anderen, met wie wij kunnen omgaan zonder ons ononderbroken bewust te zijn van de mogelijkheid dat onze ama botst met die van een ander daar dan [want elk spel is plaatselijk en tijdelijk !!!].
Totale vrijheid voor iedereen, het ideaal van de laissez faire VVDers/ liberale warhoofden, betekent totale onveiligheid en onrust. want niemand op straat of in een gebouw is nog berekenbaar of te vertrouwen, nee vooral ook de politie en de justitie niet. Die hoor je tegenwoordig de meest abnormale uitspraken doen. Vrijheid van allen om zichzelf (= hun toevallige ama) te zijn is willekeur van een onkenbare dictator. Stalin, Caligula.
Daar kom je achter door waarnemen en durven benoemen en doordenken. Niet door debat. Debat is juist een voorbeeld ervan.
Een debat bestaat geheel uit woorden. Torricelli met zijn buis vol kwik en vacuüm, ging nu juist níet in debat. Dat is nu juist de kern, de clou, van dit stichtelijke verhaal (= deze wereldse wetenschappelijke moraliteit).
‘Logisch redeneren’ is een spel met regels, zoals ook schaken dat is. Daar begint dit opstel mee. Logisch redeneren is een bezig zijn volgens / volgend regels, pas in het debat zijn die regels spelregels én wapens, zoals alles in oorlog, en debatteren is oorlog voeren, als wapen gebruikt wordt. De bloedige ernst van het debat is ongelijk aan de ernst die bij het handhaven van de spelregels in een spel dat ‘thuis’ der deelnemers beschut tegen verval. Logica geeft de woordvechter een wapen en wellicht helemaal binnen in het omstreden huis een veilige plek: logica plus de gemeenplaatsen (= de dingen waar alle strijdenden het over eens zijn) geven een beschutte plaats. Een schuilkelder, maar geen thuis.
Alle wapentuig van de taal bevindt zich in de ama’s. IK en JIJ hebben geen woorden met wapenkarakter.
0 Reacties