Jaap Schot, 25-28 augustus 1992
Het is onduidelijk of er een nieuwe wereldoorlog aan het beginnen is. Exacter: of het vechten nu ook verder West-Europa binnen komt en daar dan gaat woeden.
Gisteravond was er een grote rel in de ex-DDR stad Rostock (of zo, de naam en ligging doen vanzelfsprekend op het niveau waarop ik het onderwerp bespreek niet ter zake). Het verschijnsel is dit: overal vandaan komen mensen naar West-Europa en de USA en de minst rijke inwoners van die rijke gebieden verdedigen hun woonterrein. Hun woonterrein, want van hun gebied is geen sprake: ze hebben niets te gebieden: ze kunnen niets met woorden werkend veroorzaken, hun enige mogelijkheid is het gebruiken van fysiek geweld en wel tegen de onverdedigde zojuist nieuw aangekomen mensen. In de USA heeft de regering het bestrijden van die nieuwkomers en van het binnenkomen volledig in handen genomen.
Hier in West-Europa zeggen de welgestelden dat vreemdelingen welkom dienen te zijn, tenzij ze arm zijn en alleen maar hier willen wonen omdat ze verwachten van de overvloed deel te kunnen nemen, verwachten mee te kunnen consumeren.
Nutteloos en ongewenst zijn die nieuwkomers,
onbruikbaar, volstrekt overbodig en onnodig als ze zijn
voor de aanmaak en ongelijke verdeling van die overvloed;
even overbodig als de hier rondlopende miljoenen werkloze inheemsen.
Meestal zullen ze dan ook niet de gelegenheid kunnen vinden, zo ze die al zoeken, om te dienen voor het geld dat ze moeten hebben, – want voor de ("goede") orde betalen – , voor wat ze consumeren. Zeer zeker duidelijk beperkt is de bereidheid [van wie wel die gelegenheid tot enig zogenaamd dienen voor geld hebben] om geld uit te keren [aan de anderen, de werklozen, de niet-actieven] teneinde het verstoren van die orde te voorkomen (nu ja, onwaarschijnlijker te maken)**.
De nieuwkomers komen echter altijd allemaal [op die enkele uitzondering na die slechts ertoe dient te voorkomen dat iemand duidelijke uitspraken kan doen, want waar in de exacte wetenschappen zulke geringe percentages uitzonderingen gewoon onbeduidend, insignificant, verwaarloosbaar, genoemd mogen worden, daar wordt in het disputeren over sociale onderwerpen, – tot een gesprek komt men in de gevechtssituatie waarin men elke bespreking laat ontaarden sowieso nooit – , ineens weer de eis gesteld van waarheid, zo absoluut als die van goddelijke openbaringen], te wonen bij en tussen de minst-bevoorrechte inheemsen. Daar woont men het goedkoopst.
De genoemde beperktheid (naar omvang, bedrag en ook aantal) van de ter beschikking gestelde uitkeringen maakt dat nieuwkomers en minst-bevoorrechte inheemsen met elkaar uit dezelfde bron drinken. Uit een duidelijk uitputtelijke bron. Rivaliteit heet dat, heet de situatie waarin mensen met een enkele gezamenlijke bron zich bevinden. De situatie maakt hen tot rivalen, niet hun instelling jegens elkaar.
Wanneer de huur van de mensen die naast vreemdelingen wonen om die reden gehalveerd wordt, wensen velen tussen twee vreemdelingen te komen te wonen. Alles heeft zijn prijs, en wel in geld. Dat geldt in het spel om voorrechten, dat de civilisatie is.
Het is heel kwalijk, maar vanuit alle bevoorrechten in gevecht met elkaar volstrekt logisch en begrijpelijk spelgedrag, dat men probeert anderen iets GRATIS, ZONDER GELDELIJKE VERGOEDING te laten doen, te laten nalaten of te laten verdragen (verduren, dulden). ALS DAT LUKT, MET MORAAL, MET RELIGIE, DAN IS DAT MOOI MEEGENOMEN.
