Jaap Schot, 6 oktober 2002
Het kind dat leert praten hoort om zich heen vele verschillende woorden. Een groot deel daarvan zijn probleemloos namen van aanwijsbare dingen/ verschijnselen: de tafel, de regenboog, rood. ‘Pijn’ wordt ook nog wel duidelijk. Aanwijsbare dingen die afwezig zijn in de omgeving komen in massa voor in verhalen. ‘Veranda’ was er voor mij zo een. Een vreemd onnodige bezigheid is het zoeken in musea en vreemde landen naar eindelijk een aanwijsbaar voorbeeld van waar die woorden naar wijzen.
Wat gebeurt er nu met woorden als ‘geloof’, ‘hoop’ en ‘liefde’? Wat moet je als kind, als je omgeving je ertoe dwingt de uitdrukking ‘vlinders in je buik’ te gebruiken? Je voelt iets heel anders, niemand heeft ooit een vlinder in z’n buik gehad, laat staan gevoeld, maar: je bent een aanpasser en je praat dus mee, je praat na, je praat door al is er niets waar je het als wáárnemer over hebt. Je lult. Zo heet dat, en je weet het, je KENT het feit dat je leeg praat.
========
Maar vrijwel zeker WETEN (daarmee bedoel ik: metabespreken) deze pratende automaten niet wat ze doen.
6-10-02 11:56|6-10-02 13:19:
===========
Ook hier gaat het niet om de woorden, maar om de begrippen, exacter nog: om de aanzetten tot gedrag en gedragsvormgeving die er in de betrokken enkeling aan vast zitten, in zijn apperceptieve massa.
De betekenis van die woorden waar dit opstel over gaat, - woorden dus waar niks bij valt aan te wijzen, waarmee slechts verhalen te vertellen zijn -, die betekenis leren kinderen uit verhalen. Het is van geen belang of die verhalen in het Nederlands, in het Latijn of in het Berbers verteld worden. Het gaat er om wat er in die verhalen met het woord in kwestie wordt aangeduid. Voorbeeld: of het nu vrede, shalom of pax heet, stel dat er in dat verhaal met ‘vrede’ die toestand wordt aangeduid die er is na de pacificatie van een streek: het daar wonende volk is overwonnen, de leiders zijn gedood, allen zijn geïntimideerd, de boeken zijn verbrand, alle kinderen krijgen onderwijs en het spreken van de oorspronkelijke eigen taal is verboden en wat er aan verboden en geboden is, wordt met groot geweld (Sharia is daar een mooi voorbeeld van) gehandhaafd. Opstand is uitgesloten, want iedere gedachte daaraan wordt ontdekt en de denker wordt gedood. Daarover wordt niet uitbundig bericht, de aandacht wordt afgeleid naar andere zaken.
Er heerst daar nu vrede. Het televisieprogramma ‘Klokhuis’ stelt telkens weer dat ‘islam’ ‘vrede’ betekent, terwijl het ‘onderwerping’ betekent, volgens de woordenboeken. Zo sticht onbegrip hopelijk vrede, denken ze misschien.
==========
Stel, dát is het verhaal. Dat ‘begrip’ vrede heeft veel overeenkomsten met een heel ander begrip dat ook ‘vrede’ wordt genoemd en wel door mensen die een ander verhaal hoorden vertellen toen ze er aan toe waren aan het woord ‘vrede’, dat ze geleerd hadden, een betekenis te hechten.
========
Om maar eens wat te verzinnen: zij zouden het verhaal hebben kunnen horen vertellen van die mensen die door gezamenlijk optreden en door het met elkaar delen van de buit leefden en overleefden, zich niet rangschikkend, niet onderling en niet ten opzichte van andere mensen of dieren of zo. Geen twist, geen concurrentie, geen privaat bezit. Ook dat is vrede.
=========
Er is opstand mogelijk tegen daar dan niet (maar zogenaamd in het verleden ooit voorgoed) gefundeerde voorrechten (= achterstelling, parasitisme, benadeling), maar ook uit wraak. Deze of gene ‘reden’ voor opstand, dat scheelt een slok op een borrel.
Het gaat mij hier niet om politieke dingen, die zullen mijn tijd wel duren, ik wijs op de reusachtige onuitgesproken betekenisverschillen en contextverschillen van woorden.
De woorden zijn dezelfde.
De met die woorden aangeduide, ‘bedoelde’, in de spreker verbonden begrippen, zijn zeer verschillend, niet slechts qua omvang van gedetailleerdheid en doordachtheid, maar van context, van verhaal waarin het begrip past.
Het gaat mij er hier om aan te wijzen dat ‘Nederlands leren spreken’ niet inburgert. Spreken met etiketten, zoals wanneer men dan zegt dat het gaat om ‘de Nederlandse normen en waarden’, helpt ook helemaal niks. Het gaat om de verhalen die mensen aanhoren in die tijd dat ze dit soort woorden door verhalenvertellers laten vullen met betekenis, laten plaatsen in een verhaal.
