Maart 1997

Categorieën: 1997 | Dagboeken

Trefwoorden: censuur | Descartes (René)

1 maart 1997

Het Hegelen is een schone zaak
En geeft het mensdom veel vermaak.

Laat ons Hegelen:

Tot de grote geheimen van de geschiedenis behoort het feit dat enige jaren voordat Robinson Crusoe gezelschap kreeg van Vrijdag er bij hem op zijn eiland een Engelsman als schipbreukeling aanspoelde. Het noodlot wilde dat het maar niet wilde boteren tussen Crusoe en deze man (door Robinson consequent 'Maandag' genoemd naar de dag waarop hij aanspoelde). Na enige weken reeds werd besloten dat ze apart zouden gaan wonen en leven en daartoe deelden ze het eiland in twee vrijwel gelijk grote delen. Om een lang verhaal kort te maken: Robinson voelde zich na enige tijd opgesloten op zijn deel van het eiland, terwijl er toch niet meer gebeurde dan dat ze elkaar buiten hun eigen gebied sloten. Robinson kreeg zonder Hegelen door dat opsluiten en buitensluiten precies hetzelfde zijn.
Al Hegelend komen we tot dat inzicht pas als we ons het ontstaan van schaarste indenken nadat er aanvankelijk meer ruimte was dan ze bewonen en gebruiken konden voor wie de beschikbare aardoppervlakte deelden [ = zich een deel daarvan toe-eigenden, in bezit namen, aan gebruik van de ander(en) onttrokken en onthielden ]. Het proces van verdelen ( = toe-eigenen = in bezit nemen = stelen ) eindigt door de eindige 'factor' oppervlakte en dan verkeert het elk de ander ruimte laten in het tegendeel.
==========
Met VERDRAAGZAAMHEID is er ook zoiets gebeurd. Groepen mensen zijn op voldoende afstand van elkaar gaan wonen (daar ging het bovenstaande over). Die afstand voldeed aan de voorwaarde dat andere groepen niet aanraakten en niet aangeraakt werden. Zo, buiten elkaars bereik kwamen ze ertoe zich gewoonten aan te meten, die ongelijk waren aan die van anderen (inclusief ongelijk aan veel gewoonten van de vroegeren waar de voorouders vandaan gegaan waren).
Zoals reeds beschreven kwamen de verschillende groepen elkaar weer tegen, tot ieders leed. Het leed van de overwonnenen en door voor hen nieuwe ziekten bezochten is meteen duidelijk. De overwinnaars ontaardden alleen maar, vervielen slechts qua moraal. Dat ook dat leed is, ziet men bij nader toezien, maar dat is een ander verhaal.
Hoewel: wat gebeurde er: de overwinnaars verachtten de anderen, de vreemden en de verliezers verachtten hun eigen goden, tradities en leiders, omdat die hen niet de veiligheid hadden gegeven toen het nodig was. En voor die veiligheid waren ze in gebruik.
De overwinnaars, hoe slecht ze ook kijken en luisteren naar wie verloren, zwakker (bewapend) bleken, komen toch te zitten met het feit dat het (leven) ook anders kan dan volgens de eigen tradities. Het is dan een grote stap voorwaarts als Nathan de Wijze inziet dat er overeenkomsten zijn tussen die machtige, oude tradities en op basis van die overeenkomsten verdraagzaamheid bepleit, want passend acht, beter dan op bekering gericht vechten met woorden en andere wapens.
===========
Als dan de mensen die in andere doordachte, doorwrochte en beproefde tradities zijn ingewijd en ingelijfd, worden aanvaard, dan wordt de volgende stap gezet: aan het inwijden en inlijven vervalt de kant van de betrokkenen: het zich ernstig eigen maken van en inspannen voor de traditie, 'hun' traditie. Als het toch geen voorrechten meer oplevert om een integere, doordachte, bewuste, ernstige aanhanger te zijn, dan wordt de tijd, aandacht en energie om dat te bereiken bespaard en gebruikt voor andere technieken om aan voorrechten te komen.
==========
De ontaarding van de verschillende tradities door het bestrijden van de anderen wordt tegengegaan, maar het rotten vindt nu plaats doordat er geen loon meer vastzit aan de toewijding vanuit de individuele mensen. Ook het moreel van de beroepsdoorgevers van de tradities is uiteindelijk gebroken: niet slechts is het godsdienstonderwijs omgedefinieerd tot een aan de leerling (als klant) te brengen produkt, nee, ook de 'vaderlandse' geschiedenis is als zodanig verdwenen.
=========
Dan volgt de stap dat elke integere positief wordt gewaardeerd, ook al is zijn persoonlijkheid niet langer die van deze of gene traditie, maar slechts een kaleidoscopisch toevallige constellatie van normen en waarden van her en der bijeengedobbeld. Er verloopt nauwelijks nog tijd of iedereen kan EISEN ONAANTASTBAAR TE WORDEN GEACHT.
=========
Iedereen acht zich gerechtigd zowel het al of niet aanwezig zijn van deze of gene waarde te verdedigen als het centraal en boven andere waarden stellen ervan. Iedere kaleidoscopische persoonlijkheid verheft zich boven zoveel mogelijk andere toevalsproducten: de persoonlijkheden naast hem.
=========
Als eenmaal alle combinaties en constellaties van waarden en normen te aanvaarden zijn, kunnen ook de tegendelen van waarden en normen, de perversies, worden geëmancipeerd. Dat proces is succesvol begonnen en nog lang niet afgesloten.
========
Verdraagzaamheid invoeren was begonnen om wat ergens eeuwenlang passend en succesvol was gebleken niet te vernietigen omdat het toevallig niet even sterk bewapend was als een ernietpassend elderspassend iets. Deze poging om het andere te laten voortbestaan blijkt voor alle alternatieven uiteindelijk dodelijk te zijn geweest.
Tradities waren omvattende en samenhangende consistente gehelen, die het doen en nalaten der aanhangers volledig konden besturen. Zo'n traditie moest bijvoorbeeld een antwoord opleveren op de vraag of en zo ja hoe en op welke voorwaarden een dier gedood mocht worden. Samenleven met iemand die doodt wat jij wilt laten leven kan niet in vrede en vrede is een doel met de traditie.
============
Ontelbare persoonlijke instellingen zijn onverenigbaar ( = kunnen niet in vrede leven ) met andere persoonlijke instellingen.
==========
Verdraagzaamheid is verkeerd. Het is geworden tot de grootste ondeugd, terwijl het ooit begon als een deugd.
Wat Jan Vis (dvg 272 blz. 5 r.kolom r. 7 e.v.) 'Sociaal zijn' noemt, is volstrekt afkeurenswaardig en gelukkig ook onuitvoerbaar. "Zonder morren en voorbehouden de aanwezigheid" van de Naziarts die twee zigeunerkinderen aan elkaar naaide tot een siamese tweeling" ** "te erkennen, te accepteren en waar nodig" (na de val van het derde rijk dus) " te verdedigen. Je hebt hier te doen met de positieve wil van de volwassen individuele mens om 'met zijn allen' " (die kinderen zijn er aan doodgegaan natuurlijk) "te zijn."
[** leuker kan ik het niet maken Jan, wel duidelijker.
==========
Als iets goed is, dan is het tegendeel (niet: elk alternatief, maar wel menig alternatief) kwaad en moet worden verhinderd en alle recidive moet worden voorkomen. Dat voorkomen (de preventie) van recidive ( = dat die misdadiger het nog een keer doet ) mag minstens evenveel doden kosten als de automobiliteit en de gemakkelijke verf waar die schilders aan geofferd worden.
=========
Ik kan niet zo goed tegen zachtheid naast hardheid. Omdat het "zaak is om dit leven met zijn allen zo goed mogelijk door te komen." Er zijn er velen, die niet hiertoe geïnspireerd zijn en die zijn niet tot gedachten te brengen, laat staan tot andere gedachten.
===========/////////\\\\\\\\\\\\\============
Het elkaar uit de weg gaan en met rust laten sloeg om in het binnendringen van elkaars gebied bij het 'ontdekt worden' van de nazaten van de lang vergeten vertrekkers.
Het verdragen van het goede andere sloeg om in het zich weerloos uitleveren aan wie het kwade nastreven.
=========
We kunnen nu nog een fraai voorbeeld uitwerken: het behouden van de goede gedachten van wie eerder leefden dan wij en teksten achterlieten verkeerde in het niet grijpen van hetgeen hier nu gegeven is aan de zorgvuldige hoeder van wat toen daar beschreven (dat is: om te bestuderen, voor de lezer zelf aangeduid, aangewezen) werd.
============ einde. NU KOMT 03:========
3 maart 1997
========
Het vrijdenkersweekend van dit jaar zal (zie blz. 16 van DVG 272) als thema hebben: 'Alles keert zich in zijn tegendeel'. Inderdaad: het vrijdenken is,  door het invoeren van het Hegelen als techniek, zoals JV dat doet in zijn artikel in DVG 272  alsnog tot een voorbeeld van dat 'zich keren' te maken. Nu ja: van gekeerd worden natuurlijk, abstracte dingen zoals 'het vrijdenken' doen zelf niet zulke dingen.
=========
citaat uit Flam blz. 54/55/56: als het grofmechanische model oorzaakgevolg wordt opgeblazen krijg je de god van de roomsen. JV heeft 1. 'de mens' als god en 2. de moord op het vrijdenken door het Hegelen, een truc, logica, die in een computer kan worden ondergebracht, dan niet tot gehegel zou leiden en daarom wordt aangevuld met het verlaten van Descartes methodische eis: 'idées claires en distincts'.
==================verder uitwerken volgt =============
Het onderwerp is dit:
het als in oorzaakgevolg geordend opvatten van zoveel als mogelijk van 'wat (je meerzintuiglijk en in handen GEGEVEN) is'. Dat opvatten doet men teneinde gewoonten aan te kunnen leren. Ik hoorde de vraag formuleren hoe de mensen er toch toe gekomen waren het gebeuren om hen heen als wetmatig, regelmatig op te vatten. Nou, dat is een tamelijk eenvoudig te beantwoorden vraag: het verloop van jaar en dag en van eb en vloed, bijvoorbeeld. EN DAN VERALGEMENEN.
Van regelmatigheid buiten je macht (de genoemde voorbeelden) naar regelmatigheid binnen je macht, het hanteerbare op grof mechanisch niveau: oorzaakgevolg. EN DAN VERALGEMENEN.
=========
Naast het veralgemenen is er het beeldspreken, het bespreken met behulp van een beeld, niet slechts een analogie, een a:b=c:d om relaties zonder specifieke naam aan te duiden. Nee, het beeldspreken, het met behulp van een beeld bespreken, wordt als niet langer als zodanig herkend, ervaren. Zoals bij veelgebruikte woorden de klemtoon verlegd raakt (er is niet zozeer een bewust doen) [voorbeeld: allesbehAlve in plaats van Alles, behAlve, daar is geen tijd voor, voor die komma, die pauze, die de betekenis handhaaft].
===========
Bij veel psychologen was het spreken van drijfveren al gauw geen bewust gebruiken van een mechanisch beeld meer. Ook wanneer men zegt dat iemand gespannen is, zich moet ontspannen, enz. is het hydraulische beeld volstrekt 'buiten beeld'. De betrokken voelt zich gespannen en meldt dat, zonder verder erg nauwkeurig waar te nemen wat en hoe hij voelt, er is immers al een naam voor wat hem hindert.
===========
Zo gaat dat. Zo wordt dat gedaan, maar alsof het gebeurde. Er wordt niet bij opgelet en gedacht. Zoals er niet gelet wordt op het gaan naar de plaats waar men zijn moet om iets belangrijks te doen. De gedachten zijn al bij dat belangrijke en de reistijd is verloren tijd en slechts de volstrekt nodige aandacht wordt er aan besteed.
===============
Bij het gewone taalgebruiken gaat de aandacht naar de toegesproken (bestreden) anderen en naar wat de taalgebruiker bedoelt, zeer zelden naar het onderwerp in onderscheid van wat de bespreker gegeven is (daarvan) en zeer zelden naar de beperkingen en vertekeningen door die flarden van de taal die de gebruiker gebruikt. Ook gaat geen aandacht naar de schema's (van de soort van oorzaak  gevolg, middel  doel en dialectische omslag) die zonder erg heilig worden verklaard, dus overal en altijd geldig, bruikbaar.
============
Ook fnuikend zijn de verabsoluteringen, het niet langer aanwezig achten van beperkte geldigheid en van variatie binnen de genoemde verzamelingen.["Alles keert zich in zijn tegendeel."]
===========
En dan: waar legt de spreker het initiatief. [ Alles keert, dat 'alles' toch, waarom zou het daar het initiatief toch toe nemen.] =========== EINDE NU KOMT: 10:

10 maart 1997

Wat te doen met de schijnwetenschappelijke uitspraken en stellingen in de geloofsbelijdenissen van anderen ?
Sommige teksten zijn geloofsbelijdenissen, in onderscheid van beschrijven, waarbij wat het geval blijkt te zijn bepaalt wat er gezegd moet worden. Ik schreef al uit dat alle napraten en alle meepraten (als omgaan met informatie) geloofsuitspraken zijn: onbetwijfeldweten, maar geen kennen. Geloofsuitspraken maken niet altijd deel uit van een geloofsbelijdenis. Geloofsbelijdenissen zijn die teksten die het aanmaken begeleiden van evenwichten in de ziel (de apperceptieve massa, het herinnerbare, de door het brein in kwestie verzamelde en gebruikte informatie). De godgelovige en de goddeloze beide doen dat. De techniek die erbij gebruikt wordt is ook bij beide dezelfde: vanuit onbewezen en onbewijsbare stellingen (premissen) wordt logisch verder geredeneerd tot het tevoren vaststaande doel [die evenwichten binnen wat men 'weet'] bereikt is. Om dat doel te bereiken moeten ze, behalve onwaarheden invoeren ook waarheden buiten gebruik laten. Het weglaten is even onmisbaar en fundamenteel voor het bereiken van die evenwichten als het invoeren van onwaarheden (fantasieproducten bijvoorbeeld). Een gewaagde, maar soms onvermijdelijke zet in dat spel is het ontkennen van als waar bewezen stellingen (constateringen).
=======
Om een mij onduidelijke reden ontkennen zowel de EOers als JV (DVG 273) dat 'de mens' een dier is. Waarom ? In de biologie zijn ze dan niet aan het spreken, daar is 'de mens' een en dezelfde soort. Wel is er nog een overeenstemming van JV en de EOers: 'de mens' is een eenheid: 'de Schepper van de wereld' resp. een en hetzelfde schepsel 'naar het beeld Gods'.
========
Dat 'de mens' de schepper van de wereld is, past volledig in de Bijbelse visie: God schiep de aarde en de hemel erboven, 'de mens' verdeelde het aardoppervlak in gebieden en de schendbare luchtruimen daarboven. Die Schepper van de wereld is 'de mens', een verzinsel, net als God en 'het paard'. Zomin als individuele paarden steeds meer een mode volgden om op een teen te lopen en zo van gewone gangers tot teengangers werden, zo min hebben individuele mensen 'de wereld' doen ontstaan: het is volkomen toeval of het een dier (een exemplaar van zijn soort) lukt om zich voort te planten in op hun beurt het zover brengende nazaten. Er is niets mis met AL die jonge dieren die gevangen worden in de ochtend van hun leven. Het is een vroom verhaal dat de roofdieren de zwakken, de ouden en de nietpassenden doden, een waar verhaal waar weggelaten wordt dat die roofdieren niet kunnen nalaten te eten als er geen andere dan gezonde exemplaren beschikbaar zijn als prooi.
========
Er is een blijde boodschap verzonnen door een of andere New Age figuur: ik geloof dat het 'cognitieve velden' genoemd werden; het kwam hier op neer: als ergens iemand iets uitvindt, iets uitdenkt, iets ontdekt, dan wordt het, zonder dat de ontdekker het doorvertelt, voor anderen makkelijker om datzelfde ook te vinden; en zo wordt het dus waarschijnlijker dat zij het ook vinden, ook denken, ook ontdekken, ook doorkrijgen, ook inzien, ook gaan doen, enz..
Ik vond en vind dat een blijde boodschap, want het moeizame communiceren is niet langer nodig: geen gebedel meer om plaats op het publicatiebord, in de krant, in de pers, in tv, in radio. Ware het mij toch mogelijk te geloven, ik geloofde hierin.
=========
In de visie die ik als ongelovige heb, moet ik constateren dat vele, vele goede ideeën nooit als oorzaak hebben gewerkt in het worden van 'de wereld' tot wat die nu is, resp. zoals die nu gaat ('zich ontwikkelt'), verandert, evolueert.
Niet het goede overwint, niet het beste, niet het mooiste, niet het edelste, maar: dat wat toevallig ontsnapt aan de blinde, planloze, selectiedruk. Die selectiedruk is de verbloemende term voor het beschrijven van het feit dat er op alle zwakheden en ook op het toevallig op het verkeerde moment en/of het op de verkeerde plaats zijn DE DOODSTRAF STAAT en dat altijd en overal: in het lijfelijke en het leren <> onderwijzen, waar de wetenschap biologie het over heeft en in het 'geestelijke' waar JV het over heeft. De te jong gestorven denker, de nooit aangehoorde denker, uitvinder, spreker. Eindeloos zijn de verliezen en alleen door de reusachtige hoeveelheden en onmetelijke tijden kwam er wat uit. Dit wat er nu (aan de gang) is.
===========
Boven de Serengeti zweven een stel gieren. Er wordt onder hen, ze zien het scherp en vanuit een ideaal gezichtspunt, weer een zebra door een leeuwin gevangen en gedood. "Het zoogdier", zegt de ene gier filosofisch tot de andere, "heeft veel sterfte aan zichzelf te wijten." "Ja", is het antwoord, "het is onbegrijpelijk wat zoogdieren elkaar aandoen."
Iedere lezer ziet in dat die gieren 'het zoogdier' zo niet mogen gebruiken: ze moeten, om enig verantwoord peil te bereiken onderscheid maken binnen dat begrip. Nooit zagen ze een zebra een leeuw vangen. Die gieren maken zich schuldig aan die uitspraak die ook over NaziDuitsland wordt gedaan: "daar kan men zien wat mensen elkaar aandoen"; Nee, die tweelingen in Auschwitz deden Mengele niets aan."
========
Maar 'de mens' moet voor wie zijn geloof belijdt in het Schepper zijn van 'de mens' een eenheid zijn. 'De mens' moet de plaats innemen van God, voor de goddeloze, die zijn 'goddelijke vonk' niet kwijt wil, en zijn 'boven alle gedierte gesteld zijn', en zijn 'kroon der schepping zijn'.
=========
Wie 'wij' blijft gebruiken en de veroorzakers in de wereld in dat wij begrijpt, heeft vat op wat er gebeurt: mier tot olifant (op brug): "wat stampen we lekker, he". Machteloosheid is als gegeven nog wel dragelijk als aan het kennen ervan geen gevoel verbonden wordt. Maar een deel van ieders (?) brein scheidt gevoelens af, zoals de darmen 'ontlasting' uitscheiden. Machteloosheid en gevaar zijn samen waar te nemen voor iedereen, soms is de aandacht er niet bij weg (vandaan) te houden zelfs. Daarbij scheidt het genoemde breindeel angst en zo af. Als dan 'wij' de angstige en de machtigen omvat, is er troost, geruststelling. Wil dat in acute gevallen ooit lukken, dan moet er ononderbroken geoefend worden in dat 'wij'voelen.

11 maart 1997
==============
Naar aanleiding van Jan Vis in DVG 272 (febr. '97).
========
"Hier, aanpakken, gereedschap, bevrijd jezelf."
Motto: Onderscheiden, onderscheiden, onderscheiden !
Teksten: beschrijvend, stichtelijk en belijdend.

 Sommige teksten zijn beschrijvingen, oorspronkelijke, echte, eigen beschrijvingen : wat er gezegd wordt, wordt bepaald door 1. wat de bespreker het geval blijkt te zijn en 2. de begrippen die in het brein van de bespreker werkzaam zijn. Zulke besprekers zijn alleen van elkaar te onderscheiden door de mate waarin ze de volledigheid benaderen in hun beschrijven. "Zelf" komen ze in hun beschrijvende tekst niet voor.
 Sommige teksten zijn stichtelijk, dat wil zeggen: constructief, opbouwend, en wel ten aanzien van een eenheid, een 'wij', waarin spreker en hoorder beide begrepen zijn.
 Belijdende teksten zijn teksten die 'naar binnen (in de spreker) toe' stichtelijk zijn: In al datgene wat in het brein van de spreker werkzaam is, moet zoveel mogelijk evenwichtigheid worden aangemaakt en behouden. Om die evenwichtigheid aan te brengen dient het geloof, dat beleden wordt.
Voorbeeld: "Ik veroorzaak vrijwel niets 'in de wereld'", dat kan elke lezer mij oprecht nazeggen. Wie 'wij' blijft gebruiken en de veroorzakers in de wereld in dat 'wij' begrijpt, heeft vat op wat er gebeurt: mier tot olifant (op brug): "wat stampen we lekker, he". Machteloosheid is als gegeven nog wel dragelijk als aan het kennen ervan geen gevoel verbonden wordt. Maar een deel van ieders (?) brein scheidt gevoelens af, zoals de darmen 'ontlasting', de nieren urine: buiten onze schuld en toedoen. Machteloosheid en gevaar zijn samen waar te nemen voor iedereen, soms is de aandacht er niet bij weg (vandaan) te houden zelfs. Daarbij scheidt het genoemde breindeel angst en zo af. Als dan 'wij' de angstige en de machtigen omvat, is er troost, geruststelling. Wil dat in acute gevallen ooit lukken, dan moet er ononderbroken geoefend worden in dat 'wij'voelen. Een tekst met dat 'wij' er in, noem ik dan ook: een geloofsbelijdenis.