Buitenlanders, vreemdelingen, vluchtelingen waaraan wat te verdienen valt, die geld bij zich hebben of zeldzame vakkennis en vaardigheden, die worden niet overgelaten aan de minder-bevoorrechten; die nemen de bevoorrechten zelf, in dienst namelijk.
De besprekingen in het publiek, in de media, blijven aan de oppervlakte, net zoals de voelende mensen zelf.
Waarom doen mensen wat ze doen?
Antwoord: omdat hen dan daar geen door hen als voor hen voordeliger, prettiger alternatieve bezigheden mogelijk zijn. Kinderen zijn vandalen zodra ze spullen in handen krijgen die zij nog niet op passende, constructieve manier kunnen gebruiken tot hun voordeel. Er zijn legio verhalen van kinderen die met een computer omgaand volwassenen kunnen helpen, constructief bezig kunnen zijn. En dan gaan die kinderen niet als vandalen met die computers bezig.
Er zijn te weinig constructieve dingen te doen in het spel zoals de bevoorrechten die leiders zijn en/of heersen als Koning Klant het beperken, omheinen, afbakenen, begrenzen, laten eindigen.*
Dat is de alternatieve beschrijving van de overbevolking.
Er zijn teveel damschijven of het bord is te klein.
Men zegt dat velen eigen kinderen laten komen om zich van verzorging op hun oude dag te verzekeren. Het scheppen voor iedereen van een alternatief daarvoor lijkt een goede investering: gelegenheid om zich een goed pensioen op te bouwen, ook als men niet anderen kan dienen voor geld. Bijvoorbeeld bij het leren (zich vaardigheden verwerven) voor geld.
De hoeveelheid verhongerende lieden is getalsmatig te verwaarlozen op de groei van de wereldbevolking. De wereldbevolking blijft groeien en dat wil zeggen dat al die mensen nu toch ook het voor hun leven en biologisch welzijn nodige zo ongeveer krijgen. Als de doelen anders gesteld werden, het spel anders begrensd, dan konden al die mensen al hun txaenz besteden aan iets anders dan met elkaar vechten.
Ik heb in een ander opstel ooit voorgesteld de staat aan alle mensen de gelegenheid te laten geven hun txaenz voor geld te ruilen door te leren (vaardigheden te verwerven): geld voor leren, leren voor geld. Geld is dan niet alleen door dienen en/of gokken te verkrijgen: het speelveld wordt groter, er komt plaats voor iedereen.
Maar er valt ook veel weg: er is nu aan diensten onvoldoende constructiefs, nodigs, goeds of interessants te doen om al die mensen bezig te houden. Daar komt niets aan diensten bij, behalve onderwijzen en gebouwen en leermiddelen beschikbaar stellen.
Er moet namelijk bedacht worden dat alles wat nu (met bedreigen met honger, ellende, liefdesverlies) wordt afgedwongen (aan diensten aan bevoorrechten) zou wegvallen. Op een verwaarloosbaar percentage genetisch gekken na zou niemand aan het toppresteren slaan of voor anderen onnodig vernederends gaan doen. Welke categorie gekken er van anderen onnodigs (vernederends) zou willen gedaan krijgen is ook nog onduidelijk. Alles wat naast dienen komt, breekt het spel. En buiten spel, zonder die angst, zijn toppresteerders en rangschikkers als gekken te herkennen.
Bij voldoende rechten voor allen zou het spel om voorrechten zeker aan populariteit inboeten.
Voorrechten zijn macht. Dat is hun aard als recht. Alle macht komt uit de loop van een geweer. Het spel om voorrechten, om het ongelijk verdelen van macht, is oorlog. Er is nu geen (bedreigde) vrede. De plaats waar geschoten wordt wisselt, het schieten is er of het dreigen daarmee. Hier te lande is nu alweer sinds de tweede wereldoorlog het dreigen als enige gangbaar. Ja, het blijft bij dreigen zonder de wapens ook maar te vertonen. Die ene keer dat die boer zijn belasting aan het landbouwschap niet betaalde, toen kwamen ze met karabijnen naar Hollandscheveld. Maar dat was pas na jarenlang dreigen, waaraan boer Harmsen niet toegaf. Even liet de staat, het spel, zijn ware gezicht zien. Toen was het uit. Men wil niet zeggen en niet weten dat er op wie voorrechten nemen geschoten wordt, uiteindelijk.