=========
Censuur is volstrekt onmisbaar om vrede, verstand, eenheid en begrip te bereiken.
Wie gezamenlijke normen en waarden wenst, geeft aan het ene de voorkeur boven het andere.
Waar en onwaar zijn niet beide te tolereren in de wetenschap.
Het is echt een zieke grap te stellen dat het voldoende is als iedereen is vóór het volgens hem goede en tegen het volgens hem kwade, foute, onrechtvaardige, enz..
========
6-10-02 16:02|6-10-02 16:46:
============
Het hele vraagstuk in kwestie bestaat niet, doet zich niet voor bij het beschrijven van wat er gebeurt. Bij beschrijven bepalen de waarnemingen mede en beslissend wat er gezegd wordt, als de spreker eerlijk is. Dat de spreker eerlijk is, is onwaarschijnlijk, dus beperken wij ons tot het intersubjectieve en liever nog tot het objectief vastlegbare en het herhaalbare.
6-10-02 16:49|6-10-02 17:01:
==========
Dat de spreker eerlijk is, is onwaarschijnlijk doordat de sprekers vrijwel allemaal deelnemen aan het grote rangschikken. [Uitleg elders, op vele plaatsen en vooral: zelf kijken om je heen, naar concurrentie en competitie dus.]
=========
Hetgeen niet binnen deze wetenschap (de echte) te krijgen is, is niet het spel uit te krijgen, blijft binnen het maatschappelijke, binnen dat vechten om de breinen (en via die breinen om de txaenz) der mensen, der anderen. Ontelbaren willen als koningen leven, zoals vroeger de koningen, de heersers: parasitair, met al die aan heersers / overwinnaars toegedichte eigenschappen als het willen, het bedoelen, gezag en een smaak hebben, vrijheid, waardigheid enz. Voor deze koningen (koopkrachtigen) zijn slaven, knechten, onderworpenen, armen, gelovigen, luisteraars naar verhalen nodig. Liefst in het buitenland, minstens in andere woonwijken, anders merk je, zie en ruik je die armoe zo. En bovendien hebben ze besmettelijke ziekten en vieze gewoonten.
=========
Andere koningen zijn concurrenten en daar heeft niemand echt behoefte aan. Competitie tussen knechten, slaven, gebruikten, loonslaven, dat levert wel eens betere kwaliteit van diensten en spullen op, concurrentie maakt alleen de spoeling dun. Een wijze parasiet maakt zijn ‘gastheer’ niet eens ziek. Een parasitaire bovenlaag mag niet te dik zijn, anders raakt de maatschappij ontregeld.
=========
Het maakt niets uit waar de gebruikten aan of in geloven, als
1. ze er maar onderworpen, bewonderend, anti-revolutionair door worden, zijn en blijven en
2. ze onder elkaar maar niet aan het vechten, stelen e.d gaan. ‘Netjes’ moeten ze leven, elkaar niet tot last. In vrede dus. Normen en waarden. Respect.
============
Dit alles ligt binnen hetgeen met van die losse woorden besproken wordt. Daarom moeten landen vol gebruikten ook een dictatoriaal bewind hebben, met voor alle ingezetenen dezelfde verhalen. Censuur, al of niet vermomd als staatsreligie.
===========
Waar die censuur wegvalt (voormalig communistisch gebied) slaat de enige echte maatschappelijke waarheid toe: de enige roofdieren waar de mensen echt voor behoren te vrezen, dat zijn andere mensen die ‘ondernemers’ worden en van de txaenz van andere mensen gaan leven zoals vlooien en vampiers leven van bloed. Binnen de diersoort ‘mens’ is een roofdiervariant en een prooidiervariant. Het is onduidelijk of er al terecht gesproken kan worden van erfelijkheid via de genen.
=========
Er zijn bovenmensen en ondermensen, in feite, er zijn gebruikers van mensen en gebruikte mensen. Er is het verschijnsel binnensoortelijk parasitisme. Ze zuigen geen bloed, maar maken txaenz afhandig, de parasieten. En ze proberen het te doen zonder geweld te plegen en zeker zonder het plegen van geweld te tonen. Af en toe, bijvoorbeeld tegenwoordig hier, zijn er wat subgroepen, die hun plaats niet kennen en dan dus, uiteindelijk, met fysiek geweld moeten worden gebroken, omdat die truc met dat onderwijs, die begrippenapparatuur, die verhalen, niet lukt: ze spijbelen, spreken de taal niet (exacter: luisteren niet naar verhalen, leren nauwelijks begrippen). We hebben dan te maken met onaanspreekbaren en met zogenaamde leidinggevende politici en opinieleiders, die dit alles niet inzien en niet durven WETEN.
========
Dat kan heel lang duren en veel last geven.
Onaanspreekbaarheid is ‘onze’ gewone relatie. Wij hebben geen gemeenschappelijke verhalen die we hoorden toen we gevormd werden = onze losse woorden aan begrippen vastmaakten.
=======
Jammer hè?
Maar ja.
Het zal mijn tijd wel duren.
0 Reacties