Ik schreef al in DVG uit dat alle napraten en alle meepraten (als zijnde omgaan met informatie) het doen van geloofsuitspraken is : onbetwijfeldweten, maar geen kennen. Hoe onberispelijk deze uitspraken ook zijn voor wat betreft de logica en de grammatica, ze worden nooit beschrijvend, nooit constateringen. Er is niets (meer) dat ermee beschreven wordt.
Let wel: Geloofsuitspraken maken niet altijd deel uit van een geloofsbelijdenis.
=================
Geloven, de bezigheid is fout. Los van de inhoud. Mensen kunnen feiten en/of fantasieën aan elkaar praten, logisch en consistent. Dat vergemakkelijkt het onthouden van die verschijnselen die aan elkaar gepraat werden, het doet met die verschijnselen verder niets. Een theorie, een verhaal, een cosmologie enz., dat zijn steunmiddelen voor het geheugen, het zijn geen verklaringen, er is niet mee 'in te zien' of zo. Elke andere manier van aan elkaar praten is even goed, als er dezelfde feitelijke constateringen in kunnen worden ondergebracht, als het geheugen er evenzeer mee wordt gesteund, het optreden van onverwachts er even goed mee wordt bestreden. [Het schrikken er even zeldzaam door wordt en dus de verschrikkelijke dingen zeldzamer worden. Alles blijft gaan en staan zoals het onbesproken en ongezien ook zou doen, daar verandert het waarnemen en bespreken nu eenmaal niets aan. Alles blijft even erg, maar wat verwacht wordt, doet niet meer schrikken. De verschrikkelijkheid van onze omgeving, die kunnen we verminderen, door bestuderen en 'in een theorie (een verwachtgereedschap dus) vatten'.
"Kennis" is geen macht, kunnen is "macht". "Kennis" kan je op een idee van iets doen brengen.
=======
Wat te doen met de schijnwetenschappelijke uitspraken en stellingen in de geloofsbelijdenissen van anderen ?
Antw.: Ze als zodanig herkennen, wat anders en/of meer ? Het is te betreuren dat de schrijver een vorm kiest die niet precies past bij het belijden van (een, i.c. zijn) geloof. Een belijdenis begint met 'ik geloof'. Dan is het een mededeling over de spreker en niet over iets buiten de spreker. Ook al kiest de spreker een andere vorm: het blijft alleen over hem, over zijn geloofsinhoud gaan.
Let wel: ook een traditie, een verzameling stamgebonden omgangsgewoonten met de omgeving en elkaar als stamleden dus, is geen alternatief voor wat de moderne (natuur en mens) wetenschappen moeten melden: tradities schrijven voor en praten 'verstand van zaken' en 'voorschriften / afspraken' aan elkaar. Wetenschappen leveren constateringen en die aan elkaar pratende theorieën, ze leveren geen voorschriften en de waargenomen verschijnselen worden niet van een oorzaak voorzien of als bedoeld of gedaan opgevat.
========
JV maakt in zijn stukje de fout om wetenschappelijke indelingen en grenzen op te vatten als geloofsbelijdenissen en zijn eigen geloofsbelijdenis als een wetenschappelijke constatering.[Waarbij hij 'logisch' en 'wetenschappelijk' aan elkaar gelijk stelt, wat in 1997 gewoon restloos fout is.]
=========
Geloofsbelijdenissen zijn begeleidende teksten bij het aanmaken en onderhouden van 'evenwichten in de ziel' (= de apperceptieve massa, het herinnerbare, de door het brein in kwestie verzamelde en gebruikte informatie). De godgelovige en de goddeloze beide doen dat: 'in balans brengen'. De techniek die erbij gebruikt wordt is ook bij beide dezelfde: vanuit onbewezen en onbewijsbare stellingen (premissen) wordt logisch verder geredeneerd tot het tevoren vaststaande doel [die evenwichten binnen wat men 'weet'] bereikt is. Om dat doel te bereiken moeten behalve onwaarheden ingevoerd er ook waarheden buiten gebruik gelaten worden. Het weglaten is even onmisbaar en fundamenteel voor het bereiken van die evenwichten als het invoeren van onwaarheden (fantasieproducten bijvoorbeeld). Gewaagd, maar soms onvermijdelijk daarbij is het ontkennen van constateringen (resp. van als waar bewezen stellingen). Men stelt bijvoorbeeld: "de mens is geen dier" en/of "de mens is geen ding".
========
Ik ben een mens. Ik ben een ding. Iedere vliegtuigmaatschappij heeft daarmee te maken: ik weeg wat en ik neem ruimte in. Als ik als ding uitputtend beschreven ben, ben ik nog niet uitputtend beschreven. De bioloog kan met zijn begrippenapparatuur de natuurkundige aflossen en verder gaan met het beschrijven van mij. En als de bioloog klaar is, dan kan de psycholoog verder gaan en mijn software beschrijven, die zo eenmalig is als een de constellatie van de glimmerdingetjes in een kaleidoscoop. Net zo eenmalig en net zo futiel, zo zonder belang.
========
En als met 'de mens' de diersoort bedoeld wordt, dan is er op dezelfde wijze over te spreken als over 'het paard'. Ook dat veranderde in de loop van de tijd en mede onder druk van het blinde noodlot, dat volstrekt 'natuurlijk' is, maar niet selecteert, niet uitzoekt.
Evolueren is niets anders dan veranderen, ook de natuurlijke selectie is geen surrogaat richtinggever, die god, de schepper, vervangt. Er is geen positieve factor (dader, bedoeler, toejuicher), in de natuur (natuurlijke evolutie) niet en in het verloop van de geschiedenis van de wereld niet. 'De mens' als vormgever en bedoeler van de wereld is net zo'n verzinsel (als de scheppergod) 'achter' het veranderend WORDEN tot dit wat nu GAANDE !!! is.
=======
We vinden zowel bij de EOers als bij JV (DVG 272) dat 'de mens' geen dier is. Waarom ? In de biologie zijn ze dan niet aan het spreken, daar is 'de mens' een diersoort.
Wij allen, van welke groep of ras of stand ook, behoren ertoe: tot een en dezelfde soort. Wel, dat is de positieve overeenstemming van JV en de EOers: 'de mens' is een eenheid: 'de Schepper van de wereld' resp. een en hetzelfde schepsel 'naar het beeld Gods'. "Wij scheppers" van JV en "wij zondige schepsels" van de EO.
Die gezelligheid hebben ze allebei. Dat binnen zijn, dat geen afstand hebben.
========
Dat 'de mens' de schepper van de wereld is, is volledig verenigbaar met de Bijbelse visie: God schiep de aarde en de hemel erboven, 'de mens' verdeelde het aardoppervlak in gebieden en de schendbare luchtruimen daarboven. Die Schepper van de wereld is 'de mens', een verzinsel, net als God en 'het paard'.
Zomin als individuele paarden steeds meer een mode volgden om op een teen te lopen en zo van gewone gangers tot teengangers werden, zo min hebben individuele mensen 'de wereld' doen ontstaan: het is volkomen toeval of het een dier (een exemplaar van zijn soort) lukt om zich voort te planten in op hun beurt het zover brengende nazaten. Er is niets mis met AL die jonge dieren die gevangen, gedood, opgegeten worden in de ochtend van hun leven. Het is een vroom verhaal dat de roofdieren de zwakken, de ouden en de nietpassenden doden, een waar verhaal waar weggelaten wordt dat die roofdieren niet kunnen nalaten te eten als er geen andere dan gezonde exemplaren beschikbaar zijn als prooi. Pech hebben is geen bewijs van 'minderwaardig zijn'. Niet elk exemplaar dat gedood wordt voordat het zich voortplant, is minderwaardig (gebleken, door dat noodlot). Niet iedere minderwaardige heeft pech. Niet iedereen die geluk heeft, is beter, meer waard, passender in zijn omgeving.
Variaties (onder andere dus: beterzijn, wat da ook zijn moge in dat geval) komen in enkelvoud, de wetten van de grote getallen kunnen daar niet op aangrijpen. Die gelden voor beperkte aantallen zich herhalende verschijnselen (voor een dobbelsteen met zijn zes kanten, dus) maar de evolutie betreft het DNA en dat is een dobbelsteen met ontelbaar veel kanten. En daarbij helpen dan geen miljoenen jaren en exemplaren.
============
Wat nog is, is nog niet dodelijk gebleken. Dat is te zeggen, niet: wat nog is, is nuttig gebleken. Dat is evenmin te zeggen als 'wat nog is, is bedoeld' of 'wat nog is, is het best ontstane tot nu toe'.
========
Dood maken en dood zwijgen: de enige werkende krachten.
==============
Er is een blijde boodschap verzonnen door een of andere New Age figuur: ik geloof dat het 'cognitieve velden' genoemd werden; het kwam hier op neer: als ergens iemand iets uitvindt, iets uitdenkt, iets ontdekt, dan wordt het, zonder dat de ontdekker het doorvertelt, voor anderen makkelijker om datzelfde ook te vinden; en zo wordt het dus waarschijnlijker dat zij het ook vinden, ook denken, ook ontdekken, ook doorkrijgen, ook inzien, ook gaan doen, enz..
Ik vond en vind dat een blijde boodschap, want het moeizame communiceren en onderwijzen is dan niet langer nodig: geen gebedel meer om aandacht, om plaats op het publicatiebord, in de krant, in de pers, in tv, in radio.
Ware het mij toch mogelijk te geloven, ik geloofde hierin.
=========
In de visie die ik als ongelovige heb, moet ik constateren dat vele, vele goede ideeën nooit als oorzaak hebben gewerkt in het worden van 'de wereld' tot wat die nu is, resp. zoals die nu gaat ('zich ontwikkelt'), verandert, evolueert.
Niet het goede overwint, niet het beste, niet het mooiste, niet het edelste, maar: dat wat toevallig ontsnapt aan de blinde, planloze, selectiedruk. 'Selectiedruk' is de verbloemende term voor het (beschrijven van het) feit dat er op alle zwakheden en ook op het toevallig op het verkeerde moment en/of het op de verkeerde plaats zijn DE DOODSTRAF STAAT en dat altijd en overal: 1. in 'het lijfelijke en het leren <> onderwijzen', waar de wetenschap biologie het over heeft en 2. in het 'geestelijke' waar JV het over heeft. De te jong gestorven denker, de nooit aangehoorde denker, de genegeerde uitvinder, de doodgezwegen spreker. Eindeloos zijn de verliezen en alleen door de reusachtige hoeveelheden en onmetelijke tijden kwam er wat uit: Dit wat er nu (aan de gang) is. Wie juicht daarbij en waartoe?
===========
De eigenschappen en gedragingen die er zijn hebben niet bewezen nuttig of constructief of bedoeld te zijn of beter te zijn dan die welke er niet zijn. Het is alleen bewezen dat 'wat er is' tot nu toe niet in de weg stond van het voortplanten ( = het als hardware, stoffelijk doorgegeven worden) en/of het onderwezen (=het als software, onstoffelijk doorgegeven worden).
===========
Niet met logica alleen, maar ook met heldere en goed onderscheiden begrippen (concepten). Kom, Humpty Dumpty, je kunt de woorden niet laten betekenen wat je wilt.
======================
Boven de Serengeti zweven een stel gieren. Er wordt onder hen, ze zien het scherp en vanuit een ideaal gezichtspunt, weer een zebra door een leeuwin gevangen en gedood. "Het zoogdier", zegt de ene gier filosofisch tot de andere, "heeft veel sterfte aan zichzelf te wijten." "Ja", is het antwoord, "het is onbegrijpelijk wat zoogdieren elkaar aandoen."
Iedere lezer ziet in dat die gieren 'het zoogdier' zo niet mogen gebruiken: ze moeten,  om enig verantwoord peil te bereiken , onderscheid maken binnen dat begrip. Nooit zagen ze een zebra een leeuw vangen. Die gieren maken zich schuldig aan die uitspraak die ook over NaziDuitsland wordt gedaan: "daar kan men zien wat mensen elkaar aandoen"; Nee, die tweelingen in Auschwitz deden de kamparts Mengele niets aan." [Mengele had een prettige ouwe dag in alle rust, vrijheid en welstand, tussen vrienden; zo vertelt men ons. Dat voor wat betreft de wrekende gerechtigheid vanwege God en/of vanwege 'de mens'.]
========
Maar 'de mens' moet een eenheid zijn, voor wie zijn geloof belijdt in het Schepperzijn van 'de mens' . 'De mens' moet de plaats innemen van God, voor die goddeloze, die zijn 'goddelijke vonk' niet kwijt wil, en zijn 'boven alle gedierte gesteld zijn', en zijn 'kroon der schepping zijn'. Al die oude priesterkadootjes behoudt wie in 'de mens' gelooft; ook behoudt hij de ellende van Job: geen evenwicht te kunnen scheppen tussen God en het Kwaad. Wie in 'de mens' gelooft ging die nietbiologisch bedoelde eenheid binnen teneinde troost te hebben voor zijn eigen onmacht. Maar het door 'de mens' gedane kwaad doet die troost weer teniet.
Toevoeging op za 150397: ========:
Zo'n geloofsbelijdenis is niet zelden een angstkreet en een roep om hulp. Als ik van de hand van de een of andere atheïst lees dat het kenmerkend is voor 'de volwassen individuele mens' om iedereen te laten voortbestaan, dan is dat een vreemde verstandloze kreet. Mengele en de kinderen in Auschwitz. Punt uit, wie daar Mengele's aanwezigheid erkent, accepteert en waar nodig verdedigt, komt in conflict met anderen die de aanwezigheid van die te vergassen anderen erkennen, accepteren en nu nodig verdedigen. Nou, die humane volwassen individuen waren niet talrijk genoeg aanwezig toen daar.
Kortom: dit zijn alleen maar woorden, wie er uit zou leven, zou meteen sterven. Het antwoord van Jezus op "Wie is mijn naaste?" luidde echt niet : "iedereen"; integendeel. Geen enkele nog bestaande religie leidt zo rechtstreeks de dood in als deze kreet van die volwassen individuele mens van Jan Vis.
========
Maar ja: "Ook dom en onverstandig handelen is intelligent handelen." zo kunnen we JV citeren.
=======
"Dieren kunnen dat niet.", zo verzekert JV ons.
Dan volgt er een verzwegen middenterm en dan trekt JV de conclusie:
De mens (heeft) de mogelijkheid om geheel naar eigen inzicht de wereld (zo) in te richten dat hijzelf en vervolgens iedereen veilig kan leven." (blz. 5 r. onderaan)"
====
Dit is waanzin. En wel doordat JV hier 'de mens' in één enkele uitspraak in twee betekenissen gebruikt: 1. als soort met een geschiedenis en 2. als enkeling binnen die geschiedenis en eraan overgeleverd.
=============
Als de lezer en ik een partijtje schaken, dan hebben wij noch samen, noch ieder van ons apart, de mogelijkheid om het verloop van die partij te bepalen, vorm te geven. Doordat we TEGEN elkaar spelen bestaat het verloop (de zettenreeks) weliswaar uit onze daden (ze is er de som van, meer niet), maar wij wilden die en dat verloop geen van beiden zo hebben en konden het zoworden (nu: zozijn geweest) ervan geen van beiden voorkomen.
Zelfs wie schaken kunnen niet zoals 'de mens' van JV "in absolute vrijheid enz" dat kleine procesje (het ontstaan van dat spelverloop dus) beheersen.
Waar gevochten wordt, is het procesmatig verlopende geschieden niet 'maakbaar'.
=========
Ik kan niet volgen wat JV hier schrijft op blz. 5 r.kolom.
Hij stelt [onder andere natuurlijk] dat ik, als enkeling mij niet 'in de natuur' staande zou kunnen houden. Dat klopt, maar het gebruiken van 'de mens' voor mij als enkeling hier nu en tevens voor de soort en tevens voor 'iedereen, toen en nu en altijd en overal', dat maakt van die uitspraken niet slechts onduidelijkheden, maar gewoon: onzin.
======
Het is proefondervindelijk vastgesteld dat ook een orang oetan [bijvoorbeeld] heel veel moet leren en net als de lezer en ik te gronde zou gaan als hij zo, uit de dierentuinsituatie waarin wij leven, in een oerwoud zou worden gezet en alleen gelaten. Ik heb leren winkelen, zoals een wilde (= vrij levende) orang oetan leert waar welk nodigs (eetbaars en bruikbaars) in dat bos te vinden, in handen te krijgen en te gebruiken is. Ooit (zo stellen we, logisch redenerend) moet elk van deze dingen door een zo'n aap gevonden, ontdekt, uitgevonden, begrepen en zelfs: onderwijsbaar gemaakt en onderwezen zijn. [Al is dat onderwijzen misschien alleen maar geweest: 'waarneembaar, openlijk, in het openbaar doen'.]
========
Dat 'het niet voor zichzelf houden' moeten die dieren volgens JV per ongeluk, onopzettelijk, 'onbewust' gedaan hebben. In 'het dier' [net zo'n onbegrip als 'de mens'] mag volgens de SOORTIST JV geen intelligentie zijn.
=======
"Die zogenaamd 'sociaal' levende dieren volgen in onvrijheid en volstrekt willoos hun programmatuur..."
Dat is zo'n fraai voorbeeld: JV heeft net zo min als ik of de lezer een ziel of een wil*. De ziel is een voor hun vertellen en handelen nodig verzinsel van de priesters (troostend bij de dood) en de wil is een dito van de juristen, de rechtsprekende elite, nodig bij straffen ( = mishandelen met een smoes erbij) en te belonen ( = omkopen / kopen met een smoes erbij ); beide, straffen en belonen zijn vormen van 'macht vertonen'; om dat indruk wekkende vertonen gaat het, niet om gerechtigheid of orde (= berekenbaarheid en de daaruit voortvloeiende rustigheid van de onderdanen).
In de context van dat humanistengeloof van JV wordt het woord 'vrijheid' gebruikt als naam voor soevereiniteit, de absolute onbepaaldheid, ongerichtheid, onberekenbaarheid, onverantwoordelijkheid, het zonder enige meerdere zijn. Zo is in de denkwereld van de slaaf de meester, de vorst, de heerser; en in het brein van het gebroken kind : de vader, de opvoeder (van welk geslacht dan ook) die vadert. 'Vaderen' is : de vrijheid van het kind kapot maken door het van zijn initiatief te beroven. Elk kind wil leren door imiteren, nadoen, ookdoen. Wie vadert geeft tot doen het bevel, ZONDER HET gedrag in kwestie ZELF VOOR TE LEVEN. De opvoeder neemt zich namelijk een hoger rang dan de opvoedeling en neemt het voorrecht dat wat het kind moet, zelf niet (meer) te hoeven. Zo worden slaven gemaakt, die vrijheid niet hebben, gevangenen zijn EN DAARMEE INSTEMMEN. Door in te stemmen, mee te doen in het hebben van voorrechten, wordt de gevangene tot slaaf. De slaaf wil het EMANCIPEREN, het steeds meer, meer dan zijn minderen, op de allerhoogste machthebber(s) gaan lijken: op wie zich van niemand meer iets hoeven te laten gezeggen [zich door niemand meer ter verantwoording hoeven te laten roepen voor hun wangedrag].
=======
Intelligentie is niet gelijk te stellen aan 'zonder mechanische programma's zijn'. [Computerprogramma's zijn in beginsel mechanisch: als ik deze knop indruk moet de computer wel deze letter op het scherm brengen; het ding kan dat niet nalaten en het kan er niet het initiatief toe nemen. Een ding met een vrije wil en initiatief is onbruikbaar. Daarom wordt de wil van het menselijk gebruiksvee gebroken en alleen nog als verzinsel om straffen mee recht te praten in gebruik gehouden.] Dieren nemen in de visie der slaven geen initiatieven: de priesters gaven de slaven het 'boven alle gedierte gesteld zijn' als troostgeschenk voor hun overgeleverdzijn aan de grillen van de soeverein.
Kenmerkend voor dat priesterkadootje is het spreken over 'het dier' en 'de mens'. Niet slechts als troost voor de onderste slaaf die nu ook een mindere heeft in 'het dier' wordt dit concept gebruikt: ook verontschuldigt het die lustmoordenaars die zich tot het nodeloos en/of onnodig wreed doden van 'het dier' beperken: onze jagers. Ook zij behoren tot 'de mens' van JV, net als die Naziartsen en al die andere levende, warme knuffels. Wat hebben wij het toch gezellig met elkaar.
==========
De lezer en ik en alle anderen zijn overgeleverd aan wat er gebeurt en van dat gebeuren hen treft. Ze zijn van hun kansen en voor hun ziekten en pech NIET de aanmaker, de veroorzaker. Ja, het zoeken naar en het opmerken en grijpen van kansen is een bezigheid die ik ook kan nalaten. Maar dat is op ongelooflijk grote afstand van de absolute vrijheid van JV's 'de mens'.
"Het is steeds" [nu net NIET JS] "de individu zelf van wie alle ontwikkelingen uitgaan."
========
Het vreemde [ in het denken van wie het onbegrip 'de mens' zo gebruiken als JV doet] is die gelijkstelling van dat 'de individu' en 'de stedelingenplaag: de massa, zich rangschikkend ( = zogenaamd 'in civilisatie' ) bijeen'. Gelijkstellen om te kunnen overspringen van die ene betekenis op de andere.
=========
De menselijkheid van wie zo denken is de tegenhanger van de goddelijke vonk in die lui die zich God als een vuur denken.
========
"God heeft geen andere handen dan de onze", zo sprak de dominee. Dat zo zijnde is de doende gelovige (en de gelovige die niet doet is een nul, een hol vat: klinkt hard, maar houdt niets in) een samenstellend deel van God, de grote dader. De actieve gelovige dient niet, maar IS (deel van) zijn God.
De individuele mens a la JV dient 'de mens' niet, maar IS (er deel van). Die 'de mens' is net zo'n verzinsel als die God. Met datzelfde verzinnend vermogen hebben andere dwazen zich Satan gedacht en diens activiteiten doen zij.
Al die verzinners in hun groep zo lekker bezig zijn de gevangenen van elkaar, maar ze zijn gelukkig, want ze zitten in een structuur, met name een hiërarchie: om dat te handhaven hebben die van 'de mens' de dieren nodig, als minderen. Onder elkaar kunnen ze dan de legende vertellen van de IN BEGINSEL reeds voltooide emancipatie VAN ALLEN TEN OPZICHTE VAN ALLEN, VAN ALLES TEN OPZICHTE VAN ALLES.
=========
* De ("vrije") wil is dat bedachte zintuig waarmee wie (bijvoorbeeld als consument, Koning Klant spelend) een wil (nodig) heeft, kan aflezen wat hij niet nodig heeft maar WENST, exacter: BEGEERT. Zo'n zintuig bestaat niet, het is er echter, in gebruik, als illusie, zoals de nationale staten er zijn en 'de samenleving' en 'aller mensen broederschap'. En niet te vergeten: zoals de ether en phlogiston. Maar waar die twee laatsten niet meer door de censuur van de natuurwetenschappen heen komen, worden de wil en de ziel en de staten en de multinationals en de wetten eindeloos voortgedragen: door de belanghebbenden.
=======
Juffrouw Laps, U hebt geen ziel, U hebt geen wil, die dingen bestaan niet, het zijn verzinsels. U bent een gevangene en overgeleverd, U bent een zoogdier