Als men het dreigen onbewust weet te houden, denkt en zegt men dat het vrede is.
Maar het hele spel, 'het hele leven' zoals de mensen het noemen, berust op wapengeweld, op geweldpleging. Wij zien die geweldpleging op televisie en dus hoeven ze het hier te lande niet te doen. Die offers die niet geslacht worden noemen ze ook slachtoffers en die nog levenden mogen als ze mooi blank zijn hierheen vluchten. Dat is nodig, omdat anders het feit bewust wordt dat iedereen in enig ( namelijk "zijn eigen") land gevangengehouden wordt. Overal elders is hij vreemdeling en dat is niet leuk, want hij is dan extra-overbodig, nog overbodiger dan de inheemse werklozen (niet-actieven).
Die niet-actieven zijn als consumenten lichaamscellen van Koning Klant: ze zijn de onderdelen van de gokmachine waarmee de ondernemers met elkaar in sportieve wedstrijd spelen. De ondernemers-spelers laten die machine (Koning Klant) bepalen wie van hen wint, winst maakt, want verkoopt (= laat dienen wie koopt door wie dienen voor geld [ dat zijn de actieven] om op hun beurt te kunnen kopen).
De markt is het mystieke lichaam van Koning Klant, zoals de kerk het mystieke lichaam van Christus is. Iedereen die koopt is naarmate van de prijs die hij betaalt deel van dat mystieke lichaam.
Voor het op gang houden van die gokmachine, voor het spelen van dat spel 'ondernemen', zijn eigenlijk niet meer gebruikte mensen nodig dan die actieven, samen met 'de hunnen', die voor het voortplanten, de vervanging van onbruikbaar geworden actieven, zorgen: wat vrouwen en wat kinderen dus. Onderwijs (in vaardigheden en in smaak) verfijnt het spel, want de werking van de machine. Zo vinden wat toepasbaars zoekende wetenschappers en wat kunstenaars een plaats, een niche.
De minst-bevoorrechten maken de machine niet ingewikkelder, dus het spelen ermee niet interessanter. De spelende ondernemers hebben dan ook geen behoefte aan een slechts grotere machine (aan een Koning Klant die alleen maar uit meer cellen bestaat). Differentiatie, ingewikkelder maken, dat vinden ze wel leuk.
Voorrechten zijn macht, zijn dus geweren, die geeft niemand ooit vrijwillig uit handen, hetzij dan voor betere wapens, voor meer macht. Niemand wil zijn rechten kwijt. Die rechten blijken echter [bij elke blik op de feiten en/of op de televisie] voorrechten te zijn. Zolang er nog iemand is die mij mijn huis niet gunt, maakt die iemand van mijn eigendomsrecht t.a.v. dat huis een voorrecht, dat met wapengeweld verdedigd moet worden. Die afgunst kan ongegrond zijn, als ie komt van iemand die zelf goed woont. Maar als nu een stel daklozen mij dat huis benijdt? Waarom hebben zij geen huis verkregen? Verkregen hoor, niet: gekregen. Maar ik heb mijn scholing en mijn inkomen toch ook gekregen, verkregen, verdiend? Waarom hebben die daklozen dat met hun txaenz gedaan wat hen uiteindelijk geen woning, geen dak, geen huis opleverde?
Dat schreef ik al: zij zagen geen aantrekkelijker alternatief voor hun doen, dulden en nalaten. Waarschijnlijk hadden ze dat alternatief niet of ze hadden het alleen ten koste van een ander (een rivaal) kunnen nemen.