en wordt door Uw soortgenoten gehouden als vee [ ik bedoel: zoals die ook vee houden, op dezelfde wijze: slachtvee, gebruiksvee, vee om te bezitten en te vertonen, ermee pronkend]. Juffrouw Laps: U kunt hoogstens tot Uw bewustzijn laten doordringen dat U een gevangene bent, vee. U kunt nalaten dat feit toe te juichen en U kunt nalaten dat feit terecht te achten en de macht die U gevangen houdt 'gezag' te noemen. Juffrouw Laps U hebt geen meerderen en geen minderen. Juffrouw Laps, U hebt van alles en nog wat nodig en moet van alles en nog wat doen VAN NATURE. Dat zou U ook moeten als Uw cipiers het fatsoen hadden zich in damp op te lossen, dat is, met andere woorden: als Uw gevangenschap wegviel. Nu dwingen die cipiers U om op deze of gene indirecte manier ( bijvoorbeeld via 'kunstjes doen voor geld' en dan voor geld kopen wat U nodig hebt) te komen aan wat U nodig hebt. Zonder hen was het voor U nodige ook nodig voor U, moest U het voor U nodige gedrag ook doen: U moest ook eten, bewegen, denken, omdat U daar de organen voor hebt als delen van Uw lichaam. Ook wat U nu, als troost en compensatie, verlangt en koopt is van nature onnodig en U hoeft het niet en 'wilt' het ook niet. Als U vrij was ontstond er geen behoefte aan compensatie en aan 'op Uw beurt .......'. Waar vrijheid is, zijn geen beurten.
=========
Zeg maar 'wij' tegen de massa,
'wij' tegen de massa,
van je amen en je gloria, joeghee,
zeg maar 'ja' tegen de wereld,
'ja' tegen de wereld,
anders zegt er de wereld nog 'nee'.
Zo, vrij naar frater Venantius.
=====
De dieren in de dierentuin zijn niet tam. Ze zijn ook niet vrij. Als ik tot mij laat doordringen dat ik zoals een dierentuindier gehouden word, dan functioneert mijn brein: om mijn situatie te verkennen, te KENNEN en te interpreteren, daar is dat brein voor, zoals mussevleugels er zijn om ermee te vliegen. Maar in het water veroorzaakt het slaan met mussevleugels geen vliegen en in de civilisatie geeft het KENNEN van je situatie je er geen vat of greep op.
Het verzinnen van God, 'de mus' of Satan levert de mus niet op dat hij een vis wordt. Er is voor dat beestje in het water niet te vliegen. Dat verzinnen kan het dus beter nalaten.
Zo is het (met de nodige wijzigingen) ook voor de lezer en voor mij: verzinsels als zodanig herkennen en buiten gebruik stellen levert ons geen greep of vat op. Wij kunnen niet gaan leven IN (de) VRIJHEID [dat is: in een civilisatievrije en traditievrije omgeving, (inclusief ongerangschikte en slechts vaardigheden doorgevende tijdgenotensoortgenoten)]. We missen de vaardigheden daartoe en de gelegenheid, nog steeds, ook al kennen we en zijn we zonder illusies.
==========
En toch zullen er altijd mensen zijn die in zichzelf 'Nee' zeggen. Er zullen er ook altijd wel zijn die dat 'Nee' hardop zeggen, omdat ze nog niet doorhebben dat dat totaal zinloos is, want: iedereen blijft alle tekst vreemd, welke hij niet in zichzelf verneemt. Dat nog niet doorhebben, nog niet na Jezus, Wilhelm Reich, Krishnamurti en ontelbare anderen.
========
Er zullen steeds weer mensen zijn die vrij zijn, dat is: willoos ( = zonder begeerte; onaangetast door de verstandsziekte van het rangschikken, de concurrentie, de competitie); op de hoogte van het feit dat er voor niemand enige andere opdracht is dan: er zijn en zo goed als dat kan volledig en harmonieus alle organen laten functioneren; geen topprestaties dus en geen specialisatie. In leren functioneert elk mens ook, zo kan iemand een specialisme leren en dat zelfs om den brode uitoefenen, zonder een slaaf ( = een goedkeurder van het wederzijdse gevangenhouden ) te zijn.
=========
Willoosheid komt neer op niet meedoen aan het rangschikken. Eenzijdige willoosheid komt ook voor: zich onderwerpen, wel een meerdere aanvaarden, maar zich voor zichzelf geen minderen aanschaffen. Dat is heel erg fout. Het systeem is fout en wat af te keuren is, dat is het systeem en niet een deel van de weerspiegeling daarvan in jou. Niet jouw begeren is fout, het begeren is fout. Niet jouw 'als cipier optreden naar een ander toe' is fout, het 'als cipier optreden' is fout. Zich onderwerpen is even fout als 'een ander onderwerpen'.
Deel nooit gelijk op met een zuiger (= een voorrechtnastrever, een rangschikker).
========einde==========

21 maart 1997

=============
Logisch doordenken is net als doorrekenen (statistiek bedrijven) voor wat betreft het feit dat er 'logischerwijze' iets aan vooraf gegaan is: resp. 'het begrijpen en verwoorden' en 'het tellen'. Als het tellen begint, is het indelen (wat tel ik wel mee en wat niet, ik tel de aanwezige mensen, de katten tel ik niet mee) al gedaan (gebeurd). Pas als er geteld is kan het doorrekenen komen, want daartoe moeten er getallen zijn.
Maar let op: men kan getallen verzinnen en de technische bezigheid 'doorrekenen' met die getallen oefenen en volhouden. Er kan doorgerekend worden zonder enig verband met 'wat is'. Ik heb zo tellen, rekenen en wiskunde geleerd. Godzijdank [of iemand anders zij dank, of zonder enige dank, ook al is dit feit een grote zegen] heb ik niet op die manier ook spreken, taal gebruiken en logica geleerd. Anders was ik daarin net zo'n nul geworden als in wiskunde: ik kan daar niets mee.
==========
'Logisch denken' volgens de definitie van E. R. Emmett,  gezien de titel van zijn boekje , is een FORMELE,  in ieder geval een geformaliseerde , bezigheid. In dat boekje zijn de moeilijkste opgaven dan ook zo geformuleerd dat wie ze wil oplossen nergens meer aan kan denken, aan geen enkel verschijnsel, aan geen enkele verzameling samenhangende verschijnselen. Vraagstuk en oplossing zijn puur formeel.
Dat formele systeem kan dus in een computer en is dus in mijn brein misplaatst: zonde van mijn hersens.
========
Logisch redeneren kan pas met verwoorde constateringen. Pas als die er zijn, als premisse, als middenterm, dan kan er een conclusie worden getrokken en kan er worden vastgesteld wat er uit deze stellingen samen niet volgt.
========
Als zeker is dat iets logischerwijze zo is, dan weten we nog niet meer dan dat in de taal de premissen zijn ingebouwd. Voorbeeld: begrijpen kan men slechts dat wat men waarneemt: met andere woorden; een theorie kan slechts vastgestelde feiten ordenen, iets anders is er niet om te ordenen, niet voor wie denkt. Wel natuurlijk voor wie de techniek 'theorieën ontwikkelen' oefent op gefantaseerde feiten en samenhangen.
=========
Steeds weer is dat mogelijk: een manier van werken van het brein wordt opgemerkt, voor wat betreft de vorm geanalyseerd en daarmee los gemaakt: (1) van de hersens die zo werken en (2) van het feit dat die hersens ergens over dachten, ergens mee werkten, namelijk met gegevens die waargenomen werden.
Zo'n opgespoorde en uitgeprepareerde manier van functioneren is dan als techniek op te vatten en aan te leren, oefenmateriaal voor dat oefenen wordt dan verzonnen.
==========
Dit losse, van elk zijnde losse, dit met niets bestaands verbonden, zogenaamd 'abstracte' denken, heb ik nooit geleerd. Er is vast niets mis mee, of wel, het zal mij geen zorg zijn.
========
Er is voor mij werk genoeg aan het doordenken (na waarnemen en begrijpen) van wat mij gegeven was en ik opmerkte, hoe weinig dat ook is van 'wat is'. Ik hoef niet door te denken met wat niet is omdat het gefantaseerd (een illusie) is en ik hoef niet technisch door te werken zonder onderwerp om de techniek te oefenen en/of mijn kunnen daarin te tonen.
==========
Als zeker is dat iets 'logischerwijze zo is', dan is er nog een lange weg af te leggen 'naar de zaken zelf' [Hegel was lang voor Husserl].
========
Wat JV in zijn artikeltje doet is: doordenken, ook los van 'wat is'.
Die gieren die 'het zoogdier' tot onderwerp bij een werkwoord maken en zo een handelende eenheid suggereren (vooronderstellen). En dan het spreken over de schaker als de doelgerichte aanmaker van spelverlopen.
Het gaat hier om voorbeelden van begrijpfouten, van mentale misgrepen. De spreker pakt, grijpt, vat niets met die vorm, die formule van de volzin met onderwerp en werkwoord. Die vorm kan ook met niet passende onderwerp  werkwoord  combinaties worden gevuld. Zo'n volzin klinkt dan correct.
=========
Dat is nou het verschil tussen de werking van een computerprogramma voor logica en grammatica enerzijds en 'denken' (door een waarnemend en begrijpend en met VASTE UNIEKE woord begripcombinaties benoemende levende mens) anderzijds.
Zo'n computer kan niet corrigeren wat het als premissen binnenkrijgt (resp. volgens de regels aanmaakt) aan de hand van, op basis van, ziende op, meerzintuiglijke ervaring met 'wat is'.
==========
Het Middeleeuwse "denken" is: teksten aanmakend, logisch en grammaticaal onberispelijk, met de handen in de zakken en alle zintuigen buiten gebruik, CITEREND en AFLEIDEND (deducerend) uit in geschriften aangetroffen INFORMATIE.
Dat INFORMATIE VERWERKEN is ongelijk aan DENKEN.
Overigens: ook extrapoleren en doorredeneren binnen theorieën levert alleen maar mogelijkheden op, waar [ in 'wat is' ] naar gezocht kan worden. Het levert geen waarschijnlijkheden op want het is op elk punt even waarschijnlijk dat nu juist daar de grens blijkt van het passen van 'wat is' aan de theorie (wat hetzelfde is als andersom).
==========
Wie vrij wil denken moet speuren waar hij bedrogen en bedreigd wordt. Hij moet zoeken bij (in) wat er 'logischerwijze' voorafging aan het uitspreken en aanmaken van de tekst die hij voor zich heeft.
Waar (op welke plaats en welk stuk tijd) vind IK (tref ik aan) die verschijnselen waar deze tekst over gaat. Als het antwoord is: 'Nooit en nergens", dan is de uitspraak in kwestie alleen maar afleiding van mijn aandacht, weg bij wat van 'wat is' voor mij (want aan mij meerzintuiglijk) GEGEVEN is.
IK moet dan MIJ de vraag stellen: wil ik mijn aandacht daar nu van af laten leiden (en houden) ????? Niet doen dus. ====