Die ondernemers-spelers zullen de armen wel de vreemdelingen buiten laten houden, via de democratisch te kiezen politici die zo enorm terecht als verkozen burgers boven de politie en het leger staan. Het hele stelsel, de hele spelinrichting, is gericht op het rustig in werking houden van die gokmachines, die ze 'markten' noemen. Daarom houden ze ook niet van politici die 'de nationale kaart spelen' en/of het geweld van minder-bevoorrechten laten optreden. Dat moet niet, dat stoort het spel. Al moeten de spelers toegeven dat het optreden van 'af en toe wat branden en rampen' de bouw op gang houdt en de verzekeringsgelden weer even in omloop brengt. Vernietiging brengt vraag naar nieuw. En voldoen aan vraag naar nieuw betekent: een nieuwe ronde van het spel: Koning Klant*** weer laten kiezen.
Consumeren is wegwerken van het gemaakte.
Vernietigen is dat ook.
Vervangen is vervangen: onverschillig wat: van het versletene, van het uit de mode geraakte of van het vernietigde door brandstichters of vandalen.
Zo eenvoudig zit de wereld in elkaar. De markt is een gokmachine, je doet er geld in en er komt al of niet geld uit. De meeste mensen doen er geen geld in, maar hun 'dienen' oftewel hun 'txaenz', en dan komt er ook geld uit: loon. Dat loon gaat er als betaling weer in terug. En het ongelijk verdelen gebeurt, niemand doet dat in z'n eentje of zelfs maar met weinigen. Het is vrijwel geen behendigheidsspel. Het behendigheidsdeel is zeker niet zo groot dat er van 'besturen' gesproken zou mogen worden.
We zijn allen overgeleverd aan die gokmachine, ook wel 'het lot' genoemd.
Dat overgeleverd zijn zint weinigen en de meeste mensen reageren er op met pogen er iets tegen te doen, pogen enige greep op hun omgeving te verkrijgen.
1. Waarom zint het hen niet, overgeleverd te zijn?
Antwoord: omdat ons, die in de civilisatie zijn opgegroeid, die daarin onze ervaring hebben opgedaan, terecht het GODSVERTROUWEN ontbreekt, het fundamentele vertrouwen dat het geheel van het zijnde, alles wat is en een geheel vormt, ons draagt, dat we daar een mee zijn, dat dat ons evenmin in de steek laat als ons lichaam zijn niercellen in de steek laat, om maar eens een voorbeeld te noemen. Wij, die in de civilisatie waren en zijn weten beter omtrent onze omstandigheden en wij zien onze situatie dan ook als onveilig, ten diepste aan ons vijandig. De Natuur, het andersvormige leven, zien wij als buiten ons en vijandig en/of als om uit te buiten, te onderwerpen, te gebruiken. Onze tijdgenoten-soortgenoten zien wij ook als vijanden, op die weinigen na met wie wij door familie, vriendschap of vereniging solidair zijn, dat wil zeggen: een hechte vechtgroep tegen die vijandige omgeving vormen. Een vechtgroep die soms agressief is, soms alleen maar defensief.
2. Wat probeert men zoal ertegen te doen?
Antwoord: A: Men probeert vechtgroepen te vormen, bondgenoten, medestanders te vinden en te houden. Men zoekt geborgenheid, vandaar dat geciviliseerden leven in een oneindige hoeveelheid en variatie van groepen. De hele politiek is slechts een voorbeeld daarvan. Deelnemen aan een demonstratie is een kortstondige vorm van zich verenigen tot een vechtgroep. Alle conformisme – meedoen aan mode, bijvoorbeeld – is ook een vorm van geborgenheid zoeken.
B: Men schaft zich een geloof aan waarin gebeden kan worden. Bidden is een surrogaat voor echt invloed op de omstandigheden uitoefenen. Veel mensen leven in een situatie waarin ze geen enkele greep op hun omgeving hebben. Kinderen en niet-rijke oude vrouwen kunnen echt helemaal geen kracht uitoefenen, hen rest het bidden. Soms als er ergens echt oorlog gevoerd wordt, geraken hele bevolkingen in die situatie van volstrekte machteloosheid ten aanzien van wat ter zake is. Dan stromen de kerken vol. Uitgewerkte godsdiensten zoals het hindoeïsme en het roomse geloof zijn behept met eindeloze rijen goden en heiligen (aanbidbare grootheden dus), voor elk onhanteerbaar verschijnsel een of meer.