30 maart 1997

In zijn artikeltje 'DE MENS EEN SOCIAAL DIER..?' doet Jan Vis een paar eigenaardige dingen. Hij is daarin niet oorspronkelijk en niet alleen, dat kan ook niet, na en tussen zoveel miljoenen mensen. Het gaat mij er dan ook helemaal niet om dat Jan Vis die dingen doet, maar ik wil die dingen aanwijzen. Ik wil dat omdat ik er vroeger zelf geen goede uitleg bij gekregen heb en met een onbegrepen ergernis bleef zitten, resp. mij van teksten van dit soort afwendde.
Ik ga er niet op reageren, op dat artikeltje: Jan Vis is er gestoord in bezig. Hij vereenzelvigt zich met 'de mens', een term die hij afwisselend zowel als samenvallend gebruikt voor
 alle mensen
 zichzelf (waar hij dus 'ik' zou moeten zeggen, en
 de historisch beschreven mensheid
 de diersoort mens.
Volgens mij is JV bang en onzeker en overschreeuwt hij dat. Daar ga ik niet op in, want hoewel ik geen klinisch psycholoog ben, dit is nog wel op te merken voor mij.
========
Het onderstaande slaat de kern van het artikeltje van JV mis, die kern is die vereenzelviging, die de angst van de enkeling moet delgen. De massa anderen is de bron van de enige echte bedreiging naast 'ziekte en dood door verongelukken'. Zich met die massa een voelen, of minstens dat 'erbij horen' / 'binnen zijn' hard uitroepen, dat bezweert de angst. Het is een verdedigingsmechanisme.
==========

  1. IK BEN EEN DING en een chemisch proces; ik ben te wegen, neem ruimte in. ben met de termen van natuurkunde en scheikunde passend te beschrijven.
  2. IK BEN EEN DIER, met de termen van biologie passend te beschrijven.
  3. Als ik uitputtend beschreven ben als een ding en als een dier, dan ben IK nog niet uitputtend beschreven: er kan van en aan mij nog meer worden opgemerkt en dus kan er over mij nog meer waars worden gezegd.
  4. Alle dingen zijn aan het veranderen, het ene wel veel sneller dan het andere. De Mont Blanc zal er nog wel liggen als ik er niet meer ben, als de lezer al lang tot stof is weergekeerd, als zijn structuur heeft opgehouden te bestaan, als zijn destructie plaats gevonden heeft.
  5. Aan dat 'aan het veranderen zijn' is geen einde gekomen, voor zover ik kan opmerken (dat is niet ver, hoor, maar wel net zo ver als anderen, bijvoorbeeld Jan Vis). Panta reit gewoon door.
  6. Evolueren is gewoon het vreemde woord voor veranderen. Er zit GEEN EXTRA BETEKENIS aan.
  7. Het veranderen strekt zich uit in de tijd. Voorgaande veranderingen maken veranderingen die daarna plaats vinden mogelijk, veroorzaken die niet, nemen daar niet het initiatief toe.
  8. Alles wat er gebeurt (inclusief dus wat er gedaan wordt) maakt deel uit van het veranderen. Van dat 'alles' komt slechts een deel terecht in processen: dat is: in reeksen achtereenvolgende verbonden veranderingen.
  9. Sommigen vatten die processen (waarvan ze via sporen die ze vinden weet krijgen) op als DADEN van aanmaken, dan veronderstelt dat zo opvatten dus een aanmaker, een scheppend kundige. Een scheppend kundige er in volgens Spinoza bijvoorbeeld, er buiten volgens anderen.
  10. Anderen vatten die genoemde processen op als 'door niemand gedaan of bedoeld', als er deelnemers aan / betrokkenen bij / ingezetenen van dat proces zijn, dan is het proces hen overkomen. Schuldeloze schuld, onverdiende verdienste.
  11. In de biologie vat men elke diersoort (bijvoorbeeld) op als een (deel)proces. Aan ontelbaar veel van die (deel)processen is al een eind gekomen. 'Het veranderen' als geheel omvat zeer ruim al die in ecosystemen klonterende deelprocessen, die samen het veranderingsproces (de evolutie) worden genoemd.
  12. Het is niets bijzonders binnen het grote veranderen dat er processen op gang komen die botsen en dan beide gewelddadig daardoor eindigen.
  13. Het is niets bijzonders binnen het grote veranderen dat er processen op gang komen die elkaar raken en versterkend en behoudend beïnvloeden.
  14. Noch bij 12. het botsen en uitdoven, noch bij 13. het versterken en behouden wordt door iedereen aan een of beide deelprocessen een bedoeldzijn en/of de bezigheid 'bedoelen' toegeschreven.
  15. Er zijn deze twee manieren van opvatten:
    a/ DOEN bestaat en
    b/ DOEN bestaat niet, er is alleen GEBEUREN.
  16. HET KAN, DUS HET GEBEURT, dat er mensen zijn die het DOEN plaatselijk, en wel 'in den hooge' willen laten bestaan. 'In de hooge' is dan voor de godgelovige 'bij God' en voor Jan Vis en andere mensgelovigen: 'bij (in) 'de mens''.
    De mensgelovigen zijn creationisten ten aanzien van de wereld (de mens schiep die en onderhoudt die), precies, exact, zoals de scheppergodgelovigen creationisten zijn t.a.v. de hemel en de aarde.
    Creationisten veronderstellen een DADER aanwezig en bezig.
    Of iets gedaan wordt of slechts gebeurt is niet waar te nemen, ook niet introspectief. Kijk maar, geloof nooit, ook schrijver dezes in deze niet. Misschien is hij wel blind voor dit onderwerp, dit gepostuleerde verschijnsel.
  17. Hoe de scheppergodgelovigen aan hun concept 'schepper' komen is niet zo moeilijk te vinden. Het eerste antwoord is: ze hebben dat concept tweedehands, het is hen overgeleverd. Het tweede antwoord is: niets is zo absurd als het veronderstellen van blind en ongericht toeval als oorzaak van iets wat leeft. Wie ooit enig levend wezen echt bezig zag, KENT die evidentie.
  18. De biologische evolutietheorie is er niet om (in) te geloven, ze is er net als elke andere wetenschappelijke theorie om de huidige informatie aan elkaar te praten, als geheugensteun en verwachtgereedschap, om er het onderzoeken een richting mee te geven. Zonder enige spijt zal iedere echte, vrije (in de betekenis van financieel onafhankelijke en in rang niet geïnteresseerde) wetenschapper elk van zijn concepten en theorieën vervangen door een elegantere, een die beter gereedschap is.
  19. Hoe komt de mensgelovige aan 'de mens'?
    Dat zien we bij Jan Vis mooi gebeuren / gedaan worden. [Doorhalen wat niet geloofd wordt.]
    Om aan dat antwoord te komen: eerst een paar verhaaltjes:
    • Verhaaltje 1:Boven de Serengeti vliegen twee praatgieren. Beneden hen doodt een luipaard een piepjong gnoekalf en sleept het een boom in. Zegt de ene praatgier tegen de andere: "Het zoogdier heeft veel kindersterfte aan zichzelf te wijten."
      De gedachte kan in ons opkomen dat deze gieren later, als ze behalve praten over situaties ook hebben leren analyseren, niet meer op deze manier het begrip 'zoogdier' zullen gebruiken.
    • Verhaaltje 2:
      'De schaker' is niet een iemand, gemaakt van schakers, die het (elk) spelverloop bepaalt, doet, bedoelt, nastreeft, schept.
      Als de lezer en ik een partijtje schaken, dan maken we samen de zettenrij die we 'het spelverloop' noemen. In feite zijn we geen van beiden in de gelegenheid dat spelverloop vorm te geven. Dat komt doordat we elkaar tegenwerken, in gevecht gewikkeld zijn. Het spelverloop is vanuit (door) ons beide nog ongewenster dan een compromis. Dat spelverloop is niet door mij gemaakt en niet door de lezer.
      Er zijn nu grappenmakers die zeggen dat 'de schaker' de maker is van alle spelverlopen. Dit grapje wordt gemaakt door grammaticaal en logisch correct te praten met een onbegrip als onderwerp van een volzin. Zo min als de fietser naar de stad om brood kan, zo min kan de schaker zelfs maar een zet doen, laat staan een spelverloop aanmaken.
  20. Logisch en grammaticaal correct consistente teksten aanmaken levert geen enkel KENNEN op. Dat is een gemeenplaats van alle ongelovigen sedert Roger Bacon die in 1294 overleed (in gevangenschap om deze stelling, die nu gemeenplaats is, d.w.z. die nu niemand meer aanvecht.
  21. Ik zie af van uitvoerig verwijzen naar die bewoner van Alice's Wonderland 'Humpty Dumpty', die ook de woorden liet betekenen wat hij wou en naar Nieuwspraak in Orwells 1984. De lezer komt daar zelf wel op als hij leest dat "ook dom en onverstandig handelen intelligent handelen is".
  22. Een kleine irritatie nog: over die volwassen individuele mens, die zo bereid is om zonder morren en voorbehouden de aanwezigheid van de ander te erkennen, te accepteren en zo nodig te verdedigen. Een vraagje: welke ander ? Mengele of die tweelingen waar hij verbruikende proeven op uitvoerde ? Wie het voorbeeld te extreem vindt, wijs ik er op dat ook de goedkoopte van die alomvattende acceptatie mij extreem voorkomt. [blz.5 rechter kolom regel 6:] "het recht van bestaan van zijn medemens onvoorwaardelijk" [het staat er: wat Mengele ook doet, dus] "te erkennen en te laten gelden". Die Nazi's en andere gewonen vechten met stoffelijke wapens en die zijn niet weg te argumenteren.

31 maart 1997

Alleen even een aantekening, om eventueel later uit te werken: één van de centrale fouten van de schrijvers in DVG is dat ze de taal opvatten als een amorfe verzameling woorden/ begrippen. In feite is het voor iedereen die wel eens van een 'systematische encyclopedie' gehoord heeft te vinden dat de woorden klonteren. In het deel 'natuurkunde' van zo'n encyclopedie vindt men woorden die in geen enkel ander deel voorkomen. Maakt men van elk deel een volledige lijst van gebruikte woorden, dan zal er overlap zijn, maar ook een voor het deel in kwestie kenmerkende verzameling woorden die slechts daar in gebruikt worden.
Wanneer we dit onderzoek naar 'klonten begrippen' systematisch zouden kunnen doen, zouden we dat feit van het klonteren voor iedereen evident en in zijn (ieders) brein actief kunnen maken.
==========
Aan de artikeltjes in DVG worden geen eisen gesteld, daarom kon ik er ook wat in kwijt. Zo eenvoudig ligt dat: wie niet vecht moet het van zulke ongedisciplineerde blaadjes (stukjes publikatieruimte) hebben. Er kan op die onbewerkte stukjes niets groeien, er heerst daar geen ventielregel. Er kan dus geen proces ontstaan. Dat zij dan zo. Ik vecht niet.
=======
MRT9728T.OEV:
tweede versie, met veranderingen/ 2903'97
==============

28 maart 1997

Jan Vis [ in DVG febr. '97 ] bluft. Het lijkt alsof hij veel inzichten achterhoudt, maar bij nader inzien is hij (als) een rooms gemaakte, die de weg naar 'de hoogte van de (deze) tijd' niet heeft afgelegd. Hij heeft ervoor gekozen te praten met (en vooral tot) de mensen om hem heen. Of hij daartoe al of niet onder dwang en al of niet bewust of zonder erg koos, is voor het feit dat hij koos niet van belang. Volgens zijn opvatting van wat mensen doen, heeft hij 'intelligent' gekozen, dat is: bedoelend, wetend, weet hebbend, niet door voor hem (als vrij mens, als mens met een vrije wil, en dus geen dier) onbeheersbare instincten gedreven. De dwang van opzij, vanwege zijn [bijvoorbeeld onvolwassen en niet tot individu geworden ] soortgenoten, medemensen, houdt hij buiten bespreking.
=========
Hoe dan ook, tot doordenken tot op de vooronderstellingen en verdoezelingen is hij niet gegaan, niet gekomen. Hij vermeldt niet dat wat logisch is, nog lang niet waar hoeft te zijn. Hij neemt zelfs een daartoe ongeschikt begrip ['de mens' in de betekenis analoog aan 'de schaker'] als onderwerp bij een werkwoord dat een activiteit, een streven, een bedoelen, benoemt. Met een zo gevormde uitspraak als premisse of middenterm is er wel logica te bedrijven, maar dat komt alleen omdat logica een formeel kunstje is, waarmee alleen maar kleinere ware uitspraken van grotere kunnen worden 'afgeslagen'. Zodra je veralgemeent bijvoorbeeld, of op een andere manier je gegevens overschrijdt, formuleer je alleen een te onderzoeken mogelijke stand of gang van zaken. Alle zaken zijn buiten (en buiten de invloed van) alle begrijpen en bespreken.
=========
'To bluff' komt van het Nederlandse woord 'blaffen'. Het is: doen alsof. Het is een vorm van bedriegen en wel door niet de echte eigen kracht te tonen, maar voor te wenden dat men over veel meer kracht beschikt dan men in werkelijkheid, in feite, doet. Ook in de vrije wildbaan, in 'de natuur', buiten culturen en buiten civilisaties, buiten het met elkaar omgaan van mensen, komt het veelvuldig voor. Dieren doen het. In de opvatting van JV (en René Descartes): in sommige dieren lopen onder sommige omstandigheden 'mechanismen' af [ tegenwoordig gebruikt menigeen de term (computer)'programma's; qua begrip is er geen verschil ]. Voor JV en RD zijn dieren slechts dingen: biologisch geproduceerde robotscomputers.
=========
'De mens' is volstrekt wezensongelijk aan 'het dier'. En wat is dan dat wezenlijke verschil ? Dat verschil is een rangverschil: 'de mens' is de meerdere van 'het dier', de ABSOLUTE meerdere. Iedereen heeft 'alle gedierte' als minderen, zoals de absolute alleenheerser zijn subjecten (onderdanen, onderworpenen, overwonnenen, slaven). Iedereen, ook de laagstgeplaatste, die onder de mensen geen mindere heeft, is hoger dan alle dieren. Dat is dat wezenlijke onderscheid. Hoe dat verder omschreven en in verbanden gefantaseerd en gepraat wordt, is van geen belang. De natuur is er om bestreden en overwonnen en uitgebuit te worden en vooral ook: om vernietigd en uitgeroeid te worden om de status van 'de mens' die dat doet te vieren. Ja, 'vieren' heet dat. Niet slechts de (incidentele) zege (overwinning) wordt gevierd, nee, juist ook de ingestelde macht, als institutie, dient te worden gevierd, daar zijn de datumfeesten voor. De jagers (lustmoordenaars die zich tot het onnodig en/of op onnodig wrede wijze doden van 'slechts' dieren beperken) vervullen in deze een centrale rol met hun jaarlijks vieren van de een of andere heiligendag. (Voor meer uitweiding: zie 'Massa en Macht' van Canetti.)