En dat allemaal om die gokmachine (het lot, het door niemand gestuurde spelverloop dat men 'de loop van de geschiedenis' noemt) te beïnvloeden.
C. Men gaat met opzet meer kansen op geluk en pech zoeken, men gaat gokken. Dat gebeurt ook in ontelbare vormen. Men bidt zo doende tot Vrouwe Fortuna. Men confronteert zich dagelijks, zo vaak mogelijk in ieder geval met dat wat men vreest: de kans op pech, op verlies, op schade. Men concentreert zich met zijn bewustzijn op de kans op geluk, op winnen. En men went aan het verschrikkelijke.
Het meedoen met welk als protest opgevat of als zodanig zich verkopend randverschijnsel dan ook hoort hier thuis, bij het tarten van het lot, in dit geval van de bron van het lot: de massa die de gokmachine vormt.
D. Men bouwt zich een bunker, men verzamelt geld en goederen voor later. Men gaat er daarbij van uit dat het spel voortgaat zoals het bezig is: dat geld en de eigendom zo heilig blijven als ze nu zijn, volstrekt heilig, zodat de bezitter veilig is, veiliger naarmate hij meer bezit.
Zich verenigen, geloven, gokken en bezitten dus als reacties op de bekende onmacht in een onveilige situatie.
Let wel: dit zijn reacties van tot enkelingen gemaakte mensen. Enkeling zijn is voor de mensen tegennatuurlijk, ze zijn van nature geen solitair levende dieren. Overigens, al was het vechten om de bevoorrechte positie(s) in de groep natuurlijk voor de mensen, dan was dat vechten toch zeker niet van nature ononderbroken aan de gang.
En dan was dat natuurlijke gegeven zeker nog geen enkele reden om eenmaal veroverde posities na een eenmalige overwinning voorgoed [clubsgewijze, met de overwinnaar uiteindelijk nog slechts als boegbeeld, als symbool] zo te houden. Dat doet zich in de natuur elders niet voor.
De mens is van nature bijvoorbeeld ook geen 'zindelijk' dier.
Hij is waarschijnlijk evenmin monogaam.
Maar wat dan nog, dat argument 'het is natuurlijk' is een alle kanten op te gebruiken nonsensverhaal.
Wie oplet ziet dat men vele natuurlijke dingen wegwerkt door opvoeden en aan het van nature gegevene vele dingen toevoegt.
____________________
Voetnoten:
*) Moet hier niet ook 'regelen' bij genoemd worden? Met het 'regelen' van vechten is het een rare zaak. Geen zinnig of onzinnig mens laat zijn gedrag jegens anderen waarmee hij zich meet nog regelen of beperken zodra en zolang het zich met elkaar meten op de wijze van de gladiatoren wordt gedaan, op leven en dood, met verwondingen en schade aan gezondheid, als mogelijke gevolgen van dat meten. Ook alle redeneringen en alle belangen van derden vervallen als gedrag-teweegbrengende, gedrag-sturende of gedrag-beperkende 'factoren'. Het zijn in feiten niet langer factoren, want ze werken niet meer. Dat wil niet zeggen dat men niet blijft doorpraten over ethiek en naastenliefde en 'Rücksicht', het rekening houden met, het mede in de overwegingen betrekken van andermans leven en welzijn.
Het is misschien spijtig het te moeten vaststellen: er valt aan het vechtspel om anonieme voorrechten niets te regelen. En het spel in kwestie gaat om anonieme voorrechten, met name om geld, dat niet stinkt, niet voor en zeker niet nadat het gewassen is. Geld stinkt nooit. Ook zwart geld stinkt niet, het riekt allerverrukkelijkst voor elkeen die meedoet in de civilisatie, met of zonder plezier, met of zonder zijn instemming, bewust of zonder erg, puur als speler of puur als gebruikte, of zoals de meesten: deels als speler en deels als gebruikte.

0 Reacties