[toevoeging:]
'De mens' en 'het dier' zijn ideologische begrippen, lieggereedschap dus. 'De mens' is ook in gebruik in de biologie en in de scheppingsgodsdiensten.
Hoe kon dat onzalige concept ('de mens' als nietdier) in de Bijbel terecht komen?
Antwoord: ook het boek 'Genesis' werd,
 hoewel de neerslag van een natuurgodsdienst van voor
1. de stamgodsdienst van het oude testament en
2. de civilisatiegodsdienst van het nieuwe testament , uitgeschreven door geciviliseerden (pas in de civilisatie leert men namelijk schrijven; mensen in culturen schrijven niet, die vertellen door). Die geciviliseerden waren onderworpenen: gevangenen die zich ter aarde geworpen hadden en er de voorkeur aan gaven als slaven (als subjecten) te leven, liever dan te sterven. De overgang was toch al niet meer die van vrij mens (een wild dier) naar slaaf: het [geboren (= exacter benoemd: geworpen) worden en] leven in een cultuur is al een onzelfstandig, onvrij en angstig bestaan.
De schrijvers van de bijbel maakten van
1. de schepper,
2. de stamgod van Israël en
3. 'de oorsprong van de orde in de wereld'
een en dezelfde god: een heilloze verwarring.
=================
De slaaf ( = de gevangene die de macht 'gezag' noemt (= opvat als) en zich onderwerpt ) heeft minderen nodig, om zich niet de drek te voelen die hij is (juist ook volgens elke meerdere, in zijn slavenogen: elke meerdere zoals hij, de slaaf zich die voorstelt). In militaire dienst hoorde ik soldaten vertellen dat officieren zich opvatten als mensen en soldaten opvatten als 'hopen stront'. Kenmerkend voor velen, zelfs voor hele volken, is die omvattende preoccupatie met stront, Scheisse, letzte Dreck, shit.
=======
De slaaf is de onderdrukte, de gefrustreerde en daardoor de vloekende en 'poep' roepende. De slaaf is 'de mens' met het tekort aan macht, aan rang, dus: aan minderen. Als zoethoudertje kreeg de slaaf [als 'de mens'] zijn minderen van de priesters, door de priesters aangewezen: 'het dier'. Buiten de civilisatie kon dat niet gedaan worden: daar leven de mensen in de natuur en als veehouders met en van de dieren: HUN LEVEN EN WELZIJN BERUST OP het leven en welzijn van de dieren. Dat berust weer op het intact (onbeschadigd) zijn en functioneren van 'het' milieu, dat is: van de onbegrepen, onvolledig gekende, onhanteerbare dus: mysterieuze en heilige, deels taboeë NATUUR. De natuur is voor alle dieren (inclusief de mensen) levensvoorwaarde: de levende en de nietlevende natuur.
==========
Zo ingewikkeld is dat niet en het kennen van vele, vele details is niet alleen niet nodig, het is zelfs een hindernis bij het zien van de structuur. Zoals de barokke schilderingen de structuur van de kathedralen minder fraai zichtbaar laten dan die in de witgekalkte protestantse kerken was (is).
========
Het omgaan met de dieren wordt overgelaten aan niet of nauwelijks geschoolde laag geplaatsten. Dat is te merken: de natuur wordt vernietigd, ondanks de protesten van een deel der zeer geschoolde stedelingen. Ze wordt door armen vernietigd voor die stedelingen die hun meerdere (resp. hun 'niet de mindere daarvan') zijn***, aangeven met status symboliserende goederen, waarvoor de grondstoffen uit de natuur komen. Een van de beste statussymbolen is 'het eigen kind'. Een ontelbare hoeveelheid eigen kinderen worden dan ook aangemaakt, met pret of met lijden en moeite (IVF e.d.): een eigen kind moet: anders stel je noch als man, noch als vrouw iets voor. Mensen met eigen kinderen hebben een hogere rang dan mensen zonder kinderen. Dat blijkt vooral uit de luidheid waarmee sommigen dat ontkennen.
=========
Van wie omgaan met de vrije (wilde) natuur (en van hun opdrachtgevers) zijn de meest verwaande uitspraken over 'de mens' versus 'het dier' te horen. Daarvoor hebben wij allen radio en televisie. Om te voorkomen dat er naar die vreselijke uitspraken geluisterd wordt, hebben we vele programma's: elk wat wils: in Nederland noemen we het 'vrijheid van MENINGSuiting'. Niemand hoeft naar een ander te luisteren, er is keuze. Niemand hoeft het dus van een ander te nemen tegengesproken en/of aangeklaagd te worden: dan moet de betrokkene maar 'zappen', overschakelen, lezen en luisteren nalaten.
=========
Uiten is expressie, en het is geen poging tot communicatie. Vaak is het wel een poging tot het overstemmen van andere geluiden. In Duitsland noemt men dat 'ausgewogen': in de 'publieke' televisie moeten altijd ook de meest absurde dwazen worden voorzien van zendtijdaandeel. Er is (mede) daardoor altijd tijd tekort.
==========
Is er waarheid ? Als die er was, kon ik er voorrang voor eisen, voorrang boven meningen. IS (bijvoorbeeld) 'de mens' de meerdere van 'het dier' ? IS (bijvoorbeeld) de krachtigere (resp. de machtigere) de meerdere van wie zwakker (resp. lager geplaatst) is dan hij ? Mag ik alles wat ik kan ? 'Mag ik' betekent natuurlijk niet: 'zijn er nergens tegenstanders, afwijzenden te vinden', die zijn er altijd wel. Het gaat om het ABSOLUTE mogen of om het zwakkerdanikben zijn van die tegenstanders (resp. hun lager zijn). Geen macht zonder kracht, alle macht komt uit de loop van een geweer. Wetten worden door de machtigen gedicteerd: macht wordt meteen 'legitiem' als dat uit 'legaal' wordt afgeleid; het is voor iedere machthebber verstandig alle wetten rigoureus te handhaven en dan is het voor iedere onderdaan verstandig om op zijn beurt 'legaal' voor 'legitiem' te houden. Hij moet zijn doen en nalaten op die wetten afstemmen en dan is het energieverlies om zich een fantasiewereld aan te maken waar andere wetten gelden. De vraag voor de verstandige onderdaan is: hoe te leven onder dit regime, in dit sociale klimaat.
======
Leven binnen jegens iedereen, streng en zonder uitzondering altijd overal gehandhaafde wetten is 'gewoon', NATUURLIJK leven, want de natuurwetten zijn zo.
['Leven' in deze betekenis is: je txaenz besteden aan 1. het verkrijgen van wat je aan spul en spullen nodig hebt en aan 2. wat je nodig moet doen om harmonieus en volledig te functioneren. Wat nodig is, is je van nature en introspectief waarneembaar gegeven ]
Aan zulke wetten [natuurwetten en wetten van Meden en Perzen] lijdt niemand. Lijden komt voort uit WILLEKEUR, uit 'de pik hebben op' en uit 'favoritisme', 'lieve kindertjes hebben'.
Wij lijden aan genade, niet aan genadeloosheid.
============== pauze ==============
Van de ontelbare feiten (weetjes) heb ik er een te verwaarlozen permillage gehoord, opgevangen, onthouden, binnen bereik om op te zoeken. Met die weetjes als te verbinden punten kan ik mijn tekeningetje maken van 'wat is'. [Zoals bij die kinderspeelgoed plaatjes met die genummerde punten: 'verbindt de punten en je vindt het konijn'.]
========
Dat prentje van mij is van toevallige weetjes gemaakt op mijn toevallige manier. Dat is dan mijn 'wereldbeeld', mijn 'levensbeschouwing'. Zo goed als of beter dan van anderen, maar het is wijs van mij er niet in te geloven en er niet verliefd op te worden.
========
Het maken van dat plaatje is INFORMATIE VERWERKEN en dat is geen denken. Wat ik kan maken van de informatie die ik heb (verkregen door 1. onderwijs en door 2. ervaring daarbuiten) kenmerkt meer de tijd en omgeving waarin ik leef dan mij zelf.
==========
Wat JV doet is: zich VEREENZELVIGEN (identificeren) met de aanvaller, DE BEDREIGER, i.c.: 'de mens'. Wij hier nu hebben alleen van andere mensen wat te duchten. De school (als van vissen), de zwerm (als van vogels) is zo groot en zo dicht dat we volledig ingesloten zijn: er in opgesloten, van alle natuur afgesloten.
=========
22.17 uur:
Ik heb weer Jesus Christ Superstar (de film) gezien en gehoord. Inderdaad een sterk verhaal over een misleide jongeman. Misleid door het serieus gebrachte verhaal van een God, die BESTAAT. Daarin geloven in onderscheid van dat geloof (van anderen, als kinderen misleid, voorgelogen) gebruiken, dat was zijn misgreep, de misgreep van Jezus.
========
De misgreep van JV is 'de mens' op te vatten als een eenheid, terwijl 'de mens' net zo min een eenheid is als 'het zoogdier'. 'De mens' is aan het veranderen (de evolutie) overgeleverd, als eenheid beschouwd, net als 'de olifant'. Iedereen is aan zijn tijdgenotensoortgenoten als vechtende massa overgeleverd. Ze vechten om voorrechten, soortgenoten schadend en dodend, massaal en gewetenloos. Anderen vechten niet en worden al of niet gebruikt en/of verbruikt en beschadigd en gedood. Weer anderen doen 'goed', helpen, om niet of ze worden ingevangen, opgeleid, gespecialiseerd en helpen dan 'om den brode' en sluipend komt daar dan vaak 'om het begeerde' bij, naast.
===========
Het is een merkwaardige reactie op deze stand van zaken om te gaan praten over 'de mens', afwisselend als een enkeling en als een diersoort (nu ja: een nietdiersoort) als over een wezen met 'absolute vrijheid' (oftewel het volstrekte gemis aan ingebouwde voorschriften). Gelukkig wijst elke introspectie op het tegendeel, ik hoef er alleen maar mijn aandacht heen te brengen en ik merk bijvoorbeeld voorgegeven vertederbaarheid in mij op, geactiveerd door iedere (wildvreemde) geoefende peuter of kleuter. Tijdelijk werkt er in vrijwel ieder van ons ook de vatbaarheid voor 'sexappeal': voordat we dat gifstofje in ons lijf aangemaakt krijgen merken we niets, nadat de aanmaak is gaan verminderen, merken we het ook minder. [Daar helpen geen bevergeil, geen neushoornmeel of wat ook tegen.] Achter deze en vele, vele andere 'dingen' der mensen zit geen 'intelligentie', geen BEDOELEN, geen intentionaliteit, want dat is wat JV ineens 'intelligentie' wil noemen.
=========
Het is een vreemde daad om wat iedereen en al die enkelingen tegelijk overkomt te beschrijven als hun doelgerichte doen. Het middel  doel schema is een schema, dat hier en daar bij het besteden van tijd, aandacht en energie door mensen (en door andere dieren) wel eens past. Er moet voldaan zijn aan nogal wat voorwaarden, wil dit schema passen: er moet een plan, een voorbedenken, zijn, en een dader, het gedrag dat het bedoelde veroorzaakt met ook na te laten zijn, het is niet voldoende om een van de vele gevolgen van dat gedrag (er zijn altijd meer gevolgen dan doelen) toe te juichen, opdat er terecht sprake zou kunnen zijn van bedoelen.

'De schaker' is niet een iemand, gemaakt van schakers, die het (elk) spelverloop bepaalt, doet, bedoelt, nastreeft, schept.

=======
Ik heb grote aarzeling om in te gaan op deze duidelijke uiting van de zieletoestand van JV; daarover met JV te praten is de taak van zijn psychiater, indien nodig en/of gewenst, door JV.
=======
Van die inspirerende onware verhalen [ over 'de mens' en over goden ] zijn gevaarlijk in die zin dat ze Jezussen voortbrengen, jongeren die zich inzetten om te doen wat als nodig beschreven wordt in die verhalen. Die ouderen zijn schuldig (zijn veroorzakers van kwaad dus), die deze gevaarlijke verhalen brengen (overleveren) op deze foute manier:
1.  te vroeg en
2.  zonder erbij te onderwijzen dat en hoe er onderscheiden dient te worden tussen :
2.1.  beschrijven van 'wat is' enerzijds en
2.2.1  vertellend 'aan elkaar praten' [wetenschappelijke theorieën
en/of
2.2.2  verhalen wat inspireert anderzijds.
==========
Zie verder Helwig's 'Dramaturgie des menschlichen Lebens'.
===========

OVER ONTKENNEN:

Zonder onderscheiden geen opmerken, zonder opmerken geen kennen, zonder voorafgaand kennen geen 'kunnen herkennen' (wat een vaardigheid is en dus een factor in de ononderbroken gegeven txaenz). Ontkennen = zo'n vaardigheid buiten gebruik houden.
Waarschuwing: ik geloof niet in de feiten die ik als voorbeelden aanvoer. Ik geloof ook niet dat ik de bedoeling heb van JV met zijn tekst. Ik kan op die bedoeling dus niet reageren. Eerder schreef ik reeds in DVG: wat ik niet hier nu introspectief of (meer)zintuiglijk gegeven heb, dat KEN ik niet. Dat,  vaststellen niet te kennen , mag als enige bezigheid ONTKENNEN heten.

============================
***
voetnoot: aanvankelijk is een zeldzaam ding symbool van 'meerdere zijn'. Als, zoals tegenwoordig, het dragen / hebben van zulk een symbool in beginsel aan niemand verboden wordt, dan volgt na korte tijd de massaaanmaak van zulk een symboliserend ding. Dan schaft iedereen het zich aan, om te bewijzen dat hij ook iets is, iets voorstelt. Zolang het dragen van een hermelijnen mantel het voorrecht van de vorst is, loopt 'de hermelijn' geen gevaar uitgeroeid te worden. Als de nertsmantel echter door iedereen gedragen mag worden, worden de wilde nertsen tot aan de rand van het uitsterven gebracht en daarna worden de nertsen onder nertsonwaardige omstandigheden gefokt.
Een statussymbool van 'gisteren' is onderdeel van het 'minimale menswaardige deelnemen aan het maatschappelijk leven' van vandaag.
===========
Een evenwijdig verloop heeft het zich kleden: de prikkelende kleren van de hofhoeren ( en na de burgerlijke revolutie: de revuedanseressen ) zijn na enige jaren de alledaagse vrouwenkleren.
============================================ einde versie 2

 

 

 

 

0 Reacties

Plaats Een Reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *